vrijdag 30 januari 2026

Technologische, innovatie, vooruitgang, of voortgang

Wat we hopen, hoe we vinden dat onze levens zouden moeten zijn, waar we echt van dromen, is steeds meer uit beeld in het hyperrealisme van het virtuele (social media) bestaan. Dat klinkt als een contradictie in terminus (virtueel-realisme, een oxymoron), maar wat we kopen, wat we echt doen – scrollen op het internet, likes verzamelen voor onze posts, vrienden toevoegen aan ons 'netwerk'-, is dopamine piekjes laten vrijkomen in onze breinen, die onze behoeften op korte termijn bevredigen. Social media content houdt ons precies vast waar we ze ons wil hebben, in het virtuele, in een verdienmodel van bigtech, dat verkocht wordt als vrijheid en vooruitgang. Terwijl onze aandacht hierdoor gehacked is, raken we verder weg dan ooit van onze eigen levens, met onze eigen hoop en dromen. Onze eigen teksten, tekeningen, muziek, die steeds vaker is ingruild voor machinegegenereerde output. Je kunt je afvragen of dit akkes vooruitgang is, of simpelweg voortgang, misschien zelfs voortgang naar een ondergang. De vele apocalyptische hollywood films en series suggereren dit, maar hun succes toont aan dat zelfs uit een dreigende ondergang een uitstekend verkoopmodel kan worden gedestileerd. Wat is nog echt?

Vooruitgang is in onze samenlevingn geframed als inherent goed, richting meer beschaving, richting een ideaalstaat, als uitvindingen die gemak brengen, ons helpen om zwaar en vervelend of complex werk uit handen te nemen. Tot nog kort geleden werden mensensamenlevingen die we nu Indigenous noemen gezien als primitief, of zelfs onbeschaafd. Wij moesten ze (met de dominee en de zakenman) beschaving bijbrengen. Pas nu beginnen sommigen van ons zich hiervoor te schamen. 

Vooruitgang is al sinds het begin van de wetenschappelijke revolutie, de Verlichting, rond 1650, verbonden met de ideologie (filosofie, frame, verwachting) dat verstand, de rede, ofwel rationalisme ons een steeds betere (beschaafdere) samenleving zal brengen. Door de dingen de baas te worden, de materie aan onze wil te onderwerpen, zouden wij niet langer een speelbal zijn van materie, ziekte en andere zaken die we niet begrepen. We zouden de rollen omkeren, wij zouden de natuur beheersen en zelfs verbeteren. Empirisme, dingen die je bedenkt ook uittesten en toepassen om zo tot een steeds genuanceerdere controle te komen, staat sinds de wetenschappelijke revolutie begon nog steeds centraal. Optimisme wordt nog steeds gevoed door gigantische successen, en wie kan er in vredesnaam tegen vooruitgang zijn?

In de 21e eeuw is duidelijk geworden dat vooruitgang groei impliceert: Groei in wereldbevolking, groei in materiaal gebruik, groei in schadelijke gevolgen, waaronder de klimaatcrisis, milieuvervuiling en het uitbuiten van planetaire middelen, waardoor de biodiversiteit afneemt en zelfs onze eigen ecologische habitat steeds meer onder druk staat. Oneindige groei uit eindige middelen is onmogelijk. Vooruitgang wordt ondertussen praktisch volledig beheerst door grote bedrijven; vooruitgang als groei is losgezongen van wetenschappelijke interesse. Vooruitgang is (economische) groei geworden, aan het frame vooruitgang moet zoveel mogelijk worden verdiend. Men spreekt van kapitalisme, zelfs van neo-feodalisme (bv Yanis Varoufakis, 2020), waarin BigTech bazen lijken op de grootgrondbezitters uit de middeleeuwen en wij op de door hun gekoloniseerde horigen. 

Dit alles heeft weinig meer te maken met de rationele uitgangspunten van de Verlichting en dus met oorspronkelijke vooruitgangsideologie. Economische groei heeft voortgang nodig, niet vooruitgang in haar oorspronkelijke (ook morele en ethische) betekenis. Films als 'Don't look up' laten de irrationaliteit zien van waar het begrip toe is afgegleden en hoe we allemaal gevangen zijn door dat frame van 'Vooruitgang', dat zeker van 1650 tot 1800 enorme verbeteringen in de leefomstandigheden van velen bracht. Hoewel de corrosie al in het begin van de 19e eeuw zichtbaar werd, toen bijvoorbeeld Mary Shelly met haar roman Frankenstein te voorschijn kwam met het oude verhaal Griekse van Prometheus, en met haar meerdere tijdgenoten, die waarschuwde voor een ongecontroleerde zucht naar spelen met vuur...

In onze tijd is hebben we geleerd bij vooruitgang direct te denken aan digitale wonderen. Monetair antropoloog Brett Scott, bijvoorbeeld, laat zien dat de digitale systemen overal tussen kruipen. Zelfs tussen een 'cash less' potje kaartspelen met vrienden waarbij je wat euros wilt inzetten, zitten doordat we geen contant geld meer hebben, minimaal 3 grote digitale betaalsystemen (centrale bank, visa en mastercard achtige spelers die aangeven welke digitale fiche's van wie naar wie gaan, en dan de decentrale banksystemen, waar we als individuele gebruikers bij aangesloten zijn,). Minimaal, want vaak is er ook nog een spel app via Facebook of Google en zo komen er nog weer 2 systemen bij. Met digitaliseren wordt de regie weggehaald bij de mens en diens eigen leven, weg uit de sfeer waarin individuele weerbaarheid zich afspeelt. Een contant geld vrije samenleving, bijvoorbeeld, haalt de mogelijkheid om zonder de bankensector te kunnen handelen en te kunnen budgetteren weg bij de individuen. Onderzoek laat zien dat mensen zo'n 30 procent meer uitgeven als ze digitaal betalen (dus minder beschermd zijn tegen slimme reclames). Maar digitale systemen op zichzelf kunnen gehacked worden, of crashen (cash doesn't crash). Met andere woorden, ze zijn meer complex, en zoals ik eerder betoogde, daarmee minder weerbaar. Afhankelijkheid van grote digitale infrastructuren, brengt, zo heeft ondertussen iedereen wel een keer ondervonden, grote weerbaarheid issues. Omdat praktisch alle grote systemen (van openbaar vervoer tot stroom toelevering, van water zuivering tot (sociale) media en geldverkeer) kritisch afhankelijk is van digitale infrastructuren, krijgt ieder mens tenzij die in een geisoleerde stam leeft, regelmatig met uitval te maken. De systemen worden daarbij steeds complexer, de weerbaarheid is daar omgekeerd evenredig aan.

De maand januari schreef ik over weerbaarheid in een toenemend technocratische wereld. Hoe weerbaar ben je als individu, als alles dat je verlangt, waar je over droomt via zoekmachines in handen van grote tech oligarchen zijn, en als ook nog dit gecombineerd kan worden met wat je echt doet (geld uitgeven aan wat, je verplaatsen van waar naar waar in welk patroon)? Hoe weerbaar is democratie in een door big tech gekoloniseerde wereld? Wat als democratie technocratie, of Alleenheerschappij is geworden, en jij wordt digitaal buitengesloten? Wat als er cyberaanvallen zijn die het systeem platleggen? Zijn er nog alternatieven, kunnen we nog terug naar bijvoorbeeld meer analoog?

Er valt genoeg te beschermen, het frame dat innovatie is vooruitgang is technologie, zouden we moeten bekritiseren, nuanceren, falsificeren of misschien wel opzij zetten. Omwille van onze weerbaarheid, moeten we textuur beschermen, de informele sferen in de omgang, de vertraging. Steeds sneller zou heel goed kunnen eindigen in een crash, In de film Speed draaide het uiteindelijk om het tot stilstand brengen van de waanzinnige snelheid, voortgang. Voortgang is niet per definitie vooruitgang!

Turmoil, foto Tessa en Deborah




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Technologische, innovatie, vooruitgang, of voortgang

Wat we hopen, hoe we vinden dat onze levens zouden moeten zijn, waar we echt van dromen, is steeds meer uit beeld in het hyperrealisme van h...