donderdag 25 augustus 2022

Woodstock en het begin van alles

Deze vakantie begon voor mij met “Het begin van alles” (Graeber & Wengrow, 2021), over het ontstaan van menselijke samenlevingen en eindigde met de Netflix documentaire Trainwreck: Woodstock ’99. In de ’99 Woodstock versie vielen, net als in de beroemde peace and music versie van ’69 (500.000 bezoekers), 3 doden. Maar in plaats van “Peace en Love” overheersten in ’99 commerciële belangen, “Greed & Cashing in”, aldus de Chili Peppers' zanger Anthony Kiedis (2018). De 400.000 bezoekers ondergingen verzengende hitte (temperaturen van 38 graden zonder kans op schaduw op een grotendeels geasfalteerde voormalige legerbasis), exorbitante prijzen voor een flesje water, slechte beveiliging, veel te weinig en zeer smerig sanitair en buitengewoon agressieve muziek (bands als Korn, Limp Bizkit). Dit alles leidde tot woede en agressie. In de documentaire zegt een toenmalige stagiair dat hij de organisatoren vroeg of ze hadden geluisterd naar de muziek van bands als Insane Clown Posse, Korn en Limp Bizkit, omdat die heel wat agressiever en opruiender was dan de door hun in ’69 geboekte hippiemuziek. Hij vreesde dat die muziek een lont in een kruitvat zou worden met paar honderdduizend opgeruide testosteronbommen, zeker als die gefrustreerd zouden raken door slechte omstandigheden. Ze hadden niet naar de muziek geluisterd, maar rock and roll is rock and roll. De leiding overschatte daarmee hun eigen organisatorische kwaliteiten en controle (bestuur). Ontstonden (tijdelijke) samenlevingen bottom-up (co-creatie), of top-down (georganiseerd door een "elite")?

Hier komt het eerdergenoemde boek in beeld. Hoewel beide mogelijk is, stelt het boek dat ons beeld van de geschiedenis van de mensheid onjuist is. De eerste steden ontstonden bottom-up, egalitair, niet pas nadat we ons vestigden als landbouwers. In tegendeel, duizenden jaren lang leefden prehistorische mensen seizoengebonden, sommige seizoenen nomadisch als jagers/vissers/verzamelaars en gelijktijdig een ander seizoen in een (bottom-up) vestiging – stad - waar op de daken van de huizen vaak de vrouwen experimenteerden met tuintjes en zo al spelend/experimenterend tuinbouw en het domesticeren van gewassen (graan, tarwe, mais) en dieren (varkens) ontwikkelden. In de stad vonden de jongeren levenspartners, waarmee ze vervolgens in kleine familieclans nomadisch rondtrokken. De mannen ontleenden hun status aan het jagen op wilde zwijnen, en zagen er dan ook geen eer in om de door de vrouwen af en toe “gefokte” makke varkentjes te eten. Dit seizoengebonden bestaan duurde 5000 jaar (!): stadsbewoner (met experimentele “balkonlandbouw”) en tegelijkertijd rondtrekkende nomade.

Een aantal conclusies worden getrokken: de eerste steden zijn niet een gevolg van landbouw (juist andersom!), landbouw (en ook kunst, nijverheid/wetenschap, zoals keramiek etc.) heeft een vrouwelijke oorsprong (huiselijke/stedelijke), maatschappelijke orde is het gevolg van een keuze (nomadisch bestaan of grootschalige nijverheid inclusief landbouw/veeteelt). De schrijvers stellen dat we bij elk ontbijt nog dagelijks gebruik maken van minstens 7 vrouwelijke uitvindingen, elk minstens zo groot als de stoommachine. Ze laten zien dat samenlevingen in allerlei vormen hebben bestaan, en dat soms ook gekozen werd om niet langer als slaven van een systeem, of koning te leven, maar in vrijheid. Kortom, een boek van hoop!

Toch ervaren wij onze wereld niet als gevolg van een keuze. De “gedomesticeerde” man is tamme, hulpeloze varkentjes gaan eten, en landbouw, kunst en wetenschap gaan overheersen. Het kwijtraken van het evenwicht tussen het “mannelijke” en “vrouwelijke” is op veel schalen desastreus gebleken, ook bij Woodstock ’99. Woodstock ’69 was uniek, grotendeels een co-creatie (bottom-up) van organisatie, publiek en (ook veel vrouwelijke) artiesten: Peace, Love, verleiding, met een oorlog nog vers in herinnering. Het evenwicht tussen het mannelijke en het vrouwelijke was bij Woodstock ’99 zoek. Greed, winstbejag, zelfs bij de bands, die het publiek ophitsten en daarmee hun eigen grootheidswanen voedden. Vrouwen die zochten naar de ‘69 peace & love, konden wreed de testosteronstorm over zich heen krijgen. Het publiek kwam om te creëren: nadat de laatste band heeft gespeeld ontaardt alles in één grote, vernielzuchtige plundering en brandstichting: Rage Against the Machine.

Het vrouwelijke heeft nu nog minder ruimte dan toen, onze wereld staat in brand. Een vrouw als Sigrid Kaag  in de politiek wordt publiekelijk gemolesteerd, net als veel vrouwen op Woodstock ’99. Heksenjacht is ooit verboden, maar de balans is nog steeds scheef. Het Ontstaan van Alles geeft voorbeelden van samenlevingen die het is gelukt om te keren. Het evenwicht tussen man en vrouw, mens en natuur herstellen gaat ons lukken!

Graeber, David., & Wengrow, David. (2021). The dawn of everything: A new history of humanity. Penguin UK.

Kiedis, A. (2018). Scar tissue. Hachette UK.

vrijdag 15 juli 2022

Transgenerationele Kunst

A bird, so lonely alone…

Zo begon de song Funeral’s Wedding Day (Jim Rensson and the Crew), over hoe het streven om vrij te willen blijven van de systeemwereld anno 1980, uiteindelijk vanzelf zou omslaan naar confirmatie, en afscheid van de vrije onschuld… Net zoals veel generatiegenoten, voelde ook ik begin jaren ’80, in de overgang van tiener naar twintiger, vervreemding van de ontstane grote en complexe systeemwereld. Een wereld die zichtbaar werd in attaché koffertjes, blauwe pakken en stropdassen, steeds meer en grotere auto’s en  versobering van het openbaar vervoer, grote prestigieuze en vooral spiegelglazen gebouwen, de opkomst van megasteden en daarmee een onstuitbaar opkomende systeemwereld. Er was die andere kant, onze kant, de verloren generatie, de punk en new wave, die een kleinschaliger en vooral veel meer geïmproviseerd bestaan voorstond, jeugdig, en uitdagend. In verbondenheid met elkaar hadden velen van ons bijvoorbeeld een rat als huisdier, een verschoppeling die bij nadere kennismaking beslist een loyaal en vriendelijke huisgenoot kon worden. Ook wij voelden ons uitschot, overbodig geworden door automatisering. Maar, vreemd genoeg, was de computer en ook de synthesizer van ons, ze stonden aan “onze” kant; wij waren een jonge generatie van alternatievelingen, computernerds, muzikanten, kunstenaars, die de vervreemding van het grootschalig systeem tot in het diepst van ons wezen voelden. In deze context schreef ik de muziek Whirling Dust, die mijn band Jim Rensson and the Crew uitbrachten bij Plato, Dick van Dijk, over een liefdesrelatie in een toekomstloze systeemwereld, een afwijzing van die wereld, en de zekerheid hierin uiteindelijk te falen, hoewel de Ander dat wel zou kunnen en daardoor zou sterven:

I’m not a machine, though it’s 1995, I never change, nobody owes me … of course I’ve always known that we would get here in the end, we should get that number, I know I broke my word, but you can’t go on like this … you grow so thin, simulate take part, but keep your thoughts, nobody can really owe you, you look so bad, I love you … don’t let me watch you die. (Jim Rensson & the Crew, Whirling Dust, New Order)

There’s you, so fearful yet free…

Deborah de Graaf (studente time-based art & conservatorium) en Tessa van Merle (studente Time-Based art) gebruikten een paar songs van Whirling Dust - Autumn Night, Funeral’s Wedding Day en New Order – die de vervreemding het sterkst uitdrukten als basis voor hun conceptfilm New Order (2022). Deborah componeerde 2 nieuwe songs (Everything has Changed en Coming Home, die ik mocht inzingen, met Tom van Timmeren op drums, ruim 40 jaar later. Hoewel Tessa en Deborah vaak hun kunst vormgeven in virtual reality (en/of augmented reality), is dit een “traditionele” film. Hoewel de 7 scenes in de "galerij versie" door een randomgenerator in vele volgorde geplaatst worden (waardoor praktisch iedereen een "eigen" volgorde krijgt: 7!=5040) staan ze op YouTube in vaste volgorde. Het verre toekomstbeeld op Whirling Dust vanuit 1980 -  1995 - ligt nu alweer bijna 30 (!) jaar achter ons. Het verhaal draagt de “erfenis” van de clash tussen systeem en individu uit Whirling Dust naar het nu, waarin werkelijkheid en recente echo moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, als in Hugh Everett's meer werelden interpretatie: een spiegelwereld van virtuele en fysieke verbondenheid:

Your voice echoes on, Then we thought this would ever last, Now I’m forced to live, With shadows of the past (Everything has changed, by Deborah de Graaf, sung by Jim Rensson)

Ook hier speelt hoop – perspectief – een rol:

We will find joy, In our discomfort, Will be more, Than what we aimed for...  (Coming Home, by Deborah de Graaf, sung by Jim Rensson)

Voor mij is alles goed gekomen, ik ben gelukkig getrouwd, trots op mijn 6 kinderen, en heb ondanks (of dankzij) mijn neurodiversiteit zelfs in de systeemwereld een prima carrière mogen maken. Dat wil niet zeggen dat alles goed is, verre van dat, er is heel veel te doen! Kunst is een prachtige start!

De opnames die Tessa en Deborah van Jim Rensson and the Crew gebruikte, zijn New Order, met naast mij als singer-songwriter, Bert Bredeweg op toetsen, Erik Veldwijk op gitaar, Hans van Ees op bas, Ernie Hoffmeister op drums en als backing vocalisten Elly Van Eyk, Hannie Brouwer en Will Meyer. Voor Funeral’s Wedding Day en Autumn Night zijn veel eerdere “live” opnamen gebruikt met (ipv Ernie en Hans) Ron Stokking op drums en Wouter Kronenberg op bas en verder dezelfde bezetting. Op de nieuwe opnames naast mijn stem en basgitaar, Tom van Timmeren op drums, Deborah toetsen en gitaar: https://youtu.be/9ovPfb_XkBQ



 


vrijdag 8 juli 2022

Van SDG naar IDG: wat kan ik als individu of bedrijf zelf doen.

In “waarheidsvinding” wordt vaak gebruik gemaakt van het dialectisch model, de stelling (these genoemd), de tegenstelling of tegenwerping (antithese) om uiteindelijk tot de synthese te komen. Zoals ik wel vaker heb geschreven in mijn blog, ligt het in mijn aard om als iedereen de ene kant op kijkt, de andere kant op te kijken. Zo ben ik geknipt voor de antithese. Zo kon het gebeuren dat ik lang geleden afstudeerde op een zelfgebouwde compositierobot, en met een grote liefde voor technologie, ondertussen ben gekomen tot het inzicht dat technologie niet vanzelfsprekend het antwoord geeft op de grote uitdagingen (transities) waar we als mensheid voor staan om ons voortbestaan op de planeet duurzaam te bestendigen. Hoewel technologie op zich voor mensen noodzakelijk is en dus niet goed of slecht is in zichzelf, is ze zeker niet waardevrij (of neutraal). In ons huidige systeem is haar waarde op termijn vaak negatief (Pandora’s Box). Precies hierom stelt de door Oxford en Harvard gesteunde Zweedse beweging van de Inner Development Goals dat het noodzakelijk is als we de Sustainable Development Goals van de UN nog willen halen, we niet bij ieder probleem direct weer naar nieuwe technologieën moeten zoeken, maar in plaats daarvan naar ons eigen gedrag moeten kijken. Niet technologische innovatie, maar eerst gedragsmodificatie, reflectie.

Na 5 jaar bloggen, waarin ik vooral de antithese ruimte en vorm heb geven, wil ik de komende jaren proberen in lijn met de SDG-IDG gedachte te werken aan de synthese: mens (inclusief technologie) in harmonie met natuur en de noodzakelijke bronnen van de planeet. Dat wil dus zeggen met oog voor diversiteit, op alle gebieden - bio, cultureel, gender, neuro – en boven alles, met oog voor veiligheid. Samen met ons prachtige team van Employability Transision – we zijn dit jaar uitgegroeid tot een van de grootste human capital lectoraten van ons land – ben ik van plan om de komende jaren bezig te gaan met de synthese. Juist omdat genoemde opgave per definitie multidisciplinair is, past dit zo goed bij ons lectoraat, met daarin Human Capital, Toegepaste Psychologie en Technische Bedrijfskunde.

Om te komen tot synthese is het toelaten van zowel de these als de antithese noodzakelijk. Mijn collega lector Stephan Corporaal zegt het altijd zo mooi, we hebben enige onrust nodig om tot ontwikkeling te komen, en een leven lang ontwikkelen is noodzakelijk om als wereldburger en als werknemer in deze roerige tijden, waarin we op veel terreinen aan het eind staan van wat we van de planeet kunnen nemen, mee te kunnen gaan in de transitie naar duurzame verbondenheid met elkaar, met de natuur en met ons toekomstperspectief en werk. Hoe vervelend het ook is, het is waar dat we de onrust nodig hebben en moeten opzoeken. Vertaald naar de wetenschappelijke methode, is de onrust te vinden in het zoeken van de antithese, telkens opnieuw, het betwijfelen van wat ik eerder noemde het “dominante” imperatief. Eerlijk gezegd ben ik door telkens weer te wijzen op de schaduwzijde van bijvoorbeeld de digitale transformatie, of Artificiële Intelligentie, me de laatste paar maanden steeds meer een Don Quichotte gaan voelen, en werd de onrust in mijn eigen neurodiverse brein te groot. Zo eindigde ik mijn blog 2 weken geleden nog met me af te vragen wie ik eigenlijk geworden ben? Maar “If it doesn’t kill you, it makes you stronger”. Hoe heerlijk was het gisteravond om bij de afsluiting van het academisch jaar van ons team te ervaren dat ik juist ook gewaardeerd wordt om de antithese, ook als het politiek lastig is, en dat we met elkaar de zin hebben om van waarde te zijn en blijven en niet voor niets zo’n mooi en bloeiend lectoraat te zijn geworden. Fijne vakantie!


donderdag 30 juni 2022

Verdienen aan onnodige uitgaven?

Mijn lief komt thuis van een dagje koopjesjagen met handenvol kledingtassen, en zegt blij dat ze enorm veel bespaard heeft, maar dat de lopende rekening wel bijna leeg is. Mijn dertienjarige dochter belt, het regent dat het giet, ik stap in de auto om haar met fiets en al van school te halen. Op de radio terug horen we dat een aangeprezen product goed is voor het milieu. “Minder slecht”, zegt mijn dochter, “goed zou zijn het hele product niet gebruiken”. “Of jou niet op te halen met de auto”, sneer ik terug. “Dan zouden al mijn kleren direct in de was moeten, slijtage, chemische schoonmaaktroep, afvoerwatervervuiling”, grapt ze ad rem terug. Met zo’n gele poncho wil ze niet gespot worden… We raken in gesprek, want ze heeft een punt. Vandaag kan iets minder schadelijk lijken, terwijl dat met de kennis van morgen weer heel anders ligt. Maar dat we niet het best mogelijke kunnen doen, betekent natuurlijk ook weer niet, dat we dan maar niets moeten doen, en moeten doorgaan op de ingeslagen weg. Hoewel, optimaliseren van verkeerde oplossingen is nog kwalijker.

Mijn dochter zit op een groene school, waar land- en tuinbouw centraal staan. In Nederland is er een verhitte discussie over stikstofproblematiek, onder meer ten gevolge van intensieve industriële veeteelt. Tegelijkertijd is er een groeiende business van landbouwrobotica, gericht op grootschalig georganiseerde en volledig top-down gecontroleerde landbouw. Echter, de meer duurzame bewegingen in de landbouw, en dat geluid horen we in deze discussie ook steeds vaker, gaan juist over de overgang naar veel meer kleinschaligere land- en akkerbouw, waarbij juist ook een hogere mate van biodiversiteit kan helpen om bestrijdingsmiddelengebruik te verkleinen. Dus met door AI-gestuurde lasers de onkruiden laten wegbranden in grootschalige velden lijkt heel effectief en efficiënt, maar is wellicht juist het optimaliseren van de verkeerde processen. Kleinschalige landbouw in bio-diverse omgevingen, zal veel makkelijker met hart en ziel geschieden, dan werken in de onmenselijk grote eentonige monoculturen. Maar zelfs als je toch zou kiezen voor dat laatste, en daarmee onmenselijke arbeid door robots overbodig maakt, is het nog steeds de vraag wie de robots moet onderhouden, want ook onder monteurs is gebrek aan arbeidskracht. En als al deze technische ontwikkelingen ons ergens heen brengen waar we niet zouden moeten zijn met het oog op een duurzame toekomst (zeg maar de Sustainable Development Goals), kunnen we ons beter richten op andere zaken.

Dan begint mijn dochter te lachen. “Weet je nog, papa, dat mama die oude mevrouw wel even zou helpen de drukke straat over te steken, en dat ze aan de overkant aangekomen mama vriendelijk bedankte met de opmerking dat ze daar eigenlijk helemaal niet naar toe wilde?” Ja, eigenlijk is het helemaal niet zo ingewikkeld: om beleid te bepalen heb je overzicht nodig (afstand) en inzicht in de psychologie. Soms is handwerk, ook al kan het veel sneller met machines, gewoon fijn om te doen, een afwisseling van te veel inactiviteit, of sturen op afstand. Niet alles dat kan, moeten we ook per se willen. En veel gevolgen van acties die als goed voor het milieu worden aangeprezen, zijn dat niet. 

Neem het thuiswerken. Dankzij communicatietechnologie als Zoom en Teams werkten we bij Corona door en reden we minder. Het effect was aan het eind van de pandemie vooral nog te merken bij het treinverkeer; al in februari 2022 werd gemeld dat er meer snelwegdrukte was dan voor de pandemie (mensen wilden liever niet in de trein, vanwege nog geldende “vrijheidsbeperkende” maatregelen). Nu, begin juli, meldt de NOS dat wordt verwacht dat het blijvend drukker is op de Nederlandse wegen dan voor Corona. Door ook thuis te kunnen werken, zal op termijn wonen en werken nog makkelijker niet meer uitsluitend afhankelijk zijn van de afstand tussen wonen en werken, en dus … nog meer mobiliteit. We reizen nu per persoon meer kilometers dan ooit tevoren, ondanks (en feitelijk juist dankzij) digitale connectie.

Dan ga ik nu, na een dag thuiswerken en mijn dochter ophalen, toch nog naar Enschede, alwaar ik vanavond nog een college geef over … optimaliseren van de verkeerde processen! Maar mijn tank is bijna leeg en mijn lopende rekening ook. Dan zal ik toch maar met de trein gaan, en heeft mijn vrouw inderdaad met haar koopjes toch nog iets verdiend, voor het milieu!


donderdag 23 juni 2022

Brief aan nummer 8

Eind van dit jaar word je geboren, ik noem je nummer 8. Bij deze heet ik jou alvast van harte welkom, de 8 miljardste wereldburger. Samen met acht miljard harten en hoofden en bijna 2 keer zoveel handen is er ruim voldoende arbeidskracht om het werk te verzetten om met elkaar een zo fijn en gelukkig mogelijk leven te leiden in verbondenheid. Zien en gezien worden, in eigen kring, een ieder met eigen mogelijkheden en beperkingen, die we - omdat we allen zo verschillend zijn - zo gemakkelijk met elkaar kunnen delen en van elkaar kunnen dragen. Wees welkom. We zijn nog nooit met zoveel mensen gelijktijdig op de planeet geweest. Van de 110 miljard mensen die sinds het ontstaan van de mensheid leven, zijn er 8/110 = 7.3 % tegelijk aanwezig (dat leer je nog wel uit te rekenen op school). Als mens hoor je van nature tot een kwalitatieve soort. Dat wil zeggen, wij planten ons niet erg snel voort, doen er lang over om geslachtsrijp te worden, en hebben meestal na een lange draagtijd hooguit 1 nakomeling per keer. Ter vergelijking, 7,3 % van alle muizen die ooit geleefd hebben, zou resulteren in een metersdikke schil rondom de aarde. Nu alvast wens ik je een lang en gelukkig leven toe!

Nummer 8, ik weet nog niet waar je wordt geboren en met welk geslacht, talenten, kansen, beperkingen … Weet alvast dat er geen never-ever land bestaat waarin de bomen tot in de hemel groeien. Velen, vooral in de rijkere landen, handelen echter alsof de bronnen onuitputtelijk zijn, bijvoorbeeld door camera’s op elke straathoek te plaatsen, of ons verslaafd te maken aan sociale media platforms, of door blind te geloven in artificiële intelligentie als oplossing voor de problemen waar de mensheid voor staat. Mensgemaakte materialen (anthropogenic mass: plastics, beton, etc.) wegen nu meer dan al het leven op aarde (Elhacham et al., 2020). Voor bijvoorbeeld megasteden, wegenbouw en industrie eigent de mensheid bouwstenen toe die onttrokken zijn aan de natuur, met als gevolg verlies aan biodiversiteit (massaextinctie). Sinds 1970 nemen we wereldwijd al meer van onze planeet dan ze kan regenereren, met als gevolg een ontluisterende ontwrichting van het leven op aarde, onder meer zichtbaar in klimaatverandering, hongersnoden, vluchtelingen en strijd.

Nummer 8, het is mogelijk dat je ergens aan boord geboren wordt, als kind van een bootvluchteling, of in het luxe-jacht bed van een BigTech CEO. De toekomst is onvoorspelbaar, al doen futurologen ons anders geloven. Als vluchtelingbaby zal je niet overal welkom zijn, of er moet al oorlog zijn uitgebroken in het land van je ouders. Als er strijd uitbreekt door klimaatverandering of uitbuiting vanuit de “rijke” wereld, wordt die strijd lokaal vaak ideologisch (of religieus) gesanctioneerd. Dan zijn je ouders geen economische vluchtelingen meer en vast wél ergens welkom. Nou ja, in de rijke wereld staart iedereen zich blind op foute religie (terrorisme) en het goede (technologie). In de “rijke” wereld is alles digitaal (zeg maar 0 of 1, slecht of goed, terrorist of slachtoffer). Daar grijpen mensen elk probleem, hoe onbenullig ook, aan om meer technologische innovatie te kunnen verkopen. Ze zien nog niet dat dát nu juist een medeoorzaak is van de problemen waarvoor de mensheid is komen te staan.

Nummer 8, je moet maar snel groot worden, dan kan je de mensen vertellen dat ze moeten gaan vertrouwen op hun eigen handen, hoofden en harten, en dat roepen om technologische innovatie meestal niet meer verhult dan korte termijn winstbejag, onder het motto van … "noodzakelijke" vooruitgang (digitale transformatie).

Nummer 8 miljard, ik kan helaas niet meer uitleggen waarom je moet gaan geloven in technologie. Zo gaat het met geloof, ik ben het een beetje kwijtgeraakt. Maar als je iets met tech doet, kan dat je aanzien, geld en zeggenschap opleveren. Daarom werk ik als lector Brain en Technologie. Het is logisch dat er robots nodig zijn om het werk te doen, toch? We zijn slechts met 8 miljard mensen... Technologie leeft een eigen leven – technocratie – het leven is verplaatst van de mensen naar de industrie. Misschien ben jij het licht die ons kan doen omkeren. Technologie weg? Dan word ik lector Brein en … Ja, en wat eigenlijk?

Elhacham, E., Ben-Uri, L., Grozovski, J. et al. Global human-made mass exceeds all living biomass. Nature 588, 442–444 (2020). https://doi.org/10.1038/s41586-020-3010-5

donderdag 16 juni 2022

Een cobot leven?

Ook voor mij is het lastig om de goede dingen te doen, of de juiste vragen te stellen (leiderschap). Makkelijker is het om concreet bezig te zijn met de dingen zo goed mogelijk te doen (projectmanagement). In mijn team, onder mijn (co)leiderschap vragen ook wij ons veel te weinig af of we wel de goede dingen doen. Trots posten we bijvoorbeeld dat de cobot (een robot die met een werknemer “samenwerkt”) steeds meer terrein wint en dat dit begrijpelijk is gezien de grote personeelstekorten en de behoefte van bedrijven om efficiënter en effectiever te gaan opereren. Klinkt logisch, maar ik ga zo beargumenteren waarom dit net zomin de goede dingen doen betreft als het ontwikkelen van nieuwe technologieën voor de stikstofproblematiek, zolang de groeiende wereldbevolking per persoon steeds meer vlees consumeert en er voor de productie van veevoer steeds meer bos moet wijken. Zowel maak- als bio-industrie kan technisch nog wel iets verder worden geoptimaliseerd (het goed doen), maar dat is niet het goede om te doen. Waarom niet?

Eerst de cobot! Gebrek aan arbeidskracht? Wereldwijd wordt ondertussen meer massa geproduceerd aan mensgemaakte materialen (anthropogenic mass: plastics, beton, etc.), dan al het organisch materiaal (planten, dieren) op de planeet bij elkaar. In 2050 zal er zelfs twee keer zo veel antropogene- als organische massa zijn (Elhacham et al., 2020). De elementen kunnen maar één keer tegelijk ergens inzitten, dus gaat deze groei (“efficiënter en effectiever”) ten koste van leven (massa extinctie, verlies aan biodiversiteit). Gebrek aan arbeidskracht? Er leven nu meer mensen op aarde dan ooit tevoren; op dit moment tegelijkertijd ruim 7% van alle mensen die ooit hebben geleefd! Als mensheid nemen we sinds 1970 systematisch meer dan onze planeet kan geven, met als gevolg een ontluisterende ontwrichting van het leven op aarde. In het geheel van deze ontwrichtende activiteiten, constateren we gebrek aan arbeidskracht en suggereren we dit op te lossen door aan de huidige vraag en productie te voldoen door de inzet van robots of andere nieuwe technieken, zodat … we niets hoeven te veranderen aan al die ontwrichtende activiteiten. Dat is niet het goede doen. Maar het bedrijfsleven, subsidieverstrekkers en werkgevers verwachten dit van ons.

Er is arbeidskracht genoeg (7,95 miljard mensen!), maar vanuit een duurzaamheidsperspectief zijn er heel veel mensen bezig met onzinbanen, of, erger, banen die de ontwrichting (op termijn) verder doen toenemen. Beide categorieën worden vaak beter betaald dan mensenwerk zoals zorg en dienstbaarheid. De status quo behouden, is geen optie. Robots inzetten om niet te hoeven veranderen is fout om (minstens) drie redenen: 1. het bouwt verder aan ontwrichting, 2. het verdonkeremaant de kansen tot (noodzakelijke) herziening en 3. het schept valse hoop op redding van de dreigende ondergang. 

Tekorten op de arbeidsmarkt bieden een kans tot herziening. Wat vinden we als samenleving met het oog op duurzaamheid echt belangrijk? Bouw, zorg? Als sociaal domein zouden we kunnen kijken hoe we duurzaam bouwen of zorg aantrekkelijker kunnen maken voor talentvolle studenten, zodat ze met hun handen en harten daarin bezig kunnen, in plaats van in kantoren op (project)management banen, of om nieuwe disruptieve technieken te ontwikkelen, die als Pandora’s box weer een veelvoud aan nieuwe problemen, verslavingen, haat en technocratie zullen opleveren.

Wat mijn team en ik doen met cobots en de maakindustrie, is van dezelfde orde als zij die de veestapel niet willen aanpassen aan de stikstofvereisten en roepen dat via de inzet van innovatieve technieken de huidige bio-industrie in stand kan blijven. Natuurlijk kunnen technieken ons op weg naar duurzaamheid een beetje helpen, maar het echte probleem zit toch echt in ons eigen gedrag. Radicaal veranderen is een noodzaak, en dat kan alleen als we ons gedrag en onze leefwijzen geleidelijk maar stabiel gaan aanpassen. Bio-industrie is niet duurzaam, en ook niet duurzaam te maken, om nog maar te zwijgen van de ethiek en humaniteit. Maar voorlopig gaan ook wij maar gewoon verder, onder het motto living technology met … cobot life!

Elhacham, E., Ben-Uri, L., Grozovski, J. et al. Global human-made mass exceeds all living biomass. Nature 588, 442–444 (2020). https://doi.org/10.1038/s41586-020-3010-5

donderdag 9 juni 2022

De goede dingen doen versus de dingen goed doen: twee heel verschillende zaken!

Er bestaat een verschil tussen de goede (of slechte) dingen doen, en de dingen goed (of slecht) doen. Naar het eerste wordt vaak verwezen met de term leiderschap (zie Drucker, 2009). Positief geduid is dat voor de goede dingen gaan, bijvoorbeeld ten strijde trekken tegen het onrecht, of opkomen voor de planeet en het nageslacht. Natuurlijk kan dat ook voor “slechte” zaken, zoals oorlog aangaan om grondgebied uit te breiden. Echter, je kan over leiderschapskwaliteiten beschikken en veel mensen meekrijgen, zonder dat je de dingen goed doet. De dingen goed doen (plannen, organiseren, etc.) betreft managen. Leiderschap en managen betreffen twee verwante maar goed te onderscheiden dimensies.  

 

Weinig managementkwaliteiten

Veel managementkwaliteiten

Weinig leiderschap

 

 

Veel leiderschap

 

 

Een belangrijk verschil tussen leiderschap en managen is dat managementvaardigheden meer rechtstreeks aangeleerd kunnen worden, anders dan leiderschap. Leiderschap is niet af te dwingen, bijvoorbeeld door benoeming. Het is iets dat een mens op sommige momenten in zijn/haar leven kan krijgen toegekend, en dan ook vaak op specifieke gebieden. Zo kan iemand heel goede instrumentele vaardigheden hebben op het gebied van sport, of muziek, of heel veel kennis van iets, waardoor mensen geneigd zijn deze persoon te volgen. Een goede leraar heeft in de klas leiderschap, maar daarbuiten kan dat heel anders zijn. Een goede manager kan de kwaliteiten om goed te kunnen organiseren, plannen, controleren enzovoort in principe van klus naar klus meenemen. Echter, als daarbij geen leiderschap wordt toegekend, zal iemand hooguit de positie krijgen van regelneef, of van de humane pendant van de navigatiestem in de auto, die je kan negeren zonder gevolgen voor zijn/haar geduld. Aan zulke hulpsystemen zijn we gewend geraakt; in de complexe systeemwereld wordt ons doen en laten vaak impliciet, soms expliciet gemedieerd - gemanaged – door apps, programma’s, trainingen, infrastructuren en handleidingen. Hierdoor hebben we meer oog voor managen (de dingen goed doen) dan voor leiderschap (de goede dingen doen).

Vorige week stelden we dat we al geboren worden met een “erfzonde”: het systeem waar we letterlijk vanaf de geboorte in worden geassimileerd en waaraan we ons door scholing nauwgezet aan leren aan te passen (accommoderen), vraagt systematisch meer van de planeet dan ze kan genereren. Hoewel we leren de dingen die we doen steeds beter te doen (management), leren we zelden echt de goede dingen te doen, of de goede vragen te stellen, als we tenminste goed doen definiëren als het opheffen van de discrepantie tussen de realiteit (uitputting van de planeet, massa extinctie) en de ideale wereld (waarin we niet meer nemen van de planeet dan de planeet ons en al dat andere leven kan geven). We zijn in ons systeem zo goed als we kunnen, bezig met - in termen van diversiteit, duurzaamheid en klimaat – niet de goede dingen.

Het probleem is dat we individueel in onze psychologie duidelijk schuldbesef kennen, en ook motivatie om schulden te vereffenen. Met erfzonde ligt dat anders! Een gevoel van schuld buiten onze individuele schuld om, vraagt om een mediair dat buiten onze psychologie ligt. Voor goede redenen was dat bijvoorbeeld het terrein van religie, of tegenwoordig (post-, en/of trans) humanisme. Helaas werd de schuld vanuit zo’n mediair gepersonifieerd, bijvoorbeeld door het aanduiden van een zondebok, vijandig volk of geloof. Oorlog kan dan als motief tot balansherstel worden gezien. Maar in de diepere religieuze lagen, in de kloosters, zocht men naar een meer verinnerlijkte boetedoening.

Leiderschap gaat steevast over de goede (of slechte) dingen doen, dus profeten en populisten zijn in dit kader te begrijpen, ze spreken – vaak via de onderbuik – ons aan op ons sluimerend gevoel van (erf)zonde. En ondertussen raast de systeemwereld door met de verkeerde dingen (waaronder veel smart technology) zo goed mogelijk te laten landen. Management en leiderschap, twee psychologische grootheden, onontbeerlijk om inzicht te krijgen in de uitdagingen (transities) waar onze wereld voor staat!

Drucker, P. (2009). Management is doing things right: Leadership is doing the right things. In US Naval Institute Proceedings (Vol. 135, No. 4, p. 96).

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...