“Goede (pop)muziek, die werd vroeger gemaakt” hoor ik regelmatig, vooral als ik met oude vrienden en/of familie ben. Programma's als “the battle of the bands”, waarin coverbands (in titel opgeplust tot tribute bands) strijden om samen als de 4 beste bands live te mogen spelen in de Ziggo dome. Het publiek en een driekoppige “vak” jury (met 2 ouderen en 1 middelbare leeftijder) beoordelen hoe goed ze de meestal jaren 60 tot (hooguit) 90 band of solo artiest nadoen. Dit bevestigt het beeld dat muziek vooral iets was waar we vooral vroeger mee bezig waren, en daaruit wordt dan vaak geconcludeerd dat het tegenwoordig niks meer is.
Hoeveel deze conclusie naast de waarheid ligt, werd gisteravond (1 maart 2026) voor mij bewezen in... jawel, diezelfde Ziggo dome. Samen met mijn zeventienjarige dochter Dorinthe reisden wij naar Amsterdam, om de Ijslandse (26 jaar oud) singer-songwriter en multi-instrumentalist (cello, gitaar en piano) Laufey met haar band te zien optreden. De hele Ziggo dome zit volgepakt met jonge mensen (grotendeels tussen 15 tot 30, schat ik in) die al die prachtige eigen liedjes woord voor woord meezingen. Het contrast met de vorige keer dat ik in de Ziggo dome was (Roger Waters met Pink Floyd muziek, met een spectaculaire show en daarna Deep Purple) kan niet groter zijn. Was ik de vorige keren als begin zestiger nog relatief “jong”, nu is het moeilijk zoeken om een leeftijdgenoot te spotten. En de muziek? Geweldig!
Laat ik beginnen met de band. Deze bestaat vanuit de zaal gezien links een volledige strijk sectie (contrabas, cello, alt viool en viool) en (grotendeels akoestisch) gitaar en rechts drums, bas (soms contrabas) en piano (en soms keys/synthesizer voor een effect). Backing vocals komen vanuit de linker sectie (strijkers en gitaar) en Laufey zong en speelde op het middengedeelte in een schitterend sprookjesachtig decor, visueel begeleid door balletdansers. De muziek is qua stijl een combinatie van jazzy ballads, klassiek met een romantische (negentiende eeuwse) tint en popmuziek, met heel af en toe een knipoog naar de rock. Traditioneel (dus geen generatieve AI, en ook geen 20 songwriters per liedje, zoals in de in mijn oren volstrekt leeg klinkende hitparade muziek vaak het geval is), maar door de volstrekt eigen combinatie van stijlen, is het enorm verfrissend (feitelijk zelfs vernieuwend).
Vooral opvallend is het vakmanschap, iedereen op het podium is (uitzonderlijk) goed! De liedjes zijn heel eigen, Laufey zingt over zaken zoals sociale media en de verwarring die deze voor het ontwikkelen van je zelfbeeld oproepen, en over hoe je als vrouw nog steeds vaak achtergesteld wordt, en ook over de liefde, en hoe lastig het is om die te vinden. Het is kwetsbaar, bijvoorbeeld in de prachtige toegift (“letter to my 13 year old self”) zingt ze door de tijd heen (de tour heet naar het recentste album, waar ze een Grammy voor won “A matter of time”) als dertienjarige niet te wanhopen, dat het allemaal wel goed komt. En in de trein naar Amsterdam zat de hele coupe al vol met jonge fans, die dit allemaal gretig lijken te willen geloven. Kortom, ik vond dit het meest betoverende concert dat ik ooit in zo'n grote zaal heb meegemaakt.
Toen we in de trein naar huis zaten, nadat we om 10:25 snel de Ziggo dome uit moesten rennen om nog de laatste trein te kunnen halen om per OV in Aalden te komen, hadden we het er even over. Deze jonge Ijslandse heeft Grammy's, haar liedjes worden gecoverd door coryfeeën zoals Barbra Streisand, en toch heeft praktisch niemand in mijn vriendenkring ooit van haar gehoord. Hetzelfde geldt voor andere jonge artiesten, zoals basgitarist Charles Berthoud, die zo ongelooflijk virtuoos is, of jonge gitaar goden, die soms op 2 gitaren tegelijk totaal verschillende partijen kunnen spelen. Onbekend in mijn generatie. En dan maar blijven volhouden dat Eric Clapton echt kon spelen (gaap).
Wat hier aan de hand is, daar hadden we het over, en hoe mooi het is dat jongeren zich hier toch niets van aantrekken, en soms toch via hun eigen kanalen tamelijk massaal een hedendaagse superster weten te vinden, ondanks het bokkige geknor van mijn generatie (“vroeger werd er nog muziek gemaakt”, of als ze dan al naar Laufey luisteren “retro”, zonder echt te willen luisteren). Het is wat ik de wet van Piketty noem: als na een revolutie evenwicht is hersteld rendeert vermogen meer dan arbeid. In de revolutietijd van popmuziek (jaren 60 tot en met 80) hadden bands alle ruimte en podia van de wereld, en hun hits zijn het vermogen van vandaag. Een goede band vandaag kan maar het best dat vermogen gebruiken... Maar Laufey laat zien dat ook arbeid kan renderen, zo was het optreden en het massale succes voor mij een teken van hoop! Op een nieuwe generatie!

