Heeft iedere kanarie het “kanarie in de kolenmijn-syndroom”, of alleen de kanarie die door mensen in een kooitje in een kolenmijn is geplaatst? En hoe zit het met de befaamde stoornis “door-wintersweer-niet-op-het-werk-kunnen-komen”? Komt die alleen voor bij hun die op het openbaar vervoer zijn aangewezen? Of zit deze stoornis zelfs latent in hen, die zo dicht bij hun huidige werk wonen, dat ze er desnoods kruipend kunnen komen? Bestaat dyslexie ook in een samenleving waarin analfabetisme de norm is, en geletterdheid hooguit bij hoge uitzondering bij een enkeling voorkomt?
Vorige week maakten we prachtig winterweer mee, waar talloze mensen heerlijk konden sleeën, schaatsen, sneeuwpoppen en ijssculpturen maken en dat alles konden vastleggen in woorden, afbeeldingen, foto's en filmpjes. Winterpret alom. Weerbaarheid in bedrijf, de genietende mensen pasten zich op individuele schaal aan het winterweer aan.
Dit is de sneeuwpop die wij maakten in onze tuin, gefotografeerd door Victorine
Het equivalent van het kolenmijn-syndroom van de kanarie voor de mens is het "het-ligt-altijd-aan-iets-buiten-mezelf-syndroom”? Als de (mondiale) systemen ontregelt raken, bijvoorbeeld door de ecologie, dan staan we open voor suggesties van populisten om mee te huilen met een pakkend refrein over wiens schuld dit is. Het ligt nooit aan onszelf. Drugsverslaving van jongeren in de VS ligt natuurlijk aan zwakke linkse regimes in zuid Amerika. Sociale media verslaving? Afhankelijk van waar je woont: Chinese TikTok, of juist Amerikaanse BigTech. Klimaatcrisis? Ontkennen, en de schuld geven aan de “intellectuelen”, die spoken zien! Of erkennen, en de schuld geven aan [vul hier in waar je het meest last van hebt: generatieve AI, vliegverkeer, automobiliteit, industrie in het algemeen, of, wacht, de houtkachel van de buren]. Natuurlijk ligt het nooit aan onszelf, want hey, iedere gek heeft recht op diens gebrek. En de mijne heeft immers ieder mens: het het-ligt-altijd-aan-iets-buiten-mezelf-syndroom.
Het winterweer was een tijdelijke ecologische ontregeling. Het feit (dat natuurlijk ontkent kan worden) dat we als wereldbevolking jaarlijks meer ecologische bronnen gebruiken dan de planeet kan genereren, waardoor ons bestaan vervuiling, vernietiging en uitputting ten koste van de ecologie (klimaat, biodiversiteit) oplevert, is helaas minder tijdelijk. En zelfs een korte onregeling door winterweer, zet de kwaliteit van grondwater door massaal strooien met zout verder onder druk. Ook asfalt gaat door dat strooien versneld kapot, waardoor onze behoefte aan mensgemaakte materie nog weer verder toeneemt. Wat we hier zien is een groot en breed gebrek aan … resilience, aan weerbaarheid, aan aanpassingsvermogen aan (tijdelijk) veranderde omstandigheden. En met alle systemen die we te pas en te onpas om ons heen onder het motto “vooruitgang”, of innovatie steeds omvattender produceren, raken we steeds verder van het pad. En natuurlijk ligt dat altijd aan een of iets anders.
Hoe verhogen we onze eigen weerbaarheid, zodat niet altijd de ecologie, of iemand anders iets moet opgeven voor mijn gemak? Doen we dat door musculiene oorlogzuchtige populisten onze stem te geven? Of door te gooien met pathologische termen om het onbegrepene binnen ons (illusoire) begrip te brengen? Door onze kinderen ook een autistische barbie te geven, om te leren om te gaan met dat kind dat anders op de sociale mores reageert, of misschien anders loopt, spreekt, of andere mimiek heeft? Doen we dat door kanaries meer algemeen te maken in de kolenmijn, en beter op ze te letten. Wiens weerbaarheid vergroot dat eigenlijk, die van de mijnwerker, of van de kanarie? Of zouden we misschien de mijnen moeten sluiten, en de ecologie moeten leren volgen, in plaats van door te denderen in de illusie dat we haar onze wil op kunnen opleggen. Is vooruitgang misschien eigenlijk niet helemaal hetzelfde als voortgang?
