Menselijke aanpassingsvermogens hebben de noodzaak van evolutie verplaatst van genetisch in de soort naar sociaal constructief: de evolutie van onze externe aanpassingen: taal, techniek en religie. Deze "externe" evolutie staat meestal meer los van onszelf als individuen dan we denken. Sterker nog, ons abstracte begrip van de werkelijkheid brengt ons regelmatig verder dan ons reële begrip van die werkelijkheid. Einstein, bijvoorbeeld, beschreef met zijn relativiteitstheorie aspecten van de werkelijkheid die hij begreep, maar toen anderen uit deze theorie gingen afleiden dat er zwarte gaten bestonden, ontkende Einstein dat resoluut. Was zijn theorie slimmer dan hij? Of terug naar het begin, nam zijn abstracte begrip van de werkelijkheid – de mathematische formulering – mensen mee naar een dieper begrip van de realiteit dan de bedenker van de formulering? Is dit wat er altijd gebeurt, dat we een lokaal probleem oplossen, en dat de oplossing veel breder ook op hele andere gebieden helpt om (be)grip te krijgen? En is dit zowel een zegen, als een vloek?
Iedere gedachte, ieder ontwerp, ieder bouwwerk die breder gedeeld wordt, brengt nieuwe inzichten en ontwikkelingen met zich mee. Breed delen is voorwaarde, mensen moeten van veel kanten de gedachten kunnen analyseren, om daar vanuit te kunnen generaliseren, experimenteren en kunnen doorontwikkelen. Dit is precies de reden dat roem van belang kan zijn (en vaak is) voor de doorontwikkeling van ideeën. Als een kunstenaar de stamvader (of moeder!) van een bepaalde richting wordt genoemd, is natuurlijk de richting rijker dan de grounding persons. Waarom we toch zo gefixeerd zijn op de personen, op het standbeeld en we steevast de sokkel (die veel essentieler iets zegt over onze ontwikkeling als culturen en soort), is een psychologisch artefact, om roem en bewondering een adres te geven, en zo door te kunnen en mogen werken in bepaalde richtingen.
Het begrijpen van dit mechanisme is van belang om te zien dat onze wereld, onze samenleving en cultuur, zich zowel wel als niet noodzakelijkerwijs in de richting ontwikkeld waarin we nu zijn. Als we andere idolen, met andere gedachten, kunst of wetenschap zo breed geroemd hadden zoals Darwin, Rembrandt, Bach en Einstein, om maar een paar beroemdheden te noemen, hadden we ongetwijfeld de grootsheid van ideeen en werken in andere richtingen leren waarderen en doorontwikkelen. Succes maakt succes. Een mooi voorbeeld vormen de Beatles, die echt ieder jaar groter worden door de enorme hoeveelheid mensen die zich nog steeds storten op wat ze in een kleine 10 jaar 60 jaar geleden produceerden. Ja, het was populair, maar aanvankelijk ook echt wel middle of the road. In een dialectische wereld, waar positief en negatief altijd tegenover elkaar staan, ligt in succes ook altijd de kiem van het grote falen, en in falen ligt tegelijkertijd de kiem van mogelijke nieuwe successen. Bootstrappen, ladderklimmen, doe je door succes en falen te altereren.
Als we op een dood spoor zitten, bijvoorbeeld omdat het meerdere planeten vereist om wereldwijd in onze huidige energie-, voedsel- en materiaalbehoefte te voorzien, of omdat er genoeg kernbommen in de wereld zijn om de planeet een paar honderd op te blazen, of omdat we met generatieve AI de macht over de fysieke wereld steeds meer in handen geven van autonome systemen, die niet een natuurlijk ethisch geweten in hun “DNA” met zich meedragen, is het van belang te beseffen dat we een andere wereld kunnen creëeren. Andere ideeën en andere mensen vereren, ideeën en "helden" zijn de parameters. Door onze energie en bewondering naar andere mensen en ideeën te brengen. Wellicht meer naar het vrouwelijke, het verbindende, in plaats van in het dominant resultaatgericht veranderen van de werkelijkheid. Niet onze bewondering (en evenzeer afkeer, dat maakt in een dialektisch systeem weinig verschil) naar Elon Musk, maar naar Kate Raworth, niet naar Trump, maar naar Jacinda Ardern.
Het is niet makkelijk. Maar het verschuiven van onze focus van (de illusie van) technologische vooruitgang naar kunst, verbondenheid en herstel van het evenwicht tussen het mannelijke (nu sterk overheersend) en het vrouwelijke, kan voor iedereen heel dicht bij huis beginnen...



