vrijdag 17 december 2021

Mensenmassa's

In de kunst, met name de schilderkunst en de literatuur en later ook de muziek, zie je in de 19de eeuw de opkomst van de grote mensenmassa’s, en dan vooral de angst voor vervreemding in zulke massa’s. Waar mensen altijd in qua getal relatief beheersbare gemeenschappen leefden – werk, gezin en geloof – werden met de eerste industrialisatie (produceren volgens blinde copy-paste procedures) grote anonieme mensenmassa’s buiten het strijdtoneel steeds meer algemeen. Een massa bestaat uit mensen die elkaar niet kennen, maar wel herkenbaar voor elkaar zijn, omdat ze bijvoorbeeld allemaal in een fabriek werken, of, allemaal uit alle windrichtingen naar een “arena” van hun favoriete spektakel of artiest gaan. Ooit waren ze er niet/nauwelijks, de anonieme ruimten, zoals pleinen, winkelcentra, snelwegen, bevolkt door mensen - de anonieme medemens - die je niet kent, maar desondanks voorspelbaar gedrag vertonen. Nu we met grote getalen in de grote steden wonen, zijn praktisch alle publieke ruimten - pleinen, winkels, wegen, openbare vervoersmiddelen – anoniem geworden. We zijn gewend geraakt aan de massa’s, we zijn ze als normaal gaan beschouwen. 

We zijn ze ook gaan ontvluchten, nu in een "nieuwe" dubbele realiteit. In de digitale ruimten zijn we niet anoniem, in ieder geval niet voor onze (virtuele) vrienden. Beter virtueel verbonden, dan verloren in niemandsland, beter een fopspeen dan niets. Nu we in de fysieke gedeelde wereld, die we met snelle mobiliteit zo snel kunnen doorkruisen, grotendeel vreemden voor elkaar zijn geworden, is het zo begrijpelijk dat we de smart devices met beide handen aangrijpen, om dezelfde beeldtaal te delen met al die andere "vreemden", en zo toch weer bekenden van elkaar te worden. Geglobaliseerde wereldburgers, we herkennen elkaar zonder dat we elkaar kennen. 

Toch dreigen we hiermee ook steeds dieper in een impasse te geraken; we vervreemden van onze eigen levens, omgevingen en culturele tradities, en grijpen ons vast aan de digitale werkelijkheid van 0 en 1, fake en feit. Vorige week schreef ik over 1984, en over hoe de geschiedenis in dat verhaal elke dag herschreven kan worden, als dat in de actualiteit beter uitkomt. De dictatuur van de tegenwoordige tijd, met daaraan ondergeschikt gemaakt zowel de verleden tijd, als de toekomstige tijd. In 1984 is dat laatste, geen toekomstige tijd die het handelen van vandaag zin of perspectief geeft, heel letterlijk genomen; alles is grauw, uitzichtloos en toekomstloos. Als mensen met een onbestemd toekomstperspectief (dromen en doelen), dobberen we doelloos op een oceaan van directe bevrediging, van TikTok en Insta, van Netflix en Spotify, met onbestemde verwachtingen van nog meer technologisch "heil" (dat vaak achteraf minstens ten dele nieuw "onheil" bleek te initiëren: Pandora's Doos). En deze oceaan is zo onmetelijk grenzeloos, zo uitgestrekt, dat passief ondergaan, je mee laten drijven met de waan van de dag, het meest voor de hand liggend is. Het draagt dan bij aan het realiseren van “jouw” (volkomen globaal ontstane) “doelen”: een opleiding hier, een huisje, boompje, beestje daar. Of daar andersheid, liefde, toewijding, eigenheid beter in past dan in 1984, is voor mij nog steeds de vraag.

Maar er is een weg terug naar een wereld met meer verbondenheid en kleinere schaal. Die weg is – paradoxaal – juist recht vooruit! Meer natuur, en veel minder AI en digitalisering als beschouwen, ook al kunnen we niet zonder technologie. Want zonder technologie kunnen we niet leven, althans de overgrote meerderheid van de mensheid (waaronder zeker ook ik!) zou binnen enkele weken letterlijk de vergetelheid zijn binnengetreden. Maar met een nog steeds oplopend tempo van technologische vernieuwing – digitale transformatie – eindigen we eveneens met lege handen, op een van diversiteit beroofde planeet, waar de grootste dwazen (Bezos, Musk ...) zich letterlijk van afwenden, de ruimte in, ongeveer zoals Pixar Animation Studios dat in 2007 zo treffend verbeelden in de film Wall-E

Hoe dan ook, het optimisme waarmee regering na regering meent dat we vooral moeten bijblijven met nieuwe technieken, lijkt me minstens volkomen misplaatst. Investeren in nog meer vervreemding, in nog meer natuurlijke teloorgang, lijkt me iets dat de BigTech bedrijven prima zelf kunnen, daar hebben ze de overheden en kennisinstellingen niet voor nodig. Maar investeren in die smalle weg uit de crisis die een kleine 4 eeuwen Verlichting heeft opgeleverd, lijkt me uiterst relevant. En laten we daar voorlopig het licht van Kerstmis maar bij koesteren, breed verbreid en kleinschalig tegelijk. Misschien is dat een voorbeeld: Fijne Kerst!


dinsdag 14 december 2021

Share our Love (this Christmas)


In my teens and early twenties, still a teenager, my band – Jim Rensson and the Crew – and I set ourselves the goal of hitting the stage at least once a week. We performed in the alternative circuit, where (punk) new wave was popular in the 80s. Now that I'm in my sixties, my goal is about the same, but now to give a weekly lecture about my chair, Brain & Technology. This year it worked, at least if I don't measure the holiday weeks. Everything comes together at home, music and talking/thinking/writing about the dangers and possibilities of technology for our mental well-being (and, more generally, the well-being of the planet), with my family and my dear Victorine, with whom we also recorded a Christmas single this year. Here you will find the clip: Share our love this Christmas. Words by Victorine, Music by Deborah (& partly me), clip by Deborah and sung by Victorine, Tessa, Deborah, Thorvald, Dorinthe and me (with Tom van Timmeren on drums, Deborah on keyboards and piano, and me on (bass) guitars).

donderdag 9 december 2021

Systeemdementie: 1984

Een boek dat me van jongs af aan heeft geïntrigeerd, is 1984, van George Orwell. Juist als kind voelde ik me vaak een vreemdeling in een vreemd land, begreep ik niet waar al mijn leeftijdsgenoten zich druk over maakten, en vooral niet waarom ze niet of nauwelijks geïnteresseerd leken in de zaken die ik mateloos fascinerend vond. In 1984 vond ik het contrast tussen de technologisch gedomineerde wereld, waar systemen belangrijker waren dan individuen, en de romantische liefdesrelatie tussen Winston en Julia (en de knipoog daarin naar het beroemde verhaal van Shakespeare) ongelooflijk meeslepend. Twee werelden, de natuur dodende systeemwereld, en de uiteindelijk toch door het systeem verpletterde natuurlijke romance, de liefde, de roos, die verwelkt en aan het eind een nekschot zou krijgen. In de dystopische voorspellingen over dat systeem, vond ik één aspect fascinerender dan alle andere: het nieuws en daarvan afgeleid de geschiedenis kon elke dag keer op keer herschreven worden, zonder een spoor naar de vorige versie van de tekst; de dictatuur van de presence.

Gisteravond las ik voor het slapen gaan nog even m’n mails door. Eén van mijn fijnste collega’s mailde met de vraag of hij in het document dat ik vandaag moet presenteren, even wat opmerkingen mocht maken. Een andere (eveneens heel fijne) collega was me voor, en schreef aanmoedigend dat hij vooral zijn gang moest gaan. Ik besteedde er geen aandacht aan en ging slapen. Vannacht droomde ik van 1984, van hoe zelfs kinderen en ouders tegenover elkaar komen te staan door “dubbeldenk” (2 wederzijds uitsluitende ideeën worden gelijktijdig als juist gezien). Zo wil ik de aarde redden, en lever ik mijn bijdrage door posts op ... het internet. Mijn kinderen zijn overtuigd veganist, maar willen dat juist niet posten op de sociale media, want dat kan voor jonge mensen serieuze gevolgen hebben. Orwell voorzag dat technologie ons deze kant uit dreef, en schreef over “Newspeak” een nieuwe globale taal met beperkter en tegelijkertijd continu veranderend vocabulaire. Ik spreek de taal niet meer, en klink in het Nederlands al verouderd, laat staan in het alledaagse Engels. In 1984 is het de bedoeling dat Newspeak in 2050 de gewone taal heeft vervangen, met als doel dat taal als vehiculum tot denken daardoor wordt ontmoedigd en mensen makkelijker als slaven van het systeem kunnen functioneren. Immers, denken dat afwijkt van wat factcheckers hebben vastgesteld als juist - in 1984 wat de Partij voorschrijft als juist, wat overigens per dag kan wisselen - wordt beschouwd als conspiricy, en in 1984 als “thoughtcrime”.

Hoewel ik nog steeds gegrepen ben door de accuraatheid van de gedachten van Orwell, ben ik het eigenlijk nooit eens geweest met zijn “top-down” visie: hoe je moet denken, handelen en leven wordt volgens hem vanuit een masterplan van bovenaf opgelegd. Dat is begrijpelijk tegen de achtergrond van totalitaire systemen – het communisme in China en Rusland was in 1948 toen Orwell 1984 schreef heel actueel – maar nu is duidelijk dat de wereld niet vanuit masterplannen wordt bestuurd. Het gebeurt allemaal juist andersom, bottom-up, waarbij technologieontwikkeling een eigen leven is gaan leiden, “gesponsord” door een economisch systeem (oneindige groei uit eindige middelen) dat rechtstreeks voortkomt uit een van de fundamentele menselijk-psychologische drijfveren: korte termijn bevrediging.

Vanochtend, na het wakker worden, denk ik aan mijn droom en over de verschillen tussen nu en 1984, terwijl ik mijn computer opstart. Nog even snel voor de vergadering ga ik naar het in the cloud opgeslagen document dat ik zo moet gaan toelichten. Tot mijn schrik zie ik dat mijn collega een aantal essentiële zaken heeft verbeterd, maar dat het voor mij niet voelt zoals ik het geschreven had. Echter, er is geen enkele copy van een vorige versie, het verleden bestaat niet meer. Haastig kijk ik of ik een copy heb gemaakt op de harde schijf van mijn computer. Dat heb ik niet, en daarmee is de cirkel rond: in 1984 wordt het nieuws geschreven en telkens aangepast zonder een spoor achter te laten naar eerdere versies. Er is maar 1 waarheid, en dat is die van vandaag. Met de massale overgang van werken “in the cloud” ben ik ook mijn geheugen aan het verliezen,  systeemdementie is nu mijn deel aan het worden!

donderdag 2 december 2021

Kort

Al mijn hele leven is het een ergernis, dat moet ik toegeven, maar de laatste jaren neemt het haast pathologische vormen aan: Kort! Schrijf in 1 zin op waar het echt om gaat, kom nu toch eens tot je punt, als je het niet kort en bondig kan uitleggen, of opschrijven, is het niet belangrijk. Overal hoor ik dit, ondertussen al ruim 50 jaar. En als wijsheid met de leeftijd zou komen, wat natuurlijk ook niet per definitie waar is, dan zou ik ondertussen recht van spreken hebben verworven. Dan zou ik nu mogen zeggen dat sommige zaken te ingewikkeld of te genuanceerd zijn, om per definitie in oneliners gevangen te kunnen worden. Dat hertalen – het opnieuw woorden geven aan fenomenen die we met woorden tot betekenisloze clichés hebben laten verworden, tot uitgekauwde kauwgom waarvan zelfs de herinnering is verdwenen aan hoe ze aanvankelijk smaakten – van belang is om te blijven reflecteren op onszelf, en onze subjectieve werkelijkheid. Dat het je best doen om een lange zin (zoals de vorige) te “verstaan”, je helpt je eigen denkvaardigheid te ontwikkelen. Dat creatief taalgebruik met idiosyncratische elementen kan helpen om te divergeren. En dat sommige zaken niet door iedereen begrepen kunnen worden, maar dat we allemaal kunnen leren, en dat ons begrip op talloze gebieden ontwikkelbaar is, net als bv emoties, vaardigheden en creativiteit.

Maar natuurlijk heb ik ongelijk, ben ik afwijkend – neurodivers zelfs - en bepalen de marketing en communicatie afdelingen van grote bedrijven (inclusief Kennisinstellingen en Universiteiten) wat er wanneer en hoe geafficheerd wordt. Natuurlijk in Jip en Janneke taal. Dat we zelfs in beeldende proza onze wereld al lang niet meer kunnen beschrijven – daar is ze te complex voor geworden – wordt daarbij kennelijk vergeten. Door de simpele taal te voorzien van een (paar) plaatje(s), met als cliché dat 1 beeld meer kan zeggen dan 1000 woorden, komt het goed, zo lijkt de gedachte. En nu de techniek het toelaat, is dat plaatje dan bij voorkeur inmiddels getransformeerd in een heel kort filmpje, zeg maar op TikTok formaat. Snel weg te happen, bijdragend aan schijnzekerheid gevend begrip van de wereld: leuk-saai, goed-slecht, nieuws-fake. Leve de digitale transformatie.

Echter, naar mijn (afwijkende) mening zijn we onze wereld juist steeds minder gaan begrijpen, ondanks de talloze kreten en oneliners van influencers en reclamemensen die via de sociale media op ons worden afgevuurd. Klare taal, die tot een punt komt, dat wel, maar een punt dat vaak bij even doordenken al snel geen punt meer is. Dat is mijn punt, snapt u? Maar natuurlijk is het idee dat we bij het communiceren perse tot een punt moeten komen, ook een punt, dat geen punt zou hoeven zijn, eenvoudigweg omdat het dat niet per definitie is. Anders is dat in een formeel systeem, waar axioma’s worden gevolgd en zo de logica verplicht, dicteert, en dat is fijn. Daar houd ik van! Wiskunde/logica is daarmee een universele taal, bij voorkeur kort en krachtig. Dus dat is minder mijn punt, met al die "punten" probeer ik grappig als reclamemens te klinken.

Cultuur, samenleving en ons bestaan is (tot we in onze kist liggen) divergent, maar wordt door de continue roep naar kort, behapbaar, telegramstijl, WhatsApp, Twitter, TikTok en andere roeptoeterkanalen meer en meer getransformeerd naar convergent. Globaal worden we wereldburgers, met wereldomvattende (beeld)taal, verlangens en problemen. Tjonge, wat had ik weer veel woorden nodig om tot mijn punt te komen, maar gelukkig bent u er! Kennelijk zijn al die woorden voor u geen punt. En daar dank ik u voor, dankzij u mag ik er zijn, met al mijn woorden, en gedachten. Deze week heeft mijn blog sinds het begin in juni 2017 de 100.000 ste bezoeker gehad! Herhaaldelijk opnieuw verwoorden verhalen zijn een voedingsbodem voor ontwikkeling, dus tot slot een oneliner van Friedrich Nietzsche: "Smooth ice is paradise for those who dance with expertise".  Nogmaals, dank u!

donderdag 25 november 2021

Klein blijven

Elke dag, als onze jongste dochter op bed ligt, kijken mijn lief Victorine en ik een serie op Netflix. Als kleine kinderen genieten we van de verhalen, elke dag 1 aflevering. En telkens valt ons op hoe enorm goed sommige series zijn die uit hele kleine landen komen. Belgische series, bijvoorbeeld De Ridder, of nu Follow the Money uit Denemarken. Sublieme verhaallijnen, en prachtig acteerwerk. Als je dan zo’n relatief goedkope productie maar met enorm veel liefde en oog voor detail gemaakt hebt uitgekeken, en je gaat weer even over naar een Amerikaanse serie, dan is het in het begin zo enorm gewoon weer allemaal, zo “middelmatig”. Zo’n Amerikaanse blockbuster-serie wordt dan pas weer leuk, als er bijvoorbeeld een wat afwijkende hoofdrolspeler in zit, zoals in Lucifer bijvoorbeeld een Welshsman (UK), Tom Ellis. De Amerikaanse serie Breaking Bad was naar ons idee overigens een uitzondering, van de klasse van een kleiner land!

Toch bedenk ik dan dat als een klein land, zoals België (nog geen 12 miljoen inwoners) of Denemarken (nog geen 6 miljoen inwoners), met relatief weinig inwoners zulke mooie producten kan maken, hoe belangrijk het is om de schaal niet altijd zo enorm te vergroten. Zelfs uit IJsland hebben we mooie series gezien, terwijl het land nog geen 400.000 inwoners heeft. Landen die door metropolen qua inwonersaantallen met gemak ingehaald worden, maar die vanwege hun relatieve kleinschaligheid nog echt gezien worden.

In de biologie zie je ook dat klein blijven je heel flexibel en adaptief kan maken. Juist het omgekeerde, heel groot worden, kan ook sterk maken. Zeg maar Denemarken, of Amerika, of IJsland, of China. Een eencellig dier, zoals het pantoffeldiertje, heeft een ijzersterke strategie, en, hoewel we ons met onze grootschalige systemen ondertussen mondiaal behoorlijk in de nesten hebben gewerkt, wij mensen hebben ons toch boven verwachting goed kunnen standhouden juist met een groot en complex systeem. Juist hier zitten de paradoxen: systemen zijn handig en vreselijk, noodzakelijk en gevaarlijk. Grote organisaties die steeds meer regels en vrijheidsbeperking aan hun werknemers opleggen – HRO principes, bijvoorbeeld – tegenover kleine MKB-ers, die soms telkens weer mogelijkheden zien om het hoofd boven water te houden. HRO staat voor high reliability organization, zoals kerncentrales, luchtvaardiensten, of medisch specialistische zorg. Alles moet dan worden dichtgetimmerd, en de vrije speelruimte is minimaal. Zo creëer je zeg maar de olifanten van de menselijke systemen, groot log en uiterst betrouwbaar. Natuurlijk kan je proberen veerkracht hierbij te behouden, maar een olifant zal nooit de soepelheid van een muis bereiken, laat staan die van een eencelligen.

Wat ben ik toch blij dat er nog kleine landjes zijn, met creatieve veerkrachtige kunstenaars. Wat de taal betreft is Nederlands (of Engels) wat mij betreft ondertitelen beter dan nasynchroniseren, laat de spelers vooral acteren in hun eigen taal/dialect (Deens, Cornish, Welsh, of Gronings). Maar ook hier de paradox, Netflix is groot en feitelijk een HRO organisatie. We hebben grote gecontroleerde organisaties nodig, maar vooral ook veerkrachtige en creatieve kunstenaars en MKB-ers uit kleinere gemeenschappen, die flexibel zijn en snel kunnen veranderen, vandaar dit pleidooi. Chapeau dus, gemeenschappen en landen uit Scandinavië, Benelux en Groot Brittannië, op nog veel mooie Netflix avonden met Victorine, waarvan wij genieten en waarmee we hopen nog lang jong en heerlijk klein te mogen blijven!

vrijdag 19 november 2021

Twee grote maar gevaarlijke liefdes.

Mijn hele leven al ben ik dol op technologie. Gefascineerd kan ik naar machines kijken, of naar machines uit het verleden, zoals prachtige auto’s, tractoren, of mooie muziekinstrumenten, gitaren, piano’s, of de eerste analoge en digitale synthesizers… Een machine slecht behandelen, of niet onderhouden, voelt voor mij bijna als misbruik, als iets dat je niet doet! Dus stellen dat technologie het grote probleem van onze tijd is, gaat me echt aan het hart. Maar feit is dat we technologie leven, zo alom-vertegenwoordigd als de natuur dat vroeger was en dat het de biodiversiteit en ondertussen ook de culturele diversiteit heeft doen afnemen tot een gevaarlijke eenvormigheid, die vervuiling, klimaatproblematiek en verveling, eenzaamheid en haat produceert, op een wereldomvattende schaal. Veel technologie is ontwikkeld in de "haatindustrie" (oorlog), en kan net zo gemakkelijk voor, als tegen de menselijkheid worden gebruikt.

De weg vooruit lijkt zo vanzelfsprekend, de snelheid van innovatie neemt nog steeds toe, en we komen steeds verder in de problemen. Zonder technologie kunnen we niet. We zijn slecht aangepast aan de meeste natuurlijke omstandigheden op onze planeet, en we hebben technologie gebruikt om desondanks overal te kunnen leven. We zijn hierbij steeds meer energie gaan verslinden, om het warm te hebben, of juist af te kunnen koelen, om thuis te kunnen blijven werken, of juist om de wereld over te reizen. Mark Zuckerberg kan miljarden investeren in een Metaverse (hoewel er al vele kleinere bedrijven bezig zijn met het vestigen van een 3D internet op het ondertussen traditionele internet). Maar niemand lijkt te beseffen dat onze weg naar de toekomst juist minder technologie is, weer veel meer ruimte laten voor natuur. Locatie en cultuur, waaronder taal, zijn traditioneel aan elkaar gekoppeld, iedere streek (en vroeger zelfs stad, dorp of gezin) kende haar eigen gebruiken, bezigheden en (streek)taal/dialect. Er worden nu nog ruim 6909 talen gesproken wereldwijd (geschat in 1900 nog 70000), de verwachting is dat rond 2100 50 tot 90% hiervan is verdwenen.

In de 20e eeuw kwam de techniekfilosofie op, een richting, met namen als zoals Lewis Mumford, Martin Heidegger, Hannah Arendt, Jacques Ellul en Hans Jonas. Zij waren de eerste die betoogden dat moderne technologie feitelijk de natuurlijke en maatschappelijke orde was gaan overheersen, dat leven in de moderne tijd in praktijk betekent leven in technologie in plaats van in natuur. Hoewel, feitelijk was er al eeuwen eerder gewaarschuwd voor civilisatie meer algemeen, bv door Rousseau voor “de fatale aantrekkingskracht van de ontwikkelde mens” (1754). Rousseau schreef in 1754 “The first man who, having enclosed a piece of ground, bethought himself of saying “This is mine”, and found people simple enough to believe him, was the real founder of civil society. From how many crimes, wars and murders, from how many horrors and misfortunes might not any one have saved mankind, by pulling up the stakes, or filling up the ditch, and crying to his fellows, "Beware of listening to this impostor; you are undone if you once forget that the fruits of the earth belong to us all, and the earth itself to nobody.” (1754/2012). In het begin van de Verlichting, waren veel meer filosofen/wetenschappers die met Rousseau stelden dat de Rede de mens met de natuur in conflict zou brengen, en dat Vooruitgang van Beter dan ook een illusie was. Pas nu begint het besef dat de zinsbegoocheling van de Technologische utopie uiteindelijk een dystopie teweeg heeft gebracht van ongekende omvang meer algemeen te worden.

Natuurlijk kan je zeggen dat het niet de technologie is die het probleem is, maar het gebruik ervan. Maar dan heb je het in eerste instantie toch over de ontwikkeling ervan, en dan zijn ook bedrijfsleven, kennisinstellingen en wetenschap vaak een pioniersfunctie toebedeeld. Plat gezegd: het is of de technologie, of het zijn de mensen die de planeet parasiteren en daarmee een plaag vormen. En dan houd ik nog net iets meer van mensen dan van technologie!

Rousseau, J.J. (1754/2012): The Basic Political Writings. Hackett Publishing Company: Indianapolis.


donderdag 11 november 2021

Transities (3, slot): Arbeid als transitie domein

De wereldberoemde filmmaker Godfrey Reggio stelde in zijn legendarische Qatsi-trilogie dat het echte probleem met onze wereld niet de mensen zijn, maar de techniek die ze zijn gaan beschouwen als even vanzelfsprekend als de lucht die we inademen. Al in de jaren 70 – de tijd dat Godfrey Reggio met componist Philip Glass werkten aan deel 1, de film Koyaanisqatsi (Life Out of Balance), beschreef hij dat taal niet langer in staat was de wereld te beschrijven waarin wij leven en werken: “Language and place gives way to numerical code and virtual reality”. In de twee vervolgen (2. Powaqqatsi: Life in Transformation en 3. Naqoyqatsi: Life as War) gaat hij verder met te stellen dat competitie, winnen, roem, en de status van geld – kortom, het leven als spel – verheven zijn tot kernwaarden. Tenslotte stelt hij dat in deze wereld, die niet langer door gewone taal kan worden beschreven, numerieke code en virtual reality in een explosief tempo ontwikkeld worden en dat technologie hierin een rol speelt als geciviliseerd geweld: technologie is oorlog!

De podia in onze wereld – waarop we de kunsten en onze verbondenheid etaleren en eren – zijn geglobaliseerd, de taal (beeldtaal, Engels, code) en de technologieën in onze wereld zijn dat evenzeer. Zoals een vis zich geen voorstelling zou kunnen maken van een leven zonder water, is het voor ons praktisch onmogelijk om ons een leven voor te stellen waarin technologie niet onze alomtegenwoordige bestaansgrond vormt. De kleding die we dragen, de vloerbedekking, tegels, of het asfalt waarover we met onze schoenen lopen of wielen rollen, de elektriciteit waarmee we onze wereld verlichten en devices voeden, het cement, beton, of de kunststoffen en staalconstructies waarmee we onze habitat materialiseren, het gas en andere fossiele brandstoffen waarmee we ons verwarmen, verplaatsen of reinigen; technologie is overal om ons heen. De problemen waarmee we ons geconfronteerd weten, denken we zonder nadenken aan te moeten pakken met – opnieuw – innovatie, zonder te beseffen dat de innovatie van gisteren (en eergisteren) een hoofdrol spelen in de dreigingen van vandaag en morgen. Onze arbeid – onze ijver – is onze verbinding met onze bestaansgrond, zowel materieel (technisch), als ideëel (zingeving). Juist hierom zou arbeid een sleutelrol kunnen spelen bij het keren van de toekomst.

Voorwaarde is dan dat we inzien dat technologie vooralsnog het probleem is, ondanks het gegeven dat ze nog steeds vooral gezien wordt als de potentiële oplossing. Reggio: “The miracle of technology is literally eating up the planet for profits, it has a life on its own”. Kapitalisme op steroïden; net zo reëel als de wapenwedloop is de technologie wedloop, en ontwikkelingen gaan inderdaad razendsnel. Sterker, in termen van Reggio: technologiewedloop is wapenwedloop en dus is er sprake van geciviliseerd geweld. Om het ingewikkelder te maken, omdat technologie het probleem is, zal ze alsnog ook de oplossing moeten worden. Dus in zekere zin klopt het dat we onze hoop op technologie hebben gevestigd.

Het allergrootste probleem met technologie is de natuur, inclusief onze eigen (psychologische) natuur: verslaving, obesitas, depressie, etc. We zullen, deels ten koste van technologie, de natuur weer moeten gaan toelaten, onbeheerst en wild. De natuur moet toenemen, technologie moet afnemen. We moeten extreem kritisch zijn over elke innovatie, en die niet alleen laten bepalen door grote bedrijven of andere economische grootmachten. Kennisinstellingen trachten op de eerste rij te zitten, maar dragen daarbij zeker niet automatisch bij aan het keren van het tij. Arbeid kan bijdragen aan het opbouwen en onderhouden van lokale verbondenheid, van betrokkenheid op de lokale gemeenschap en op het vervullen van de eigen levensvervulling. Virtuele (social media) verbondenheid kan hier aan bijdragen, maar zal in de praktijk meestal juist vaak het omgekeerde bewerkstelligen: mensen uit hun hier en nu halen, vanuit de flow van verbondenheid en inspiratie naar een afstandelijke oppervlakkigheid van algemeenheden en objectivering van onze verschijningsvormen. Met elkaar, lokaal, bouwen aan onze leefomgeving – decent work – zou een transitie richting de Sustainable Development Goals van de United Nations kunnen bewerkstelligen en daarmee klimaat-, diversiteit-, forest-, en de demografische transitie kunnen bewerkstelligen! Bouwen aan evenwicht in diversiteit in plaats van in eenheid, om veelkleurig menselijk te kunnen zijn, zowel zwak en kwetsbaar, als verbonden door taal in plaats van door data. Al werkend – divers, verbonden, lokaal en kleinschalig – kunnen we beginnen de oorlog te verlaten!

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...