maandag 2 maart 2026

Laufey, een teken van hoop!

“Goede (pop)muziek, die werd vroeger gemaakt” hoor ik regelmatig, vooral als ik met oude vrienden en/of familie ben. Programma's als “the battle of the bands”, waarin coverbands (in titel opgeplust tot tribute bands) strijden om samen als de 4 beste bands live te mogen spelen in de Ziggo dome. Het publiek en een driekoppige “vak” jury (met 2 ouderen en 1 middelbare leeftijder) beoordelen hoe goed ze de meestal jaren 60 tot (hooguit) 90 band of solo artiest nadoen. Dit bevestigt het beeld dat muziek vooral iets was waar we vooral vroeger mee bezig waren, en daaruit wordt dan vaak geconcludeerd dat het tegenwoordig niks meer is.

Hoeveel deze conclusie naast de waarheid ligt, werd gisteravond (1 maart 2026) voor mij bewezen in... jawel, diezelfde Ziggo dome. Samen met mijn zeventienjarige dochter Dorinthe reisden wij naar Amsterdam, om de Ijslandse (26 jaar oud) singer-songwriter en multi-instrumentalist (cello, gitaar en piano) Laufey met haar band te zien optreden. De hele Ziggo dome zit volgepakt met jonge mensen (grotendeels tussen 15 tot 30, schat ik in) die al die prachtige eigen liedjes woord voor woord meezingen. Het contrast met de vorige keer dat ik in de Ziggo dome was (Roger Waters met Pink Floyd muziek, met een spectaculaire show en daarna Deep Purple) kan niet groter zijn. Was ik de vorige keren als begin zestiger nog relatief “jong”, nu is het moeilijk zoeken om een leeftijdgenoot te spotten. En de muziek? Geweldig!

Laat ik beginnen met de band. Deze bestaat vanuit de zaal gezien links een volledige strijk sectie (contrabas, cello, alt viool en viool) en (grotendeels akoestisch) gitaar en rechts drums, bas (soms contrabas) en piano (en soms keys/synthesizer voor een effect). Backing vocals komen vanuit de linker sectie (strijkers en gitaar) en Laufey zong en speelde op het middengedeelte in een schitterend sprookjesachtig decor, visueel begeleid door balletdansers. De muziek is qua stijl een combinatie van jazzy ballads, klassiek met een romantische (negentiende eeuwse) tint en popmuziek, met heel af en toe een knipoog naar de rock. Traditioneel (dus geen generatieve AI, en ook geen 20 songwriters per liedje, zoals in de in mijn oren volstrekt leeg klinkende hitparade muziek vaak het geval is), maar door de volstrekt eigen combinatie van stijlen, is het enorm verfrissend (feitelijk zelfs vernieuwend).

Vooral opvallend is het vakmanschap, iedereen op het podium is (uitzonderlijk) goed! De liedjes zijn heel eigen, Laufey zingt over zaken zoals sociale media en de verwarring die deze voor het ontwikkelen van je zelfbeeld oproepen, en over hoe je als vrouw nog steeds vaak achtergesteld wordt, en ook over de liefde, en hoe lastig het is om die te vinden. Het is kwetsbaar, bijvoorbeeld in de prachtige toegift (“letter to my 13 year old self”) zingt ze door de tijd heen (de tour heet naar het recentste album, waar ze een Grammy voor won “A matter of time”) als dertienjarige niet te wanhopen, dat het allemaal wel goed komt. En in de trein naar Amsterdam zat de hele coupe al vol met jonge fans, die dit allemaal gretig lijken te willen geloven. Kortom, ik vond dit het meest betoverende concert dat ik ooit in zo'n grote zaal heb meegemaakt.

Toen we in de trein naar huis zaten, nadat we om 10:25 snel de Ziggo dome uit moesten rennen om nog de laatste trein te kunnen halen om per OV in Aalden te komen, hadden we het er even over. Deze jonge Ijslandse heeft Grammy's, haar liedjes worden gecoverd door coryfeeën zoals Barbra Streisand, en toch heeft praktisch niemand in mijn vriendenkring ooit van haar gehoord. Hetzelfde geldt voor andere jonge artiesten, zoals basgitarist Charles Berthoud, die zo ongelooflijk virtuoos is, of jonge gitaar goden, die soms op 2 gitaren tegelijk totaal verschillende partijen kunnen spelen. Onbekend in mijn generatie. En dan maar blijven volhouden dat Eric Clapton echt kon spelen (gaap). 

Wat hier aan de hand is, daar hadden we het over, en hoe mooi het is dat jongeren zich hier toch niets van aantrekken, en soms toch via hun eigen kanalen tamelijk massaal een hedendaagse superster weten te vinden, ondanks het bokkige geknor van mijn generatie (“vroeger werd er nog muziek gemaakt”, of als ze dan al naar Laufey luisteren “retro”, zonder echt te willen luisteren). Het is wat ik de wet van Piketty noem: als na een revolutie evenwicht is hersteld rendeert vermogen meer dan arbeid. In de revolutietijd van popmuziek (jaren 60 tot en met 80) hadden bands alle ruimte en podia van de wereld, en hun hits zijn het vermogen van vandaag. Een goede band vandaag kan maar het best dat vermogen gebruiken... Maar Laufey laat zien dat ook arbeid kan renderen, zo was het optreden en het massale succes voor mij een teken van hoop! Op een nieuwe generatie!


De tickets van onze avond




vrijdag 27 februari 2026

De wolven komen nooit

Deze week hebben Victorine en ik heerlijk genoten op Madeira, waar we per vliegtuig zijn heengevlogen. Op het eiland huurden we een auto (op benzine) en het besef kwam dat we zo ongelooflijk rijk kunnen leven, alsof we in het paradijs zijn. Natuurlijk is het niet volhoudbaar, wat wij in deze tijd normaal vinden, was een paar decennia geleden alleen voor de allerrijksten weggelegd, en zelfs zij konden niet zoals wij de wereldencyclopedie op hun mobiele telefoon 24/7 meezeulen en raadplegen, om maar iets te noemen. Aan mijn enorme gevoel van dankbaarheid, knaagde tegelijkertijd schuldgevoel... Is dit niet het einde?



Foto genomen op Madeira door Victorine (de heksenbomen)

Zolang er verhalen van generatie op generatie worden overgedragen, of dat nu oraal of via het schrift is, geven vertellers blijk moeite te hebben met hun eigen sterfelijkheid. Wellicht mede om het eigen leven, of preciezer, de verwachte eigen uiterste houdbaarheidsdatum daarvan, iets minder arbitrair te maken, verbinden vertellers regelmatig hun sterfelijkheid aan hun 'profetieën' over de eindigheid van de hele mensheid. Deze wordt dan bij voorkeur niet zo veel later verwacht. Feitelijk betreft dit een antropologische constante; moeite met acceptatie van de eigen eindigheid en de verwachting dat alle anderen - de hele mensheid -hetzelfde lot is beschoren, is van alle tijden. Ze zit ingebakken in onze psychologische makeup, in ons zelfbewustzijn, of ons besef van tijdelijkheid. Eind-der-tijden predikers zijn van alle tijd. In tegenstelling tot individuen, die meer op persoonlijke titel over de eindigheid van hun en de hunnen spreken, vormen de predikers stromingen op overstijgend niveau.

Dit vormt onderdeel van een breder fenomeen; de overdrijving van het belang van de eigen geleefde tijd, zowel in positieve zin (wij zijn veel wijzer, slimmer, handiger dan alle generaties voor ons), als in negatieve zin (in het antropoceen maakt de mensheid de planeet kapot), betreft een tamelijk universele psychologische vertekening die met egocentrisme en diverse andere goed onderzochte biases samenhangt, zoals confirmation bias (inductief redeneren, overconfidence, filter bubbles, etc.) en cognitieve dissonantie. Een klein voorbeeldje is de te pas en te onpas door presentatoren geclaimde “grootste hits allertijden”.

Scepsis naar predikers voor het einde van de wereld (dus net na hun eigen verwachte einde) is volkomen begrijpelijk, want als er telkens geroepen wordt dat de wolf er aan komt en we in feite geen van allen ooit een wolf gezien hebben, dan is het zeer waarschijnlijk dat we in een vertekenende spiegel aan het kijken zijn. Nee, van een houtkachel – een systeem dat al duizenden jaren de menselijke naaktheid compenseert opdat we ook in koude oorden kunnen overleven – gaan we niet nu ineens totaal ten gronde, net zo min als van het rond de aarde vliegen op fossiele brandstoffen. Dat klimaat een continu veranderend systeem betreft, hoeft ook weinig betoog. 

Echter, als mensen stellen dat er door ons geglobaliseerde gedrag een heleboel minder prettige (of zelfs ronduit akelige) problemen op ons afkomen, mogen we dat niet afdoen met te gaan rond strooien met eind-der-tijden-predikers predicaten, met te stellen dat die er altijd zijn geweest, en dus het beste maar genegeerd kunnen worden. We hebben nog nooit een wolf gezien, of een zondvloed, laat staan een ark van Noach...

We moeten beseffen dat zowel het geloof dat alles misgaat (als de wolven komen, ergens na ons overlijden), als de (gezonde) scepsis ten opzichte van mensen die dit geloof opzichtig prediken, psychologische vertekeningen zijn. En laat dat nu juist in deze tijd behoorlijk vervelend zijn.

Vervelend, want het eind van de wereld, of “slechts” de mensheid zal niet bereikt worden door ons collectieve gedrag. Inzicht in dat het verstandig zou zijn om te minderen, om de gevolgen onder ogen te zien van met 8,2 miljard mensen die tegelijkertijd op gelijke wijze (houtkacheltjes, autootjes, vliegreisjes, etc) met steeds meer resources verslindende razendsnel ontwikkelende technologieën. Inzicht in dat onze toekomst op het spel zetten niet verward hoeft te worden met onze eeuwenoude eindigheid-gedachten die we geleerd hebben met scepsis te relativeren. Hoewel, inzicht alleen gaat niet direct helpen onze planetaire voetafdruk per persoon te verkleinen. Dat kan alleen door daadwerkelijk te verminderen, of natuurlijk, minder gewenst, door te eindigen. Maar... de wolven bestaan toch niet?

Of toch wel?

donderdag 19 februari 2026

Letterlijk samen ergens warm voor lopen en de digitale blokkade daarvan

Mijn vorige blog eindigde ik met de zin: “Met vrienden in verbondenheid de warmte van het gedeelde hier en nu tastbaar voelen is zoveel meer leven dan in een kring de kilte ervaren van ieder voor zich in een eigen virtuele bulb, weg uit de realiteit.” Daarop kreeg ik de vraag hoe het eigenlijk kan dat we in groepen soms allemaal letterlijk voor iets kunnen warm lopen, of dat we de energie in een pittige discussie bijna tastbaar in ons lichaam kunnen voelen. Kortom, hoe werken emoties en belevingen door in onze lichaamstemperatuur en de waarneming daarvan?

De thermoceptie (de waarneming van de eigen temperatuur) is één van de perceptuele systemen waarover we beschikken, naast de zintuigsystemen, en onder meer de proprioceptie (waarneming lichaamshouding) en nociceptie, de waarneming (dreiging van) schade aan eigen weefsel. De thermoceptie is van belang om de lichaamstemperatuur in evenwicht te houden (homeostase). Aanpassingen door het autonome zenuwstelsel kunnen zowel bewust geschieden (klappertanden, kippenvel), als onbewust (bv bij onderkoeling: het bloed trekt uit je huid om bv bij vrieskou de meest essentiele organen te blijven warm houden). Daarnaast kan het direct, bijvoorbeeld bij schrikreacties optreden (activatie in onder meer amygdala en pons), of, bij stress, meer opbouwend na zo'n 15 a 20 minuten via de hypothalamic-pituitary (hypofyse)-adrenal as (HPA-as). In beide gevallen kan (bv via bijnierschors hormoon cortisol) een koude-respons de homeostase beïnvloeden (met als gevolg bleek worden, koud worden, kippenvel om weer op te warmen, of omgekeerd, het zweet breekt je uit). Anders gezegd, de temperatuur homeostase kan worden beinvloed en hersteld via zowel (sociale) interactie (en hierbij opgeroepen emotie), als perceptie.

Gesynchroniseerd in een groep kunnen ook alle temperatuur-functies van de individuele deelnemers gekoppeld raken (onder meer door eerder genoemde emotionele responsen, spiegelneuronen, etc.). Positieve stress kan de awareness enorm verhogen, endocrinoloog Hans Selye kwam in de jaren '70 met de term eustress (beneficial stress) die van belang is om de frictie te overbruggen die psychologische barrieres oproepen en daarmee (psychologisch) het immuun systeem versterken. Eustress treedt vooral op als je fysiek in de wereld staat (in tegenstelling op digitaal/virtueel). Een paar voorbeelden.

Als je met elkaar bijvoorbeeld in een orkest, band of koor musiceert, of als je in een andere situatie haast volledig met elkaar in 'samenspraak' bent (bijvoorbeeld in een kringgesprek), dan krijg je wat wel genoemd wordt synergetische processen (het geheel is meer dan de som der delen). Dat is ook de reden waarom echt fysiek musiceren met elkaar, of samen zingen van alle organismen als het ware één organisme maakt (ook in negatieve context, bv in een stadium, of bij een popconcert, waarbij de massa een allesvernietigend wapen kan worden). In deze situaties komt de homeostasis functie van de temperatuur regeling echt volledig met elkaar in samenspraak. Stress wordt in deze contexten eustress. Onze vermogens van empathie en meevoelen zijn waarschijnlijk deels op deze fysiologische functies gebaseerd.

Een ander voorbeeld is verliefdheid. Word je verliefd, dan is je aandacht-systeem (dopamine systeem) volledig gericht op de ander, je bent als het ware (tijdelijk) verslaafd aan de ander. Hier zijn meerdere neurotransmitters en modulatoren (hormonen) bij betrokken (endorfine, dopamine, adrenaline, oxytocine etc). Opvallend is dat bij mannen de testosteron spiegel afneemt (meer lief, romantisch, meegaand), terwijl die bij vrouwen juist toeneemt (meer lust). Het spreekt voor zich dat al deze "verslavings effecten" tot uitputting leiden, waardoor de verliefdheid vanzelf afneemt (bij vrouwen sneller dan bij mannen). In meerdere boeken heb ik hier over geschreven. Synergie gevoelens met ook temperatuureffecten (koude rillingen, warm worden, kippenvel etc) werken via de verhoogde arousal-stress-eustress zoals bovenstaand vermeld (HPA-as en amygdala-pons).

Dan is er nog één zaak van mijn vorige blog onbesproken, namelijk dat digitale/virtuele onderdompeling deze psychofysiologische verschijnselen in de weg staat. Later wijd ik hier graag een hele blog aan. In een virtuele wereld, waarin iedereen in een eigen mini-universum is opgesloten, worden we letterlijk continu bediend van prikkels die ons in de dopamine loop houden. Dat is op korte termijn prettig, en daarmee verslavend. Maar het houdt ons tegelijkertijd weg van wat in de neurowetenschap wordt genoemd het Default Mode Network (DMN, ook wel medial frontoparietal network M-FPN genoemd), een netwerk dat bij “verveling” aan de slag gaat en ons helpt geleerde patronen en zaken te consolideren en daarmee essentieel is in onze individuele ontwikkeling, in het ontwikkelen van onze eigen kracht. Daarvoor moet je uit de dopamine loop, stoppen met continu verveling (ongemak) met technologie op te vullen. Technologie schaadt letterlijk de verbinding met de vitale mentale processen die door DMN wordt gerealiseerd. Het houdt ons uit verbinding, door connectiviteit te verruilen voor connectie (verbinding). Bovendien, zoals gesteld, houdt het continu troost zoeken in het beeldscherm eustress weg, terwijl juist deze stress van belang is voor de opbouw van (psychologische) immuniteit.

Hoewel echte verbinding met de wereld zeker niet risicoloos is – aan vallen van een echte schommel kan wonden overhouden, van vallen van een digitale schommel niet – zorgt het digitale dat we de fysische risico's van een echte wereld hebben omgewisseld voor de psychologische risico's van de virtuele wereld (angst, verslaving, eenzaamheid, behoefte aan constante digitale validatie van ons bestaan). Ook slechtere motorische ontwikkeling en obesitas met alle gezondheidsrisico's van dien, spelen mee. Heel kort door de bocht, continu digitaal gemak (in dopamine loop) is de vijand voor het ontwikkelen van eigenheid, uniciteit en aangezien de digitale surveillance maatschappij ons in een 24/7 panopticum plaatst, wellicht zelfs van individuele vrijheid. Dopamine kick verslaafde vluchtelingen voor de stilte om zichzelf te ontwikkelen, zijn niet vrij. Vandaar dat ik mijn blog eindigde met een vraag: “Kunnen we ophouden te vluchten voor ons eigen hier en nu?”


Bericht op de NOS app van 19 februari, waaruit duidelijk wordt dat het bewustzijn voor de psychologische schade van digitale 27/7 verslaving begint toe te nemen



maandag 16 februari 2026

Op de vlucht voor … onze eigen hier en nu!

Als er één boodschap is waar zo'n beetje alle religies van de wereld eenduidig in zijn, is het wel om na te streven om in het hier en nu te leven. In onze alledaagse gejaagde levens, waarin we geregisseerd worden door technologie (en wetenschappelijke inzichten en ideeën) en economie, hebben we weinig tijd voor verstilling, ongeacht in welke vorm. In al ons gejaagd zijn – onafhankelijk of het is in naam van de vooruitgang of verduurzaming – hebben we daar ook meestal de rust niet voor, onze aandacht wordt gevangen door de meest extreme content ("we believe what we fear the most", zong Peter Hammill). 

Als mensheid lijken we zo in beslag genomen door wat we 'morgen' nodig denken te hebben, of wat we juist denken te moeten kwijtraken om als soort nog een duurzame toekomst te behouden, dat we vandaag nauwelijks leven. Er lijkt nauwelijks tijd te zijn om stil te staan, om even in te ademen, om tevreden te zijn met wat we hebben, met wat we kunnen of aan het leren zijn. Niet alleen knagen in razend tempo ontwikkelende disruptieve technieken aan mijn individuele duurzaamheid: werk, kunde en vaardigheid waar ik vandaag trots op ben, kan ik morgen zo maar niet meer nodig hebben. Belangrijker nog, deze technieken eisen al onze aandacht en inzet op voor een verwachte toekomst en daarmee leiden ze ons af van onze echte levens hier en nu. Niet alleen baren ze ons zorgen en maken ze ons angstig (wat de meeste van ons ontkennen door te zeggen uit te kijken naar de spannende “kansen” die telkens ontstaan), bovenal maakt ze ons nog veel sterker rupsjes nooitgenoeg; we leven voor later meer!

Religie leert ons leven in het hier en nu, om stil te staan bij wat we hebben, en respectvol om te gaan met moeder natuur. Technieken als meditatie, mindfulness, gebed, yoga en soms gebruik van geestverruimende middelen, zijn over het algemeen al eeuwenoud en universeel. Ze zijn er op gericht om gejakker te verjagen en het leven te vieren in presentie, in het hier en nu. Onze 24/7 maatschappij leert ons daarentegen om juist snelheid te waarderen. Vandaag besteld, morgen in huis. Een tekst of verslag zelf typen, waarom zou je dat nog doen? Een paar goede prompts invoeren gaat veel sneller, is de boodschap van generatieve AI ondernemers. En een tekst van een ander lezen? Laat generatieve AI snel een samenvatting maken. Gehaast laten we ons verjagen uit onze eigen hier en nu, en daarmee maakt het van ons vluchtelingen voor onze eigen levens. Staan we daar wel eens bij stil?

Gisteren las ik op de NOS site dat de Zweedse Sami vrezen voor hun toekomst nu Europa inzet op nieuwe mijnen, nodig voor zeldzame metalen ten behoeve van ontwikkelingen in defensie technologie. Alles moet wijken voor bewapening, zo lijkt het, want er zijn ernstige zorgen over of Europa wel in staat is zichzelf te verdedigen tegen (high tech) bedreigingen vanuit de VS (of Rusland en China). Zorgen voor geopolitieke spanningen, strijd, rampen, gevolgen van klimaatverandering en oorlog zijn, hoe reeel ze ook zijn, zeker aangewakkerd door extreme content in de aandacht-industrie die via het world-wide-web zo ongeveer iedere wereldburger bereikt, en angst en vrede staan, zo weten we ook uit al die (grotendeels verlaten) religies als water en vuur, net als twijfel en geloof en ego en liefde.

Nu ik een jaar met prepensioen ben, en meer van een afstand naar de zaken kijk, vind ik het zo moeilijk te begrijpen waarom we zo massaal zo hard bezig zijn met het bouwen van een wereld die steeds meer dystopisch is, letterlijk elke dag meer gaat lijken op scenario's zoals door Orwell (1984) en Huxley (Brave new world) geschetst: elke dag meer volledig geautomatiseerde surveillance, meer technologie met agency, meer vervreemding van moeder natuur en onszelf, minder religie, minder liefde, minder hier en nu. Meer asfalt, meer AI, meer technocratie? Is er nu echt iemand die nog steeds gelooft in deze weg die zo keihard keer op keer door de mand valt? Met vrienden in verbondenheid de warmte van het gedeelde hier en nu tastbaar voelen is zoveel meer leven dan in een kring de kilte ervaren van ieder voor zich in een eigen virtuele bulb, weg uit de realiteit. Kunnen we ophouden te vluchten voor ons eigen hier en nu?


                                                Het berichtje op de NOS app van zondag 15 februari 2026 over de Sami

dinsdag 10 februari 2026

Het grote narratieve tekort

Vorige maand schreef ik een serie van 7 blogs over psychologische (individuele) weerbaarheid (resilience) in een door technologie (technocratie) overheerste wereld. In de serie benadrukte ik het belang van samenhangende narratieven, van individueel tot en met meta niveau. Yuval Harari stelde in een debat dat ik op youtube zag dat naast (en mede door) technologische “vooruitgang” wellicht het grootste pijnpunt van de mensheid op dit moment is dat alle meta narratieven zijn ontheiligd. Iedereen leeft in een digitale echo kamer waarin de eigen geloven, verwachtingen, angsten en pleziertjes nauwgezet door slimme algoritmes “surveilled” en vervolgens gevoed worden. Tegelijkertijd worden verhalen over God, of over de eeuwige cirkel van sterfte en wedergeboorte met name ook door wetenschap zorgvuldig gefileerd. Er blijft, zo stelt Harari, niet veel over dan de eigen echo kamer, die slechts te bereiken is door digitale acces op de platforms van BigTech. Niet alleen meta verhalen als Christendom, Islam, Boeddhisme en Hindoeïsme staan hierdoor onder druk, ook het meta verhaal democratie moet het op steeds meer plaatsen ontgelden als dominant narratief. In een metafoor van Harari, wetenschap en tech hebben het oude huis (de oude verbindende verhalen) afgebroken, zonder een nieuw huis te bouwen. Het hoge aantal zelfdodingen, alsmede de afname van (bio)diversiteit en de milieuvervuiling en klimaatveranderingen zijn allen gevolg van dit narratieve nihilisme, waarin het enige narratief dat wereldwijd geldt ons geloof in een ruilmiddel is (geld) en alle macht die aan het bezit van die abstractie (dat geloof, feitelijk) verbonden is. Nihilisme dus!

Hoe dit nihilisme, het grote narratieve tekort, doorbroken kan worden, is onduidelijk. Stoppen met het internet zou een eerste stap kunnen zijn, maar waar dat 25 jaar geleden nog zou hebben gekund, is dat nu absoluut ondenkbaar. Alle zaken die eerst “nice to have” zijn, worden juist in een wereld van 'greed' (begeerte) snel “need to have”. Het internet is onmisbaar, inclusief de satellieten die in een inmiddels steeds hoger aantal rond de aarde zweven, grotendeels in handen van autocratische super machtigen. Onmisbaar om massa surveillance te kunnen doen, menselijke behoeften en tekorten in kaart te kunnen brengen, oorlog te kunnen voeren, nieuwe nog ontluisterende vernietigingswapens te kunnen ontwikkelen en inzetten, nog meer individuele creativiteit buitenspel te kunnen zetten, nog meer AI gegenereerde content als waarheden op de persoon toegesneden te kunnen aanbieden aan individuele echo kamers, die feitelijk zoals filosoof Michel Foucault (1926 – 1984) heel goed voorzag zijn gaan werken als individuele gevangeniscellen. Legbatterijen voor een economisch imperatief, hoe houd je zonder internet anders ruim 8 miljard kippen met hun economisch gouden eieren in toom?

Niemand, ook niet de mensen die ChatGPT of Suno op de markt brachten, hebben alleen slecht in de zin. Mijn lief zegt altijd dat niemand wakker wordt met de gedachte “wat zal ik vandaag eens voor slecht gaan doen”. Wat ons drijft is een dynamiek van hoop, wetenschappelijk begrip en inzicht, technologische vooruitgang die het leven een beetje veiliger en leuker maakt en geld verdienen en daarmee aanzien, bezit en zeggenschap verwerven. Op zich zijn deze drie componenten volkomen begrijpelijk en niet zonder meer fout (of goed). We hebben ons als mensheid in omstandigheden gebracht in de afgelopen 3 a 4 honderd jaar, dat we ons vooral met deze zaken bezig kunnen houden, en dat is, zonder dat iemand dat specifiek wilde (of voorzag) uit de hand gelopen. Het heeft geleid tot corrosie van de meta narratieven, die natuurlijk ook echt niet altijd, overal en voor iedereen alleen maar hoopvol waren, laat staan goed. Afbraak (of bijstelling) van verhalen die vrouwen systematisch achterstellen, of waarin homoseksualiteit tot uitsluiting of nog erger kan leiden, is mijns inziens ethisch gezien volkomen verdedigbaar. Ook kan de mens (naakte aap met relatief weinig spierkracht) slechts overleven dankzij technologie (1 taal; 2 hefboom; 3 vuur/energie). Maar afbraak zonder nieuwbouw maakt ons allen dakloos. De bekende uitspraak “in gelul kan je niet wonen” is wat mij betreft rechtstreeks van toepassing op generatieve AI, die schrijvers, beeldend kunstenaars en musici op een lelijke manier dwingt tot overgave (“if you can't beat them, join them”), terwijl het echt geklets is (Chat, letterlijk).



Hoe ver we afgedwaald zijn, besefte ik afgelopen weekend. Met onze jongste dochter waren mijn lief en ik naar de film Hamnet, van Chloé Zhao (regie en scenario) en Maggie O'Farrell (verhaal en scenario).Wat was het een prachtig verbindend verhaal. Met name de slotscene waarin Shakespeare die vervreemd is van zijn vrouw doordat hij en zij elk op een volstrekt andere wijze het overlijden van hun geliefde zoon Hamnet verwerken, in een London's theater het debuut beleefd van zijn treurspel Hamlet. Dit is zijn verwerking, en zijn vrouw staat tussen het publiek. De teksten zijn subtiel, diep en snel, en je beseft hoe dit in de zestiende eeuw door die zogenaamde minder ontwikkelde mensen begrepen werd en het ze roerde, terwijl wij dit nu ingewikkeld vinden. Door de geweldige cinematografie, muziek en acteerwerk, begrijpt de Agnes, het publiek en iedereen in de bioscoopzaal nu eeuwen later exact het verdriet, en is de kracht van het verhaal weer even voelbaar. Dit is, zo geloof ik, een zo sterk narratief en zo absoluut geniaal verbeeld, dat het in mijn top tien beste films allertijden in een keer op één is gekomen. Of is dat, omdat in een toestand van groot narratief tekort, een goed verhaal een grotere echo heeft?

vrijdag 30 januari 2026

Technologische innovatie, vooruitgang, of voortgang?

Wat we hopen, hoe we vinden dat onze levens zouden moeten zijn, waar we echt van dromen, is steeds meer uit beeld in het hyperrealisme van het virtuele (social media) bestaan. Dat klinkt als een contradictie in terminus (virtueel-realisme, een oxymoron), maar wat we kopen, wat we echt doen – scrollen op het internet, likes verzamelen voor onze posts, vrienden toevoegen aan ons 'netwerk'-, is dopamine piekjes laten vrijkomen in onze breinen, die onze behoeften op korte termijn bevredigen. Social media content houdt ons precies vast waar we ze ons wil hebben, in het virtuele, in een verdienmodel van bigtech, dat verkocht wordt als vrijheid en vooruitgang. Terwijl onze aandacht hierdoor gehacked is, raken we verder weg dan ooit van onze eigen levens, met onze eigen hoop en dromen. Onze eigen teksten, tekeningen, muziek, die steeds vaker is ingruild voor machinegegenereerde output. Je kunt je afvragen of dit akkes vooruitgang is, of simpelweg voortgang, misschien zelfs voortgang naar een ondergang. De vele apocalyptische hollywood films en series suggereren dit, maar hun succes toont aan dat zelfs uit een dreigende ondergang een uitstekend verkoopmodel kan worden gedestileerd. Wat is nog echt?

Vooruitgang is in onze samenlevingn geframed als inherent goed, richting meer beschaving, richting een ideaalstaat, als uitvindingen die gemak brengen, ons helpen om zwaar en vervelend of complex werk uit handen te nemen. Tot nog kort geleden werden mensensamenlevingen die we nu Indigenous noemen gezien als primitief, of zelfs onbeschaafd. Wij moesten ze (met de dominee en de zakenman) beschaving bijbrengen. Pas nu beginnen sommigen van ons zich hiervoor te schamen. 

Vooruitgang is al sinds het begin van de wetenschappelijke revolutie, de Verlichting, rond 1650, verbonden met de ideologie (filosofie, frame, verwachting) dat verstand, de rede, ofwel rationalisme ons een steeds betere (beschaafdere) samenleving zal brengen. Door de dingen de baas te worden, de materie aan onze wil te onderwerpen, zouden wij niet langer een speelbal zijn van materie, ziekte en andere zaken die we niet begrepen. We zouden de rollen omkeren, wij zouden de natuur beheersen en zelfs verbeteren. Empirisme, dingen die je bedenkt ook uittesten en toepassen om zo tot een steeds genuanceerdere controle te komen, staat sinds de wetenschappelijke revolutie begon nog steeds centraal. Optimisme wordt nog steeds gevoed door gigantische successen, en wie kan er in vredesnaam tegen vooruitgang zijn?

In de 21e eeuw is duidelijk geworden dat vooruitgang groei impliceert: Groei in wereldbevolking, groei in materiaal gebruik, groei in schadelijke gevolgen, waaronder de klimaatcrisis, milieuvervuiling en het uitbuiten van planetaire middelen, waardoor de biodiversiteit afneemt en zelfs onze eigen ecologische habitat steeds meer onder druk staat. Oneindige groei uit eindige middelen is onmogelijk. Vooruitgang wordt ondertussen praktisch volledig beheerst door grote bedrijven; vooruitgang als groei is losgezongen van wetenschappelijke interesse. Vooruitgang is (economische) groei geworden, aan het frame vooruitgang moet zoveel mogelijk worden verdiend. Men spreekt van kapitalisme, zelfs van neo-feodalisme (bv Yanis Varoufakis, 2020), waarin BigTech bazen lijken op de grootgrondbezitters uit de middeleeuwen en wij op de door hun gekoloniseerde horigen. 

Dit alles heeft weinig meer te maken met de rationele uitgangspunten van de Verlichting en dus met oorspronkelijke vooruitgangsideologie. Economische groei heeft voortgang nodig, niet vooruitgang in haar oorspronkelijke (ook morele en ethische) betekenis. Films als 'Don't look up' laten de irrationaliteit zien van waar het begrip toe is afgegleden en hoe we allemaal gevangen zijn door dat frame van 'Vooruitgang', dat zeker van 1650 tot 1800 enorme verbeteringen in de leefomstandigheden van velen bracht.

Hoewel de corrosie al in het begin van de 19e eeuw zichtbaar werd, toen bijvoorbeeld Mary Shelly met haar roman Frankenstein te voorschijn kwam met het oude verhaal Griekse van Prometheus, en met haar meerdere tijdgenoten, die waarschuwde voor een ongecontroleerde zucht naar spelen met vuur...

In onze tijd is hebben we geleerd bij vooruitgang direct te denken aan digitale wonderen. Monetair antropoloog Brett Scott, bijvoorbeeld, laat zien dat de digitale systemen overal tussen kruipen. Zelfs tussen een 'cash less' potje kaartspelen met vrienden waarbij je wat euros wilt inzetten, zitten doordat we geen contant geld meer hebben, minimaal 3 grote digitale betaalsystemen (centrale bank, visa en mastercard achtige spelers die aangeven welke digitale fiche's van wie naar wie gaan, en dan de decentrale banksystemen, waar we als individuele gebruikers bij aangesloten zijn). Minimaal, want vaak is er ook nog een spel app via Facebook of Google en zo komen er nog weer 2 systemen bij. 

Met digitaliseren wordt de regie weggehaald bij de mens en diens eigen leven, weg uit de sfeer waarin individuele weerbaarheid zich afspeelt. Een contant geld vrije samenleving, bijvoorbeeld, haalt de mogelijkheid om zonder de bankensector te kunnen handelen en te kunnen budgetteren weg bij de individuen. Onderzoek laat zien dat mensen zo'n 30 procent meer uitgeven als ze digitaal betalen (dus minder beschermd zijn tegen slimme reclames). Maar digitale systemen op zichzelf kunnen gehacked worden, of crashen (cash doesn't crash). Met andere woorden, ze zijn meer complex, en zoals ik eerder betoogde, daarmee minder weerbaar. Afhankelijkheid van grote digitale infrastructuren, brengt, zo heeft ondertussen iedereen wel een keer ondervonden, grote weerbaarheid issues. Omdat praktisch alle grote systemen (van openbaar vervoer tot stroom toelevering, van water zuivering tot (sociale) media en geldverkeer) kritisch afhankelijk is van digitale infrastructuren, krijgt ieder mens tenzij die in een geisoleerde stam leeft, regelmatig met uitval te maken. De systemen worden daarbij steeds complexer, de weerbaarheid is daar omgekeerd evenredig aan.

De maand januari schreef ik over weerbaarheid in een toenemend technocratische wereld. Hoe weerbaar ben je als individu, als alles dat je verlangt, waar je over droomt via zoekmachines in handen van grote tech oligarchen zijn, en als ook nog dit gecombineerd kan worden met wat je echt doet (geld uitgeven aan wat, je verplaatsen van waar naar waar in welk patroon)? Hoe weerbaar is democratie in een door big tech gekoloniseerde wereld? Wat als democratie technocratie, of Alleenheerschappij is geworden, en jij wordt digitaal buitengesloten? Wat als er cyberaanvallen zijn die het systeem platleggen? Zijn er nog alternatieven, kunnen we nog terug naar bijvoorbeeld meer analoog?

Er valt genoeg te beschermen, het frame dat innovatie is vooruitgang is technologie, zouden we moeten bekritiseren, nuanceren, falsificeren of misschien wel opzij zetten. Omwille van onze weerbaarheid, moeten we textuur beschermen, de informele sferen in de omgang, de vertraging. Steeds sneller zou heel goed kunnen eindigen in een crash, In de film Speed draaide het uiteindelijk om het tot stilstand brengen van de waanzinnige snelheid, voortgang. Voortgang is niet per definitie vooruitgang!

Turmoil, foto Tessa en Deborah




woensdag 28 januari 2026

Wat ik koop in plaats van wat ik hoop

Het ervaren van je zelf of zijn als constant – je zelfvertrouwen, ervaren geluk etc. – na afgedwongen aanpassing aan heftige gebeurtenissen, wordt (metaforisch) beschreven met de term weerbaarheid. Weerbaarheid is een metafoor, ontleent aan de wereld van fysische materialen. Onze weerbaarheid wordt uitgedaagd door gebeurtenissen die ons ervaren 'zelf' als het ware doen buigen. We zijn weerbaar indien we na zo'n 'buiging' toch weer in onze oorspronkelijke vorm terugkomen. Hierbij moeten we in ogenschouw nemen dat een mens een leven lang ontwikkelt en dat dus onze oorspronkelijke vorm verandert. Na heftige gebeurtenissen, die ons in de weerbaarheid metafoor doen buigen, gaat het terugkomen in de oorspronkelijke vorm dan ook om een abstractie, net zo gelukkig, of tevreden, of blijmoedig (of somber en kritisch) als voor de ontwrichtende gebeurtenis. Want tijdens de ontwikkeling kunnen we slimmer worden, of meer invoelend, of bekwamer. Metaforen zijn verhalen om zaken begrijpelijk, of tastbaar te maken. Ze schieten vanzelf altijd te kort. Zoals je nooit twee keer kunt afdalen in dezelfde rivier (het water stroomt, dus het zijn continu andere clusters van watermoleculen die je treft als je afdaalt), zo is je ervaren zelf ook continu in beweging.

Je kunt je voorstellen dat er momenten in je leven zijn, dat je je zo sterk voelt als een leeuw, en dat vanzelf je dan ook heel goed uitdagingen het hoofd kan bieden. Echter, er kunnen ook momenten zijn dat een relatief kleine uitdaging – die normaal gesproken je weerbaarheid niet of nauwelijks zou uitdagen – de druppel is die de emmer doet overlopen. Een reeks van gebeurtenissen die hierop volgen, kan dan een eigen leven gaan spelen (een ongeluk, een opname in een psychiatrisch ziekenhuis, of vul maar in), waardoor de weerbaarheid misschien zelfs blijvend aangetast wordt. Dus dezelfde gebeurtenis kan er in één leven op het ene moment nauwelijks toe doen (zo sterk als een leeuw) en een ander moment inslaan als een bom, met alle denkbare gevolgen van dien.

Een wereld die snel verandert, kan zeer uitdagend zijn om op individueel niveau weerbaar te blijven. Als bijvoorbeeld iemand zich tot een gerespecteerd lid van de samenleving heeft kunnen ontwikkelen door specifieke talenten en hard werken, en dan volkomen wordt ingehaald door nieuwe technologische ontwikkelingen die deze persoon in deze identiteit feitelijk overbodig maakt, wordt er erg veel van de aanpassing capaciteiten van zo'n persoon gevraagd. In een wereld waarin jongeren op school worden opgeleid voor banen die waarschijnlijk als ze goed en wel van school komen al niet meer bestaan, is duidelijk dat velen met deze uitdagingen te maken zullen krijgen. Als je tamelijk onverschillig bent in je opleiding, ben je waarschijnlijk weerbaarder, dan wanneer je met hart en ziel (en mogelijk grote talenten) helemaal gaat voor je opleiding. De magere interesse in schoolwerk en studie die jongeren nogal eens verweten wordt, zou dus juist een uitstekend coping mechanisme kunnen zijn om de vele maatschappelijke ontregelingen die zich bij razendsnelle en wijdverbreide technologisering niet de weerbaarheid te kunnen laten aantasten. Juist als je ergens echt volledig voor gaat, ben je kwetsbaar.

Technologie heeft op meerdere manieren invloed op onze weerbaarheid. Ontregelingen door voortschrijdende technologisering maakt regelmatig van ons in de gelijknamige blog een schoonspringer zonder zwembad noemde. Daarnaast bepaald technologie door onze verslaving aan de sociale media welke informatie we te zien krijgen, en dus in welke verhalen context we onszelf en de wereld om ons heen 'begrijpen'. Sociale media algoritmes zijn zo gebouwd, dat ze onze aandacht zo lang mogelijk vasthouden in onze sociale media bulb. Psychiater en Stanford professor Anna Lembke spreekt van het hacken van onze aandacht, door persoonsgericht op basis van ieders individuele klik, kijk en zoekgedrag informatie te bieden, die onze breinen voortdurend dopamine piekjes laat produceren, zodat we de aandacht erbij houden. Op de lange termijn maakt ons dat minder weerbaar, het is een vorm van verslaving, zo betoogt Lembke. Hoe verhalen en weerbaarheid samenhangen, besprak ik in de blog Een netwerk van verhalen. Een derde vorm van beinvloeding van technologie, sluit hierop aan. Generatieve AI biedt zo gemakkelijk beelden, verhalen en muziek, dat nu al een substantieel deel vormt van alle informatie. We gaan onze verhalen en collectieve beelden (en wellicht ook popmuziek) aanpassen aan de normen die generatieve AI meer en meer biedt.

Weerbaarheid is een eigenschap van de persoon, van het zelf. Naast persoonseigenschappen – karaktertrekken – hebben ook geestelijke gezondheid en sociale integratie invloed op de mate van weerbaarheid. Een belangrijke bron van invloed op onze weerbaarheid, bestaat uit de verhalen die in onze cultuur rond gaan en die wij onszelf vertellen. Zo zijn er de verhalen op meta niveau (de cultuur), op meso en op individueel niveau. In onze technocratische wereld, zijn de verhalen sterk bepaald door algemeenheden, door wat ik 'koop', en komt toekomstperspectief – wat ik 'hoop' meer en meer op de achtergrond. Verslaving en aangeleerde hulpeloosheid (wat ik ook doe of kan en waar ik me mee kan onderscheiden of identificeren, het wordt toch wel door de 'vooruitgang' ingehaald) ondermijnen de weerbaarheid.




Foto Tessa en Deborah in Venetie


Laufey, een teken van hoop!

“Goede (pop)muziek, die werd vroeger gemaakt” hoor ik regelmatig, vooral als ik met oude vrienden en/of familie ben. Programma's als “th...