zondag 29 juli 2018

Somebody out there?!

Niet hetgeen ik verwachtte: Somebody out There?!

In het prachtige nieuwe boek van Carlos Ruis Zafon (het labyrint der geesten) lees ik "vanaf een bepaald punt in het leven ligt de toekomst van een mens onveranderlijk in het verleden". Ik denk aan de ouderdom, en besef dat de waarheid van deze zin ligt in het geleidelijke: pas als er helemaal niets meer te kiezen valt is het absoluut, daarvoor raakt slechts het aantal alternatieve scenario's meer en meer beperkt. En zolang er leven is, is er tenminste enige keuzeruimte...

Mijn dochter Deborah levert vandaag haar tweede popalbum af, Somebody out There?! Een éénvrouwsrockopera in het Engels en Frans. Hoewel, anders dan bij haar debuutalbum, heeft Deborah hier en daar gastmuzikanten ingezet. Somebody (somebodies) out there! De kracht van de jeugd is dat je volop je geschiedenis schrijft, en er nog zoveel mogelijke scenario's zijn. Er is nog iets van een tabula rasa, een onbeschreven blad. Waarom gaan dingen zoals ze gaan, zijn dingen zoals ze zijn? Voor ouderen liggen de antwoorden op waarom zaken gaan zoals ze gaan (de toekomst) vaak in het verleden, voor de jongeren ligt de toekomst "out there?!". En juist omdat iedereen - oud en jong - de oorzaak van het heden in de toekomst of minimaal het heden zoekt, is dit zo inspirerend! 13 nieuwe songs, waarvan er al 4 als videoclip op YouTube zijn gepost sinds afgelopen december. 

Is er iemand buiten? Oh nee, dit is niet degene die ik verwachte.... Hoe kan het ook anders, ik vind het een prachtig album, maar luister zelf.

Prachtig Deborah!


1. Somebody out There
2. Grand ami
3. What a World 
4. If you go
5. Time (her song)
6. Nothing lasts forever
7. Beautiful girl
8. Today
9. Pretty
10. Quand on dit au revoir
11. We're together
12. You and I
13. Je ne sais pas

vrijdag 13 juli 2018

Verloren Paradijs

Afgelopen weekend ben ik met mijn broers op stap geweest. We zien elkaar slechts één of twee keer per jaar. Een eenmaal platgetreden pad is moeilijk te verlaten. Indien in onze interacties met elkaar bepaalde rollen zijn ontstaan, kunnen we moeilijk elkaar en onszelf zien en tegemoet treden buiten de ingesleten rolpatronen. Als er onaangenaamheden, of zelfs fouten in ons handelen en de gedachten daarover ontstaan, blijken die keer op keer moeilijk te veranderen. Ze zitten ingeweven in onze geschiedenissen. We ervaren dan niet meer de beste vorm van onszelf of de ander in de ingesleten patronen. We merken dit vaak niet geleidelijk, maar plotseling' als een druppel die de emmer doet overlopen. Dit kan maken dat relaties uiteindelijk vastlopen of worden opgebroken.

Op individueel niveau merken we dat we slechte gewoontes moeilijk kunnen afleren. Een eenmaal aangeleerde niet optimale vingerzetting op de piano is bv bijna niet meer af te leren. Het probleem is, zoals Dickens zo mooi beschrijft in zijn beroemde Christmas Carol, dat we inderdaad de ketting die ons doen en laten gaat bepalen schakel na schakel smeden. Daardoor leer je een oude bok niet makkelijk een nieuw kunstje. Daardoor zijn bepaalde gewoontes en verslavingen soms zo moeilijk achter ons te laten en recidiveren sommige criminelen zo gemakkelijk na vrijlating. De macht der gewoonte.

Cells that fire together wire together, zo luidt breinregel nummer 1. En wat voor cellen in ons brein geldt, geldt evenzeer voor "geaggregeerde" niveaus: mensen die met elkaar optrekken, vormen elkaar. Broers en zussen onderling vormen mooie voorbeelden van elkaar vormende systemen, omdat hun levens en ontwikkeling gedurende de belangrijke eerste 2 decennia vaak nauw met elkaar verstrengeld zijn.

Als ik naar mijn broers kijk, zie ik dat we heel verschillend zijn, maar meer dan vroeger, zie ik ook dat we op elkaar lijken. Waarschijnlijk zijn broers en zussen geneigd de onderlinge verschillen te overdrijven. In systemen van min of meer gelijke elementen is individualiteit van essentieel belang, omdat het systeem anders slecht met nieuwe situaties om zou kunnen gaan, het zou tot passiviteit en stilstand (inertie) leiden. Broers en zussen ontwikkelen onderling eigen rollen, en die zijn altijd kenmerkend en liggen zo aan de basis van de individualiteit, of persoonlijkheid.

Met mijn broers zijn we in de voetsporen van onze opa's getreden, door een tocht op een Solex (rijwiel met hulpmotor) te maken. Juist omdat we al op jonge leeftijd door scheiding van onze ouders ophielden elkaar te vormen, zijn de patronen heel diep en ongepolijst. Van heel ver kwamen de herinneringen weer boven aan ons verloren paradijs, en de rollen die ons daarin zijn gaan aftekenen: de loyale, de durfal, de verbinder, de afwijkende enzovoort, enzovoort. De Solex rijdt met amper een liter benzine met gemak 80 km. Het gaat niet snel, maar we komen op alle gemarkeerde plaatsen: koffie, lunch, thee, en diner. Onze opa's hadden veel minder comfort en ook minder geld, maar nog wel meer natuur. De macht der gewoonte heeft de mens ook mondiaal in haar grip. Steeds meer comfort, voor steeds minder geld, tegenover steeds meer belasting van de planeet. Door jaren afstand te nemen, zie ik dat wij als broers meer op elkaar lijken dan we dachten. Ontroerd aanschouw ik flarden van ons verloren paradijs. Voor even zijn we de kinderen die we ooit waren. En dan is daar de angst om ook dit allemaal kwijt te raken. Ons paradijs heeft bescherming nodig; we kunnen niet doorgaan met onze belasting van de planeet. Ik wens u een hele fijne vakantie!

vrijdag 6 juli 2018

Het paard achter de wagen? De toekomst nu!

Vorige week kwam het zijdelings aan bod, toen we constateerden dat talentvolle jongeren heel hard werken om toegelaten te worden op een rock academie, terwijl verreweg de meeste "grote" popsterren nooit zo'n school hebben bezocht. Natuurlijk is het aandeel van popartiesten met een dergelijk diploma op zak de laatste decennia behoorlijk gestegen, maar de opleiding heeft veel aspecten van het paard achter de wagen, toch?

Toch niet! Het is maar hoe je het bekijkt. In zekere zin is onderwijs aan een rock academie misschien wel juist een van de verdedigbaarste vormen van hedendaags onderwijs. Mensen gaan er naar toe omdat ze echte skills willen leren, ze krijgen les van musici die liefde voor hun vak hebben en het onderwijs is optimaal ingericht om iemand met talent een stukje verder te helpen. Niet meer, maar ook zeker niet minder. Bovendien vertrekt de opleiding expliciet bij wat men buiten de academie al heeft ontwikkeld.

In de huidige samenleving valt enorm veel te leren. Veel meer dan vroeger is het een illusie dat we alleen op school leren, dat de ontwikkeling van vaardigheden en kennis alleen op school geschiedt. Het internet staat 24 uur per dag in alle talen van de wereld tot onze beschikking, kennisclips op zo'n beetje alle kennisterreinen van wiskunde tot rockgitaar en van natuurkunde tot borduren staan inclusief beoordelingen van "lotgenoten" ter beschikking. Terwijl we op school vaak nog te maken krijgen met die ene methode, die ooit (lang voor het internettijdperk) succesvol was. Hieruit spreekt weinig waardering en erkenning voor wat er buiten de school aan ontwikkeling en leren plaatsvindt. Terwijl bij een rock academie hetgeen buiten de academie plaatsvindt expliciet het uitgangspunt is. En laten we eerlijk zijn, het feit dat talentvolle studenten in de rij staan om naar binnen te mogen, zegt toch al genoeg?

Veel gevaarlijker is het als opleidingen altijd een monopolie positie hebben gehad, terwijl er in de snelle veranderingen die het internet tijdperk met zich meebrengt hele delen van het vak of beroep waartoe wordt opgeleid niet meer vanzelfsprekend zullen zijn. Anders dan bij een rock- of popacademie - waar aankomend studenten heel goed weten wat ze willen en wat ze er voor moeten doen - trekt dit studenten aan die net als hun ouders bv bankmedewerker, accountant, psycholoog of dokter willen worden. Maar wat deze beroepen inhouden tegen de tijd dat ze afstuderen, is minder makkelijk te voorzien dan lange tijd het geval was. Ook hier vindt leren lang niet meer altijd binnen school plaats en komen er steeds meer andere disciplines bij die aan de praktijk gekoppeld worden. Dus nogmaals, wellicht moeten we een voorbeeld nemen aan de rock- en popacademies, die zich niet alleen staande houden in een wereld waar opleidingen en beroepen minder vanzelfsprekend aan elkaar gekoppeld zijn dan voorheen, maar zelfs daarin floreren!

Een ander aspect vormt het techniekonderwijs, dat net als muziek- en kunstonderwijs zeer sterk gekoppeld is aan “uitvoerend” talent in een continu veranderende wereld, waarin technieken komen en gaan, soms in razendsnel tempo. Vooral ook op het niveau van het middelbaar beroepsonderwijs (niveau 2, 3 en 4) dreigen tekorten. Het technisch onderwijs zou net als het kunstonderwijs veel meer focus kunnen hebben op de (door-) ontwikkeling van technisch getalenteerden. Dat staat lang niet altijd gelijk staat aan goed in (exacte) schoolvakken; briljante monteurs deden het soms op school helemaal niet goed, net als sommige muzikale genieën! Meer en meer lijkt het dat deze talenten door onze maatschappelijke visie op onderwijs ("hoe hoger hoe beter") en vooral ook door ambitieuze ouders naar algemeen vervolgonderwijs worden gejaagd. In een dan bv met veel moeite behaald diploma bedrijfskunde, blijft het technisch talent hooguit gespaard voor een hobbyproject. Doodzonde!

In het kort, er valt behalve kritiek te hebben op Rock Academies in het bijzonder en meer in het algemeen het kunstonderwijs, vooral ook heel veel van deze opleidingen te leren. Iedere opleiding die claimt een monopoly op de toegang en kennis tot een bepaald vakgebied (beroepsgroep) te hebben, zal vroeg of laat ontwaken uit deze achterhaalde illusie. De wereld is veranderd. Als duidelijk is dat een opleiding niet de enige weg is naar een vak, maar studenten desondanks voor je in de rij staan, dan doe je goed: Hulde aan de rock academies!

vrijdag 29 juni 2018

Muziek en technologie

Afgelopen weekend ben ik samen met mijn vriend Hero naar Roger Waters (Pink Floyd) geweest. In de trein naar Amersfoort, vanwaar we per auto verder zijn gereden naar Amsterdam, ving ik een gesprek op tussen twee paar ouders die beide een kind hadden die naar de Rock Academy van een conservatorium wilde. De ene zoon, een drummer, was net afgewezen en hoefde ook niet meer terug te komen. Wat nu, drummen was zijn lust en zijn leven? De dochter van het andere stel zong, maar zou na haar Vwo eerst de vooropleiding doen en dat gaf dan weer "geen enkele garantie op toelating"...

Aangekomen in de Ziggodome, banen Hero en ik ons een weg naar de voorste rij van het balkon. Capaciteit 17.000 man, 4 dagen op rij uitverkocht. Roger Waters wordt dit jaar 75. Ik bedenk dat deze mannen nooit een conservatorium nodig hebben gehad.  De oude rockers zijn de inspiratie dat er überhaupt Rock Academies gekomen zijn. En kennelijk inspireren ze nog steeds! In hetzelfde weekend ging het filmpje Carpool Karaoke Paul McCartney (76 jaar) viraal en werd in enkele uren een paar miljoen keer bekeken.

Hoewel het vrije tijd was - ik heb enorm van de avond genoten - had het onverwacht meer met Brain & Technology te maken dan ik had verwacht. Eerst de technology. In de zaal was ter grootte van een paar aaneengeschakelde huiskamers een volledige "machinekamer" ingericht. Vanaf het balkon hadden we mooi zicht op talloze computers en beeldschermen en een legertje technici, net niet in laboratorium jassen. Tegen Hero grapte ik: "hadden ze nu maar wel al een Rock Academy gehad en gevolgd, dan konden ze het gewoon met een soundengineer achter een mengtafel af". Hero, die veel beter op de hoogte is met Pink Floyd en hun shows, verzekerde dat het spectaculair zou worden met kwadrafonische geluidseffecten, rondvliegende drones, lazershows en nog veel meer. Hij had niets te veel gezegd! Ik heb mijn ogen uitgekeken. Tegelijkertijd heb ik diep respect voor de (oude) mannen: dit is Healthy Ageing! 

Dan nu de Brain component. Tot aan the Wall was het gezellig: goed op elkaar ingespeelde popmusici brachten hun klassiekers met een zekere nonchalance, terwijl de licht- en geluid-show eromheen tot op de milliseconde was geprogrammeerd. Een ontroerend contrast tussen techniek en het af en toe zeker niet perfect "strak" musiceren op het podium, dat de human factor juist accentueerde. Vanaf "the Wall" werd dit ook de expliciete boodschap; de lading werd politiek: weersta de technocratie. "Resist" kwam met bloedletters op de schermen vergezeld met beelden van oorlog en strijd. Explosies waren rondom hoorbaar, we zaten midden in een slagveld, waarin beesten (pigs) "onze" menselijkheid probeerden te vernietigen. 

Na de pauze werd onder meer Trump vergeleken met het varken dat in Animal Farm (Orwell) de macht had overgenomen. Een groot varken zweefde door de zaal. Humaniteit moest de beestachtigheid overwinnen, met op de schermen: "fuck the pigs". AI is gevaarlijk, maakt doden op afstand mogelijk, en een paar kwade genussen zijn de oorzaak. 

Maar dieren maken geen oorlog en techniek. Gaat het devies "be human" niet juist precies de verkeerde kant op? Zoveel naïviteit had ik niet verwacht van een groep ervaren mannen die rockgoden geworden zijn juist doordat ze op het juiste moment op de juiste plaats waren. Zowel Trump als Waters en andere (pop)sterren danken hun faam aan de uitversterking die door techniek en massamedia mogelijk werd. Gelukkig eindigde de show met een prachtig liefdesliedje (Wait For Her).

In de trein terug zag ik alles nog eens terug in mijn hoofd. Ik dacht aan de ouders van het afgewezen kind en aan technologie en AI. Op de twee backing vocalisten na, zou waarschijnlijk noch Waters, noch zijn band worden toegelaten op een conservatorium. Asimov beschrijft in een van zijn boeken dat Shakespeare met een tijdmachine uit 1600 wordt opgehaald en gebracht naar een literatuurcollege over Shakespeare in de twintigste eeuw. Uitgerekend hij krijgt een vraag over wat met een bepaalde frase in een gedicht bedoeld wordt. De under cover Shakespeare antwoordt, waarop de professor hem geïrriteerd gebaart te zwijgen en hem afdoet als een dom boertje die niets van Shakespeare begrijpt. Juist in hun imperfecte skills tekenen Waters en zijn band heel humaan af tegenover de gemachineerde show. Door techniek is alles nu zo versneld, dat we geen tijdmachine meer nodig hebben: we zien het in één leven. 


Rest toch nog de vraag: zijn het de rockhelden van weleer die hun instrumentele vaardigheden niet hebben doorontwikkeld, of zijn de Rock Academies als paarden achter de wagen? Tegen de onbekende zoon en alle andere afgewezen en nog niet erkende talenten zeg ik: "laat de droom niet eindigen; Rock academie of niet, volg Waters: we don't need no education”. Just go for it, ik heb er van genoten!

vrijdag 22 juni 2018

Meer is nooit genoeg!

Afgelopen weekend heb ik de douchethermostaat kraan met douche vervangen. De keramische elementen waren stuk gegaan, waardoor de kraan was gaan lekken, en weken in een azijnbadje hielp niet meer. Vaak zetten dit soort klusjes mij aan het denken. De set die ik verving was "duurzaam", dat wil zeggen, veel zwaarder metaal en 3 keer zo duur als een goedkope set. Maar de keramische schijven gaan ook stuk, en vervanging van alleen het binnenwerk van de kraan is 2 keer zo duur als een nieuwe (minder) duurzame set. Als ik alle duurzame "gesloopte" elementen van topkwaliteit bij het afval zet, besef ik me dat duurzaam in dit geval alleen maar nog meer verspilling betekent.

Bij ons in huis staat de discussie over het verkleinen van onze ecologische voetafdruk dagelijks op het menu. Dit weekend, bijvoorbeeld, is mijn vrouw voor het hele gezin overgegaan op zeep en shampoo die niet in plastic flessen zit. Mijn jongste zoon is bezig met zijn profielwerkstuk over de milieuschade die de grootschalige vleesconsumptie met zich mee brengt. Zo blijkt bewuster vleeseten zoals onder meer werd gepromoot door de meat-free days actie (van ex-Beatle Paul McCartney) te werken: er wordt zo'n 20% minder vlees gegeten per hoofd van de bevolking dan 10 jaar geleden. Alleen worden er 10 % meer dieren voor de vleesconsumptie geslacht. Mensen willen als ze minder eten wel allemaal dat lekkere stukje, wat helaas per dier beperkt beschikbaar is. Mijn zoon is vegetariër geworden.

Vorige week donderdag had Saxion een grote tent afgehuurd op "het grootste kennisfestival van Nederland". Acht Saxion lectoren hielden samen met hun studenten een toespraak over smart Technology. Tussen de lezingen door liep ik het festivalterrein af. Wat een overdaad! In ieder hoekje en gaatje stond iemand te spreken, of zat iemand met een gitaar. Op de grote podia stonden de futurologen voor tussen de 5000 en 8000 euro hun gebakken lucht op te dienen. En weer trapte ik er in, en liep naar binnen in zo'n tent met een "hoofdact". En weer een volkomen inconsistent verhaal, waar het publiek zichtbaar van gediend was. De boodschap: "We moeten echt veranderen, want of we willen of niet, door de artificiële intelligentie zal de wereld meer veranderen dan ooit te voren, hoorde ik een publiekslieveling prediken". En hij kan het weten, want hij schrijft er elk jaar een bestseller over!

Eén refrein klinkt door in het kennisfestival: Meer is beter dan genoeg. Mijn collega's die echt onderzoek hebben gedaan en daar in de Saxion tent met hart en ziel over vertelden, kregen natuurlijk niet de aandacht die de "bekend van televisie" persoonlijkheden met hun "windowdressing" kregen. Mensen hadden per kaartje 200 euro betaald. Dan moet je toch de grootste schreeuwer wel even bewonderen, zodat je op een volgende verjaarspartij kan zeggen dat je naar hem toe bent geweest (vergeef me het seksisme, maar het zijn alleen mannen die zo schreeuwen).

Biologisch gezien is de mens een door schaarste aangedreven soort en eet hij zoveel mogelijk omdat het onzeker is, bv over wanneer er weer voedsel zal zijn. Cultureel gezien is deze schaarste-gedreven basis uitgebreid tot andere producten dan voedsel: we zijn verzamelaars. Rationeel weten we dat we minder moeten gebruiken om een duurzame toekomst te bereiken. Maar als we duurzamere artikelen kopen en die ook bij de volgende modegolf vervangen, volgt duurzaam slechts hetzelfde refrein: meer is beter dan genoeg. En dan versnelt dit alleen onze ondergang, zoals in de titel van het Heere Heeresma boek Hip, hip, hip voor de antikrist. Dat geldt ook voor onder meer de genoemde toename in de vleesproductie en voor de duurzame douchekraan. 

In een heel klein hoekje van het festival, heel stil, stond een Tiny Houses-stand. Ik stond daar een tijdje. Het verdiende zeker veel meer aandacht. Ik stelde voor dat de mensen van Tiny Houses de volgende keer een nieuwe tijdgoeroe zouden uitnodigen, bekend van televisie en elk jaar een boek. Ze antwoordden dat ze dàt niet konden betalen! Tot slot wil ik nog even terugkomen op de enige vrouw die momenteel ook volle zalen trekt, en dan niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld: Kate Raworth. Econoom en Oxford professor, gespecialiseerd in nieuwe businessmodellen die onze toekomst echt moeten verduurzamen. Al mijn hoop is op haar gevestigd!

vrijdag 15 juni 2018

Beta talent forward (2)

Alle kandidaten van het bèta talent forward project beschikken over opmerkelijke (intellectuele) kwaliteiten. Maar in onze tijd is het steeds gebruikelijker dat in processen het intellect van de groep (stam of "tribe") wordt benut, en daar kan uiteindelijk praktisch geen enkel individu tegen op. Denk maar eens aan Wikipedia; iedereen kan een artikel schrijven of aanpassen, zonder top-down toezicht. Als iets niet (meer) klopt, zal de tribe het corrigeren. Zonder centrale redactie en zonder hoofdredacteur heeft Wikipedia alle traditionele encyclopedieën qua kwaliteit en compleetheid ver achter zich gelaten. Een ander voorbeeld van de kracht van de groep, vormt de organisatie van ziekenhuiszorg. Je krijgt niet meer te maken met het uitzonderlijke talent van één dokter of zuster Nightingale, maar met een team van perfect samenwerkende zorgverleners. ICT speelt hierin een essentiële rol. Laatst was ik bijvoorbeeld met mijn schoonouders in het ziekenhuis, en na enkele uren hadden we 16 zorgverleners gesproken en was het acute gevaar systematisch gedetecteerd, aangepakt en verdwenen. Zorgverleners hoeven elkaar niet eens bij naam te kennen! Nogmaals, het intellect van het team.

Terug naar onze deelnemers. De moeilijkheid om aan de slag te komen, ligt er mede in dat ze perfect tot grootse intellectuele prestaties in staat zijn, maar dat ze vaak onbewust en ongewild zichzelf tegenover het intellect van de groep plaatsen. En dan kom je in een positie, of "strijd" die je steeds minder makkelijk kunt winnen. Vorige week heb ik hier in mijn blog bij stilgestaan. De vraag is nu, hoe onze autistiforme beta talent kandidaten hun krachten kunnen gebruiken als onderdeel van de "tribe", zodat ze de intelligentie van het team versterken.

Twee invalshoeken. De eerste komt uit de wetenschappelijke literatuur. De Amerikaans professor Amy Edmondson heeft onderzoek gedaan naar de condities waaraan een team moet voldoen als mensen die elkaar niet kennen direct succesvol moeten samenwerken. Te denken valt dan aan een reddingsteam. Het gaat dan om hele andere processen dan bij een perfect op elkaar ingespeeld team, dat als één machine handelt, zoals een band, orkest of voetbalteam. Nieuwe en unieke situaties vragen om unieke en vaak individuele talenten, juist zoals onze kandidaten die bezitten. De oplossing is niet op voorhand aanwezig. Autistiforme mensen kunnen bij innovatie een essentiële rol spelen (en doen dat ook vaak, zoals we weten), maar hebben zoals gesteld soms moeite met het opgaan in het team.

Volgens Edmondson komt dit omdat ieder mens geleerd heeft vanuit kennis en weten op te treden. Voor specialisten en toptalenten geldt dit nog sterker, je wordt gewaardeerd vanwege je talent. Hoe onzeker je sociale onbegrip, of "andersheid"  je ook maakt, je hebt in ieder geval je kennis. Soms beschermen we dat met het overschreeuwen van onze onzekerheid. Ieder mens is neurologisch gevormd om vanuit "kennis" (zekerheid) te handelen. Maar waar we weten, staan we niet of verminderd open om te leren. In een team is de openheid en veiligheid noodzakelijke om ook iets (nog) niet te mogen weten. Juist voor autistiforme mensen, die vaak minder op teamwork gericht zijn en dan ook minder ervaring met teams hebben, is dit extra moeilijk, ook omdat ze toch al vaak als anders worden gezien. Edmondson komt zo tot haar 3 voorwaarden om in een team te kunnen floreren: nederigheid (durven uit te gaan van je (nog) niet weten), nieuwsgierigheid  en  psychologische veiligheid. Nederigheid is hierbij niet hetzelfde als verlegenheid en zelfs niet als bescheidenheid; deze eigenschappen zijn bij onze kandidaten goed vertegenwoordigt.

De tweede invalshoek komt van mijn collega Frederieke Hermsen (antropologe) en heeft betrekking op de oxytocine niveaus: uit onderzoek komt naar voren dat mensen veel makkelijker in teams kunnen werken als het oxytocine niveau hoog genoeg is. Paul J. Zak liet zien dat oxytocine met name het vertrouwen tussen teamgenoten verhoogt. Bij onder meer knuffelen en aanraken komt oxytocine vrij, en juist deze zaken zijn bij autistiforme mensen soms minder vanzelfsprekend. Misschien, zo suggereert Frederieke met een knipoog, moeten we de kandidaten regelmatig massages aanbieden onder het mom van RSI preventie. Ook zou aan de verbinding met kunst en toneel gedacht kunnen worden. Hoe dan ook, in het project gaan we vanaf nu proberen om veel meer gericht de koppeling te maken tussen de intelligentie van de groep en de (unieke) intelligentie van de kandidaten. Laat ik zelf het goede voorbeeld geven: wie suggesties heeft hoe we dit kunnen aanpakken, mag het zeggen!

vrijdag 8 juni 2018

Beta talent forward (1)

Na ruim een jaar ons project Bèta talent forward te overzien, valt me één eigenschap van de kandidaten sterker op dan alle andere zaken: een gebrek aan vertrouwen in het werken in teams. Het project is ingericht voor mensen binnen het autistisch spectrum met uitstekende (cognitieve) competenties, die desondanks geen baan kunnen vinden of behouden. Aanvankelijk was ik geneigd het probleem meer een probleem van de huidige samenleving te vinden en de daarbij behorende reguleringen met betrekking tot de inrichting van het werk. En dus niet een probleem van de kandidaten, hoewel het vaak originele denkers zijn die niet altijd direct bereid zijn om hun eigen denksporen te verlaten om mee te gaan in die van anderen. Tegelijkertijd is het benutten van de kracht van de groep, het collectief, in onze tijd veel sterker de norm geworden dan toen ik jong was. Samenwerken, in groepjes oplossingen zoeken, is nu al van jongsafaan onderdeel van het onderwijsprogramma. Onze kandidaten zijn vaak specialisten in zelfstandig denken en werken. Omdat dit tegenwoordig zo weinig gevraagd wordt - werken gebeurt vooral in "teams" - neigen ze stil te staan. Of te hollen, als er toch iets individueel uitdagends wordt gevraagd. Bij het ondervraagd worden doen ze niets en "lekt" de motivatie weg, en bij uitdaging weten ze van geen ophouden. Zelf hebben de meesten ondertussen uitstekend geleerd om hun "autisme" de schuld te geven van hun slechte planvaardigheden. Maar is dat wel terecht?

Hier ben ik geneigd tot een tamelijk laf antwoord: ja en nee. Eerst de nee. Indien vakmanschap op het gebied van denken (filosofie, logica, wiskunde), ontwerpen (STEM: science, technology, engineering and mathematics) en de kunsten meer zoals vroeger als individueel ontwikkelbare complexe vaardigheden zouden worden gezien, en er in overeenstemming met deze visie individuele prestaties gevraagd en gewaardeerd werden die later hiërarchisch in elkaar geschoven zouden worden, zouden de slechte planvaardigheden en bijeffecten (wisselende en regelmatig tekortschietende zelfzorg en regulatie) grotendeels als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Maar eerlijk is eerlijk, de wil/mogelijkheid om met elkaar binnen het team te delen, is soms bij de autistiforme kandidaten echt te klein. Natuurlijk zijn er altijd zonderlinge genieën die vanaf een zolderkamer volkomen "out of the blue" wereldschokkende innovaties bedenken. Maar meer dan ooit tevoren leven we nu in een netwerksamenleving. Als de kandidaten echt zouden leren hun bereidheid om samen een team te vormen te verhogen, zouden ze naar mijn verwachting enorm in succes met betrekking tot arbeids(re) integratie winnen. En als ik vanuit dit gezichtspunt naar mezelf kijk, moet ik mijn eigen neiging erkennen om alleen te werken: het schrijven van blogs, muziekalbums opnemen vaak grotendeels in mijn eentje. Terwijl ik echt het plezier zie van samenwerking, bijvoorbeeld in het beta-talent project, een van de mooiste projecten waar ik tot nu toe aan heb gewerkt. Hoe is het mogelijk dat dit zo moeilijk is voor onze kandidaten? Is er een verminderde behoefte om te delen in een team door een (te) hoge behoefte om gewaardeerd te worden?

Het is een vicieuze cirkel. Je wordt gewaardeerd vanwege je "talent", bijvoorbeeld je vermogen om problemen te formaliseren. Je hebt veel tijd en energie geïnvesteerd om op je huidige niveau te komen, en bij  deze typische "autistiforme" specialismen was dit veel tijd in isolatie, los van de wereld. In teams moet je jezelf loslaten en hopen dat het team je terugvindt. Maar veel spelers hier hebben juist geleerd om hiërarchisch goed voor zichzelf te zorgen. En jij bent onzeker, dit spel overzie je nog lang niet. Je ziet "macho" teamleden met "jouw" veren pronken en zit onzeker zwijgend in een hoekje. Totdat je schreeuwt dat de ander met jouw veren pronkt. En dat is, wederom wat laf geformuleerd, evenzeer waar, als niet waar. Maar voor het team heb je met je "meltdown" bewezen "gewoon" een nerd te zijn. En voor jezelf om het team te wantrouwen. Hoe moeten we dit doorbreken?

(Wordt vervolgd)

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...