vrijdag 25 januari 2019

China

De afgelopen week was ik samen met collega's van een paar (andere) Nederlandse universiteiten in China. De dag dat we vertrokken trok de fractievoorzitter van de regeerpartij in Nederland, Klaas Dijkhof, de aandacht door de partijleiders van partijen die het behoud van de planeet en de daaraan gekoppelde milieuafspraken wel serieus nemen, "drammers" te noemen. De "gewone man" moet volgens deze voormalig minister van defensie nu vooral niet de dupe worden van de kosten die met het behoud gemoeid zijn. De gewone man moet lekker door kunnen gaan met zijn leven, inclusief de vervuiling ...

Laat ik het maar opbiechten. Op zo'n moment roept een stem in mij dat de democratie dood is. Schuldbewust stap ik in het vliegtuig naar Beijing, om over het ontwikkelen van een kunstmatig brein te praten. De avond voor ons vertrek ging ik in Groningen met mijn vrouw naar de theatershow "Save the earth", ter nagedachtenis aan de astronaut Wubbo Ockels. Met betrekking tot het milieu is het, zo hoorden we tijdens de show, 5 voor 12. In China aangekomen valt direct op dat praktisch niemand zich op straat begeeft zonder mondkapje. Overal ruik je de vervuiling, de atmosfeer is gevuld met uitlaatgassen en stoffen. In China is het 5 over 12. Overal is smog, en auto's die langer dan een dag geleden gewassen zijn zitten onder een laag regelmatig verdeelde stof. Ongewild moet ik denken aán de Disney-film Wall-e.

Op alle adressen die we bezoeken worden we met alle egards ontvangen. Zo ook  door de Chinese collega's van één van de topuniversiteiten van het land. Enorm fijne en ook verrassend open mensen. Tijdens het eten komt ook het milieubeleid aan bod. Juist omdat het hier zo ver is gekomen, wordt er alles op gezet om milieubeheersing alsnog op te pakken. Milieuneutraal beleid is onvoldoende, er wordt gestreefd naar een negatief CO2 beleid. Ik vertel over Dijkhoff. Ze kijken me serieus aan en zeggen dat het zwabberende beleid kenmerkend is voor "het Westen". Tegen de tijd dat de eerste stappen zijn gezet, wordt alles weer overhoop getrokken omdat een nieuwe regering aantreedt. Alles dat in een beginfase van opbouw is, loopt het grote risico weer volledig ongedaan gemaakt te worden, zo krijgen we te horen.

Denkend aan Holland, zie ik niet meer zoals de Nederlandse dichter Hendrik Marsman brede rivieren, maar hoor ik populisten die minderwaardigheidsgevoelens overschreeuwen met een ongepaste superioriteitswaan. Je zou ze soms hun communicatiekanalen willen ontnemen, want ze maken meer kapot dan dat hun recht op meningsuiting waard lijkt te zijn. Het is een moeilijke kwestie, want ik ben erg voor dit recht, en vind dat hooguit bij terrorisme dit recht tijdelijk ondergeschikt gemaakt mag worden aan het algemene belang. Maar dan opnieuw, is niet het behoud van de planeet ons allergrootste belang? Mag een politicus die serieus genomen wordt zich zo opstellen als Dijkhoff deed? Zo ver van huis droom ik weg, ik denk nog steeds aan Holland, maar nu vanuit mijn nieuwe Chinese perspectief. Mijn gastheren doorbreken mijn gedachtestroom. Ze hebben het gelukkig nog over "ons" zwenkend politiek systeem. Alleen multinationals kunnen zich grotendeels aan dit zwenkende beleid onttrekken, en dat is schijnbaar jullie grootste houvast, zo krijgen we te horen.

Op mijn hotelkamer in de nacht voor de terugreis overdenk ik de week. Het voelt alsof ik nieuwe vrienden heb, mijn reisgenoten en de Chinese mensen waar we zo intensief mee zijn opgetrokken. Op de universiteit zagen we jonge mensen, studenten en promovendi, met een uitermate goed verstand en een grote mate van openheid en eigenheid. We zagen in een gamefabriek hele afdelingen met mensen die hier ongetwijfeld bijna allemaal een diagnose ASS zouden hebben gehad. Ik merk dit op naar de baas. Hij lacht en zegt dat dat inderdaad bij ons zo gaat, maar dat mensen met zulke grote talenten per definitie bijzonder zijn en dat juist dat maakt dat hij ze inhuurt. Natuurlijk zie ik ook schaduwkanten. Zaken als mensenrechten onttrokken zich tijdens mijn reis volledig aan mijn zicht en daar kan ik dan ook niets over zeggen. Thuiswerken bestaat niet, de dagen op kantoor zijn erg lang. Tijdens onze rondleiding liggen sommige "nerds" (waaronder afgestudeerde programmeurs, muzikanten, grafisch ontwerpers en wiskundigen) te slapen, met hun hoofd op het toetsenbord. De baas kijkt er niet van op.

Een merkwaardig gevoel bekruipt me. Altijd heb ik gedacht dat de Chinezen onze democratie en cultuur niet begrijpen en dat China mede daardoor een derde wereld land is geworden, want natuurlijk weet ik dat ze tot in de Verlichting ons altijd de baas waren. Nu begin ik te begrijpen dat ze dat ondertussen al lang weer opnieuw zijn. Wij allemaal, inclusief onze "machthebbers" - de politici, journalisten en (andere) populisten inclusief de gele hesjes organisatoren - moeten ons in een hoekje gaan zitten schamen. Als het bij ons eerder 12 uur geworden was, was de planeet beslist verloren. Gelukkig is China heel groot en wat er in gang wordt gezet wordt met veel geduld en verstand doorgezet. Misschien is het nog niet te laat!

vrijdag 18 januari 2019

Inspireren

Het is van alle tijden dat machthebbers niet graag rechtstreeks zelf de confrontatie aan gaan met andere machthebbers, omdat macht, net als vrijheid, altijd zo ver strekt als het kan gaan zonder door andere machten of vrijheden te worden ingeperkt. In het verleden had men onder meer vloten, legers en strategieën om de grenzen op te zoeken, tegenwoordig hebben we daar onder meer ICT voor. Hoe zit dat?

Vrijheid en macht zijn primaire resultanten van menselijke (en dierlijke) interactie, een soort "bijproduct" van cognitieve interactionele inspanning. Echter, juist omdat mensen in vergelijking met andere primaten (en mensapen) in opvallend grote verbanden kunnen "opereren" (samenwerken, maar ook strijden), zijn macht en vrijheid in zowel de menselijke omgangsvormen als ook in de individuele idealen een zelfstandige rol gaan spelen. Dat heeft ons heel veel gebracht: innovaties en goede ideeën krijgen "vanzelf" een steeds verder reikend podium en er is veel tolerantie en de neiging de confrontatie zo lang mogelijk uit de weg te gaan. Echter, als dat niet meer lukt is de strijd ook door alle innovaties potentieel vernietigend. Een opmerking in een historische roman spreekt in dit verband boekdelen: Een 17de eeuwse onderdaan stuurt een brief aan een koning, waarin hij zegt dat er heel wat minder oorlog zou zijn als de heersers het lef zouden hebben elkaar aan te spreken. Om niet alleen naar elkaar te pronken met het houden van luxe feesten, muziek, kunst en dure huizen, maar ook ter zaken te durven komen als de onderlinge belangen met elkaar botsen. De zeventiende eeuwse aristocraten die macht hadden zijn tegenwoordig getransformeerd tot de directies van multinationals. De feesten en muziek en controlerende macht wordt onder meer uitgeoefend door ICT systemen, die moeten registreren wat iedereen waar, wanneer en hoe lang doet. In dit geval "vervangt" het systeem de niet expliciet gemaakte sturing van de manager (teamleider, directeur etc) naar de "onderdanen" (medewerkers, uitvoerders), juist zoals de zeventiende eeuwse legers waren gericht op behoud van de machtsverdelingen en eventueel uitbreiding ("verbetering en groei").

In de loop van de tijd zijn er veel "hulpmiddelen" bedacht om de macht van de heersers (en/of de onmacht van de onderdanen) zichtbaar te maken, in de hoop dat het onderwerpen aan die macht door onderdanen zou volgen. Bijvoorbeeld imponerende kleding, schoudervulling, uniformen (ook om onderdanen figuurlijk een kopje kleiner te maken door individuele keuzevrijheid zichtbaar af te nemen), hoge stoelen, grote kantoorkamers, kantoortuinen etc. Elke multinational kan gezien worden als een staat binnen een veelheid aan staten, en daarmee zijn de oude geografische landsgrenzen (macht- en vrijheidsgrenzen) gedeeltelijk vervaagd of virtueel geworden. Het nieuwe werken (combinatie van thuiswerken en op het bedrijf, waardoor vrijheden om bijvoorbeeld participatietaken te kunnen oppakken kunnen worden gecombineerd met werken voor een organisatie), kan gezien worden als een soortgelijke vervaging van de grenzen tussen arbeid en privé. Maar mensen zijn daarbij zeker geen eigen baas. Het werk heeft ze nu ook thuis gedeeltelijk in haar macht, ten minste, als het "goed" is.

Ook hele oude mensen, die zelf al lang niet meer werken, kunnen zich iets voorstellen bij het nieuwe werken, als ze vroeger hebben gestudeerd. Want in een studie was er ook geen ontsnappen mogelijk; waar je ook was (op de universiteit, bij de studievereniging of thuis), overal moest aan de doelen worden gedacht en gewerkt. 24/7. Precies hierom is groot leiderschap ook nu een zegen. Een leider die duidelijk is in wat er van je verwacht wordt, zich niet achter ICT programma's "die nu eenmaal wel ingevuld moeten worden" verschuilt. Een leider zonder gebrek aan lef om mensen echt aan te spreken, spreekt aan. Letterlijk en figuurlijk. Aanspreken is vooral ook waarderen, op waarde kunnen schatten van de activiteiten van de medewerkers in het licht van de doelen, of beter, de bedoeling. Inspireren. De directeur van mijn academie is zo'n leider, en daar ben ik ontzettend blij mee!

vrijdag 11 januari 2019

Bewogen

Ongeveer een jaar geleden schreef ik een blog over emoties, die ik afsloot met de belofte hier snel een vervolg aan te geven. In onze levens spelen emoties een enorm belangrijke rol, ze zijn als het ware de brandstof voor onze motivatie om dingen te doen of juist te laten. Echter, net als in mijn blog is de belangstelling voor emoties in de psychologische literatuur bij lange na niet in lijn met hun belang voor ons alledaags leven. Op basis van een biologisch verankerd alfabet van zes basisemoties - angst, blijheid, afschuw, boosheid, verrassing en verdriet - bouwen we door culturele en cognitieve processen een heel palet van hogere orde (samengestelde) emoties. Nostalgie, melancholie, gezelligheid, onbestemdheid, je geïnspireerd voelen, of geïsoleerd, enzovoort. In tegenstelling tot de basisemoties zijn samengestelde emoties zowel cultureel als historisch van aard. Omdat samengestelde (complexe) emoties niet zijn aangeboren, worden ze door onder meer Aristoteles en velen na hem gezien als richtinggevend aan onze levens. Via deze samengestelde emoties kunnen we worden wie we willen zijn, ze vormen de brandstof in de richting van de door ons gewenste deugden. Moedig, bijvoorbeeld, is bijna niemand bij geboorte, maar kan je zeker worden door de wens het te zijn en veel oefening (vallen en opstaan). Samengestelde emoties zijn volgens het Aristoteles- denken niet aangeboren en juist daarom zo interessant om te bestuderen.

De verhouding tussen basis en samengestelde emoties kan worden vergeleken met verhalen: een aantal basiscategorieën zijn universeel, maar de thema's en inhouden van verhalen evolueren mee met de geschiedenis waarin de vertellers gesitueerd zijn. Grote vertellers en schrijvers vernieuwen, vertellen en hertellen. Kortom, complexe emoties, verhalen en taal vormen een historisch gesitueerde drie-eenheid. Door de verhalen die cultureel op een gegeven moment voorhanden zijn, ontstaan er nieuwe complexe emoties, die vaak worden uitgedrukt in verhalen en nieuwe emotie-woorden. In iedere tijd worden er andere accenten gelegd, ook met betrekking tot wat wordt gezien als belangrijke deugden, die de moeite van het nastreven waard zijn, of zelfs waarover iedereen zou moeten beschikken.

De afgelopen vakantieweken las ik de prachtige roman Goldberg van Bert Nasser, die ik kreeg van een student bij zijn afstuderen. De roman behandelt onder meer de virtuoze pianist Goldberg, die de door Bach geschreven en later naar hem genoemde Goldberg variaties elke dag speelde voor een Russische ambassadeur in wat nu Duitsland is. Geïnteresseerd door het boek in de zeventiende eeuw, ging ik op zoek toen ik stuitte op een vondst van geschiedkundige Tiffany Watt Smith dat Er in de 17de eeuw een soort handleidingen werden geschreven voor mensen om verdriet te leren voelen, ongeveer zoals nu er zelfhulp boeken zijn om je blij en positief te leren voelen. De verdriet-cursussen zouden mensen volgens de 17de -eeuwse schrijvers weerbaarder maken tegen tegenslagen.

Daarmee ben ik in één klap terug in de realiteit. Mijn middelste dochter - 17 jaar oud - maakt schitterende muziek als Singer-songwriter, maar mijn vrouw en ik vinden de liedjes vaak verdrietig. Tijdens het avondeten leg ik de vondst van Tiffany Watt Smith voor aan mijn kinderen, waarop mijn dochter zegt dat inderdaad in onze tijd Facebook vooral opgewekte posities laat zien: “Het verdriet mag niet bestaan, of heeft daar geen plaats in, en hedendaagse pop is of nadrukkelijk aandachttrekkende zielenpoterij of geknipte en geplakte  rapmuziek, letterlijk en figuurlijk gemaakt en schijnopgewekt, maar alleen al in mijn klas zitten meerdere leerlingen die depressief zijn”. Desgevraagd zou het best kunnen dat zij zichzelf onbewust weerbaar maakt met haar ballads, zo beaamt ze. Dus toch ook hier, nieuwe verhalen en cultuur, die onze complexe emoties creëren , die vervolgens onze idealen en deugden (weerbaar worden, via muziek mensen kunnen ontroeren, of wat dan ook) vorm geven en daarmee onszelf vormen. Mijn studenten vertel ik altijd dat het mij heeft geholpen om zaken zo veel mogelijk positief tegemoet te treden en vakken niet saai te vinden, maar de leuke en opwindende aspecten er van te zoeken. In het begin merk je het verschil niet, maar op den duur kan het een sneeuwbal worden. Het heeft mij zeker veel gebracht. Zo geniet ik "toevallig" net nu met andere oren van de Goldberg-variaties!

vrijdag 21 december 2018

Kerstgedachten: op een muzikale toekomst!

Geachte lezers, dit is alweer mijn laatste blog van dit jaar. Graag wil ik iedereen die mijn blogs heeft gelezen en/of heeft bijgedragen aan de discussies die hier uit voortkwamen, hartelijk bedanken. Zo op de laatste werkdag gaan mijn gedachten van hot naar her. Ik denk over mijn eigen kinderen, en over mijn studenten, die de wereld zoveel te bieden hebben. Maar de wereld is niet vanzelf ontvankelijk; technologie verbindt en sluit buiten en is hiermee vaak zowel een zegen, als een vloek.

Als je kijkt naar de gevolgen van technologie op ons brein en andersom, dan valt er zoveel te zien. Gisteravond was ik bij de kerstviering van onze dochter Dorinthe, in de kerk. Het was heel sfeervol en de kinderen zongen uit volle borst en speelden uit volle overtuiging mee met ... de mechanische (van te voren opgenomen) muziek. Prachtig en ik ben de school dankbaar voor de zorg voor onze dochter. Wel zou op mijn (politieke) verlanglijstje bovenaan staan, net na het zorgen voor het behoud van de planeet, veel meer aandacht voor muziekonderwijs op de basisscholen. Muziekonderwijs is iets anders dan meezingen met een mp3!

Vorige week besprak ik het economische principe dat de econoom Thomas Piketty beschrijft dat grote vermogens uit het verleden sneller renderen dan vermogen uit arbeid. Hierdoor kunnen vermogenden heel veel zeggenschap krijgen, bijvoorbeeld in vermogende families of bedrijven. Ik stelde vast dat ook in veel andere domeinen van menselijke bezigheden de gevestigde orde het moeilijk maakt voor nieuwkomers, bijvoorbeeld in de popmuziek, waarbij ons telkens dezelfde liedjes worden voorgeschoteld, bijvoorbeeld in de top 2000. Gerrit Klaassen schreef in reactie een mooie blog, waarin hij tal van andere voorbeelden ter illustratie aandroeg, waarin nu juist wel in het verleden behaalde resultaten gelden als een voorspeller van succes in het hier en nu. Of dit goed of slecht is, is aan een ieder om te bepalen. Waarschijnlijk geeft het aan sommige ontwikkelingen duurzaamheid, en dat zal vaak goed zijn, en aan de andere kant zet het hele volksstammen en jongeren vaak op voorhand aan de kant, waardoor zowel jongeren als innovatie niet altijd de beste kansen hebben. Slechts als ze via "disruptie" weten door te breken, krijgen ze kansen, maar ik geloof dat disruptieve ideeën minder vaak doorbreken dan futurologen ons willen doen geloven.

Echter, er is één gebied, waar arbeid in het hier en nu juist wel kan lonen, en waarin jongeren dan ook kansen hebben zonder disruptieve noviteiten te hoeven mee te brengen: de politiek! Men verwijt politieke partijen vaak dat ze geen duurzaam beleid tonen en vooral reactief en op geleide van incidenten regeren. Maar juist hierdoor kunnen relatief jonge mensen in de voorhoede van de partijen komen, zoals we de laatste 15 jaar veelvuldig zagen. Nogmaals, ik doe geen uitspraak of dit goed is of niet. Maar ik geloof dat een talentvol kind eerder gehoord wordt binnen een publiek bestuur dan op Skyradio!

PS Een verzoek aan de talentvolle jongeren die hun kansen grijpen in het openbaar bestuur en de politiek. Loop alsjeblieft een keer een muziekschool of conservatorium binnen... De allerbeste wensen en een gelukkig nieuwjaar!

vrijdag 14 december 2018

Piketty en de Top 2000: hoe het verleden smakelijk eet!

In deze tijd van de top 2000 lijsten, waarin we elk jaar weer dezelfde liedjes horen, las ik het boek Het kapitaal in de 21e eeuw van Thomas Piketty. Hoewel economie als vakgebied ver van mijn bed ligt, moet ik toegeven dat ik het een fascinerend boek vind. Vooral fascinerend vind ik de empirisch onderbouwde observatie dat in economische systemen vanaf een zeker moment of bedrag het rendement op vermogen sneller groeit dan het vermogen uit eigen arbeid, met als gevolg, aldus Piketty, dat het verleden het heden opeet. Alleen als je zeer grote vermogens zeer zwaar belast, kan je zorgen dat vermogen slinkt, en dus dat er niet generaties nageslacht van vermogenden komen die zonder enige arbeid wel alle macht in handen krijgen die nu eenmaal onlosmakelijk is gekoppeld aan het bezit van een groot vermogen. Maar wat heeft dit nu met de top 2000 te maken?

Alles! In een gunstige tijd, waarin er veel oog en oor was voor popmuziek, konden artiesten en platenlabels relatief gemakkelijk hits scoren. Deze liedjes vielen als het ware in een rijke voedingsbodem, en vormden de componenten van een bloeiende volkscultuur, die economisch uitstekend door de platenmaatschappijen tot rendement werden gebracht. Niet perse omdat de liedjes, of artiesten allemaal zo geweldig waren, maar het was gewoon de juiste tijd. Als een artiest zich op de juiste plaats bevond, dan ging de rest als het ware vanzelf.

Ondertussen is het al lang niet meer popmuziek waar jonge mensen een centrale focus op hebben, maar ligt dat veel meer verspreid. Popcultuur vandaag de dag gaat van games, naar populaire films, memes en mode. En vooral ook naar heel veel gadgets vooral in de vorm van smartphones en sociale media-apps. Maar het vooral in de jaren 60, 70, en 80 opgebouwde "vermogen" in de vorm van grote hits van dito artiesten, zal nog steeds niemand ontgaan. Hele radiozenders draaien niet anders, en als "soundtrack" van generaties blijven de hits en artiesten zowel in ons geheugen, als ook dat ze hun eigen populariteit in stand houden.

In een krantje van de schouwburg lees ik dat Joris Teepe, de fantastische bassist en hoofddocent jazzbas aan het Groninger conservatorium, zegt dat een jazzbassist geen echte jazzbassist is als hij niet in New York is geweest. Ook wij houden studenten psychologie nog steeds voor dat je geen psycholoog kan worden, als je niet grondig al die al lang verlaten theorieën en modellen hebt bestudeert (bijvoorbeeld het behaviorisme, of het computationalisme). Twee voorbeelden waarin "vermogen" uit het verleden zo irrationeel hoog wordt verheven, dat het de vrijheid van denken en creativiteit in het hier en nu in de weg staat. Ook hier rendeert in het verleden opgebouwd vermogen meer dan hedendaagse arbeid, zelfs al is dat vermogen "fout" of evident subjectief. Dit kan slechts door revolutie doorbroken worden, want het "systeem" houdt zichzelf in stand, net als in Piketty's economische systeem. Het schijnbaar "liberale" systeem kent zo weinig sociale ambitie, dat er voortdurend mensen uitgestoten worden: hier de jonge generatie.

Alleen als deze buitengesloten mensen georganiseerd raken, kunnen ze een nieuwe tegenbeweging vormen, waarbij in de voorhoede arbeid en creativiteit kan renderen, zoals de beweging waarin bijvoorbeeld de Beatles groot werden, of veel later de housemuziek, of in de psychologie de positieve psychologie. Dit zijn revoluties, disrupties. Geleidelijkheid wordt namelijk niet getolereerd. Bassist Joris Teepe, bijvoorbeeld, spreekt in genoemd artikeltje negatief over jongeren die niet perse naar pioniers zoals Jimmy Blanton, Paul Chambers, Miles Davis of John Coltrane willen luisteren. De revolutionairen van vandaag zullen - als ze morgen het pluche hebben bereikt - vanzelf hun tweede (meer liberale) gezicht tonen. Dat doen we allemaal; onze eenmaal bereikte positie houden we graag vast. Dat geldt ook voor mij, ik ben niet anders! Daarom is dit ook geen politieke kwestie, maar een psychologische. Dat is waarom traditionele beroepsgroepen (notarissen, artsen) nog steeds veel invloed hebben, ook al zijn hun vakinhouden puur interdisciplinair geworden... Door zo’n beroep te kiezen, krijg je al “vermogen” uit het verleden mee (zouden deze opleidingen daarom zo populair zijn?). Ook geboren zijn in bepaalde “succesvolle” landen zet je al op voorhand op voorsprong vanuit de rendement op vermogen gedachte…

Terug naar top 2000 songs. Zoals gesteld zijn talloze radiozenders volledig gericht op "vermogen" (hits) uit het verleden. Ook hier geldt helaas dat vermogen uit arbeid dit niet meer kan doorbreken. Er worden prachtige liedjes gemaakt door Singer-songwriters van nu, en met de moderne studiofaciliteiten ook nog eens prachtig geproduceerd. Maar als een bij wijze van spreken 100 keer mooiere song dan een gemiddeld top 2000 liedje 500 keer beluisterd wordt op YouTube, is dat veel. Piketty verwoordde het heel dichterlijk: het verleden eet het heden op. Rendement uit in het verleden gescoorde hits, toen er nog aandacht was voor popmuziek, rendeert ook hier meer dan talent uit eigen arbeid. De Top Tweeduizend's en Skyradio's van onze wereld eten ook hier het heden op. Eet smakelijk!

vrijdag 7 december 2018

Lectorale rede Brain & Technology

In aansluiting op het uitspreken van mijn lectorale rede gistermiddag, wil ik in deze blog één aspect van mijn betoog belichten. Sinds het verschijnen van de moderne mens, zo'n ruime 200.000 jaar geleden, heeft de mens 3 belangrijke technieken tot haar beschikking: 1. Het vuur (en veel later elektriciteit en kernenergie), 2. De hefboom (hamers, schrapers en even later wielen en katrollen, krukassen en hydrauliek) en 3. Taal (religie, ethiek, filosofie & logica, recht, wiskunde, economie en (veel) later code). Taal is wellicht de meest machtige technologie, maar heeft pas in de twintigste eeuw haar kroonpositie binnen de technologieën ingenomen. Wat betekent dit voor de (toepaste) psychologie?

Vorige week schreef ik: "(J)uist nu technologie via code in het talige domein is gekomen (programmeertaal), zijn er kansen voor toegepast psychologen om technologie te helpen ontwikkelen die bijdraagt aan een inclusieve samenleving". Meerdere programmeertalen zijn in de psychologie ontstaan, juist omdat psychologen in computationele theorie een model zagen om menselijke cognitie en gedrag te simuleren en mogelijk ooit te "verklaren". Volgens computationele theorie zou ons brein werken als een CPU, een centrale processor, die op grond van binnenkomende informatie via denkprocessen tot handelen overgaat. De omzetting van invoer tot uitvoer vindt plaats op basis van "software", ofwel programmatuur, die aangeboren zou zijn, of door leren en ervaring zou zijn ontstaan. De computer als metafoor voor ons brein is inmiddels (grotendeels) verlaten.

Helaas is daarmee ook het besef verdwenen dat code een goede beschrijving kan geven van mentale processen, of ten minste kan worden ingezet om de gemachineerde omgeving te programmeren waar mensen zich in begeven. Als deze omgeving optimaal geprogrammeerd is, komen mensen optimaal tot hun recht in tal van praktijkgebieden, van onderwijs tot sport en van kunst tot zorg. De apparaten, bijvoorbeeld een digitale leeromgeving, of een tekenprogramma, zijn bedoeld om cognitieve (of emotionele of motorische) processen binnen de gebruiker te stimuleren. Daarmee zijn het "psychologische" tools, en is het dan ook handig als psychologen mee kunnen bouwen aan de besturing van dergelijke processen. In onze psychologieopleiding is leren programmeren gelukkig een voor alle studenten verplicht onderdeel. Want psychologie komt onder meer voort uit de filosofie, waarvan logica een kernonderdeel vormt.

Niet voor niets noemde Newton zijn revolutionaire Principia (1687) een filosofie (Philosophiae Naturalis Principia Mathematica), en waren de grote filosofen van de Verlichting, net als die in de oudheid, zowel filosoof als wiskundige. Newton voorzag de praktische mechanica, die de moderne mens al sinds haar ontstaan tot haar beschikking had (zoals gesteld in de vorm van hefbomen: hamers, schrapers en even later wielen en katrollen), van een argument, een talige (filosofische/wiskundige) beschrijving. Korte tijd later bleek deze beschrijving ook praktisch, en taal (hoofdzakelijk latijn en wiskunde) nam meer en meer het voortouw. Ook de derde grote kracht - het vuur - werd talig/mathematisch veralgemeniseerd in argumenten naar energie, en elektriciteit (Maxwell 1831-1879) en korte tijd later kernenergie (Einstein, 1879-1955). Maar pas toen de computers rechtstreeks via machinetaal (en later meer abstracte "symbolische" code) mechanische en energetische processen konden aansturen, had taal haar kroonpositie als kardinale techniek ingenomen.

Om vele redenen is leren omgaan met smart Technology geen vak. Juist ook niet omdat dit soort techniek juist zo intuïtief is ontworpen dat soms letterlijk een chimpansee er mee kan werken (alleen de glasplaat moet daarvoor verdikt worden). Leren ontwerpen en bouwen van slimme technologie om mentale processen op gang te brengen, is daarentegen wel een vak. Juist hier ligt naar mijn idee een toekomst voor toegepast psychologen.

Tenslotte wil ik iedereen hartelijk danken voor de aanwezigheid, het overtrof mijn stoutste verwachting… 

PS voor de liefhebbers bijgevoegd de rede.

vrijdag 30 november 2018

Saxion AMA ICAP 2018: Techniek en inclusiviteit

Op de International Conference on Applied Psychology mocht ik het slotwoord doen. Hier mijn (bijna) letterlijke tekst in het Nederlands vertaald:
Praktisch alles dat we doen, wordt op enigerlei wijze gemedieerd door technologie. Een menselijke wereld zonder technologie is bijna ondenkbaar. Geheel aangekleed wandelen we in onze schoenen op verharde wegen, in tientallen netjes verbonden goed gestructureerde infrastructuren: dorpen en steden. Technologie verkleint afstanden, overbrugt oceanen en verbindt continenten. Architectuur - gebouwen, meubels behoren tot technologie. Maar wat heeft technologie nu met diversiteit te maken?

Technologie "produceert" ongelijkheid in de mogelijkheden tot adaptatie en daarmee de discussie over diversiteit. Heel simpel, stel je voor dat verplaatsen alleen per voet kan plaatsvinden. Dan is het veel minder een probleem dat bijvoorbeeld een kind slecht of niet ziet, of hoort. Overreden kunnen worden door auto's of fietsen was niet aan de orde. Al doende kon het kind leren te navigeren op de zintuigsystemen die in tact waren, en wellicht zelfs extra aangescherpt zouden raken (compensatie strategieën).

Maar onze wereld is zo complex gemachineerd, dat er beslist geen speelruimte is voor mensen die net iets anders zijn. Dit geldt zeker ook voor kinderen die net iets anders - beter of juist slechter - leren dan andere kinderen. Het onderwijs is ingericht op het gemiddelde kind. In deze context is het een zeer uitdagende gedachte dat een kind dat het erg goed doet op school in zekere zin een erg gemiddeld kind is. Van de wieg tot het graf worden we ingelijfd in een complexe technologische context. Het onderwijs kan gezien worden als een high tech omgeving pur sang. Niet alleen staan de scholen bomvol met technologie, ook de methodieken die gehanteerd worden zijn als complexe menselijke constructies technologie.

Dus technologie geeft ons allen handen en voeten, en vleugels, letterlijk en figuurlijk. Ze beschermt ons en brengt ons in gevaar. Omdat ons handelen door technologie aan daadkracht toeneemt - een hamer is sterker dan een vuist, een auto is sneller dan wij ooit kunnen zijn - neemt de afstand tussen mensen die wel en niet mee kunnen komen in de adaptatie aan technologie ook toe. Arm en rijk in de wereld is voor een deel een kwestie van wel of geen gemakkelijke toegang hebben tot de meest vooruitstrevende technologie.

De kans op toevallige vondsten, serendipiteit, neemt af als we minder vrije speelruimte hebben. Tijdens het ICAP congres bij Saxion in Deventer, deed keynote spreker Alexander Grit een vurig pleidooi ter bevordering van serendipiteit. Maar al als kleine kinderen leren we met smart devices te presteren in voorgeprogrammeerde taken. We leren te werken voor creditpunten, voor highscores. Zelden kunnen we vrij exploreren, ontdekken, en aanrommelen. Vorige week sprak ik van de door technologie gestolen kindertijd. Maar jullie, het ICAP publiek, voornamelijk aankomend psychologen, staan voor sociale connectie. Voor een wereld die rijker wordt, als er meer kleuren geaccepteerd worden. Ook een wereld die, zoals keynote spreker Marcel Hurkens vurig bepleitte, neurodiversiteit niet als stoornis opvat, maar als noodzakelijke variatie in de menselijke psyche en cognitie; een noodzaak om vooruit te kunnen komen. Een wereld waarin, zoals keynote spreker Job van 't Veer naar voren bracht, toegepaste psychologen uitgaan van een diepgaand begrip van doelgroepen, en garanderen dat gebruikers als mede-ontwerpers betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe oplossingen die inclusiviteit ondersteunen.

De mens is als soort een sociaal wezen. Technologie biedt kansen om juist de door technologie ontstane kloven tussen mensen die wel en niet kunnen adapteren aan de standaard versies van technologie, te voorzien van speciaal toegeruste versies. Technologie voor slechtzienden, technologie om sociaal angstigen te helpen, technologie om doven toch te leren "verstaan". Er zijn vele mogelijkheden, en juist nu technologie via code in het talige domein is gekomen (programmeertaal), zijn er kansen voor toegepast psychologen om technologie te helpen ontwikkelen die bijdraagt aan een inclusieve samenleving. Na de drie geweldige Keynotes en veel prachtige workshops, hoop ik dat de studenten geïnspireerd zijn om de handschoen op te pakken. Immers, en dat werd tijdens het congres opnieuw zeer duidelijk, gedrag en technologie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Psychologen die technologie negeren - zowel in de problemen die door slechte adaptatie veroorzaakt worden, als in de mogelijkheden die ze biedt in het over beperkingen heen komen - ontnemen zichzelf een belangrijke toekomst. Wellicht vinden sommige studenten gedrag en technologie als vak nog niet zo interessant. Maar juist hier is ruimte voor serendipiteit, het is vreemd genoeg een nog grotendeels onontgonnen terrein. Aan jullie de uitdaging: maak de toekomst!

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...