vrijdag 28 oktober 2022

Van SDG tot IDG tot ... mezelf: 4 ergernissen

Wij zijn psychologische wezens, die met ons verstand en ook gevoel (emotie) prikkels ontvangen en tot informatie verwerken. Mijn partners en ik zijn bezig met het opzetten van een gedragsmatige kennislijn om vanuit de Sustainable Development Goals van de UN te komen tot gedragsverandering (te vaak wordt er louter gehoopt op technologische innovatie). Hierbij volgen we de Inner Development Goals, die stellen dat vooral ons eigen bewustzijn en vervolgens gedrag ons helpt de planeet houdbaar te maken, omdat technologie een grote rol speelt in de onhoudbare situatie waarin we gekomen zijn. In deze blog mijn nummer 4 ergernissen van deze week.

  • 1. Greenwashing. Lector Kees Klomp wees op 24 oktober op LinkedIn terecht op een artikel in het FD van 22 oktober “Bedrijven niet op aarde om het goede te doen”, waarin Carsten Lotz (partner bij McKinsey) onomwonden stelt dat bedrijven dienen om de economie aan te jagen. De overheid moet vervolgens de ecologische en maatschappelijke kaders bewaken en religies hebben de taak om mensen hogere, spirituele doelen te laten nastreven. Oneens, wel eerlijk, in tegenstelling tot sommige bedrijven, overheids- en kennisinstituten, die in lijn van Lotz handelen (winst najagen), maar naar de buitenwereld de indruk van duurzaamheid wekken. Dat heet Greenwashing of Purpose washing, duurzaamheid maar dan vooral in de slogans van de P&R afdeling. Remedie: Beken Kleur! Volg Carsten Lotz in open- en eerlijheid, of volg de intentie om echt de ecologie voor de economie te plaatsen.     
  • 2. Goed voor het milieu. Typisch zo’n slogan. Men bedoelt dan dat een belastende product waar reclame voor wordt gemaakt minder schadelijk is dan gelijksoortig product van de vervuilendste concurrent. Dat is dan ook nog met de kennis van dit moment, pas achteraf blijkt vaak dat schoon toch heel wat minder schoon is dan aanvankelijk werd gepresenteerd.
  • 3. Wie technologie kan omarmen, kan dromen waarmaken & Wie vernieuwing kan omarmen, kan uitblinken als pionier. Nog twee slogans, nu van Vodafone. Telkens weer krijg ik ze voorgeschoteld, vaak met een foto van een grote landbouwmachine die met machineleer algoritmes heeft “geleerd” het onkruid te wieden en het gewas dat gekweekt wordt te laten staan op een eindeloze monocultuur. Behalve dat er enorm veel valt af te dingen op de prestaties (de machine vangt geen insecten, waardoor gifspuiten vaak nodig blijft), vormt dit een voorbeeld van de dingen goed doen in plaats van de goede dingen doen: zo goed mogelijk een onhoudbare praktijk (industriële landbouw/monoculturen die de biodiversiteit meer dan bedreigen) in stand houden. Innovatie is nodig, maar vooral in gedrag, niet in gedrag vervangende technologie. Robotisering brengt problemen die nog veel ingewikkelder zijn dan de problemen die we nu al niet aan kunnen.
  • 4. Simplificatie. Een voorbeeld. Richard Koopman haalt in de Volkskrant Winston Churchill aan met Never waste a good crisis en stelt dat de 23 miljard die de overheid in één jaar belooft uit te geven om een prijsplafond te creëren, slechts 2 miljard minder is dan wat nodig is om iedereen zonnepanelen op het dak te geven, die 25 jaar alle burgers van groene huishoudelijke energie zouden kunnen voorzien. De grote vraag bij schaars aanbod (oorlog), drijft de prijs omhoog en overheidssteun doet niets aan het structurele probleem (afhankelijkheid van vervuilende en eindige fossiele brandstof). Een mooie mindshift, maar kom op. Het idee zonnepanelen op elk dak zal nu de koude-armoede niet oplossen. Het is een simplificatie van wat bestuurlijk en operationeel mogelijk is. Praktisch alle wereldwijd geproduceerde zonnepanelen zouden grotendeels naar ons land moeten. Voor de benodigde arbeidskracht moet praktisch ieder gezin minimaal één 16-plusser afstaan (stoppen met school, of werk) om fulltime als zonnepaneelmonteur aan de slag te gaan. In het gunstigste geval - veel ongelukken, fouten ten spijt, zo simpel is montage niet – zou de klus over een paar jaar af zijn. Nu een dikke trui kopen, en echt de energiebehoefte temperen, is wellicht toch niet onverstandig. Dat is meer dan “niets doen”; een prijsplafond is misschien een humane tegemoetkoming in het benutten van deze crisis richting gedragsverandering!


Hoe dan ook, van SDG naar IDG vraagt om eerlijke en openhartige analyse en reflectie, ook al snap ik dat populisme de weg is waar we voorlopig allemaal op zijn aangewezen vanwege de dominant geïntegreerde sociale media.

vrijdag 21 oktober 2022

Popmuziek herbergt culturele diversiteit, waar onderwijs veel weg heeft van een culturele "witwas" machine!

Door globalisatie komen met name in de stedelijke gebieden in de westerse wereld steeds meer nationaliteiten voor, elk met een eigen culturele achtergrond. Ten gevolge daarvan is er ook sprake van een toegenomen culturele diversiteit in die steden. Tegelijkertijd ontstaat er een globale cultuur. Hier is sprake van een paradox: onze cultuur wordt door immigratie eerst meer divers, maar succesvolle educatie beoogt voor ieder kind maximalisatie van de mogelijkheden binnen de opkomende globale cultuur en vermindert daarmee idealiter de culturele diversiteit. Echter, keer op keer blijkt dat kinderen vanuit niet (of minder) westerse culturen, tot in de tweede en zelfs derde generatie nog achterlopen met betrekking tot schoolsucces, en Sociaal Economische status (SES). Er wordt dan gesproken van disadvantaged groepen. Hoe komt dit?

Belangrijk is in te zien dat de meest succesvolle scholen qua uitstroomniveau, voornamelijk kinderen vanuit een (autochtone) middenklasse achtergrond als instroom hebben. Diversiteit staat succes in de weg, zo lijkt het. Hoewel, sommige scholen lukt het heel goed om ook kinderen uit “nieuwe” culturen tot de (boven) gemiddelde verwachte resultaten op te stomen, maar vaak lijkt te gelden dat hoe lager de SES (meer cultureel divers de instroom) hoe lager de resultaten. Dit betekent feitelijk louter dat deze kinderen van huis uit minder ondersteuning ondervinden om zich aan te passen aan de dominante cultuur. Of, preciezer verwoord, aan de in de dominante Westerse cultuur gepercipieerde aspecten die belangrijk genoeg worden geacht om er op school ingehamerd te worden en waarvan vervolgens de resultaten nauwkeurig worden geëvalueerd. In zowel theoretische, als toegepaste aspecten zijn schoolresultaten (en later academische- en werkprestaties) gedefinieerd en herkenbaar als afspiegeling van deze dominante (witte westerse) cultuur. Daar valt veel voor, maar ook tegen te zeggen.

De weg vanaf de Verlichting die ons voorspoed zou brengen, blijkt steeds meer een doodlopende weg te zijn, onder meer met betrekking tot het klimaat en uitputting van de bronnen die de planeet kan leveren (de ecologie). Juist nu er een globale cultuur is ontstaan waar al die andere culturen in worden geassimileerd, is het de vraag of culturen die duurzamer met de ecologie omgaan en problemen hebben met accommoderen aan de globale cultuur, niet juist meer stem zouden mogen krijgen in de transitie naar een meer duurzame globale cultuur. Op school en in onze academische en werkprestaties geldt praktische overal dat economie voor ecologie komt, en precies dat is onhoudbaar. De nadruk ligt telkens op tellen, meten en wegen, op omzet en op continu op korte termijn aanpassen aan nieuwe (digitale) technieken, mogelijkheden en problemen. Gechargeerd, het is of succes hebben door als geletterde te leven in een systeemdictatuur, of als laaggeletterde de wedstrijd om een robot te worden opgeven. Dat begint al op school, dat steeds minder het domein is van autoriteit met kennis en wijsheid, die de kinderen helpt ingewijd te worden in een cultuur waarop we trots kunnen zijn. Thuis is soms, ondanks de lagere SES, die trots nog wel aanwezig.

Mogelijk wordt school en het beroep van onderwijzer (in vervolg op vorige week) voor iedereen minder aantrekkelijk, juist omdat het zo nadrukkelijk alles trechtert naar slechts één (westerse) culturele werkelijkheid. Convergeren zou ook divergeren kunnen zijn. Een voorbeeld vormt popmuziek, waarin de succesvolle producties een veelheid aan stijlen kenmerken, van wit (heavy metal) tot zwart, tot talloze tussenvormen. Feitelijk kan bijna iedereen vanuit diverse culturele achtergronden zich wel vinden in een bepaalde acid of hiphop stijl, of juist in een traditionele countryrock stijl. Popmuziek werkt daarbij dus niet perse als een instituut dat de diversiteit omlaag brengt. Scholing doet dat, onbewust, en vaak met uitgebreide inclusieprogramma’s, dus juist wel.

Met door de United Nations uitgeroepen duurzaamheidsagenda gaat het niet goed, zoals het er nu uitziet gaan we de Sustainable Development Goals op geen stukken na halen. Wellicht ligt er in andere culturen heel veel kennis, inzicht en omgangsvormen die wij zouden kunnen gebruiken. School als centrum van divergeren (in plaats als convergerende melting pot). Durven we het aan, om iets meer de succesvolle multiculturele adaptatie van popmuziek toe te laten in het onderwijs?

vrijdag 14 oktober 2022

Degrowth! (3, slot)

Continu verbeterenlevenlang leren, de Deiming cirkel (plan-do-check-act)… En toch staat de planeet er iedere nieuwe dag een beetje slechter voor dan de dag ervoor! Alleen al in de eerste 9 maanden van dit jaar is er 1 keer het oppervlak van Nederland inclusief territoriale wateren aan bos gekapt en 2 keer dat aan woestijn bijgekomen! Technologieontwikkeling, continu verbeteren en kwaliteitsaanpakken zijn (op z’n best) gericht op de dingen zo goed mogelijk doen. Dat is niet hetzelfde als de goede dingen doen. Zo efficiënt mogelijk de verkeerde (desastreuze) werkwijzen uitvoeren, geeft juist een versnelling in de telkens groter wordende problemen waar we voorstaan. Kunnen we het netto resultaat van al onze inspanningen verbeteren? De goede dingen doen, daar zouden we het over kunnen hebben. Over omschakelen van welvaart naar welzijn, economische krimp ten gunste van ecologische groei en toename in verbondenheid. Hier 8 suggesties op een rij. 

1.     Leef met passie (functioneren als “robot” in een systeemdictatuur is menselijk gezien verre van ecologisch duurzaam).

2.     Denk kleinschalig en divers! Heel veel kan. Echter, we zijn gewend (verslaafd) aan praktisch alles wat we doen op te schalen naar “Bigger than Life”, door blinde copy-paste! We moeten stoppen met geloven in “One size fits all” oplossingen, want die zetten de lokale ecologische kansen en uitdagingen buitenspel.

3.     Arbeid biedt de sleutel tot ecologisch herstel, omdat de beschadiging van de ecologie (milieu en natuur) vooral ook het gevolg van het proces van arbeid is.

4.     Wees uiterst kritisch bij het streven naar efficiëntie. Economisch efficiënte opschaling is ecologisch vaak desastreus! Zelfs in werk en vrije tijdbesteding gaat de lol en passie er snel af, als iedere stap die we zetten continu in prestatie indicatoren en evaluatiesystemen wordt gewogen (zie 1). Waar niets mag mislukken, kan niets nieuws ontstaan! Exploreren, dromen, aanrommelen is de moeder van verandering, en die is hard nodig!

5.     Wees kritisch naar BigTech innovaties, meestal is in eerste instantie het uitdagende zichtbaar, en komen de serieuze downsides later vanzelf. Een voorbeeld. Het internet of things en in the cloud computing, leidt tot wereldwijde roekelozer opslag van data (foto’s, filmpjes, etc.). Naar vermoeden in 2050 gaan meer energiekosten naar datacentra dan al het vliegverkeer op de planeet voor de Coronacrisis. Daarnaast biedt Innovatieve Technologie vaak uitstekende oplossingen voor verkeerde handelswijzen, waarmee we van de drup in de regen komen (bijvoorbeeld met AI toepassing grootschalige landbouw nog “efficiënter” in de lucht houden)! Tech gaat veel vaker over de dingen goed doen, dan over de goede dingen doen!

6.     Consuminder! Wat we ook doen – ons huis verwarmen, ons verplaatsen, middelen aanschaffen – laten we ons beseffen dat het echt ook met minder kan. Een dikke trui, of niet elke maand alle vruchten van de wereld in de supermarkt, leven met het seizoen en de tijd van de dag, is geen schande en niet ouderwets en bekrompen. Een 24-uurs economie kost al snel meer dan de ecologie kan bieden. 

7.     Ga niet voor korte termijn populariteit, leef niet voor de likes op de sociale media, maar zoek fysieke verbinding. Besef dat niemand de waarheid in pacht heeft, maar dat het sociale netwerk waarmee we ons identificeren soms meer dan onze rationaliteit onze (on) waarheden definieert (McRaney, 2022).

8.     Wend je niet af van politiek, maar wees mild. Met alle sociale media en verdeeldheid, valt het politiek bedrijven niet mee! Ons ‘politieke bedrijf’ – te veel partijen, die (soms tegen beter weten in) te veel met zichzelf en hun populariteit bezig (moeten) zijn – biedt nog te weinig perspectief op een wezenlijke omslag naar meer sustainability. Ook hier speelt BigTech (zie punt 5) met al haar algoritmes en verdienmodellen geen mooie rol. Waar we kunnen, moeten we hier ook bewustzijn op ontwikkelen, een mooi initiatief is mi Geluk Centraal.

Dank voor het lezen. Vult u de rij verder aan?

Bar-On, Y. M., Phillips, R., & Milo, R. (2018). The biomass distribution on Earth. Proceedings of the National Academy of Sciences, 115(25), 6506-6511.

McRaney, D. (2022). How minds change. Amsterdam: Maven Publishing.

 

 


vrijdag 7 oktober 2022

Op zoek naar een afslag (degrowth 2)

Vorige week schetste ik de ecologische onhoudbaarheid van economische doorgaan op de weg waar we op zitten. Als je op een verkeerde (of zelfs doodlopende) weg zit, kan je of omkeren, of een afslag nemen, om zo van richting te veranderen. Echter, voor je afslaat, moet je bewustzijn daar op anticiperen. Qua Nederlandse voetafdruk (inclusief energie en materialen gebruik) is de huidige weg onhoudbaar; slechts iets meer dan een maand kunnen we toe met uitsluitend Nederlandse ecologische bronnen waren (Dutch Natural Capital Day viel dit jaar op 9 februari). Als iedereen op aarde leeft zoals wij, zijn er 3,6 planeten nodig (Dutch Overshoot Day viel op 12 april). Tijd om uit te kijken naar een afslag in een ecologisch meer “sustainable” richting. Koersverandering vereist een nieuwe mindset. Rustiger gaan rijden (de energieprijzen helpen al een beetje mee) en bij een mogelijke afslag op tijd afremmen, om in de metafoor te blijven. Hoewel ik ook de antwoorden niet heb, toch een aantal suggesties waar we aan kunnen denken bij zo'n mindset met de focus op gedrag (psychologie en AI is mijn vakgebied). Wat gaan we niet meer doen en wat kunnen we juist wel doen om onze ecologische voetafdruk te verkleinen?

1. Leef met passie (functioneren als “robot” in een systeemdictatuur is menselijk gezien verre van ecologisch duurzaam).

2. Denk kleinschalig en divers! Heel veel kan. Echter, we zijn gewend (verslaafd) aan praktisch alles wat we doen op te schalen naar “Bigger than Life”, door blinde copy-paste! We moeten stoppen met geloven in “One size fits all” oplossingen, want die zetten de lokale ecologische kansen en uitdagingen buitenspel. (Nuts)diensten, werkwijzen en systemen die overal toegepast worden, zullen dat op veel plaatsen niet ecologische verantwoord (natuurlijk) doen, maar met veel “geweld” (energie/materialen). Groei zonder rekening te houden met lokale omstandigheden - blinde copy-paste – is een plaag. Nogmaals, heel veel kan, maar niet altijd en overal. Waar een ijsbaan in Scandinavië natuurlijk is te realiseren, is dat anders in de woestijn. In dunbevolkt bosgebied kan zelfs een houtkachel bij spaarzaam gebruik uitkomstbieden, zoals een pellet kachel op het platteland, terwijl in een industriestad kansen liggen voor het benutten van restwarmte. Ook 24/7 economie gaat voorbij aan dag/nacht ritmes (veel energie om altijd licht te hebben. of constante winkelvoorraad). Een positief, divers beeld van de mensheid zal helpen onze wereld ook figuurlijk warmer en meer verbonden te maken. Echter, industriële (“efficiënte”) opschaling – blinde copy-paste – is (onbedoeld) één van de krachtigste wapens tegen zo’n mensbeeld, omdat goedkope herhaling het lokaal en divers toepassen en beleven in de weg staat. In tegenstelling tot gezonde celdeling, betreft tumorcelvorming bijvoorbeeld een blinde (niet sustainable) copy-paste werkelijkheid, die geen rekenschap geeft van de complexe cellulaire verplichtingen en samenwerkingen die voor het voortbestaan van het organisme op de langere termijn noodzakelijk zijn.

3. Besef dat arbeid de sleutel tot ecologisch herstel biedt, omdat de beschadiging van de ecologie (milieu en natuur) vooral ook het gevolg van het proces van arbeid is.

4. Aansluitend op 2, wees kritisch bij het streven naar efficiëntie. Economisch efficiënte opschaling is ecologisch vaak desastreus! Alleen al in 2022 is er 4 miljoen hectare bos verloren gegaan en ruim 9 miljoen hectare woestijn bijgekomen (Nederland, inclusief binnen- en buitenwater: 4,1 miljoen hectare). Bosverlies door grootschalige diervoeding productie (soja, mais). Ruim 96% van alle zoogdierenmassa op de planeet is mens (36%) of slachtvee (60%), dus er blijft slechts 4% over voor alle andere zoogdieren (Bar-On et al., 2018). Zeventig % van alle vogels op aarde is pluimvee, meestal kip, grootschalig gehouden in industriële farms voor onze consumptie. Stoppen (of serieus minderen) met vleesconsumptie, biedt kansen. Overigens is ook op andere vlakken steeds efficiëntere productie ecologisch desastreus, denk aan de snelle toename van megasteden.

Volgende week deel 3, vanuit een psychologisch perspectief, over hoe we ons kunnen voorbereiden op verandering van richting. We kunnen wel degelijk iets doen, en economie is geen vloek, mits binnen ecologische kaders en niet andersom, zoals nu helaas de praktijk is. Oneindige groei uit eindige middelen kunnen we omruilen voor perspectief op een harmonieuze toekomst in natuurlijke verbondenheid.

Bar-On, Y. M., Phillips, R., & Milo, R. (2018). The biomass distribution on Earth. Proceedings of the National Academy of Sciences, 115(25), 6506-6511. 

donderdag 29 september 2022

Vier populistische statements tegen het licht (degrowth deel 1)

Aan alle kanten lopen we tegen de grenzen van wat wij als bronnen van de planeet opeisen, en wat de planeet ons kan bieden. Eerst wat cijfers. We produceren wereldwijd enorm veel, in 2050 zal de totale mensgemaakte massa (asfalt, kunststof, beton etc.) het dubbele zijn van de planetaire organische massa. Van de 9 planetaire grenzen zoals vastgesteld door het Stockholm Resilience Centre is er 1 veilig (Ozon), zijn er 4 overschreden, 3 bijna overschreden en is er van 1 grens nog de status niet vastgesteld. De Earth Overshoot day was dit jaar 28 Juli (toen hadden we wereldwijd net zoveel bronnen gebruikt als de planeet in 1 jaar kan genereren, in Nederland was het nog veel eerder: 12 april (als iedereen op de wereld zou leven zoals de gemiddelde Nederlander). De Dutch Natural Capital Day (als iedere Nederlander het alleen met de Nederlandse Bio-capaciteit zou moeten doen) was al op 9 februari. Voor veel andere “ontwikkelde” landen in Europa, zijn de cijfers vergelijkbaar.

Leuke cijfers om even tegen het licht van een aantal populistische statements te houden.

  • 1.     Nederland voor de Nederlanders.

Overal ter wereld worden grondstoffen gedolven die wij hier omzetten in economie, bijna 11 van de 12 maanden moeten we onszelf, onze fabrieken en al onze activiteiten/vermaak voeden vanuit ecologische bronnen buiten Nederland. Feitelijk niet Nederland, maar de hele wereld voor de Nederlanders!

  • 2.     De “gewone” Nederlander heeft recht op zijn/haar welvaart.

Waarom zou de “gemiddelde” Nederlander recht hebben op meer welvaart dan alle andere wereldburgers? Wij hebben voor die “gewone luxe" al op 12 april (na 3 maanden en 12 dagen) alle bronnen gebruikt die de planeet in 12 maanden kan produceren. Aangezien de hele wereld de planeet voor een jaar heeft uitgeput op 28 juli (dus na bijna 6 maanden), nemen wij veel meer dan de gemiddelde wereldburger. We hebben daarmee dus ook een aanzienlijk groter deel in de vervuiling, vermindering van biodiversiteit en klimaatverandering, onder meer door de omzetting van organisch materiaal in mensgemaakt materiaal. Gaan we daar dan ook de “gewone” Nederlander de rekeningen van presenteren?

  • 3.     Nederland zit vol, geen asielzoekers er meer bij.

Vluchtelingen kloppen bij onze grenzen aan bijvoorbeeld omdat hun wereld ontregeld is door droogte, oorlog (vaak om bodemschatten voor onze energiebehoeften), waar wij dus een meer dan gemiddeld aandeel in hebben (zie 2). Nederland voor de Nederlanders houden betekent dat we hier precies 1 maand en 9 dagen kunnen leven, en de rest van het jaar zelf op de vlucht zouden moeten.

  • 4.     Ons Nationaal opleidingsniveau is superieur.

Bijna  de helft van de Nederlanders tussen 25 en 65 is hooggeschoold (HBO of Universiteit, zie https://digitaal.scp.nl/ssn2018/onderwijs/). Met zoveel landgenoten die hebben leren verbanden te zien, is het moeilijk te begrijpen waarom we de schuld van onze eigen overvloedige levensstijl neerleggen bij opkomende economieën (voorheen Derde wereldlanden), omdat ze niet langer kunnen of willen voorzien in onze behoefte naar welvaart.

Welvaart en welzijn zijn heel verschillende zaken. Als er één cultuur is die dat uit het oog is verloren, dan is het wel de onze. Als zaken niet meer kunnen zoals ze gingen, moet de vraag zijn Hoe dan wel? En bij iedere activiteit die we aanvangen – onafhankelijk of het traditioneel of innovatief is – dienen we ons de vraag te stellen Wat gaan we niet meer doen? Waar houden we mee op? Nu komt er telkens meer bij, zoveel, dat we ondanks dat we bijna met 8 miljard mensen op aarde zijn, toch tekort aan arbeidskracht ervaren, in zeer veel sectoren. Wellicht kunnen we sectoren sluiten, er gewoon mee ophouden. Populisten spelen in op gevoelens van behouden, of zelfs terug naar de fase dat de meeste van ons onbewust waren van de roofbouw die we op onze planeet (en Derde Wereld) pleegden. We dachten dat de bomen tot in de hemel groeiden. Er is één vraag die we ons steeds vaker moeten gaan stellen: wat gaan we niet meer doen? Volgende week verder met Degrowth, van welvaart naar welzijn.


vrijdag 23 september 2022

Systemen (laaggeletterdheid deel 2)

Vorige week vertelde een Amerikaanse visiting professor dat in veel staten in Amerika het vak van leraar niet meer zo in trek is, waardoor het niet meer lukt om iedere klas een eigen leraar te geven. Als ik terugdenk aan hoe ik 12 jaar geleden als docent begon op de academie waar ik nog steeds werk, en dat vergelijk met de nieuwe collega’s die deze maand begonnen zijn, is er enorm veel veranderd. In één woord: systemen! Natuurlijk is de Coronapandemie daarbij een grote facilitator geweest, we werken nu hybride, zowel online, als versnipperd in veel minder druk bevolkte schoolomgevingen. Digitaal is onze communicatie ook veel meer versnipperd, niet meer via 1 mailaccount, maar via vele kanalen van Teams tot mail, van Whatsapp tot LinkedIn etc. Waar we zijn, wat we doen, wordt dan weer via andere software en rapportagesystemen van uur tot uur geregistreerd, en in zelfs in de klas zijn wij als docent niet meer de enige “autoriteit”, we mogen concurreren met online colleges en kennisclips van soms wereldberoemde collega’s, die 24 uur per dag op het internet voor onze studenten en collega’s beschikbaar zijn.

 

Verbinding, het ervaren van autonomie (regie) en eigen competentiebeleving – drie aspecten die steevast met werkmotivatie ook in het klaslokaal worden geassocieerd – zijn er daarmee anders uit komen te zien. Of dit alles direct samenhangt met het gegeven dat het steeds moeilijker lijkt te worden om genoeg docenten aan te kunnen trekken (sommige lagere scholen in bijvoorbeeld Amsterdam zijn overgegaan naar 4 schooldagen per week in de hoogste klassen vanwege het lerarentekort, Nationale onderwijsgids, 2022), weet ik niet, maar ik kan me er wel van alles bij voorstellen. 

 

De techniekfilosoof Jacques Ellul (1964) ging zo ver om te stellen dat het zoeken naar toepassingen en profijt, groei en kapitalisme een gevolg van technologisering is en dus niet de oorzaak ervan. Ellul stelde dat een wetenschappelijk-industrieel complex simpelweg innoveert waar het kan innoveren en ontwikkelt waar het kan ontwikkelen, zonder op voorhand in overweging te nemen wat de maatschappij aan de zo ontstane producten zal hebben, laat staan wat de ongewenste bijeffecten en gevolgen zullen zijn, die onvermijdelijk altijd ontstaan. Systemen om zaken makkelijker te maken, bijvoorbeeld, groeien vaak uit tot een verhoging van de administratieve druk op gebruikers, en op een sterke focus op meetbare (vaak getalsmatige) aspecten, waardoor onbedoeld de niet meetbare aspecten – de magie – uit het oog dreigen te verdwijnen. Daarbovenop worden veel systemen inderdaad onbeproefd geïmplementeerd, soms met veel tegenzin van de gebruikers. In het machtsspel dat volgt, kan vervolgens door de tegenzin en soms ronduit tegenwerking van die gebruikers, zo’n systeem onhandig doorontwikkeld worden, waardoor het uiteindelijk maar beperkt doet waar het toe is ontworpen, maar vooral een blok aan het been wordt. De documentaire Dodelijke Zorg over het in veel ziekenhuizen gebruikte elektronisch patiënten dossier (EPD) vormt een triest voorbeeld. 


In de documentaire geven artsen aan dat ze nog maar de helft van het aantal patiënten van voor de ingebruikname kunnen behandelen, door alle vinkjes en administratieve rompslomp in het onhandige systeem. Bovendien gaat veel informatie bij het vele handwerk van overtypen verloren (het systeem werkt niet goed samen met andere EPD's), wat soms zelfs mensenlevens kost (vandaar de titel dodelijke zorg). De documentaire eindigt met de opmerking dat het merendeel van het geld bedoeld voor gezondheidszorg niet gaat naar directe patiëntenzorg, maar naar grote systeemeigenaars, zoals ICT bedrijven, vastgoedbeheerders en grote farmaceuten.

 

Zoals in genoemde documentaire staat de macht van grote systemen regelmatig het werkplezier in de weg van professionals zoals artsen, verpleegkundigen en leerkrachten. En deze systeemmacht groeit en groeit, overal worden we door systemen gevolgd en in de gaten gehouden – met camera’s, door controlesystemen, door zoekmachine-interacties op het internet. De digitale kruimels die we via onze smart devices achterlaten, zijn data- goud in de systemen, om meer te verkopen, om nog meer systemen op te tuigen. Bijna hoef je alleen maar aan een nieuwe badkamer te denken, of je krijgt de reclames al op je beeldscherm. En denken, dat kunnen de systemen beter. Gedefinieerd in termen van de systemen, dreigen we allemaal laaggeletterd te worden. Flip the classroom software, Google Learning. Wie wil nog aan deze wedloop tot robotgedrag deelnemen? Leerkrachten lijken welhaast overbodig! Ik snap wel waarom ze afhaken!


Ellul J. 1964. The Technological Society. New York: Vintage Books

2Doc: Dodelijke zorg KRO-NCRV 15 september 2022 Onderzoeksdocumentaire over de invloed van falende software in Nederlandse ziekenhuizen

https://www.nationaleonderwijsgids.nl/basisonderwijs/nieuws/62633-meerdere-scholen-zullen-vierdaagse-lesweek-invoeren-vanwege-lerarentekort.html

vrijdag 16 september 2022

Te weinig laaggeletterden?

Afgelopen maandagavond ben ik naar een prachtige Theaterstuk "Laaggeletterdheid" geweest georganiseerd door het lectoraat-ggz-en-samenleving (domein G&W) van Windesheim over laaggeletterdheid. Victorine en ik reden om 18:30 samen met onze dertienjarige dochter Dorinthe naar Hedon in Zwolle, een centrum waar ik vele levens geleden (begin jaren ’80) met mijn toenmalige band Jim Rensson & the Crew ooit zelf optrad.

Wat was het een prachtige avond! Na een korte inleiding van onderzoeker dr. Merel van Mansom, waarbij zij opmerkte dat 18% van de Nederlanders laaggeletterd is, dus ook in de stad Zwolle (wat neerkomt op bijna 25000 inwoners alleen al in Zwolle) kwamen 4 toneelspelers op, die elk afwisselend een rol als laaggeletterde aannamen (schoonmaakster, monteur, thuiszorg, zonder beroep met de dagelijkse zorg voor een vrouw na een CVA) en als (hoog-geletterd) professional (huisarts, onderwijzer, teamleider techniek, schuldhulpverlener). In de communicatie tussen professional en laaggeletterden viel vooral de ingewikkelde papieren (en digitale) systeemwerkelijkheid op, waarin mensen hulpvragen, of andere vormen van communicatie moeten zien te initiëren. Het recept wordt bijvoorbeeld digitaal online naar de apotheek gezet, zodat u het digitaal kunt autoriseren en vervolgens ophalen. Met alle goede bedoelingen praten de professionals daarbij finaal over de “laaggeletterden” heen, die overigens een prima begrip van hun eigen werk en leefwereld hadden (laaggeletterdheid en domheid zijn verschillende dingen).

Onze wereld is enorm complex, met enorm ingewikkelde (al dan niet digitale) systemen – vaak aanvankelijk bedoeld om het makkelijker te maken – die om ze goed te beveiligen, AVG-proof te laten zijn en juridisch ook nog goed af te dichten voor een geletterd mens al ingewikkeld zijn. Om bijvoorbeeld in een projectmanagement systeem een vinkje te zetten, moet je eerst op je telefoon een dubbele autorisatiecode invullen. Maar voor mensen die prima korte zinnetjes kunnen lezen, en ook in de (met op zich twijfelachtige algoritmes) supermakkelijk gemaakte en gepersonifieerde sociale media omgevingen die Big-Tech bedrijven als Google en Meta (Facebook) bieden, prima hun weg kunnen vinden (of die van adverteerders, of andere betalende stakeholders), kunnen met de houterige overheidssystemen en beveiligingen vaak totaal niet uit de voeten. Overigens las ik ergens dat zelfs onze premier liever eenvoudige diensten voor telecommunicatie verkoos boven de super beveiligde overheidsdiensten (voor mails, SMS, etc.), maar dat terzijde.

Voor mij was de conclusie dan ook vooral dat we het inderdaad in onze samenleving veel te moeilijk hebben gemaakt. Wat mij betreft hoeven we niet zozeer aan de laaggeletterden weer een verdienmodelletje koppelen (leven-lang leren), hoe aantrekkelijk ook, maar moeten we voorkomen dat straks niemand de wildgroei aan steeds meer ingewikkelde systemen met dubbele en driedubbele autorisatie en bakkenvol jargon nog begrijpt. Ik denk dan ook dat 18% laaggeletterdheid simpelweg te weinig is, pas als 50% van de mensen tot de groep behoort gaan we misschien eindelijk deze systemen aan de kant gooien. Waar is duurzaam leven in menselijke verbinding? Als dit zogenaamd laaggeletterdheid is, en onze systemen zo complex zijn, lijkt het er eerder op te wijzen dat we onze prioriteiten voor mensen en hun nut drastisch verkeerd hebben gesteld. Des te schrijnender dat juist de zogenoemde laaggeletterden – net als in het theaterstuk – nu juist dat oh zo belangrijke werk doen, de handen uit de mouwen, en niet zich verstoppen achter moeilijke titels, die volgens David Graeber in het boek BullShit Jobs vooral moeten verhullen dat de drager daarvan feitelijk nergens echt bijdraagt. Onder mensen met een lage sociaal economische status (SES) komt laaggeletterdheid (nu nog) vaker voor dan onder mensen met een hogere SES. SES kan je verhogen door iedereen zo hoog mogelijk te scholen (naar een bulshitjob met maatschappelijk aanzien: hoge SES). Wellicht beter is drastisch meer waardering te hebben (qua status, beloning en sociaal) voor de banen met het echte werk (Graeber noemt het de “shit” jobs). Kortom, een prachtige avond, met topspelers, en een mooie vormgeving van toegepast wetenschappelijk onderzoek!

Graeber, D. (2018). Bullshit Jobs: A Theory. New York: Simon & Schuster.

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...