Water stroomt waar het gaan kan. Tegelijkertijd stroomt water nooit waar het niet gaan kan. Open deur? Jazeker, en tegelijkertijd ééntje die we continu neigen te vergeten. In een digitale wereld leken grenzen te zijn verdwenen, alles kon met alles verbinden, en de fysieke oceanen en bergketens die landen of continenten voor millennia van elkaar gescheiden hadden gehouden, leken steeds minder reëel. Reëel werd virtueel. Meer en meer werd werken gelijk te stellen met ergens - op één of andere manier - bijdragen aan de digitale snelweg, aan content creëren of selecteren, of aan applicaties maken, of aan deelnemen aan online overleggen.
Maar net zozeer als water stroomt waar het gaan kan, geldt "brood moet je blijven eten". Ondanks de virtuele mogelijkheden, moeten we ons blijven beschermen tegen overstromingen, vijandigheden, kou, roofdieren etc. Met andere woorden, hoewel de fysieke wereld steeds minder was gaan bijdragen aan onze (deels illusie van) digitale verbondenheid, begon ze steeds meer te haperen, juist vanwege onze massale overgave aan of vlucht naar die digitale wereld. Het hier en nu raakte verwaarloosd. Winkels en zorgcentra, bijvoorbeeld, krijgen hun bezetting niet of moeizaam rond. Het antwoord is vaak de vlucht vooruit, naar nog meer technologie. Winkels zien zich dan bijvoorbeeld genoodzaakt tot digitale betaalsystemen, of tot volledige overgang naar 24/7 online besteldiensten. Of ze kunnen, simpelweg, ophouden te bestaan, wat dan weer kan leiden tot verdere versobering van de fysieke (winkel) omgeving.
Haast even vanzelfsprekend als dat water stroomt waar het gaan kan, is die andere uitdrukking: Wat je zaait zul je oogsten. Hoewel, in deze uitdrukking zitten wel een aantal voorwaardelijkheden. Is de grond goed bewerkt, is het opkomend gewas genoeg beschermt, etc, maar toch. Onze massaal ingezaaide gerichtheid op een 24/7 beschikbaarheid en afhankelijkheid van de online wereld, resulteert erin dat we continu mooie (en minder mooie) nieuwe digitale producten en processen gemakken kunnen oogsten. Maar in de analoge wereld, daar waar we brood moeten blijven eten, oogsten we tegelijkertijd een gebrek aan vakmensen. Vakmensen die bijvoorbeeld ons dak kunnen repareren, of een rioolverstopping kunnen opheffen. Of, dichter bij de demands van een digitale wereld zelf, mensen die het elektriciteitsnet kunnen onderhouden en aanpassen aan onze nieuwe steeds grotere behoefte aan stroom, bijvoorbeeld voor onze elektrische mobiliteit.
Nu we de schaduwzijde van een te eenzijdige afhankelijkheid van een virtuele werkelijkheid meer en meer gaan voelen in onze fysieke wereld, worden er ook weer ineens overal harde grenzen zichtbaar. Bergketens, oceanen, en kleiner rivieren of zelfs vroeger afgesproken landsgrenzen, zijn in het gepolariseerden landschap van vandaag weer zeer nadrukkelijk aanwezig. Waar ze leken ze te zijn verdwenen in de akkers vol met digitale zegeningen, doemen ze nu als onkruid weer overal op; oorlogen gebaseerd op geografische affordance structuren schreeuwen ons wakker uit onze digitale droomwereld. Ongemakkelijk, terwijl we gewend zijn geraakt aan gemak, digitaal gemak, 24/7, altijd overal en met een druk op een knop. Knop, prompt, zelfs als we generatieve AI afwijzen, zijn we allen prompters geworden. Maar prompten is geen leven, geen werken, en slechts een virtuele werkelijkheid, die fysiek haar verwoestende sporen op een onnavolgbare wijze achterlaat: In ons geluk, in onze verbondenheid, maar ook in onze energiebehoefte, bereidheid om de handen uit de mouwen te steken, om tegenslag te incasseren, en om vreugde oprecht te delen. Om ongezien te blijven, en toch gezien te worden, door juist die anderen die er op dat moment fysiek toe doen.
Foto Dorinthe de GraafSoms wilde ik dat we toch iets beter begrepen dat water stroomt waar het gaan kan!

