“I have decided to stick with love. Hate is too great a burden to bear” heeft Martin Luther King ooit gesproken, en deze woorden zijn door velen geciteerd. Vorige week is mijn nieuwe album “I've chosen love” (Jim Rensson with Tom van Timmeren & Deborah de Graaf) uitgekomen. Van de 12 songs op het album, zijn er 10 door mij geschreven (één – Father, will you forgive me? – door zoon Thorvald en één door dochter Deborah, Tell me why). De songs schreef ik vorig jaar, ongeveer tijdens het dieptepunt van mijn burn out. Wat opvalt is dat beide componenten uit de quote van Martin Luther King – liefde en haat, of woede – in de songs naar voren komen. Boosheid op de wereld (in de song Different, over het anders voelen en denken dan de meeste mensen in je omgeving), en natuurlijk boosheid op mijzelf, dat ik het niet volhield.
De boosheid is weg. Het verwijt naar anderen en in laatste instantie naar mezelf, eveneens. De essentie van haat is, zo ben ik steeds meer gaan geloven, dat je de narigheid die je zelf beleefd (en waarvan je denkt dat anderen die jou ten dele hebben aangedaan) graag doorgeeft aan anderen. Je wilt de anderen, of de wereld “iets” betaald zetten. Daarin komt haat tot leven, gaat ze rond over de wereld, net zo lang tot ze uitdooft in datgene dat groter is dan haat: liefde. Momenteel raast de haat over de wereld. Diversiteitsbeleid staat bijvoorbeeld ook in Nederland ter discussie, want de Amerikaanse overheid dreigt geen zaken te doen met Europese bedrijven die hun diversiteitsbeleid niet afschaffen. Hieraan ligt het waanbeeld ten grondslag dat er ongelukken gebeuren omdat werknemers voor bepaalde functies vanuit ideologie geselecteerd zijn in plaats van op geschiktheid. Dat dit type generalistisch denken officieel valt onder de drogredenen, lijkt volledig uit het oog verloren. Net zo zeer uit het oog verloren als dat uit onderzoek is gebleken dat diversiteit werkt, dat ze niet voor niets in de natuur regel is, boven uniformiteit, dat vaak voorkomt in afbraakprocessen, bijvoorbeeld in de vorm van kanker/woekeringen. Liefde staat hierboven/buiten, en is dan ook niet een last om te dragen.
Liefde is niet de dingen zo goed mogelijk doen, en zelfs niet de goede dingen doen. De goede dingen doen, maakt ons gemakkelijk ijdel, en arrogant. Helpen of beschermen van anderen kan goed zijn, maar is daarmee nog geen liefde. Sterker, ze kan wel degelijk ook uit haat geboren zijn (bijvoorbeeld iemand daarmee iets betaald zetten). Liefde is voor mij je overgeven aan iets dat zich niet in regels en formele beschrijvingen laat vangen. Ideeën zetten aan tot controle, beregeling, en vormen daarmee een mogelijke kiem tot verstening, fixatie en kokervisie (woekering). Liefde is openstaan voor het wonder, dat eigenlijk continu ons omringt. Maar zoals een vis wellicht niet kan geloven in water, omdat een wereld zonder water ondenkbaar is, zien wij het wonder van leven, verbondenheid en liefde vaak minder makkelijk dan de daden van schaalbaarheid, technologie en politiek.
Als we ons door liefde laten leiden, dan zien we het unieke en bijzondere in iedere mens. Als we ons door (voor) oordeel laten leiden, zien we al snel niet meer het wonder van leven in diversiteit, in veelzijdigheid, en overschatten we ons per definitie beperkte vermogen tot controle over leven en liefde. We zijn dan een instrument van het, van het verderfelijke van discrimineren op huidskleur, geslacht, gender, of welke andere versteende vermeende eigenschap. Dat is een last die we moeten dragen, en die we doorgeven aan anderen. Liefhebben is je overgeven, loslaten. Hoewel geen last, is dat niet eenvoudig. Mij lukt het vaak niet. Toch volg ik Martin Luther King, en kies ik er voor. Vandaar de titel van mijn nieuwe album: “I've chosen love”!