woensdag 6 mei 2026

Vrijheid

Terugdenkend aan gisteren, bevrijdingsdag! Dankbaar ben ik, mijn hele leven leef ik al in vredestijd! Reden te over om dit te vieren, wat wij gisteren deden in Zwolle. Vrijheid is een groot goed, en ze is zeker niet vanzelfsprekend. De sprekers in Zwolle stelden vanaf het podium aan ons (publiek) de vraag wat vrijheid voor elk van ons - als individu - betekent. Goede vraag! Er ging veel in me om, ook veel tegenstrijdigheden. In deze blog zet ik een aantal van deze gedachten op een rij. Er werd me duidelijk dat ik zelf vaak geen eenduidige antwoorden heb...

Dat iedereen een mening kan en mag hebben, is voor mij een bewijs dat we in vrijheid leven. Als we zeggen dat de maatschappij verhard, dan gaat dat – hoe onaangenaam we dat ook vinden – uiteindelijk over afgenomen tolerantie voor meningen van landgenoten. Over meningen waar we het niet mee eens zijn. Die afnemende tolerantie wordt veel genoemd, vaak verpakt in een als wetenschappelijk onderbouwd gepresenteerde constatering dat er polarisatie optreedt, dat bepaalde extreem rechtse of juist linkse overtuigingen onze opvattingen van wie wel en geen mening mogen hebben doen verschuiven. Iedereen heeft recht op een eigen mening, zolang die maar binnen onze democratische en maatschappelijke opvattingen valt. Eerlijk gezegd denk ik er niet anders over, maar ik besef dat het inconsequent en dus feitelijk vrijheidsbeperkend is. Voor mij is er ook alleen plaats voor redelijke rationeel onderbouwde meningen, die de democratische grondvesten van onze samenleving onderschrijven. Is dat eigenlijk wel vrijheid?

Om te beginnen, ik kan vinden en op het internet roepen dat ik voor emancipatie, of vrijheid van godsdienst, of emancipatie van LHBTIQ+ ben, maar als ik in een samenleving terecht ben gekomen waarin je daarmee kans loopt opgespoord en van je bed gelicht te worden, om vervolgens vreselijk mishandeld te worden, dan zal ik waarschijnlijk sterk risico-vermijdend worden. Dus ja, vrijheid van meningsuiting is zeker nog tot op behoorlijke hoogte werkzaam in ons land. Als we stellen dat het internet vol met onzin (fake news, opruiende complot theorieen), of bagger staat, en dat het steeds meer op een open riool gaat lijken, is dat een mening. Als we gaan stellen dat het internet van dergelijke berichten gezuiverd moet worden, gaat het op een vorm van “Gestapo” lijken, hoewel het natuurlijk heel begrijpelijk is, dat het ontzettend onaangenaam is als iedere bekende en zelfs onbekende persoon beticht kan worden van van alles en nog wat. Moderators van diverse social media platforms, trachten al jaren te zuiveren, maar op grond van welke democratisch gekozen principes? En welke grenzen gelden daarbij, geografische grenzen, of leeftijdsgrenzen, of ethische grenzen?

Democratieën bestaan nog altijd binnen geografische grenzen, dus zouden landen dan het web moeten mogen modereren? Landen die het internet voor hun inwoners "modereren" berichtten we (mi terecht) van onvrijheid, maar BigTech die dat niet (meer) doet (fake en haat content verwijderen) verwijten we ook van alles. Is het digitale domein niet juist een grote bedreiging van onze vrijheid?

En wat te denken van de exponentieel groeiend aantal teksten die door trollen en (andere) generatieve AI geproduceerd worden, en daarmee meningen versterken, doen kantelen, kortom, onze meningen beïnvloeden en daarmee in potentie onze vrijheid van meningsuiting onder druk zetten? Je kan zeggen dat de virtuele wereld niet de echte wereld is, maar met de digitale transformatie die in volle gang is, worden de grenzen steeds vager. Is alleen dat al niet een bedreiging van de democratieen?

Een ander punt is dat het de vraag is wat de waarde is van een mening, als die niet of misschien wel nooit gehoord wordt. Generatieve AI is altijd volledig direct compleet aanwezig met haar 'meningen'. Mensen vormen meningen, in een proces van wikken en wegen, en ze zijn ook bijna nooit definitief of in beton gegoten. Met onze ondemocratisch ontstane massale toevlucht op “onszelf” uitdrukken in met AI gegenereerde teksten, beelden en zelfs filmpjes, zetten we onszelf vast in meningen/uitingen/denken waar proces uit is gehaald. In beton gegoten, we kunnen het er grondig mee eens zijn, en uit meerdere onderzoeken blijkt dat we dat inderdaad zijn, sterker dan met ons eigen denkwerk, of beter, de vruchten van ons eigen denkwerk. Muziektheoreticus David Bennett beschrijft op zijn Youtubekanaal in een video “AI Music is here... what the f**k do we do now?” dat mensen in zijn onderzoek die met SUNO een muziek album hadden gegenereerd (dus niet musiceren, maar een druk op de knop) zo tevreden waren met “hun eigen” muziek, dat ze niets anders meer luisterden! Was het al moeilijk om gehoor te vinden voor originele denkers, met generatieve AI is het voor mensen die wel zelf tekenen, filmen, schilderen, schrijven, componeren, musiceren, of denken in ieder geval op de digitale media enorm ingewikkeld om niet compleet overschaduwd door kunstmatig gegenereerde output. 

Zou een democratische of ethische commissie hier moeten optreden? Stellen we wel voldoende de juiste vragen? Heeft AI een rechtspositie? Is ze aansprakelijk, bijvoorbeeld op plagiaat? Of op het koloniseren van de toch al beperkte speelruimte voor creatievelingen? Of mensen in het algemeen?

Samen met Victorine en mijn twee jongste dochters en schoondochter bezochten we gisteren een vrijheids festival. Wel genoemd werd in diverse speeches dat we verharden, dat er polarisatie is, en dat vrijheid niet vanzelf komt. Ook werd meerdere keren de soms negatieve rol van sociale media genoemd. Maar dan wordt snel onze vrijheid geroemd, al 81 jaar vrede. Ik krijg dan toch het gevoel dat in vrijheid over vrijheid praten (bijvoorbeeld de rol van AI in onze verdeeldheid, kolonisatie van de digitale publieke ruimte, hacken van onze aandacht met extreme content) niet in dit verband genoemd mag worden. Maar ook de genocide in het Midden Oosten mag lang niet overal zo maar genoemd worden. Nu vind ik dat je meningsuiting (pro Palestina zijn, of het veroordelen van de Israëlische agressie) niet gelijk moet stellen met daden zoals het bekladden van het vrijheidsbeeld op de Dam. Maar toch denk ik dat we moeten waken voor het niet opleggen van onze mening en die met hand en tand (24/7 surveillance) bewaken. 81 jaar vrede is prachtig! Daarnaast valt er veel te herwinnen, wat minder afhankelijkheid van technocratie zou wat mij betreft een veel meer bespreekbaar begin vormen!


Foto Deborah de Graaf tijdens ons bezoek aan het vrijheidsfestival te Zwolle op 5 mei 2026

dinsdag 21 april 2026

Scherven brengen … leven!

Stel je een zandloper voor, die wordt omgekeerd direct nadat die volledig is doorgelopen. Slow motion. De zandkorrels vallen omlaag, één voor één. Eerst landt de eerste korrel, daarop de tweede, dan de derde, misschien net ernaast. Langzaam ontstaat een bergje, dat dan zo smal en stijl wordt, dat het op een zeker moment inzakt. Kan je daarna dan nog van iedere korrel achterhalen welke eerder of later kwam? En wat als de zandloper zandkorrels met zeer uiteenlopende korrelgrootte doorlaat?

Hoe ontstaat gelaagdheid eigenlijk? Onze levensverhalen zijn eigenlijk prachtige voorbeelden van diversificatie in gelaagdheid; unieke levens zijn uitingen van unieke gelaagdheden. In de verhalen die we over onze levens vertellen, maken we onszelf allen aan elkaar gelijk, wellicht meer dan we beseffen. Als je naar je leven kijkt, en jouw levensverhaal daarnaast probeert te zetten, zijn dat eigenlijk veel meer dan het lijkt, twee totaal verschillende dingen. Een levensverhaal is vaak consistent, volgt een rationeel of op zijn minst causaal narratief, terwijl het leven zelf wellicht meer lijkt op een hele grote opeenstapeling van scherven, van achtergebleven residu dat onttrokken is aan talloze activiteiten of gebeurtenisjes waarin we continu meer of minder betrokken waren of zijn. Al deze opeengestapelde scherven zullen wel degelijk een soort tijd-ruimtelijke figuur vormen, maar het is van belang te beseffen dat veel van de aspecten van de opeengestapelde fragmenten of scherven niet met taal beschreven kunnen worden. De wel met taal te beschrijven aspecten, vormen een (kleine) deelverzameling van het geheel, dat bovendien ook nog onder invloed van krachten bijvoorbeeld om kan vallen, in kan storten, of weg kan rollen, waardoor tijd-ruimtelijk voor en na niet perse meer achterhaalbaar is.

Het verhaal dat we continu construeren (en dus bijstellen) over onze geschiedenis – wie we hoe, waar, wanneer en vooral ook waarom zijn geworden – is daardoor niet alleen een onvolledige beschrijving van wat er is gebeurt (wie we zijn), maar meer dan dat een misleidende voorstelling van zaken, die we vaak veel te gemakkelijk voor waar aannemen. In de verhalen worden we gelijkgemaakt, tekort gedaan en raakt de band met onze diepere betrekkingen met elkaar en de natuur gemakkelijk verloren. “Be true to yourself” is makkelijker gezegd dan gedaan. “The words stand in the way”.

Vanochtend ging ik met Miep naar de dierenarts, voor de jaarlijkse inentingen. De dierenarts en Miep kunnen het prima met elkaar vinden en tijdens de gezellige ontmoeting, nadat Miep kwispelend haar kamer binnenliep en haar begroette, vertelt zij dat ze veel interessante bijscholingen heeft gehad over werken met hightech apparatuur, maar dat wij als mensen ook best weinig begrip hebben voor hoe onze honden ons continu kunnen lezen. Ik herken dat, Miep ziet precies wie ze kent en niet, hoe ik of een andere bekenden zich/haar voelt. Daar heeft ze geen letters, of narratieve structuren voor nodig, ze leest continu de scherven, de veranderingen en daarbinnen weer de invarianten. Al pratend, kwispelend, en contact leggend, nemen we afscheid, de dierenarts heeft zonder dat wij er erg in hebben de injectie gegeven en Miep haar paspoort weer bijgewerkt, zodat wij veilig met Miep over een paar weken een weekje naar het buitenland kunnen. Op de terugweg vertel ik Miep dat ook wij – haar odd-kin (gezinsleden van een andere biologische soort, dat is zij van mij en ik van haar) – in een andere-zelfde tijd-ruimtelijke werkelijkheid leven, dat we niet elkaars verhalen in elkaars talen kunnen lezen, maar dat het de opeengestapelde scherven zijn die ons met elkaar verbindt. Ze geeft me een lik, en ik voeg snel toe, en natuurlijk, bovenal, de liefde. Scherven brengen leven, liefde doet leven!


Miep en ik, net na het schrijven van deze blog (foto: Dorinthe)

vrijdag 17 april 2026

Een analoge transformatie?

Arjan Middelkoop en ik waren uitgenodigd om een lezing te houden bij de Town Deal krachtige kernen, een initiatief van het ministerie van Binnenlandse zaken om met kleinere gemeenten, towns, te onderzoeken hoe deze samenlevingen weerbaar kunnen blijven in een steeds meer polariserend, verhardende technocratische en mondialere (globalere) samenleving. Vragen die spelen zijn of je bijvoorbeeld als (lokale) overheid steeds verder moet gaan met surveillance, in de fysieke en online wereld, bijvoorbeeld om bij online getriggerde ordeverstoring adequaat te kunnen optreden als relschoppers dreigen een demonstratie te kapen. Natuurlijk snapt iedere bestuurder dat het opzetten van hogere hekken, of het toepassen van meer surveillance onherroepelijk zal leiden tot een wedloop. Wat zit er achter het polariseren, het harder worden en agressiever worden van sommige mensen in de samenleving? Worden mensen wel harder en subversiever, of is het alleen de AI aandachtsmachine die ons gevangen zet met beelden die onze aandacht vasthouden? Laten we onszelf niet juist door de sociale media (inclusief zoekmachines al dan niet met genAI versterkt) gek maken, en gaan we niet juist daardoor extremer stemmen? Is er wellicht minder met ons aan de hand, dan de door bigtech bestuurde bubbelmachines ons doen geloven?

Ja en nee. Voor onze lezing zagen we cijfers van hoe de verkiezingen in Nederland steeds meer gewonnen worden door partijen die hardere en minder tolerante (inclusieve) waarden uitdragen. Of iedere stemmer echt zo weinig voor anderen over heeft valt te betwijfelen, maar men stemt om de beelden die ons in de tang hebben, en die komen voor een groot gedeelte wel degelijk uit de sociale media aandacht vasthoudende bubbelmachines, waardoor we wel neigen het extreme te gaan geloven. Dat is niet nieuw, altijd hebben we als mensen geloofd in hetgeen we het meest vrezen. Toen in het modernisme het beeld van een toornige God langzaam werd overgenomen door het geloof dat er niets is na het leven, begonnen we in het niets te geloven, om nu langzaam weer (post- of post-post modern) in iets (van perspectief) te gaan geloven (het universum). Peter Hammill bezong het zo mooi: “Nothingness or God, which of them seems more unlikely? … What is true is what we fear the most”.

Onze lezing begon met een prachtige inleiding door Willemien Vreugdenhil, waarin ze door de zaal liep als een ontdekkingsreiziger, "bewapend" met slechts een alt blokfluit. Ze vraagt ons mee te gaan, een aantal eeuwen terug. Ze waant zich bespied door de inheemse bevolking, onzichtbare ogen en waarschijnlijk speren zijn vanuit de struiken op haar gericht. Schijnbaar onverstoorbaar gaat ze aan de oever van de rivier zitten, en speelt op de fluit een prachtige melodie, in alle rust. De zaal gaat mee, je kunt een spelt horen vallen. Als ze klaar is, komen niet de mannen met speren als eerste te voorschijn, zo vertelt ze, maar de kinderen, nieuwschierig naar de fluit, die ze even mogen vastpakken en bewonderen. Het contact is gelegd, juist door kwetsbaarheid te tonen. 

Dit is een prachtig begin voor onze lezing. Om de ontdekkingsreiziger hadden ook hoge muren kunnen worden gezet, zodat ze beschermt was voor de speren en het (wederzijds) onbegrip. Echter, zodra er ergens een zwakke plek in de hekken (of surveillance technologieën, regels en regulaties) zou zitten, zouden de “tegenstanders” – want dat wordt je vanzelf als je wordt buitengesloten, door de beveiligingen heen breken, en is er slechts een kleine kans dat je de ontdekkingsreiziger, of het bevoegd gezag, of wie je dan ook met barricades probeert af te schermen, het er zonder kleerscheuren zou kunnen afbrengen.

Onze lezing ging over het brein, over AI en over hoe we de muren om elkaar steeds hoger optrekken, over hoe de wereld steeds kleiner wordt door onze toegenomen snelheid en acceleratie, maar hoe daardoor onze levens leger en betekenislozer dreigen te worden, en hoe we bestuurders verantwoordelijk houden voor verharding en wegnemen van perspectief en betekenis, maar hoe het feitelijk de echte machthebbers zijn, waar we steeds harder in geloven (technocraten, bigtech). 

In de trein terug hadden Arjan en ik het er over, dat we wel zaken kunnen beschrijven, en wellicht enigszins kunnen duiden, maar dat het antwoord uiteindelijk toch niet kan zijn steeds verder meelopen in een technologie/bewapeningswedloop. In plaats daarvan moeten we opnieuw leren verbinden/ontwapenen, kwetsbaar durven zijn, en accepteren dat we niet alles kunnen weten (ook niet met AI, wat in de wiskunde bewijsbaar is, bv met het Rice's theorem, en Halting problem). Accepteren dat we sterfelijk zijn. Ook acceptatie van onze prachtige natuur, inclusief onze menselijke natuur, waar we onderdeel van mogen zijn, niet continu bemiddeld door high tech. Het is, na vele jaren digitale transformatie, wellicht langzaam maar zeker tijd voor een ware analoge transformatie! Opnieuw verbinden met de natuur, met elkaar, en nu tijd voor vorming boven louter kennis, kunsten boven louter weten. Het was een mooie dag, met hele fijne mensen!

Photo by Charles Parker: https://www.pexels.com/photo/woman-playing-flute-in-concert-hall-6647675/

donderdag 9 april 2026

Vrede!

Vrede is voor mij geen stilstand. Vrede is, net als evenwicht, de resultante is van allerlei krachtvelden, waarvan sommige gelijkgericht en sommige zelfs tegengesteld aan elkaar kunnen zijn. Alle denkbare en nastrevenswaardige toestanden in onze wereld, zijn zonder inzet van krachten, of meer algemeen, processen, van zeer tijdelijke of voorbijgaande aard. Het is waardevol om te beseffen dat slechts op eigen kracht de vrede, liefde en balans die we samen in ons persoonlijk leven en onze directe omgeving bewerkstelligen, altijd inzet van ons allemaal vereist. Om in balans te komen en te blijven, zijn dan onder meer ook tegengestelde krachten nodig, we hoeven het niet overal met elkaar eens te zijn.

Feitelijk is dit zo voor de hand liggend, dat we hier zelden over nadenken. Toch is het van belang, dat we waarderen dat andere geluiden ook voor onze rust en vrede gehoord moeten worden. In een echokamer, waarin we alleen ons eigen geluid horen, worden we op den duur gek. Niet voor niets is ons denken over onszelf en de natuur waaruit we voortkomen, altijd via uitersten, dialectiek. We hebben zo het feminiene, ofwel het relationele (heterarchische, of verbindende) en verzorgende principe enerzijds. Daar tegenover staat het masculiene (hiërarchische) principe, dat gekoppeld is aan handelend vestigen. Samen bootstrappen ze een samenleving, van gezinsverbanden en vriendenkringen tot en met steden en hele samenlevingen. Het feminiene wordt vaak geassocieerd met de vrouw, en het masculiene met de man, maar feitelijk, zo leerden we in het boek van David Greaber en David Wengrow (The Dawn of Everything) is er vanaf het ontstaan van de mens al bij de jagers verzamelaars geen stricte scheiding (ongeveer ¾ van de mannen en ¼ van de vrouwen doet de jacht en verdediging, en voor het verzorgen en opvoeden ligt het ongeveer andersom). overigens heeft ieder mens beide principes in zich (Yang en Yin), maar bij iemand met een meer mannelijke gender identiteit overheerst meestal het masculiene en bij iemand met een meer vrouwelijke gender identiteit daarentegen het vrouwelijke.

In alle zaken die we als mens doen, kan je een handelend vestigend en een verzorgende component onderscheiden, koken om de gemeenschap te voeden en met elkaar de band te bevestigen (feminien) versus koken om je naam te vestigen als chef kok (masculien). In een complexe organisatie is, ook best vanzelfsprekend, veel verbindingskracht (relationele energie) nodig, je moet op veel niveaus tegelijk kunnen acteren, en het intuïtief aanvoelen hoe collega medewerkers er voor staan, kan enorm behulpzaam zijn. Kortom, het feminiene (waaronder het typisch Nederlandse polderen) heeft vrij makkelijk in moderne complexe samenlevingen een voordeel. Met meer geweld jezelf handelend vestigen kan misschien als je in de boardroom zit, of toch minstens gerechtvaardigd ben om de baas te mogen spelen, maar anders zul je al gauw weggezet worden als botte boer (inderdaad, ondanks dat het boeren – net als het koken, pottenbakken etc. een feminiene uitvinding is, zoals we uit eerder genoemd boek konden leren – verwijst naar de boer (masculien).

Veel zaken die de wereld hebben veranderd, zijn feminiene uitvindingen (denk naast het eerdergenoemde pottenbakken en voedselbereiding via koken aan computertaal, Ada Lovelace, kernsplitsing, Lise Meitner), maar het zijn toch vaak uitgesproken masculiene mensen (meestal mannen) die het tot hun persoonlijke zegetocht inzetten. Waarom lijkt het erop dat het feminiene momenteel weer sterk wordt overschreeuwt door de klassieke masculiene brulapen? Trump, Netanyahu, Orban, Putin, overal schreeuwen de masculiene alpha mannen en af en toe vrouw harder dan ooit tevoren. Ze hebben natuurlijk ook via de massamedia een grotere reikwijdte dan ooit te voren. 

En overigens is het feminiene in generatieve AI ook breder gemachineerd vertegenwoordigt dan ooit te voren. AI verbindt mensen, plaatst mensen in groepen, op grond van belangstelling, of benodigdheden, heterarchisch, en natuurlijk ook manipulatief. Want zoals het masculiene tot geweld en zelfs kwaadaardige vernietiging kan leiden, zo kan het feminiene leiden tot manipulatie, subtiele gedragsbeïnvloeding, mensen tegen elkaar opzetten. Nu we onze eigen krachten letterlijk en figuurlijk buiten onszelf zijn gaan plaatsen, in machines, in technologie, en nu die technologie een kracht (macht) op zichzelf is geworden (technocratie), beinvloedt ze de balans in onze mensenwereld.

Photo by Jean-Paul Wettstein: https://www.pexels.com/photo/artistic-sculpture-in-swiss-forest-setting-35184517/

Dit brengt zaken als manosfeer, polarisatie, extremisme met zich mee. Haat tegenover woke, of juist diepe neerbuigendheid naar conservatisme, mannen tegenover vrouwen, buitenlanders tegenover “eigenlanders”. Dan is het toch goed te bedenken dat vrede niet gelijk is aan stilstand, dat ze krachten verenigt, voors en tegens. Alleen zo ontstaat evenwicht.

donderdag 2 april 2026

Genie?

De Tegenlicht uitzending van deze week ging over de mythe genie. Hoewel ik het een goede uitzending vind, trof vooral de enorme weerstand van de kijkers me, die een reactie hebben achtergelaten. Veel reacties stellen dat de geïnterviewde journaliste en schrijfster Helen Lewis1 niet goed begrijpt wat een genie is. De voorbeelden die zij geeft van hedendaagse genieën (Trump, Musk, Zuckerberg en van Gogh) worden afgewezen. Lewis vertelt in de documentaire dat iedere persoon die het label krijgt aangemeten, altijd tot een narratief met daarin een mythe wordt getransformeerd. Veel aspecten van de werkelijke persoon worden hierin weggelaten of in de mythe geperst. Het narratief genie krijgt vorm door herhaaldelijk te worden verteld en bijgeschaafd, totdat het (vaak nadat de persoon al lang is overleden) een redelijk definitieve vorm aanneemt. Dan komen de standbeelden. En ja, helaas vormen geslacht en huidskleur belangrijke componenten in de narratieve structuur van de mythe...

Veel reacties ontkennen Trump, Musk en Zuckerberg als genie. Impliciet blijkt uit de reacties dat bij genie gedacht wordt aan extreem intelligent, Einstein, Newton, of wellicht extreem vernieuwend (want van Gogh, de vierde persoon die Helen Lewis aanhaalt) wordt niet betwijfeld. Interessant vind ik dat mensen moeite hebben met zich buiten hun eigen plaats te plaatsen. Als je er geen moeite mee hebt om van Gogh als negentiende eeuws genie te zien, terwijl hij in zijn eigen tijd nagenoeg geen enkel schilderij verkocht en beslist door praktisch niemand als een genie werd gezien (in tegenstelling tot mensen als Beethoven, Darwin en Faraday), dan lijkt me dat juist bewijs voor Helen Lewis haar stelling dat genie een narratief betreft dat een mythe beschrijft. En zoals schrijfster Elif Shafak zo mooi schrijft “mythen bestaan om ons te vertellen wat de geschiedenis is vergeten2”. Over een eeuw zullen de mensen terugkijken, naar een man die continu de waarheid naar zijn hand zette, in een wereld die zichzelf volkomen rationeel vond en formele logica en daaruit afgeleide technische systemen haast letterlijk aanbad. Deze man wist zich van zakenman op te werken tot president van het machtigste land van de wereld, en kon oorlogen beginnen omdat hij daar zin in had. Ja, hij kwam dom over, wellicht, en had een merkwaardige (afwijkende) uitspraak van het Engels (Amerikaans) als het moeilijke woorden betrof. Maar, geloof me, dat maakt hem over een paar honderd jaar alleen maar groter.

De reacties onder de uitzending over Elon Musk - mensen beschrijven hem als dom, maar vooral goed in mensen voor zich in te zetten, en dus zeker geen genie - zullen over een paar honderd jaar perfect passen in één aspect van de mythe: een genie wordt in zijn eigen tijd vaak niet begrepen! Want waar Trump een oorlog kon beginnen waar en wanneer hij maar wil, kon Musk met alle satellieten die hij als particulier in een baan om de aarde kon schieten bepalen wie in die oorlogen wel of geen informatie kreeg. Een autistisch jongen uit Zuid Africa die zo veel geld en macht wist te verwerven, dat hij de wereldgeschiedenis mee bepaalde, daar zal over een paar eeuwen meer over te zeggen zijn dan een idiote profiteur. En laat ik duidelijk zijn, mensen als Musk en Trump zijn mi zeer kwalijk, en al is wellicht Zuckerberg als persoon minder kwaadaardig, alleen al de enorme macht over sociale media (en daarmee over media, mensen en het humane) die hij door de exorbitante rijkdom die hij met Meta verwierf, is ook hij fout. Maar daar gaat het bij mensen waar we standbeelden voor onthullen niet om. Of de uitvinding van electriciteit, of de stoommachine, of kernenergie uiteindelijk meer goed of slecht heeft gebracht, en dus wellicht beter nooit had kunnen plaatsvinden, daar gaat een standbeeld nooit rechtstreeks over.

Wel zijn de helden vanuit de tijd van de kolonisatie ondertussen veel van hun glans kwijtgeraakt, omdat we het onderwerpen van een tweede of nog meer “achterlijke” wereld niet meer zo charmant vinden. We zien dan ook dat er standbeelden van strijders van weleer die nu vooral als vechtersbazen en racisten worden gezien onttakeld worden. Maar dan nog blijft hun strategische genialiteit in zicht, want ze zijn in de narratieven tot mythologische proporties verheven geraakt.

Maar dan, over een paar eeuwen, hoop ik dat als we toch gaan de geschiedenis (mi ten onrechte) te zien als bepaald door grote personen, we in ieder geval ook de vrouwen zien. Lies Meitner vond de kernsplitsing uit, en tegenover die eerdergenoemde autistische jongen die een hoop kwaad voor de wereld deed, staat die autistische meid, Greta Thunberg, die als kind vrijwel alleen klimaat, milieu en diversiteit op de kaart wist te zetten.





1Helen Lewis schreef The Genius Myth, daarover wordt ze in deze Tegenlicht uitzending geinterviewd

2Elif Shalak in Het eiland van de verdwenen bomen.

maandag 30 maart 2026

Overspoeld door het kunstmatige: hoe gek moet het worden?

Angst voor de Islam? Of voor het Christendom? Het geloof dat mi echt levensgevaarlijk is, is het geloof Vooruitgang = technologie! Gister las ik op de NOS app dat een Amerikaanse startup mega-spiegels in een baan om de aarde wil brengen, zodat bedrijven ook in de nacht zonuren kunnen kopen (de spiegels worden dan via algoritmes gericht op de exacte plaats. Gevolgen voor de ecologie (dieren die het van de duisternis moeten hebben, bijvoorbeeld) en wat nog meer licht vervuiling met ons doet, worden voor het gemak buiten beschouwing gelaten. Alsof de mensheid, of beter nog, de natuur niets te zeggen heeft, zolang het maar onder innovatieve technologie kan worden gerekend. Ik geef toe, ik heb ook een geloof, in de ratio, en dat is absoluut ook zeer beperkt. Maar dit technologie geloof is ronduit krankzinnig!

Enerzijds zijn we als mensheid de afgelopen decennia langzaam maar zeker tot het inzicht gekomen dat we met alle geautomatiseerd geproduceerde producten zowel de planetaire bronnen zijn gaan uitputten, als dat dit tot beïnvloeding en vervuiling is gaan leiden op een steeds meer omvattende schaal. Anderszijds maken we ons nu op voor een verdringing van het humaan geproduceerde door het kunstmatige op zo'n beetje alle terreinen waarop mensen tot voor kort het nog voor het zeggen hadden: kunst (beelden, films etc.), muziek, taal (artikelen, literatuur etc.). Task forces voor AI adoptie worden uit de grond gestampt, vaak op initiatief van overheden. Als Nederland (of breder, Europa) nu niet meedoet, worden we door de VS en China volledig overspoeld, zo waarschuwen de initiatiefnemers, vaak zelf medewerkers van Techbedrijven. En het publiek is al lang aan bijvoorbeeld ChatGPT vertrouwd geraakt, het is voor velen van ons al lang geen “nice to have” meer, maar een noodzakelijkheid om aan alle mede door werkgevers en publieke verwachtingen opgeschroefde productie eisen te voldoen. Zo meteen zal de AI op de computer ook agenda beheer, (financiele) administratie en vrije tijd zoals het boeken van vakantieadressen en reizen van ons overnemen. Dan kunnen wij ons tenminste 24/7 bezighouden met waar we goed in zijn.

Wat is dat eigenlijk? Waar zijn we eigenlijk nog voor nodig? Planetaire bronnen kunnen heel efficient in een sterk verhoogde productie door AI worden uitgebuit, en daartoe is nog veel meer energie nodig, dus het komt ook zonder ons wel goed met het toevoegen van broeikasgassen, fijnstoffen, kernafval etc.

Beschamend! Uit de wetenschappelijke wereld komt een steeds duidelijker geluid dat er een moratorium nodig is. Agentic AI (wat ik in mijn blog tot nu toe altijd generatieve AI heb genoemd) heeft nu al aantoonbaar op heel veel vlakken enorme downsides. Wat het kan is evenzeer duidelijk, het kan wat wij mensen kunnen, maar dan onbezield, 24/7, enorm veel sneller dan wij en buitengewoon efficient. Dat juist de downsides van ons menselijk kunnen hiermee bijna oneindig versterkt worden, daar hoor je weinig mensen over. De wetenschappelijke kritiek gaat hier ook niet over. Toch is ze ernstig genoeg. 

Laat ik er één kritiek uitnemen: agentic AI draagt bij aan het afbreken van instituties, die feitelijk het fundament vormen van menselijke samenlevingen (Hartzog & Silbey, 2025). Instituties zoals hoger onderwijs, gezondheidszorg, het rechtsysteem, de journalistiek hebben een intrinsieke bedoeling, en ze structureren daarmee de gedragingen van mensen binnen deze velden van bedoelingen. Anders dan organisatie, kunnen instituties niet denken, maar zijn ze een soort mores, een vanuit de samenlevingen emergerende moraal, of gedeelde bedoeling (bezieling). Ze genereren dus (1) bedoeling, (2) expertise en (3) manieren om via expertise de bedoeling ten uitvoer te brengen en te kunnen evalueren. In het hoger onderwijs kan je bij (3) bijvoorbeeld denken aan de academische vrijheid, of objectieve verslaglegging in de journalistiek. Organisaties zijn vaak gebouwd op het fundament van de instituties, bijvoorbeeld op de gezondheidszorg is als organisatie een specifiek ziekenhuis, of verpleeghuis gebouwd. Hier kan van alles georganiseerd worden, maar vanuit de bedoeling geredeneerd (vanuit de institutie) kan snel worden beslist dat bepaalde praktijken goed, of juist slecht zijn (denk aan een gynaecoloog die eigen sperma gebruikt voor IVF behandelingen).

In hun artikel beargumenteren Hartzog en Silbey dat agentic AI vereist dat persoonlijke gegevens en expressies worden geplunderd, waarin mentale en fysieke humane arbeid wordt verdrongen. Hierbij, zo stellen ze, maakt het gebruik van haar schaalvoordelen om lokale normen te omzeilen, mensen te laten wennen aan hun nieuwe kwetsbaarheid en verminderde macht, en zo worden overleg en democratische processen ondermijnd. Door bestaande patronen te reproduceren en vooroordelen te versterken, wordt ons informatie-ecosysteem vervuild en worden kwetsbare gemeenschappen gemarginaliseerd. Ook noemen ze de enorme behoefte aan rekenkracht, waarmee grote schade aan het milieu wordt aangericht. Hartzog en Silbey stellen dat de schijnbaar bewuste, stellende en zelfverzekerde stijl normatieve oordelen verbergt achter wat zij noemen een "tovenaar-van-Oz-gordijn", dat gemanipuleerde berekeningen maskeert, terwijl de menselijke ervaring steeds verder wordt gereduceerd tot wat kan worden gekwantificeerd of uitgedrukt in een functiebeschrijving. Deze prestatiegerichte bruikbaarheid moedigt werkgevers aan om AI-systemen in het dagelijkse werk te integreren, wat leidt tot bewakingstechnologieën en het micromanagement van workflows die ontevredenheid en vervreemding op de werkplek veroorzaken. Nu al wedijveren AI-bedrijven zoals OpenAI volgens beide wetenschappers om gewone mensen te overtuigen van het voordeel van dagelijks gebruik van generatieve AI-systemen.

Hun conclusie is kort en krachtig: agentic AI is de voor instituties die het fundament van onze samenlevingen vormen een gif pil. Gelukkig zie ik de weerstand tegen het blinde geloof in technologie staat gelijk aan vooruitgang op veel plekken toenemen, ook uitgedragen door hele grote namen, zoals senator Bernie Sanders. Wellicht is het niet te laat...




Hartzog, W., & Silbey, J. M. (2025). How AI Destroys Institutions. SSRN, (2025), 4- 40.

vrijdag 20 maart 2026

Freud, genetisch manipuleren met AI, overlijden van Habermas....

Gisteravond zag ik op NPO start een documentaire over Sigmund Freud (“de Joodse wereld: Freud, de buitenstaander”). Wat betreft het levensverhaal sloot alles aan op wat ik nog wist uit de Netflix serie Freud, waar ik mijn blog op 3 april 2020 aan wijdde. Wat me nu zo fascineerde was de gedachte van Freud dat de mens (net als andere dieren) niet gemaakt is voor geluk, geluk is een menselijke uitvinding, en het nastreven ervan eigenlijk een bron van heel veel ongeluk. Dit op zich is niet een rare gedachte, Aristoteles formuleerde die een paar duizend jaar eerder ook al. Echter, met de gedachte dat geluk geen natuurlijke categorie maar een menselijke uitvinding betreft, waarbij juist het nastreven daarvan steevast het omgekeerde bewerkstelligt, keek ik naar de Tegenlicht documentaire van woensdag 18 maart. 

Een beter voorbeeld voor de stelling kon ik niet krijgen! Deze aflevering gaat over BigTech (onder meer Peter Thiel en Sam Altman van OpenAI, dank voor uw ChatGPT gebruik) die zich met miljarden richt op het manipuleren van DNA bij IVF door inzet van AI om zo gezondere en slimmere mensen te genereren, waardoor de mensheid een betere toekomst op de planeet zal hebben. Ondanks dat ik geen moment twijfel aan de ongetwijfeld uitzonderlijk hoge IQ's van mensen als Altman, Thiel, Zuckerberg en Musk, laten dit soort inspanningen zien dat intelligentie en wijsheid zeker niet altijd hetzelfde zijn. Sterker nog, als intelligentie zo wordt ingezet om zoveel mogelijk science fiction-achtige (1984/Brave New World achtige post humanistische) scenario's in machtige technologieën en dito verdienmodellen om te zetten, komen intelligentie en wijsheid haaks (orthogonaal) op elkaar te staan. Ze hebben dan niets meer met elkaar te maken, en dat is mijns inziens dan ook de enige verklaring voor het gegeven dat een intelligent genie als Musk met een absolute imbeciel als Trump hand in hand de VS en daarmee grote delen van de rest van de wereld de afgrond in jagen. Ze zitten letterlijk op één lijn, de dimensie van wijsheid blijft ongemoeid.

De uitweg is natuurlijk de toestand waarin rationaliteit volledig gericht is op zoveel mogelijk geld en macht verwerven – het kapitalisme, of sterker, neo-feodalisme – af te buigen in de richting van wijsheid, dus dat beide dimensies niet meer loodrecht op elkaar staan, maar als een soort schaar meer parallel aan elkaar lopen. Freud en al die denkers voor hem mogen we geloven, dat het nastreven van maximale efficiëntie ons steeds verder in de problemen zal brengen. Zolang hetgene wat we zo efficient mogelijk willen doen uitputting van de planetaire bronnen betreft, zullen we een steeds grotere planetaire voetafdruk krijgen en dus het voortbestaan van hen die na ons komen op het spel zetten. 

Het idee van genetisch manipuleren zit wereldwijd al lange tijd in een medisch-ethisch moratorium, omdat aanvankelijk gedacht werd dat een klein stukje van het genome codeert voor een eigenschap, zoals de kleur van het oog, of de vorm van de nagels, of meer algemeen, een grote kans op het krijgen van een bepaald type depressie of hoog (of juist laag) IQ. Echter, het blijkt dat ook op hoger niveau van het DNA een belangrijke rol kunnen gaan spelen, zoals de proteïnen in de cellen, de cellen en zelfs hele organen, en zelfs gebeurtenissen in de omgeving van het hele organisme en diens leerervaringen. Dus theoretisch zou het mogelijk zijn dat in een bepaald klimaat met bepaalde daar gebruikelijke voeding tijdens een bepaalde fase van de ontwikkeling iemand gegeven een bepaald stukje DNA sequence (genome) een bepaalde vorm van de nagel ontwikkeld, maar dat in volstrekt andere omstandigheden dit zelfde stukje genome “codeert” voor iets volstrekt anders (bijvoorbeeld tumor ontwikkeling, of een mentale kracht). Inzichten in deze niet-lineaire complexiteit heeft geleid tot een heel nieuw wetenschappelijk vakgebied, de epigenetica, de studie van hoe hogere orde eigenschappen het DNA beinvloeden ipv andersom.

Het simpelweg geloven in 'a gene for a trait' is, met andere woorden, een wetenschappelijk verlaten visie, en juist omdat een gen in een bepaalde omgeving (constellatie van andere genen, maar ook proteïnes, andere cellen tot en met andere leefgewoonten). Echter, BigTech, zo werd in de eerdergenoemde Tegenlicht uitzending duidelijk, trekt zich van het medische genetica moratorium (wel experimenteren nabij de grenzen van kennen aan muizen, maar niet aan mensen) niets aan, men schroomt niet om met menselijke stamcellen (en daarna bevruchte eicellen en wellicht zelfs embryo's) aan de slag te gaan. Brave new world. Afgelopen weekend overleed filosoof Jurgen Habermas op hoge leeftijd. Hij stelde onder meer dat de systeemwereld (waarin technologie volgens hem een cruciale rol speelt) de leefwereld van mensen steeds meer is gaan koloniseren. 


Photo by Tara Winstead: https://www.pexels.com/photo/plastic-test-tubes-in-a-rack-7722525/

Wetenschapsfilosoof Herbert Marcuse gaf invulling aan die systeem-wereld, door te stellen dat die één dimensionaal is (denk aan de orthogonale positie van wijsheid en intelligentie). Marcuse stelt dat massa media en de consumenten cultuur de mens zijn gaan hacken in hun leefwereld tot een één-dimensionaal figuur, waarbij niet alleen wijsheid, maar ook kritisch denken en dissidentie worden onderdrukt. Laten we alsjeblieft wijzer zijn dan dit, en opkomen voor onze menselijke waardigheid en betekenis, met al onze beperkingen op de koop toe. De mensheid zit wat mij betreft niet te wachten om nog verder gekoloniseerd te worden door de Altmannen, Musks en andere ratten van BigTech, of de randdebielen a la Trump. 

Nog even terugkomen op de documentaire over Freud, indrukwekkend vond ik dat Freud er van uit ging dat geen mens zonder innerlijke conflicten kan zijn, we hebben onrust en zelfs frustraties nodig om alert te blijven en te kunnen leven. Zijn therapie was dan ook niet gericht op het volkomen in rust te komen. Maar je kunt wel evenwicht nastreven, en in de documentaire werd duidelijk dat Freud zelf een complexe man was, maar door al zijn naasten bijzonder werd gewaardeerd omdat hij ook betrokken en gewoon aardig was. Niet meer, niet minder, gewoon mens, met alle bijzonderheden en tekortkomingen.

Vrijheid

Terugdenkend aan gisteren, bevrijdingsdag! Dankbaar ben ik, mijn hele leven leef ik al in vredestijd! Reden te over om dit te vieren, wat wi...