vrijdag 26 juni 2020

Paradigma verschuiving

Het was de wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn (1922-1996) die erop wees dat de ontwikkeling van kennis niet continu ging, maar sprongsgewijs. Overigens ook Jean Piaget (1896-1980) en Heinz Werner (1890-1964) hebben (al eerder) prachtige essays geschreven over de discontinue ontwikkeling van wetenschappelijke kennis, maar zij hebben dat niet samengevat in zo’n mooie term - paradigm shift - en zijn waarschijnlijk daardoor op dit vlak nooit echt doorgebroken. Een paradigm shift ontstaat als wetenschappers vast houden aan hun visie (theorie) die een deel van een werkelijkheid beschrijft, terwijl er evidentie begint op te stapelen die niet in die theorie (of daaruit afgeleide modellen) past. Vaak is er dan een groep andere wetenschappers nodig, bijvoorbeeld een jongere generatie, die eerst als dissidente wetenschappers wordt gezien, en dan alsnog met een theorie of model komt, die de oude feiten verklaart, maar ook de nieuwe evidentie. Als dan uiteindelijk de hele wetenschappelijke beweging overstag gaat, heeft er zich een paradigm shift voorgedaan. Doorgaans kost zo’n discontinue shift vele jaren. Maar bij de huidige Corona crisis zien we het in enkele maanden gebeuren. Hoe zit dat?

Na de eerste kennismaking met het Coronavirus in januari jongstleden, kwam de WHO en in Nederland het RIVM met in mijn ogen bewonderenswaardige snelheid met een model vanwaaruit de omgang van diverse segmenten - gezondheidszorg, openbare ruimte, politiek en beleid - met het virus en de risico’s om kon gaan. Social distancing, en lockdown zouden de verspreiding kunnen afremmen, en vervolgens zou de laatste persoon die het virus nog had via contact onderzoek (bv met een app) kunnen worden getraceerd en het virus zou zo volledig kunnen verdwijnen. Daarnaast werd ingezet op onderzoek,  onder meer om te komen tot behandelingen en vaccinatie. Verspreiding zou gaan via contact maken met besmette oppervlakte, en het contact met hoest en neus slijm dat bij hoesten, spugen en niezen zou vrijkomen.

In Nederland stelt sociaal geograaf/opiniepeiler Maurice de Hond al zeker sinds eind maart op grond van literatuur studie en data analyse aan de orde dat besmetting vooral binnen bij droge lucht en slechte ventilatie plaats vindt, en dan vooral bij super spread events, via zeer kleine druppels (aerosolen) die in een damp in de lucht blijven hangen en direct in de longen worden ingeademd. Hij betoogt dat besmetting dus niet hoofdzakelijk via besmette oppervlakten of sputum of neusvocht druppels, maar rechtstreeks in de longen. Social distancing is dan ook niet een passend antwoord, maar het voorkomen van grote indoor bijeenkomsten wel, alsmede het goed inregelen van HVAC (heat ventilation airconditioning) installaties. Dit alternatieve “Maurice” model werd op een in mijn ogen nauwelijks te begrijpen wijze door de “officiële” wetenschappers bestreden, maar de data ten faveure van dit model groeit nog steeds: de slachterijen met gekoelde droge lucht die ondertussen wereldwijd als nieuwe Corona haarden zijn geïdentificeerd (overdracht geschiedt vooral binnen bij koelere droge lucht en weinig ventilatie), het uitblijven van superspreading bij George Floyd protesten wereldwijd (buiten geen of veel minder gevaar), etc. Toch heeft zeker in Nederland de pers en de wetenschap krachtig ingezet op het vasthouden van de maatregelen die passen bij het eerste model: handen wassen, anderhalve meter samenleving en (intelligente) lockdown indien noodzakelijk. Kortom, Maurice de Hond werd doodgezwegen, net als vele andere “dissidente” buitenstaanders.

Wie gelijk heeft, daar gaat het me nu minder om. Wel ben ik overtuigd van ieders goede wil en van het feit dat vanuit een minder goed passend model, de verkeerde maatregelen worden genomen, en vooral dat daarmee betere maatregelen buiten de scope blijven. Als, zoals ik deze week in de Wired las, inderdaad droge gekoelde en niet optimaal gefilterde lucht een optimale bodem biedt voor verspreiding vial aerosolen, moeten we als de donder overal de HVAC installaties gaan optimaliseren en investeren in maskers binnendeur in plaats van het schimmenspel blijven spelen van anderhalve meter. Maar wat ik vooral zo interessant vindt, is dat ook nu hele disciplines zich razendsnel vast lijken te zetten in een paradigma, en dat door de enorme schaal een shift niet vele jaren, maar slechts enkele  maanden op zich laat wachten. Ook bijzonder dat de dissidenten ook hier niet uit de gevestigde wetenschap zelf komen. Daarmee ben ik terug bij het begin, Piaget en Werner, beide sociale wetenschappers, brachten hun discontinue kennisontwikkeling niet als sociologisch fenomeen. Kuhn, van oorsprong natuurkundige, deed dat wel, vandaar dat zijn naam aan paradigm shifts is gekoppeld.

vrijdag 19 juni 2020

Monocultuur

Victorine en ik gaan volgende maand met onze jongste dochter wonen in museum dorp Oud Aalden, in een Saksische boerderij uit 1684. Hier kan je nog uren wandelen in het esdallandschap, door het monumentale boerderijen dorp, de Essen, het beekdal en de heide en bossen. Kleinschaligheid, die niet meer buiten een “museum” bestaat. Enkele weken geleden schreef ik dat de mens een puur kwaliteitsorganisme is met een relatief trage reproductie: momenteel leeft bijna 7,5 % van alle mensen die ooit geleefd hebben. Als hetzelfde percentage van alle ooit geleefde ratten nu tegelijkertijd zouden leven, zou het hele aardoppervlak bedekt zijn met een enorme schil levende ratten. Met de uitvinding van de drukpers zijn we echter begonnen deze trage biologische reproductiesnelheid te compenseren door gebruik te maken van culturele / technische reproductiemechanismen. Economie, oneindige groei uit eindige middelen. Als organisme zijn we kwaliteit, maar onze technologische output is vooral kwantiteit: grootschalig en weinig divers. Denk aan de monoculturen, die de mooie stroomdalen en afwisselende landschappen van weleer hebben verdrongen, zeker na de ruilverkavelingen. Of denk aan de steden, met daarin menselijke legbatterijeieren van zoveel mogelijk verdiepingen. Prestige objecten in een strijd om aanzien en macht. Control-c, control-v, copy-paste. Maar is er in deze kwantitatieve reproductie-compensatie wel voldoende oog voor de mens, de pure kwaliteit?

Nee, economische groei is onze biologische en daarmee en passant ook psychologische (inclusief morele, ethische en emotionele) reproductiemogelijkheden volledig gaan overwoekeren. Wie ik ben, wat ik wil, wat ik kan, ik kan het overal in veelvoud te weten komen in mijn multimedia devices. Maar ik kan het niet in mezelf vinden, of in communicatie met mijn naasten. Hoewel, daar is vast ook wel weer een app voor! Maar hoe komen we terug bij onszelf, of tot onszelf en elkaar? Zeker niet door meer technologie, en ook niet perse door betere technologie, want telkens weer blijkt betere technologie in dat ene aspect waartoe het ontworpen is, in de toekomst in nog onbekende aspecten weer nieuwe problemen te genereren. De auto, bijvoorbeeld, was een minder vervuilende opvolger van de paard en wagen, maar bleek in haar schaalvergroting op het gebied van mobiliteit weer vele nog veel grotere problemen dan stinkende en rottende paardenpoep in de negentiende-eeuwse steden te genereren.

Het is hoogst tijd dat wetenschap en politiek verantwoordelijkheid gaan nemen voor de “iatrogenese” (ziekmakende werking) van technologie, in plaats van hierin blind investeren omdat de verbondenheid tussen technologie en economie daartoe “dwingt”. Schaalvergroting, copy-paste en monoculturen zijn niet natuurlijk en wel kwetsbaar (als het misgaat, zoals bij Corona, dan zijn de benodigde spullen per definitie op de verkeerde plek, omdat nergens meer geïntegreerde gehelen zijn). Zelfs een onbeduidend klein artikel, is vaak samengesteld uit onderdelen uit verschillende werelddelen. Herhaling als gevolg van opschaling is ook herhaling van bijwerkingen, met als gevolg afnemende diversiteit. De natuur is kleurrijk, vol afwisseling en herbergt de meest diverse soorten. Exacte herhaling bestaat niet. Mensen zijn ook kleurrijk, divers en uniek, maar ze worden in de monoculturen die ons zijn gaan overschaduwen helaas steeds minder recht gedaan, en dat terwijl er zoveel mensen juist nu leven. Kunnen we echt niet beter? Gelukkig kunnen wij in ons museum gaan wonen, ik verheug me er op!



vrijdag 12 juni 2020

Tegenstellingen, sorry seems to be the hardest word!

Zwart-wit, man-vrouw, jong-oud, mooi-lelijk, goed en slecht, al ons kennen is geworteld in het erkennen van tegenstellingen. Arm en rijk, plattelanders en stedelingen, arbeiders en managers. Zelfs ons kennen zelf bestaat weer uit discriminanten: echte kennis versus schijn kennis, echt nieuws versus nep nieuws. In de logica zegt men dan dat het menselijk weten (en daarmee de wetenschap, religie en kunsten) is gebaseerd op dialectiek. Of we dat nu leuk vinden of niet, de keus is òf discrimineren, òf als volstrekte nitwits door het leven gaan.

Zeker, het is vaak verre van leuk. Beschamend hoe huidskleur of achternaam ook in onze tijd vaak bepaalt welke deuren er voor je open gaan, of hoe geslachtskenmerken bepalen of je voor window dressing zoals een vrouwenquotum mee mag doen, of omdat men je er echt bij wilt hebben. Of dat je oud genoeg geacht wordt om mee te mogen praten over jouw toekomst, of dat je het allemaal aan de gesettelden over moet laten. En dan zal je maar een gekleurd kind zijn van het vrouwelijke geslacht. Ik las van 2 kleine in Nederland uit Nigeriaanse ouders geboren meiden die voor Moederdag voor het eerst op pad waren om een kadootje voor mama te kopen, terwijl papa buiten stond toe te kijken. Voordat ze het doorhadden werden ze door de winkeleigenaar apart genomen en gefouilleerd, want de hele situatie was erg verdacht...

Beschamend, en tegelijkertijd helaas absoluut alleen te veranderen doordat er een werkelijkheid inslijt waarin geslacht, leeftijd en/of huidskleur er niet toe doen, zodat we kennis (waar en onwaar, het onderscheid tussen echt en nep nieuws is echt ook onzinnig) produceren op discriminanten die minder mensen buiten spel zetten. Of, waarschijnlijk, andere mensen, want discrimineren - het creëren van (schijn) tegenstellingen - ligt echt de basis van al ons kennen. Systematieken ten spijt om dit te “Verlichten” (zoals de rationele verlichting die de wetenschappelijke revolutie inluidde), we zullen altijd moeten voelen en geloven, en weten zal altijd tijdelijk blijven, totdat een betere lezing van de “feiten” zich aandient, die de waarheden van vandaag tot de dwalingen uit het verleden van morgen maakt.

Dat verleden, daar schaam ik me voor, voor slavernij en uitbuiting, voor rijkdom uit pure armoede. Maar het is makkelijk praten voor een witte man met een goede positie. Schaamte en trots. Maar toch zou ik verdomd graag willen dat ik als witte man niet zoveel schuld voelde ten aanzien van mijn medemens met donkere huid, of medemens van het andere geslacht. Was het slavernij verleden en de vrouwenonderdrukking maar een Hoax, ik zou er haast een geloof in conspiracies om willen omarmen. Want conspiracies zijn naar mijn mening om een afschuwelijke werkelijkheid niet echt onder ogen te hoeven zien. Een klimaatcrisis is er niet, uitbuiting is er nooit geweest. Corona bestaat niet. Helaas weet ik wel beter. Er is geen bedrog waar we ons achter kunnen verschuilen, “there’s no comfort in the truth”. Schaamte en trots, trots en schaamte. Elton John had absoluut gelijk, sorry lijkt het moeilijkste woord te zijn. Sorry!

vrijdag 5 juni 2020

Brainwash

Al mijn hele leven speel en componeer ik graag muziek. De akkoorden waarin ik “denk”, zijn ontstaan in de interactie met de piano van mijn ouders, of met mijn eerste gitaar. Ze leven nu een eigen leven, als harmonieën, klanken waarmee ik mezelf improviserend of componerend kan uiten. Met mij miljoenen anderen! Wij allemaal uiten ons door taal, die we hebben leren schrijven met pennen en toetsenborden. Woordbeelden 'kwamen tot leven' in onze brein-toetsenbord-pen-interacties als volledig geautomatiseerde gesitueerde kennis waarmee we communiceren terwijl we typen of schrijven ...

Vorige week hadden we het over cognitie filosoof Andy Clark en het begrip van de extended mind, waarin onze geest niet ophoudt bij ons brein. Onze “mind” (psyche) ontstaat en ontwikkelt zich door interactie met bijvoorbeeld apparaten zoals tablets en smartphones (slimme technologie), instrumenten (piano's, microscopen, etc.) en gereedschappen (auto's, gereedschappen, etc.). De mens besteedt functies uit aan technologie. We besteden bijvoorbeeld onze warmteregulatie en lichaamsbescherming uit aan onze huizen en kleding, en we besteden onze spijsvertering uit aan ons koken, zodat we voedsel kunnen verteren dat anders niet zou kunnen worden geconsumeerd. We zijn echt een technologische soort.

Door gesitueerde kennis worden onze (slimme) apparaten onderdeel van onze geest - onze hersenfunctionaliteit - en worden ze onderdeel van onze extended mind. Het veranderen ("updaten") van het apparaat kan ertoe leiden dat we van gedachten veranderen. Een voorbeeld. Tot de update van 2018 toonden de virtuele toetsen op het iPad-scherm twee toetsen om te schakelen tussen letters en cijfers: zowel links als rechts direct naast de spatiebalk. In de update van 2018 werd de rechterschakeltoets opgesplitst in twee toetsen: "ongedaan maken" (links) en “terugschakelen naar letters” (rechts). Juist omdat ik al jaren bij voorkeur werk met de zeer simpele editor Notities (zonder redo en geschiedenis functies), ben ik sinds de 2018 update constant hele blokken tekst kwijt na het typen van cijfers, omdat ik op de undo knop druk als ik terug wil schakelen naar letters. Uiterst irritant. Tijdens een lezing noemde ik dit, en tot mijn verbazing kreeg ik uit de zaal enorm veel herkenning. Zo’n update is feitelijk meer dan het veranderen van een door mij gekocht en gewaardeerd device, het raakt mijn extended mind. Daarmee is het sleutelen aan mij, een soort brainwash.

In digitale techniek gebeurt dit voortdurend, bij updates komen er nieuwe functionaliteiten en raken er oude kwijt. Als je een pianist een totaal ander georganiseerd keyboard zou geven, zou er opnieuw begonnen moeten worden met leren spelen, maar met digitale techniek gebeurt dit continu. Het bewustzijn dat hiermee onbedoeld aan gebruikers gesleuteld wordt, is er niet, en dat komt omdat we te weinig begrijpen dat we niet ons brein zijn, maar onze extended minds, en onze extended body’s. Architecten houden hier bij hun ontwerpen rekening mee, zij ontwerpen vanuit eisen en standaarden mbt duurzaamheid, toegankelijkheid en verschraling voor onze extended body’s, zodat er be geen rampen bij vluchten ontstaan. Gek genoeg is in de digitale techniek hier echt onvoldoende begrip. Gevolg is dat mensen steeds zwakker worden, en de devices dit moeten compenseren. Zo ontstaat er natuurlijk vanzelf een gebruiksdoel voor artificiële intelligentie, maar toch...

Bij nader inzien is dit niet helemaal nieuw. Sinds de schaalvergroting in communicatietechnologie een eeuw geleden begonnen radio-uitzendingen en even later televisie elke avond consumenten te 'updaten' door nieuws en amusement te serveren. En dit gaat door in de Spotify's en Netflixes van deze wereld. Geregeld van het luisteren naar artiestenalbums naar afspeellijsten binnen een genre, hebben deze services nog steeds de leiding over wat we horen en zien. Onze uitgebreide geest maakt ons krachtig en tegelijkertijd gevoelig voor ... hersenspoeling! Niet 1 keer, maar 2 ... Oops, verkeerde toets, ik heb zojuist mijn conclusie verwijderd.

vrijdag 29 mei 2020

Lectoraat Brein en technologie uitgelegd

In deze Corona tijd word me regelmatig gevraagd wat mijn lectoraat nu precies doet. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om aan te geven dat wij onderzoek doen naar de samenwerking tussen enerzijds de cognitieve en emotionele functies van het menselijk brein in, anderzijds, de context van een technologische wereld en dan met name smart technology. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor het aanpassingsvermogen aan een snel veranderende wereld en nieuwe kansen en mogelijkheden bij het beschikbaar worden van nieuwe smart Technology, of nieuwe apps, die samen weer nieuwe praktijken opleveren. Levenslang leren, bezien vanuit de discrepanties tussen brein en technologie, vormt de kern. Niet alles wat technisch kan is leerbaar, en niet alles wat makkelijk geleerd kan worden is technisch uitvoerbaar.

Er zijn telkens nieuwe mogelijkheden en dito onmogelijkheden. Online werken, bijvoorbeeld, stelt hele andere eisen aan onze executieve functies (het plannen, werkgeheugen en emotionele/motivationele inkleuring) dan elkaar dagelijks in de wandelgangen en bij de koffiemachine tegenkomen. Bij fysieke ontmoetingen (op kantoor, of op school, etc.), dient de zogenaamde “affordance structure” (koffiemachine, wandelgangen, rookruimte, etc) als externe trigger tot interactie (overleg, etc.). Situated knowledge, noemt filosoof Andy Clark het. Bij online werken moeten de initiatieven om tot interactie te komen, top-down (declaratief) gegenereerd worden. Dat terwijl ingesleten routines (situated knowledge) juist grotendeels op automatismen (procedureel geheugen, dus bottom-up) berusten. Automatismen maken dat snel veel werk verzet kan worden, maar leunen sterk op fysieke affordance structures.

Een nieuwe mogelijkheid biedt daarentegen het drempelverlagende (disinhibition) effect, dat kan leiden tot minder autoriteit gevoeligheid, waardoor online vergaderingen effectiever en inhoudelijker kunnen worden. Door dit ‘online disinhibition effect' krijgen prestige aspecten, zoals stropdassen en nette pakken minder kans. Echter, hier ontstaat dan wel weer het gevaar van “Cyber bullying” (pesten).

Brain & Technology, met als eerste kernveld Inclusive Society, gaat dus over de relatie tussen psyche (mind) en techniek, dus over levenslang leren bezien vanuit de extended mind. Meer algemeen geldt dat we met technologie brein processen (mind) uitbesteden (outsourcen) aan onze smart devices, net zoals we onze spijsvertering deels uitbesteden aan het koken, en lichaamsbescherming (primaire functie van de huid) aan onze kleding. Dus de grens tussen lichaam en omgeving ligt allerminst vast, mede dankzij technologie. Brain & Technology gaat dus over grensverkeer, en over grensmogelijkheden en problemen. Over hoe de samenleving functioneert in termen van duurzaamheid, diversiteit en inclusie, ondanks en/of dankzij de rol van technologie in deze outsourcingrelaties.

De tweede lijn van mijn lectoraat, inclusieve technologie, betreft de gevolgen van technologisering voor mensen met een brein dat net iets anders werkt dan de meeste breinen. Daarmee is namelijk de relatie tussen brein en technologie (de outsourcing) ook anders. Dat kan voortkomen uit zintuiglijke beperkingen. Iemand die slecht of niet kan zien, bijvoorbeeld, zal op andere zintuigsystemen leren navigeren, en dat heeft een andere cognitieve functionaliteit ten gevolge. Maar we zijn ook gespecialiseerd in neurodiversiteit, vaak autisme genoemd. Dit is feitelijk Brein en Technology op de mens spelen, want veel begaafde neurodiverse mensen zijn typisch analytisch en sterk op classificeren en systematiseren gericht. Onder “techneuten” zijn diagnoses binnen het autistisch spectrum oververtegenwoordigd.

Ook hier weer dus een discrepantie: technologische ontwikkeling (innovatie) berust deels op neurodiverse breinen, maar door de complexe sociale maatschappelijke organisatie die een smart society kenmerkt, staan veel neurodiverse mensen toch aan de kant, ondanks vaak voortreffelijke kwalificaties. ItVitae in Nederland biedt begaafde mensen binnen het autistisch spectrum met een opleiding en begeleiding naar werk in de high Tech branche. Mijn onderzoeksgroep doet onderzoek naar bijvoorbeeld hoe zowel werk, als wonen en vriendschap met elkaar in balans kunnen blijven bij een sterke focus op structuur en inhoudelijke analyse (kenmerken van neurodiversiteit). Ons zogenoemde “bèta talent” onderzoek (neurodiversiteit) betreft dus de relatie tussen het neurodiverse brein en haar extensie (omgeving, technologie) - hetgeen we “mind” noemen - en hiermee dus de extended mind in de context van levenslang leren en aanpassen.

vrijdag 22 mei 2020

Pure kwaliteit

Gisteren gaf ik in het kader van neuropsychologie ouderen een college waarin ik de ontwikkeling van het brein bij het ouder worden besprak. Tijdens het college overviel het me dat er tot nog toe 107 miljard mensen hebben geleefd, terwijl er nu 7,594 miljard mensen leven. Deze cijfers zijn enorm bijzonder: op dit moment leven er ruim 7 procent van de mensen die ooit geleefd hebben. Mijn jongste dochter heeft 4 ratjes, allerliefste beestjes, en wij hebben een hond. Als ik dan bedenk dat er nu tegen de 10 procent van de ratten zouden leven op onze planeet die ooit geleefd hebben, dan zou je overal over de ratten moeten lopen. Hetzelfde geldt voor de honden. Wij - mensen - zijn dus zeer uitzonderlijk, dat we met zovelen tegelijk kunnen leven op één moment in de tijd, zonder de hele wereld direct te verstikken. Hoewel, er zijn geleerden die de mens zien als plaag voor de biotopen van de wereld, en natuurlijk belasten we de planeet ondertussen beslist bovenmatig. Maar hoe kan het, dat tegen de 1 op de 10 alle mensen ooit op dit moment aanwezig is? Waar is onze evolutie? Wat is ons geheim?

Om met dat laatste te beginnen, ik weet het niet, leven is een enorm wonder, en ik denk dat we er heel weinig of misschien wel niets echt van kunnen begrijpen (cognitief/rationeel dan). Maar het is een feit dat de mens echt een puur kwaliteitsdier is, in tegenstelling tot soorten die het van kwantiteit moeten hebben. Ieder mens telt, vandaar de zojuist genoemde absurde ratio. Maar wat onze biologie ons niet gaf - een kwantitatieve reproductie strategie (zoals de konijnen, die veel en snel na elkaar nageslacht produceren) - zijn we onszelf gaan geven: reproductie technieken. Hoewel pas met de industriële revolutie de grote bevolkingsgroei begon (tot 1800 waren er minder dan 1 miljard mensen op aarde), ontstonden met de boekdrukkunst al veel eerder nieuwe mogelijkheden om aspecten van het menszijn te reproduceren tot ongekende kwantiteiten. Kennis, inzichten, muziek en verhalen bleken schaalbaar via de pers, en de praktijken die daaruit voortkwamen met betrekking tot hygiëne, landbouw en veeteelt en bouw gingen in haar kielzog, met als voorlopig hoogtepunt dus genoemde industriële revolutie. 

Een soort die puur op kwaliteit gericht is, heeft relatief weinig aan evolutie. Immers, er zijn relatief weinig nakomelingen per generatie en dus is het selecteren van toevallige veranderingen die voordelig blijken, erg ingewikkeld. Juist hierdoor is het goed te begrijpen dat zo’n soort de wereld naar haar hand is gaan zetten. Onze evolutie staat dus relatief buitenspel, aanpassingen aan externe omstandigheden (een dikke vacht bij kou, bijvoorbeeld) worden gerealiseerd door iets te maken, dus door techniek (een jas van een berenvacht, bijvoorbeeld). En aanpassingen zijn ondertussen verschaald, helaas in een economisch model dat oneindige groei uit eindige middelen vereist, en daarmee de leefbaarheid en zelfs het voortbestaan van onze planeet bedreigt.

Nu merk ik dat zowel mijn kinderen, als mijn studenten (die overigens ongeveer van dezelfde leeftijd zijn) zich soms haast schuldig voelen dat ze tot de mensheid behoren, een soort die lijkt de planeet te terroriseren. Greta Thunberg staat min of meer symbool voor een nieuw bewustzijn in een nieuwe generatie. En dat is mooi en goed, maar ieder mens is naar mijn mening een puur kwaliteitsorganisme, de moeite van leven meer dan waard, en als zodanig een groot wonder. Dat is onafhankelijk van of je toevallig wel of niet enorm uitvergroot wordt op de economische schaal. Mooie jonge mensen, die wellicht niet op het juiste moment op de juiste plaats waren zoals de grote idolen van deze generatie, maar daarom niet minder te bieden hebben. Van belang is te zien dat, hoewel ieder mens puur kwaliteit is, hetgeen we produceren kwantiteit is, en dat kwantiteit niet vanzelf kwaliteit is. We moeten de schaalbaarheid - de kwantiteits generator - leren beheersen (temmen/indammen), zonder dat we daarmee dat onvervreemdbare kwaliteitsorganisme - de mens - in de afgrond storten. Hoe doen we dat? Wie het weet mag het zeggen!

vrijdag 15 mei 2020

Het leven op afstand: neuropsychologische overpeinzingen

Het menselijk adaptatievermogen is groot. Een week na de lockdown in Nederland kwam via vergader apps als zoom, Google hangout en MS teams het werk van vele Nederlanders weer “gewoon” op gang. Dat gold zeker ook voor mij, vergaderingen over subsidieaanvragen, intervisies en zelfs colleges en begeleidingsgesprekken met studenten gingen door via het beeldscherm, met techniek die feitelijk nog lang niet klaar is om zo’n vlucht te hebben kunnen nemen onder minder extreme omstandigheden. Het was dit, of niets en daarmee risico op studievertraging, of zelfs verlies van banen. Nu, 6 weken na de lockdown, ben ik gewend aan het beeldscherm-vergaderen, maar merk ik dat ik er veel meer vermoeid van word. Hoe kan dat?

Met een aantal studenten die per direct hun onderzoek in bijvoorbeeld het ziekenhuis moesten staken, gingen we aan de slag om de gevolgen van de lockdown voor zowel studenten als werknemers te beschouwen. De wetenschappelijke literatuur liet al zien dat de vertraging tussen spreken en gehoord worden een incongruentie laat zien tussen wat je zegt en hoe iemands mimiek en non-verbale reactie is op het schermpje. De meest direct gemeten emotionele reactie bij de spreker is vijandigheid. Het lijkt of de ander ongeïnteresseerd is. Echter, na een aantal seconden zie je dan alsnog een adequate (“congruente”) reactie, en wij hebben als mens zoals gezegd een groot adaptatievermogen, dus we leren deze timelap te filteren. Dat is dan weer anders voor mensen zoals ik, die met een neurodivers brein niet op dezelfde manier informatie verwerken. De vereiste selectiefunctie ontbreekt, waardoor ik heel bewust de vertraging bij elkaar moet lijmen. Het voelt alsof je met een piano techniek ineens op een kerkorgel moet spelen, met een enorme latency. Ik ga steeds langzamer spreken, en overdrijf mijn mimiek enorm.

Meer neurotypische gespreksgenoten zie ik standaard meer lachen, zodat op voorhand mogelijk toegedichte vijandigheid wordt uitgesloten. Naast deze directe neuropsychologische informatieverwerkende aspecten, is er een tweede functionaliteit die veel sterker wordt aangesproken dan bij normale vergader communicatie: het invullen van “blanks”. Door de nog premature digitale techniek, valt de verbinding regelmatig weg, waardoor stukken spraak en/of beeld niet meer gevolgd kunnen worden. De blanks kunnen enkele woorden zijn, tot hele zinnen. Ook hier moeten vergaderaars op afstand via beeldschermen hard aan de slag. Ook het kunnen invullen van de gaten kost veel energie, en kan erg onaangename verrassingen opleveren, bijvoorbeeld als iemand met pijn en moeite iets eruit heeft gegooid en dan blijkt dat het beeld bevroren was en het nog een keer moet. Ook hier kunnen grote verschillen bestaan tussen mensen, waarbij juist soms neurodiverse mensen in een relatief voordeel, of weer groter nadeel kunnen zijn. Mensen die meer in algemeenheden spreken zijn wellicht makkelijker te volgen, dan mensen die over meer idiosyncratische denk- en uitdrukkingsvormen beschikken. Er kan daarnaast niet door elkaar heen gesproken worden, waardoor het lastiger is de beurt te nemen, maar als je die eenmaal hebt, kan je wel relatief makkelijker uitspreken. Dit seriële spreken/communiceren kennen we al van Amerikaanse series, waardoor de acteurs haast kunnen fluisteren. Voor een college ook best makkelijk, gewoon je monologen onverstoord kunnen geven, zelfs als je publiek je kwijt is. Maar natuurlijk is dit niet ideaal. Nogmaals,  onder de huidige technische condities zouden bij normale omstandigheden deze vormen van afstandsonderwijs en vergaderen nooit zo’n vlucht hebben kunnen nemen.

Naast deze technische onvolmaaktheden en de neuropsychologische problemen die daardoor ontstaan, en die dan weer ongelijke gevolgen hebben voor neurodiverse dan voor neurotypsiche mensen, zijn er ook andere gevolgen. Zo hoeft er niet meer gereisd te worden, en kunnen vergaderingen snel achterelkaar gepland worden. Dat gebeurt dan ook, tegenwoordig zit ik uren achtereen achter het scherm, naar de schelle stemmen uit de kleine computer luidsprekers te luisteren. Weinig beweging, weinig consolidatie tijd, waardoor het geheugen voor afgesproken taken merkbaar zwakker is. Vaker moet er op afspraken teruggekomen worden. Uit onderzoek weten we dat afstandsonderwijs voor kennisoverdracht suboptimaal is, bewegen en zo met fysieke activiteit de opgedane kennis consolideren is van belang.

In onze genoemde verkennende onderzoekjes komen we de hier genoemde  aspecten allemaal tegen. Daarnaast zien we dat volwassen werknemers de voordelen van beeldscherm vergaderen over het algemeen veel meer inzien dan studenten, die de sociale contacten enorm missen. Een van de geïnterviewde studenten zei het heel helder: “Nooit zou ik een universiteit kiezen die de colleges alleen online zou geven, ik zoek een community en na een hele jeugd met games en beeldschermen ben ik nu juist toe aan het echte leven”. Volwassen werknemers moeten nu wel veel meer werk en privé integreren, maar in Nederland was er toch al een cultuur van thuiswerken en mantelzorg ontstaan, en daar is nu veel breder begrip voor, ook van werkgevers die eerder nog niet aan thuiswerken wilden. Maar wellicht geeft dit wel weer een nieuwe tweedeling: mensen die essentieel werk doen (waar je echt voor nodig bent) en mensen die meer op afstand coördineren, wat ook op afstand kan. Tot zover mijn blog, met liefde op afstand geschreven!

PS dit komt niet uit ons onderzoek, maar ik vind het enorm afleidend als mensen digitaal een andere achtergrond achter zich plaatsen: de techniek kan het niet aan, waardoor bij bewegingen hele lichaamsdelen verdwijnen en weer verschijnen, en het maakt de informatieverwerking voor mij nog moeilijker...

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...