vrijdag 21 december 2018

Kerstgedachten: op een muzikale toekomst!

Geachte lezers, dit is alweer mijn laatste blog van dit jaar. Graag wil ik iedereen die mijn blogs heeft gelezen en/of heeft bijgedragen aan de discussies die hier uit voortkwamen, hartelijk bedanken. Zo op de laatste werkdag gaan mijn gedachten van hot naar her. Ik denk over mijn eigen kinderen, en over mijn studenten, die de wereld zoveel te bieden hebben. Maar de wereld is niet vanzelf ontvankelijk; technologie verbindt en sluit buiten en is hiermee vaak zowel een zegen, als een vloek.

Als je kijkt naar de gevolgen van technologie op ons brein en andersom, dan valt er zoveel te zien. Gisteravond was ik bij de kerstviering van onze dochter Dorinthe, in de kerk. Het was heel sfeervol en de kinderen zongen uit volle borst en speelden uit volle overtuiging mee met ... de mechanische (van te voren opgenomen) muziek. Prachtig en ik ben de school dankbaar voor de zorg voor onze dochter. Wel zou op mijn (politieke) verlanglijstje bovenaan staan, net na het zorgen voor het behoud van de planeet, veel meer aandacht voor muziekonderwijs op de basisscholen. Muziekonderwijs is iets anders dan meezingen met een mp3!

Vorige week besprak ik het economische principe dat de econoom Thomas Piketty beschrijft dat grote vermogens uit het verleden sneller renderen dan vermogen uit arbeid. Hierdoor kunnen vermogenden heel veel zeggenschap krijgen, bijvoorbeeld in vermogende families of bedrijven. Ik stelde vast dat ook in veel andere domeinen van menselijke bezigheden de gevestigde orde het moeilijk maakt voor nieuwkomers, bijvoorbeeld in de popmuziek, waarbij ons telkens dezelfde liedjes worden voorgeschoteld, bijvoorbeeld in de top 2000. Gerrit Klaassen schreef in reactie een mooie blog, waarin hij tal van andere voorbeelden ter illustratie aandroeg, waarin nu juist wel in het verleden behaalde resultaten gelden als een voorspeller van succes in het hier en nu. Of dit goed of slecht is, is aan een ieder om te bepalen. Waarschijnlijk geeft het aan sommige ontwikkelingen duurzaamheid, en dat zal vaak goed zijn, en aan de andere kant zet het hele volksstammen en jongeren vaak op voorhand aan de kant, waardoor zowel jongeren als innovatie niet altijd de beste kansen hebben. Slechts als ze via "disruptie" weten door te breken, krijgen ze kansen, maar ik geloof dat disruptieve ideeën minder vaak doorbreken dan futurologen ons willen doen geloven.

Echter, er is één gebied, waar arbeid in het hier en nu juist wel kan lonen, en waarin jongeren dan ook kansen hebben zonder disruptieve noviteiten te hoeven mee te brengen: de politiek! Men verwijt politieke partijen vaak dat ze geen duurzaam beleid tonen en vooral reactief en op geleide van incidenten regeren. Maar juist hierdoor kunnen relatief jonge mensen in de voorhoede van de partijen komen, zoals we de laatste 15 jaar veelvuldig zagen. Nogmaals, ik doe geen uitspraak of dit goed is of niet. Maar ik geloof dat een talentvol kind eerder gehoord wordt binnen een publiek bestuur dan op Skyradio!

PS Een verzoek aan de talentvolle jongeren die hun kansen grijpen in het openbaar bestuur en de politiek. Loop alsjeblieft een keer een muziekschool of conservatorium binnen... De allerbeste wensen en een gelukkig nieuwjaar!

vrijdag 14 december 2018

Piketty en de Top 2000: hoe het verleden smakelijk eet!

In deze tijd van de top 2000 lijsten, waarin we elk jaar weer dezelfde liedjes horen, las ik het boek Het kapitaal in de 21e eeuw van Thomas Piketty. Hoewel economie als vakgebied ver van mijn bed ligt, moet ik toegeven dat ik het een fascinerend boek vind. Vooral fascinerend vind ik de empirisch onderbouwde observatie dat in economische systemen vanaf een zeker moment of bedrag het rendement op vermogen sneller groeit dan het vermogen uit eigen arbeid, met als gevolg, aldus Piketty, dat het verleden het heden opeet. Alleen als je zeer grote vermogens zeer zwaar belast, kan je zorgen dat vermogen slinkt, en dus dat er niet generaties nageslacht van vermogenden komen die zonder enige arbeid wel alle macht in handen krijgen die nu eenmaal onlosmakelijk is gekoppeld aan het bezit van een groot vermogen. Maar wat heeft dit nu met de top 2000 te maken?

Alles! In een gunstige tijd, waarin er veel oog en oor was voor popmuziek, konden artiesten en platenlabels relatief gemakkelijk hits scoren. Deze liedjes vielen als het ware in een rijke voedingsbodem, en vormden de componenten van een bloeiende volkscultuur, die economisch uitstekend door de platenmaatschappijen tot rendement werden gebracht. Niet perse omdat de liedjes, of artiesten allemaal zo geweldig waren, maar het was gewoon de juiste tijd. Als een artiest zich op de juiste plaats bevond, dan ging de rest als het ware vanzelf.

Ondertussen is het al lang niet meer popmuziek waar jonge mensen een centrale focus op hebben, maar ligt dat veel meer verspreid. Popcultuur vandaag de dag gaat van games, naar populaire films, memes en mode. En vooral ook naar heel veel gadgets vooral in de vorm van smartphones en sociale media-apps. Maar het vooral in de jaren 60, 70, en 80 opgebouwde "vermogen" in de vorm van grote hits van dito artiesten, zal nog steeds niemand ontgaan. Hele radiozenders draaien niet anders, en als "soundtrack" van generaties blijven de hits en artiesten zowel in ons geheugen, als ook dat ze hun eigen populariteit in stand houden.

In een krantje van de schouwburg lees ik dat Joris Teepe, de fantastische bassist en hoofddocent jazzbas aan het Groninger conservatorium, zegt dat een jazzbassist geen echte jazzbassist is als hij niet in New York is geweest. Ook wij houden studenten psychologie nog steeds voor dat je geen psycholoog kan worden, als je niet grondig al die al lang verlaten theorieën en modellen hebt bestudeert (bijvoorbeeld het behaviorisme, of het computationalisme). Twee voorbeelden waarin "vermogen" uit het verleden zo irrationeel hoog wordt verheven, dat het de vrijheid van denken en creativiteit in het hier en nu in de weg staat. Ook hier rendeert in het verleden opgebouwd vermogen meer dan hedendaagse arbeid, zelfs al is dat vermogen "fout" of evident subjectief. Dit kan slechts door revolutie doorbroken worden, want het "systeem" houdt zichzelf in stand, net als in Piketty's economische systeem. Het schijnbaar "liberale" systeem kent zo weinig sociale ambitie, dat er voortdurend mensen uitgestoten worden: hier de jonge generatie.

Alleen als deze buitengesloten mensen georganiseerd raken, kunnen ze een nieuwe tegenbeweging vormen, waarbij in de voorhoede arbeid en creativiteit kan renderen, zoals de beweging waarin bijvoorbeeld de Beatles groot werden, of veel later de housemuziek, of in de psychologie de positieve psychologie. Dit zijn revoluties, disrupties. Geleidelijkheid wordt namelijk niet getolereerd. Bassist Joris Teepe, bijvoorbeeld, spreekt in genoemd artikeltje negatief over jongeren die niet perse naar pioniers zoals Jimmy Blanton, Paul Chambers, Miles Davis of John Coltrane willen luisteren. De revolutionairen van vandaag zullen - als ze morgen het pluche hebben bereikt - vanzelf hun tweede (meer liberale) gezicht tonen. Dat doen we allemaal; onze eenmaal bereikte positie houden we graag vast. Dat geldt ook voor mij, ik ben niet anders! Daarom is dit ook geen politieke kwestie, maar een psychologische. Dat is waarom traditionele beroepsgroepen (notarissen, artsen) nog steeds veel invloed hebben, ook al zijn hun vakinhouden puur interdisciplinair geworden... Door zo’n beroep te kiezen, krijg je al “vermogen” uit het verleden mee (zouden deze opleidingen daarom zo populair zijn?). Ook geboren zijn in bepaalde “succesvolle” landen zet je al op voorhand op voorsprong vanuit de rendement op vermogen gedachte…

Terug naar top 2000 songs. Zoals gesteld zijn talloze radiozenders volledig gericht op "vermogen" (hits) uit het verleden. Ook hier geldt helaas dat vermogen uit arbeid dit niet meer kan doorbreken. Er worden prachtige liedjes gemaakt door Singer-songwriters van nu, en met de moderne studiofaciliteiten ook nog eens prachtig geproduceerd. Maar als een bij wijze van spreken 100 keer mooiere song dan een gemiddeld top 2000 liedje 500 keer beluisterd wordt op YouTube, is dat veel. Piketty verwoordde het heel dichterlijk: het verleden eet het heden op. Rendement uit in het verleden gescoorde hits, toen er nog aandacht was voor popmuziek, rendeert ook hier meer dan talent uit eigen arbeid. De Top Tweeduizend's en Skyradio's van onze wereld eten ook hier het heden op. Eet smakelijk!

vrijdag 7 december 2018

Lectorale rede Brain & Technology

In aansluiting op het uitspreken van mijn lectorale rede gistermiddag, wil ik in deze blog één aspect van mijn betoog belichten. Sinds het verschijnen van de moderne mens, zo'n ruime 200.000 jaar geleden, heeft de mens 3 belangrijke technieken tot haar beschikking: 1. Het vuur (en veel later elektriciteit en kernenergie), 2. De hefboom (hamers, schrapers en even later wielen en katrollen, krukassen en hydrauliek) en 3. Taal (religie, ethiek, filosofie & logica, recht, wiskunde, economie en (veel) later code). Taal is wellicht de meest machtige technologie, maar heeft pas in de twintigste eeuw haar kroonpositie binnen de technologieën ingenomen. Wat betekent dit voor de (toepaste) psychologie?

Vorige week schreef ik: "(J)uist nu technologie via code in het talige domein is gekomen (programmeertaal), zijn er kansen voor toegepast psychologen om technologie te helpen ontwikkelen die bijdraagt aan een inclusieve samenleving". Meerdere programmeertalen zijn in de psychologie ontstaan, juist omdat psychologen in computationele theorie een model zagen om menselijke cognitie en gedrag te simuleren en mogelijk ooit te "verklaren". Volgens computationele theorie zou ons brein werken als een CPU, een centrale processor, die op grond van binnenkomende informatie via denkprocessen tot handelen overgaat. De omzetting van invoer tot uitvoer vindt plaats op basis van "software", ofwel programmatuur, die aangeboren zou zijn, of door leren en ervaring zou zijn ontstaan. De computer als metafoor voor ons brein is inmiddels (grotendeels) verlaten.

Helaas is daarmee ook het besef verdwenen dat code een goede beschrijving kan geven van mentale processen, of ten minste kan worden ingezet om de gemachineerde omgeving te programmeren waar mensen zich in begeven. Als deze omgeving optimaal geprogrammeerd is, komen mensen optimaal tot hun recht in tal van praktijkgebieden, van onderwijs tot sport en van kunst tot zorg. De apparaten, bijvoorbeeld een digitale leeromgeving, of een tekenprogramma, zijn bedoeld om cognitieve (of emotionele of motorische) processen binnen de gebruiker te stimuleren. Daarmee zijn het "psychologische" tools, en is het dan ook handig als psychologen mee kunnen bouwen aan de besturing van dergelijke processen. In onze psychologieopleiding is leren programmeren gelukkig een voor alle studenten verplicht onderdeel. Want psychologie komt onder meer voort uit de filosofie, waarvan logica een kernonderdeel vormt.

Niet voor niets noemde Newton zijn revolutionaire Principia (1687) een filosofie (Philosophiae Naturalis Principia Mathematica), en waren de grote filosofen van de Verlichting, net als die in de oudheid, zowel filosoof als wiskundige. Newton voorzag de praktische mechanica, die de moderne mens al sinds haar ontstaan tot haar beschikking had (zoals gesteld in de vorm van hefbomen: hamers, schrapers en even later wielen en katrollen), van een argument, een talige (filosofische/wiskundige) beschrijving. Korte tijd later bleek deze beschrijving ook praktisch, en taal (hoofdzakelijk latijn en wiskunde) nam meer en meer het voortouw. Ook de derde grote kracht - het vuur - werd talig/mathematisch veralgemeniseerd in argumenten naar energie, en elektriciteit (Maxwell 1831-1879) en korte tijd later kernenergie (Einstein, 1879-1955). Maar pas toen de computers rechtstreeks via machinetaal (en later meer abstracte "symbolische" code) mechanische en energetische processen konden aansturen, had taal haar kroonpositie als kardinale techniek ingenomen.

Om vele redenen is leren omgaan met smart Technology geen vak. Juist ook niet omdat dit soort techniek juist zo intuïtief is ontworpen dat soms letterlijk een chimpansee er mee kan werken (alleen de glasplaat moet daarvoor verdikt worden). Leren ontwerpen en bouwen van slimme technologie om mentale processen op gang te brengen, is daarentegen wel een vak. Juist hier ligt naar mijn idee een toekomst voor toegepast psychologen.

Tenslotte wil ik iedereen hartelijk danken voor de aanwezigheid, het overtrof mijn stoutste verwachting… 

PS voor de liefhebbers bijgevoegd de rede.

vrijdag 30 november 2018

Saxion AMA ICAP 2018: Techniek en inclusiviteit

Op de International Conference on Applied Psychology mocht ik het slotwoord doen. Hier mijn (bijna) letterlijke tekst in het Nederlands vertaald:
Praktisch alles dat we doen, wordt op enigerlei wijze gemedieerd door technologie. Een menselijke wereld zonder technologie is bijna ondenkbaar. Geheel aangekleed wandelen we in onze schoenen op verharde wegen, in tientallen netjes verbonden goed gestructureerde infrastructuren: dorpen en steden. Technologie verkleint afstanden, overbrugt oceanen en verbindt continenten. Architectuur - gebouwen, meubels behoren tot technologie. Maar wat heeft technologie nu met diversiteit te maken?

Technologie "produceert" ongelijkheid in de mogelijkheden tot adaptatie en daarmee de discussie over diversiteit. Heel simpel, stel je voor dat verplaatsen alleen per voet kan plaatsvinden. Dan is het veel minder een probleem dat bijvoorbeeld een kind slecht of niet ziet, of hoort. Overreden kunnen worden door auto's of fietsen was niet aan de orde. Al doende kon het kind leren te navigeren op de zintuigsystemen die in tact waren, en wellicht zelfs extra aangescherpt zouden raken (compensatie strategieën).

Maar onze wereld is zo complex gemachineerd, dat er beslist geen speelruimte is voor mensen die net iets anders zijn. Dit geldt zeker ook voor kinderen die net iets anders - beter of juist slechter - leren dan andere kinderen. Het onderwijs is ingericht op het gemiddelde kind. In deze context is het een zeer uitdagende gedachte dat een kind dat het erg goed doet op school in zekere zin een erg gemiddeld kind is. Van de wieg tot het graf worden we ingelijfd in een complexe technologische context. Het onderwijs kan gezien worden als een high tech omgeving pur sang. Niet alleen staan de scholen bomvol met technologie, ook de methodieken die gehanteerd worden zijn als complexe menselijke constructies technologie.

Dus technologie geeft ons allen handen en voeten, en vleugels, letterlijk en figuurlijk. Ze beschermt ons en brengt ons in gevaar. Omdat ons handelen door technologie aan daadkracht toeneemt - een hamer is sterker dan een vuist, een auto is sneller dan wij ooit kunnen zijn - neemt de afstand tussen mensen die wel en niet mee kunnen komen in de adaptatie aan technologie ook toe. Arm en rijk in de wereld is voor een deel een kwestie van wel of geen gemakkelijke toegang hebben tot de meest vooruitstrevende technologie.

De kans op toevallige vondsten, serendipiteit, neemt af als we minder vrije speelruimte hebben. Tijdens het ICAP congres bij Saxion in Deventer, deed keynote spreker Alexander Grit een vurig pleidooi ter bevordering van serendipiteit. Maar al als kleine kinderen leren we met smart devices te presteren in voorgeprogrammeerde taken. We leren te werken voor creditpunten, voor highscores. Zelden kunnen we vrij exploreren, ontdekken, en aanrommelen. Vorige week sprak ik van de door technologie gestolen kindertijd. Maar jullie, het ICAP publiek, voornamelijk aankomend psychologen, staan voor sociale connectie. Voor een wereld die rijker wordt, als er meer kleuren geaccepteerd worden. Ook een wereld die, zoals keynote spreker Marcel Hurkens vurig bepleitte, neurodiversiteit niet als stoornis opvat, maar als noodzakelijke variatie in de menselijke psyche en cognitie; een noodzaak om vooruit te kunnen komen. Een wereld waarin, zoals keynote spreker Job van 't Veer naar voren bracht, toegepaste psychologen uitgaan van een diepgaand begrip van doelgroepen, en garanderen dat gebruikers als mede-ontwerpers betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwe oplossingen die inclusiviteit ondersteunen.

De mens is als soort een sociaal wezen. Technologie biedt kansen om juist de door technologie ontstane kloven tussen mensen die wel en niet kunnen adapteren aan de standaard versies van technologie, te voorzien van speciaal toegeruste versies. Technologie voor slechtzienden, technologie om sociaal angstigen te helpen, technologie om doven toch te leren "verstaan". Er zijn vele mogelijkheden, en juist nu technologie via code in het talige domein is gekomen (programmeertaal), zijn er kansen voor toegepast psychologen om technologie te helpen ontwikkelen die bijdraagt aan een inclusieve samenleving. Na de drie geweldige Keynotes en veel prachtige workshops, hoop ik dat de studenten geïnspireerd zijn om de handschoen op te pakken. Immers, en dat werd tijdens het congres opnieuw zeer duidelijk, gedrag en technologie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Psychologen die technologie negeren - zowel in de problemen die door slechte adaptatie veroorzaakt worden, als in de mogelijkheden die ze biedt in het over beperkingen heen komen - ontnemen zichzelf een belangrijke toekomst. Wellicht vinden sommige studenten gedrag en technologie als vak nog niet zo interessant. Maar juist hier is ruimte voor serendipiteit, het is vreemd genoeg een nog grotendeels onontgonnen terrein. Aan jullie de uitdaging: maak de toekomst!

vrijdag 23 november 2018

Cat People (putting out the fire, 3, slot)

Van de week vertelde een collega van mijn vrouw dat haar briljante dochter op 17 jarige leeftijd alsnog vanuit de hoogste klas van het VWO thuis was komen te zitten. Het meisje heeft al revolutionaire nieuwe vezels uitgevonden, maar het gedwongen "binnen de lijntjes kleuren" had het ondertussen onmogelijk gemaakt om nog langer met haar docenten te kunnen communiceren. Op dat "binnen de lijntjes kleuren" ga ik in deze blog in.

Toen ik klein was, speelden alle kinderen dagelijks buiten, ook buiten het gezichtsveld van de ouders. Toegegeven, het ging ook wel eens mis. Zo herinner ik me een jongetje uit mijn buurt die bij zijn experimenten met de fiets ondersteboven een aantal vingers verloor. Ook herinner ik me een paar duikplank ongelukken bij het openluchtbad met zelfs een dwarslaesie ten gevolge. En toen we 11 a 12 waren begonnen we te experimenteren met oude Solexen en Sparta-matics, waarbij een jongetje uit mijn buurt het leven verloor toen hij met de zeer sterk opgevoerde brommer tegen een stilstaande bus botste. Maar het ging veel vaker goed en speelruimte was er, al was ik zelf wat dromerig en vaak op mezelf met mijn observaties en experimenten binnen bezig.

Laatst hoorde ik een collega verzuchten hoe hij als kind op een stil plekje uit een boom poepte, om een week later te onderzoeken wat er nog van over was. Al sinds de jaren zeventig stellen de economie en de samenleving mensen in staat zich ongeacht hun geslacht te mogen ontwikkelen en om via arbeid aán de samenleving te mogen bijdragen. Echter, daardoor is het toezicht op onze opgroeiende kinderen veranderd. Doordat kinderen al op jonge leeftijd aangetrokken worden door beeldschermen, spelcomputers, of IPads, zijn de kinderen met relatief weinig toezicht veilig. De verslavende werking van deze "smart" devices zorgt dat ze daar ook blijven. Gelukkig, toch?

Al jong "machineren" we onze kinderen hiermee. We houden onszelf voor dat ze op deze wijze spelenderwijze met (smart) technologie leren omgaan en dat is belangrijk, zo houden de hightech multinationals ons voor en in hun kielzog ook de politiek en het onderwijs. We willen het graag geloven; al ligt obesitas op de loer, binnen spelen is wel zo veilig. Hoewel ik als kind best een einzelgänger was, en ik dus constateer dat dat in deze tijd veel minder een probleem zou zijn, vind ik dit een zeer slechte ontwikkeling, die overigens al in de jaren tachtig (met de beschikbaarheid van video's en gameconsoles) begon.

Als kinderen leren om in de vooropgezette "probleemruimte" vooraf gedefinieerde handelingen te doen en daar punten voor te krijgen, is hun intrinsieke exploratiedrang getemperd. Het is als binnen de lijntjes kleuren, in plaats van vrij tekenen. En het wordt met het ouder worden niet beter, weet ik ondertussen. Ook in de hoogste klassen van het VWO plus, heb ik ervaren dat mijn kinderen "afgerekend" worden op of hun antwoord of uitwerking in de antwoordsleutel staat. Zo kan het gebeuren dat een briljant kind zoals de dochter van de collega van mijn vrouw uit de inleiding met haar origineel wiskundige denkvermogen stelsel-vergelijkingen foutloos op een geheel nieuwe wijze oplost, en toch met een 2,7 thuiskomt. De docent snapt na een paar uur puzzelen hoe het werkt en dat het inderdaad van briljant inzicht getuigt, maar twijfelt wat hij moet doen. Om haar inzicht te waarderen, moet hij nu buiten de lijntjes kleuren, en ook hij is een kind van ... de verloren kindertijd. Hij durft uiteindelijk de Rubrics te verlaten, het wordt een 10. Helaas komt er in de volgende klas een nieuwe docent die dat niet doet, en, zoals gezegd, zit het meisje nu thuis. Gelukkig heeft ze een diagnose (ASS), dus iedereen wast de handen in onschuld.

Ook bij de creatieve vakken gaat het meer en meer om nadoen. De Idols generatie, niet zelf iets mogen bedenken, maar iets na doen. En zoals ik elders liet zien, streamen we steeds minder verschillende artiesten, memes, en andere content in steeds grotere getale. Als dan de kunstdocenten aan de pubers vragen elkaars prestaties (meestal imitaties van een klein aantal superhits) te beoordelen, dan is dit meer een sociaal hiërarchisch spel, dan dat het iets met creativiteit te maken heeft. Niet voor niets zijn er zoveel coverbands, zoveel "revival" bands. We leren niet meer anders. Als een kind iets eigens maakt, is de kans groot dat het genadeloos wordt neergesabeld, net zo lang tot het kind aansluit, ook gaat imiteren, en netjes binnen de lijntjes gaat kleuren. Alleen sterke docenten durven dit te doorbreken, maar wat als dat niet in de Rubrics staat?

Toch snap ik niet dat we het gek vinden dat zoveel briljante kinderen vastlopen, en dat zoveel kinderen en jongvolwassenen die schijnbaar goed in de pas lopen, toch al jong "sleets raken", vermoeid, en in een burn out terecht komen. En de oplossing wordt vaak gezien in het inzetten van nog meer hulpverlening op nog jongere leeftijd, nog meer vroegdiagnostiek. Maar zolang we het probleem niet zien - waarin het ontnemen van vrije speelruimte (de door gemakzucht en (digitale) techniek gestolen kindertijd) een rol speelt - blijft ook dit "Putting out the fire with gasoline". Bah, Cat people!

vrijdag 16 november 2018

We're putting out the fire with gasoline (deel 2)

Toen ik tiener was, in de jaren 70, was popmuziek enorm populair. Één van de grote krachten was het verhaal dat rondom hitbands en popsterren werd verteld. Omdat er geen internet was, en de "serieuze" journalistiek zich er nauwelijks mee bezig hield - je had één of twee roddelpers tijdschriften - waren de verhalen als collectieve mythes vaak nog belangrijker dan de muziek. Anders gezegd, onze jeugdige verbeelding kon onbegrensd haar gang gaan en in mijn generatie leidde dat regelmatig tot het oprichten van eigen bands, of andere (artistieke) bedrijvigheid. Wij hielden van onze dromen, en van de bands die deze dromen voedde. Een van die bands was Queen.

Vorige week, één dag na de première, besloten mijn vrouw en ik naar de film Bohemien Rhapsody te gaan. Natuurlijk hadden we in onze "kwaliteitskranten" de tamelijk vernietigende recensies gelezen. Maar het was, ondanks een ruime 10 jaar leeftijdsverschil tussen ons, een band die onze jeugdige verbeelding enorm had gevoed. We waren erg vroeg bij de bioscoop, maar konden nog net 2 kaartjes in de allergrootste zaal bemachtigen. Toen we een uurtje later op onze stoelen zaten, viel op dat de zaal volstroomde met een publiek letterlijk van tieners tot tachtigers. Toen de film begonnen was, verdwenen alle negatieve recensies als sneeuw voor de zon, de film was meeslepend en fantastisch! Voor even waren we weer de kinderen die we ooit waren, met onze eigen verbeelding, en onze dromen. Toen de film afgelopen was ging iedereen staan en applaudisseren (iets dat ik zelden meemaak in de bioscoop). Nu, een paar weken later, lees ik dat er overal in het land nog steeds geapplaudisseerd wordt en alleen al in Nederland staat de Facebook pagina van Pathé vol met lofuitingen (vele duizenden). Hoezo een slechte film?

Hier is iets bijzonders aan de hand. In feite is het fake news de eerste journalistieke reactie op de film zelf. Het "echte" nieuws is dat er een film is gemaakt die zo is opgebouwd dat meerdere generaties meegesleept en bewogen worden en dat de film zoals zoveel films vrijelijk gebaseerd is op een waar gebeurde geschiedenis. Het is geen documentaire, maar topentertainment. Toch zette deze kwestie me aan het denken. Want tegenwoordig zijn de "feiten" en daarmee "de waarheid" doordat we overal camera's hebben en iedere beweging, uitspraak of (publiek) optreden van een "celebrity" wel ergens gefilmd en gepost wordt, onontkoombaar. Nauwelijks plaats voor verbeelding, laat staan voor mythevorming. Het probleem zit in het gelijkstellen van feiten met "waarheid". Newton, bijvoorbeeld, zou nooit tot zijn diepe kennis zijn gekomen als hij niet voorbij de feiten naar samenhangen had gekeken. Net als veel eerder Aristoteles en vele anderen. Feiten zijn er nooit genoeg, als je beter kijkt zijn er altijd wel weer nieuwe feiten. Moderne informatie en communicatie techniek (ICT) heeft de wereld schijnbaar transparant gemaakt, maar juist in deze tijd is "fake news" zo'n groot thema geworden.

De reden is dat we allemaal mensen zijn, ook journalisten en recensenten. Mensen zijn verhalende organismen, allen hebben we onze mythen en via mythen zijn we aan elkaar verbonden (religie is van religare, verbinden). Het is een illusie dat wij feiten in de plaats van verhalen kunnen plaatsen, alhoewel feiten wel een plaats hebben in verhalen: data (feiten), informatie, kennis, wijsheid. Op het niveau van kennis en nog meer op het niveau van wijsheid, spelen feiten geen directe rol meer. En ondanks camera's op elke straathoek, afluisterapparatuur en slimme zoekalgoritmes die de vele digitale kruimels die we allemaal achterlaten op het internet analyseren, zijn er altijd veel meer feiten die onzichtbaar blijven. Het risico van ICT techniek is dat het de verbeelding doodt, dat het een schijnwerkelijkheid van feitelijkheid creëert. Mensen hebben verhalen nodig, ze reageren vanuit kennis, niet vanuit data, die zoals gezegd, altijd beperkt voor handen is. De honger naar steeds meer sensoren, camera's en data om iets van onze wereld te begrijpen is opnieuw een vorm van .... Putting out the fire with gasoline! Onze honger naar kennis wordt gestild door onze verbeelding uit te schakelen, met als gevolg... nog meer behoefte aan kennis. Dat onze collectieve verhalen ook fout kunnen zijn, laten de recensies in de "kwaliteitskranten" met betrekking tot Bohemien Rhapsody zien, toch? Waardeloos kopte het Parool net na de première. Dat maar weinig mensen deze mening delen, is ondertussen een feit: de film trekt alleen al in Nederland een record aantal bezoekers, ondanks wat achteraf gezien fake news bleek van de journalistiek zelf! Ook journalisten vertrekken vanuit hun mythes...

vrijdag 9 november 2018

Putting out the fire with gasoline (deel 1)

Onbegrensdheid leidt tot ... nog meer onbegrensdheid. Met name digitale technieken hebben ons in staat gesteld haast onbegrensd te kunnen genieten van muziek, literatuur en communicatie met elkaar. Voor beeld, geluid en bestanden worden zelfs de grootste afstanden op de planeet in enkele milliseconden overbrugd via het World wilde web (en satellieten). Iedereen heeft op zijn/haar smartphone een camera met een resolutie waar nog geen twintig jaar geleden Hollywood cameramensen jaloers op zouden zijn. Digitale verbinding zou in principe veel minder belastend en dus duurzamer zijn dan reizen. Boeken lezen van een scherm veel minder belastend dan boeken printen, en muziek via mp3 veel minder belastend dan via vinyl. Maar is dat ook zo?

Helaas is het omgekeerde waar. "We're putting out the fire with gasoline". We reizen nu meer kilometers per persoon per jaar, dan ooit tevoren. Doordat mensen bijvoorbeeld door digitale technieken vanuit overal kunnen werken, ook thuis, is de afstand tussen wonen en werken tot op zekere hoogte irrelevant geworden. Maar de behoefte om soms echt bij elkaar te zijn, lijkt juist daardoor alleen maar te zijn toegenomen. Schaarste voedt de behoefte. En doordat contacten per digitale snelweg net zo snel tussen de woonkamer en de eerste verdieping in hetzelfde pand in Groningen worden gelegd, als tussen Groningen en Australië, ontstaan er ook behoeften aan fysiek contact over grotere afstanden. Het aantal vliegtuigpassagiers is de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld. Ook in het hoger onderwijs stimuleren wij onze studenten om buitenland ervaring op te doen. Met andere woorden, digitale techniek heeft de wereld kleiner gemaakt, waardoor de onbegrensde contacten die daarmee gelegd worden een nieuw verdienmodel vormen voor de reisindustrie. Betere verbinding, bijvoorbeeld beeld en geluid (FaceTime) in plaats van alleen geluid, stimuleert alleen de reisbehoefte. Nogmaals, we're putting out the fire wit gasoline...

Hoewel het bewustzijnsniveau is gegroeid dat ons gedrag op termijn onhoudbaar is - zelfs Trump lijkt niet langer te ontkennen - doen we er niets aan. In tegendeel, politiek - gegijzeld door populisme en publieke ontkenning - bediend zich van korte termijn leuzen voor korte termijn erkenning. Bijvoorbeeld, meer geld voor techniekonderwijs. Techniek moet de oplossing brengen, maar meer techniek leidt tot nog toe steevast tot meer problemen, als Pandora's Box: voor iedere korte termijn oplossing van een probleem, krijgen we op termijn 10 nog grotere problemen erbij. Wetenschap blijft in een ivoren toren en politieke partijen, zelfs de groene, babbelen vrolijk mee over beter onderwijs en meer groen in de stad, maar lijken het al te hebben opgegeven dat er een weg terug is. Zoals gezegd, meer geld voor techniekonderwijs en onderzoek, zodat de wetenschap efficiëntere energietransitie mogelijk maakt, is het beste wat ik in de programma's lees. "Is this the World we created", zingt Freddy Mercury steeds hoorbaarder in mijn hoofd, ondertussen al bijna 30 jaar na zijn overlijden.

Onbegrensd gedrag. Sociale wetenschappers, psychologen, wat doen we eraan? In de krant lees ik vanochtend dat een vrachtwagenchauffeur een stuurfout maakt en in een benarde situatie overlijdt, op de A58. Kilometers file achter het ongeluk. Tientallen mensen hebben hun auto verlaten om met de camera op hun Smart Phone te filmen hoe het slachtoffer wordt gereanimeerd en alsnog sterft. In Hollywood kwaliteit. De agent die de mensen hierop aan sprak kreeg te horen dat "hij zich met z'n eigen moest bemoeien". Iedere vorm van respect is verdwenen. Grenzeloosheid is het resultaat van onbegrensde beschikbaarheid, onbegrensde techniek. Opnieuw het refrein: we're putting out the fire ... En onze overheden lijken met het oog op behoud van politiek draagvlak de problemen vooral voor zich uit te schuiven en reserveren jaarlijks miljarden voor ontwikkeling van techniek.

Een tegenbeweging is zeker ook zichtbaar. Mensen die zelf de grenzen opzoeken, matigen, muziek op vinyl in plaats van op mp3, vegetarisme, yoga, etc. Maar alsjeblieft politici, geef ons niet op. En collega's in de wetenschap, laten we met man en macht helpen, zodat er voor onze kinderen en kleinkinderen ook nog een wereld is! Dan bedoel ik niet helpen door bijvoorbeeld in een Dan Brown/Hollywood scenario een virus te ontwerpen dat minimaal 80% van de mensheid onvruchtbaar maakt, zodat er een culturele bosbrand ontstaat en de planeet en de drastisch uitgedunde mensheid weer honderden jaren de tijd krijgt om "op adem te komen". Het op z'n beloop laten - dat lijkt de huidige "keus" - lijkt weinig anders dan de techniek stimulatie die politiek wijdverbreid is: de "natuur" weet uiteindelijk ook onze onbegrensdheid te keren. Maar, kunnen we echt niet beter? (Wordt vervolgd)

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...