vrijdag 16 januari 2026

Weerbaarheid in de spiegel van complexiteit

Het systematiseren van verschillen tussen mensen in 'patronen' (typen, beelden) met betrekking tot hun aanpassingmogelijkheden aan de (inmiddels complexe) systeemwereld, kent een lange geschiedenis. Eenvoudige binaire “systematieken” zoals dom versus slim, of gek versus aangepast, goed versus slecht, doener versus denker en hard versus zacht zijn er vermoedelijk al duizenden jaren. Met de opkomst van de psychologie (en moderne psychiatrie) kreeg ook de psychopathologie een nieuw elan, en werden deze binaire systemen verruild voor meer complexe leren, met vermeende (covert of overt werkende) mechanismen. De DSM systematiek is een op consensus gebaseerde methode van telbare en waarneembare gedragingen die als daar kenmerkende (afwijkende) patronen inzitten laden op een verondersteld ziektebeeld. Als je over resilience (weerbaarheid) spreekt, dan gaat het vaak over weerbaarheid van individuen die tot algemene of bijzondere (zoals DSM gecategoriseerde) groepen behoren.

Met de kanarie-in-de-kolenmijn metafoor betoogde ik in mijn vorige blog dat aanpassen altijd betekent weerbaar zijn of worden aan een specifieke context, dus aan een (deel van de) complexe systeemwereld. Hoe complexer een systeem is, des te gevoeliger het is voor ontregelingen. Simpel gezegd, hoe meer knopjes je in de auto hebt zitten, hoe meer er stuk kan en op termijn on herroepelijk zal gaan. Het beroemde essay I-Pencil van Leonard E. Read uit 1958 waarin hij betoogt dat er duizenden mensen nodig zijn om zelfs iets zo eenvoudig als een potlood te maken (cedar, lak, grafiet, afsluit-ring, olie, puimsteen, was, lijn, en daarbij natuurlijk de benodigde gereedschappen/machines), laat zien dat er een hele mensheid nodig is om de complexe systemen te “maken” (en in de lucht te houden) waar we door omringt zijn. Er komen steeds meer complexe apparaten, die ook nog eens allemaal met elkaar verbonden zijn, via bijvoorbeeld een distributienetwerk, een stroomnet, of een internet. Bovendien worden de complexe apparaten steeds complexer. Neem bijvoorbeeld een relatief eenvoudig apparaat zoals een stofzuiger. In een moderne stofzuiger zitten tegenwoordig enorm veel meer onderdelen (van tandwielen tot chips) en een veel breder assortiment aan materialen (van diverse soorten kunststof tot zeldzame metalen) dan in een stofzuiger van zo'n 50 jaar geleden. Een moderne auto bevat tientallen High Tech computers, gebaseerd op zeer complexe chips, die met onwaarschijnlijke precisie met een enorm geavanceerde laser machines gemaakt worden. In een auto van 50 jaar geleden zat geen enkele computer.

Technologische complexiteit – bijvoorbeeld complexe (high tech) apparatuur die ons helpen te navigeren door onze complexe agenda's – noodzaakt gebruikers voortdurend tot nauwgezette afstemming op zowel mogelijkheden als restricties. Om een auto op de weg te houden, bijvoorbeeld, moeten wij denken in termen van auto snelheden, wielen en wegen. Als mens zouden we nooit sneller lopen dan tussen 5 en 10 km per uur, of rennen tussen 7 en 25 km per uur. Wel kunnen we, anders dan in een auto, makkelijk afwijken van platgetreden paden, ergens overheen klimmen of over een slootje springen. Met andere woorden, om te leven in een complexe systeemwereld, moeten we soms onze eigen menselijke (dierlijke) mogelijkheden opschorten of aan de kant zetten om mee te kunnen liften in de nieuwe mogelijkheden die ons bestaan als een soort van “cyborgs” biedt. Snelheid in het overbruggen van grote afstanden in de auto. We noemen dat opschorten van onze menselijkheid in de volksmond vaak “meekomen met de vooruitgang”, zoals bijvoorbeeld “digitaal geletterd” worden of blijven. Wat heeft dit allemaal nu met individuele weerbaarheid te maken?

Weerbaarheid is een functie van de wereld waarin we leven. Dyslexie bestaat niet in een wereld waarin niemand kan lezen en schrijven (denk aan Europa een paar duizend jaar geleden, of Amerika een paar honderd jaar geleden). Gedeeltelijk analfabetisme in onze tijd, bijvoorbeeld door ernstige dyslexie, kan wel degelijk de individuele weerbaarheid beinvloeden! En dan zal dat in veel gevallen negatief zijn, een kleine groep zal een work-around vinden waardoor het netto resultaat van de dyslectie in de geletterde wereld neutraal zal zijn, en, tenslotte, zal er een kleine groep zijn die zo'n perfecte work-around vind, dat de weerbaarheid juist vergroot wordt.

In een wereld waarin op zo'n grote schaal zo'n complexe organisatie is ontstaan – eerder genoemde Leaonard Read wees er al op dat al die mensen die nodig zijn voor 1 potlood door een “onzichtbare hand” worden bestuurd en dus niet georganiseerd zijn – zijn tal van persoonlijke eigenschappen die wisselend met de snelle veranderingen op complex/technologisch niveau voor betere en slechtere aanpassing leiden. Weerbaarheid is daarmee ook een functie van de psychische opmaak, vandaar dat we begonnen met psycho “pathologieën".

Foto genomen in de UK door mijn vader, Rens L. de Graaf

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Weerbaarheid in de spiegel van complexiteit

Het systematiseren van verschillen tussen mensen in ' patronen ' (typen, beelden) met betrekking tot hun aanpassingmogelijkheden aan...