vrijdag 27 februari 2026

De wolven komen nooit

Deze week hebben Victorine en ik heerlijk genoten op Madeira, waar we per vliegtuig zijn heengevlogen. Op het eiland huurden we een auto (op benzine) en het besef kwam dat we zo ongelooflijk rijk kunnen leven, alsof we in het paradijs zijn. Natuurlijk is het niet volhoudbaar, wat wij in deze tijd normaal vinden, was een paar decennia geleden alleen voor de allerrijksten weggelegd, en zelfs zij konden niet zoals wij de wereldencyclopedie op hun mobiele telefoon 24/7 meezeulen en raadplegen, om maar iets te noemen. Aan mijn enorme gevoel van dankbaarheid, knaagde tegelijkertijd schuldgevoel... Is dit niet het einde?



Foto genomen op Madeira door Victorine (de heksenbomen)

Zolang er verhalen van generatie op generatie worden overgedragen, of dat nu oraal of via het schrift is, geven vertellers blijk moeite te hebben met hun eigen sterfelijkheid. Wellicht mede om het eigen leven, of preciezer, de verwachte eigen uiterste houdbaarheidsdatum daarvan, iets minder arbitrair te maken, verbinden vertellers regelmatig hun sterfelijkheid aan hun 'profetieën' over de eindigheid van de hele mensheid. Deze wordt dan bij voorkeur niet zo veel later verwacht. Feitelijk betreft dit een antropologische constante; moeite met acceptatie van de eigen eindigheid en de verwachting dat alle anderen - de hele mensheid -hetzelfde lot is beschoren, is van alle tijden. Ze zit ingebakken in onze psychologische makeup, in ons zelfbewustzijn, of ons besef van tijdelijkheid. Eind-der-tijden predikers zijn van alle tijd. In tegenstelling tot individuen, die meer op persoonlijke titel over de eindigheid van hun en de hunnen spreken, vormen de predikers stromingen op overstijgend niveau.

Dit vormt onderdeel van een breder fenomeen; de overdrijving van het belang van de eigen geleefde tijd, zowel in positieve zin (wij zijn veel wijzer, slimmer, handiger dan alle generaties voor ons), als in negatieve zin (in het antropoceen maakt de mensheid de planeet kapot), betreft een tamelijk universele psychologische vertekening die met egocentrisme en diverse andere goed onderzochte biases samenhangt, zoals confirmation bias (inductief redeneren, overconfidence, filter bubbles, etc.) en cognitieve dissonantie. Een klein voorbeeldje is de te pas en te onpas door presentatoren geclaimde “grootste hits allertijden”.

Scepsis naar predikers voor het einde van de wereld (dus net na hun eigen verwachte einde) is volkomen begrijpelijk, want als er telkens geroepen wordt dat de wolf er aan komt en we in feite geen van allen ooit een wolf gezien hebben, dan is het zeer waarschijnlijk dat we in een vertekenende spiegel aan het kijken zijn. Nee, van een houtkachel – een systeem dat al duizenden jaren de menselijke naaktheid compenseert opdat we ook in koude oorden kunnen overleven – gaan we niet nu ineens totaal ten gronde, net zo min als van het rond de aarde vliegen op fossiele brandstoffen. Dat klimaat een continu veranderend systeem betreft, hoeft ook weinig betoog. 

Echter, als mensen stellen dat er door ons geglobaliseerde gedrag een heleboel minder prettige (of zelfs ronduit akelige) problemen op ons afkomen, mogen we dat niet afdoen met te gaan rond strooien met eind-der-tijden-predikers predicaten, met te stellen dat die er altijd zijn geweest, en dus het beste maar genegeerd kunnen worden. We hebben nog nooit een wolf gezien, of een zondvloed, laat staan een ark van Noach...

We moeten beseffen dat zowel het geloof dat alles misgaat (als de wolven komen, ergens na ons overlijden), als de (gezonde) scepsis ten opzichte van mensen die dit geloof opzichtig prediken, psychologische vertekeningen zijn. En laat dat nu juist in deze tijd behoorlijk vervelend zijn.

Vervelend, want het eind van de wereld, of “slechts” de mensheid zal niet bereikt worden door ons collectieve gedrag. Inzicht in dat het verstandig zou zijn om te minderen, om de gevolgen onder ogen te zien van met 8,2 miljard mensen die tegelijkertijd op gelijke wijze (houtkacheltjes, autootjes, vliegreisjes, etc) met steeds meer resources verslindende razendsnel ontwikkelende technologieën. Inzicht in dat onze toekomst op het spel zetten niet verward hoeft te worden met onze eeuwenoude eindigheid-gedachten die we geleerd hebben met scepsis te relativeren. Hoewel, inzicht alleen gaat niet direct helpen onze planetaire voetafdruk per persoon te verkleinen. Dat kan alleen door daadwerkelijk te verminderen, of natuurlijk, minder gewenst, door te eindigen. Maar... de wolven bestaan toch niet?

Of toch wel?

donderdag 19 februari 2026

Letterlijk samen ergens warm voor lopen en de digitale blokkade daarvan

Mijn vorige blog eindigde ik met de zin: “Met vrienden in verbondenheid de warmte van het gedeelde hier en nu tastbaar voelen is zoveel meer leven dan in een kring de kilte ervaren van ieder voor zich in een eigen virtuele bulb, weg uit de realiteit.” Daarop kreeg ik de vraag hoe het eigenlijk kan dat we in groepen soms allemaal letterlijk voor iets kunnen warm lopen, of dat we de energie in een pittige discussie bijna tastbaar in ons lichaam kunnen voelen. Kortom, hoe werken emoties en belevingen door in onze lichaamstemperatuur en de waarneming daarvan?

De thermoceptie (de waarneming van de eigen temperatuur) is één van de perceptuele systemen waarover we beschikken, naast de zintuigsystemen, en onder meer de proprioceptie (waarneming lichaamshouding) en nociceptie, de waarneming (dreiging van) schade aan eigen weefsel. De thermoceptie is van belang om de lichaamstemperatuur in evenwicht te houden (homeostase). Aanpassingen door het autonome zenuwstelsel kunnen zowel bewust geschieden (klappertanden, kippenvel), als onbewust (bv bij onderkoeling: het bloed trekt uit je huid om bv bij vrieskou de meest essentiele organen te blijven warm houden). Daarnaast kan het direct, bijvoorbeeld bij schrikreacties optreden (activatie in onder meer amygdala en pons), of, bij stress, meer opbouwend na zo'n 15 a 20 minuten via de hypothalamic-pituitary (hypofyse)-adrenal as (HPA-as). In beide gevallen kan (bv via bijnierschors hormoon cortisol) een koude-respons de homeostase beïnvloeden (met als gevolg bleek worden, koud worden, kippenvel om weer op te warmen, of omgekeerd, het zweet breekt je uit). Anders gezegd, de temperatuur homeostase kan worden beinvloed en hersteld via zowel (sociale) interactie (en hierbij opgeroepen emotie), als perceptie.

Gesynchroniseerd in een groep kunnen ook alle temperatuur-functies van de individuele deelnemers gekoppeld raken (onder meer door eerder genoemde emotionele responsen, spiegelneuronen, etc.). Positieve stress kan de awareness enorm verhogen, endocrinoloog Hans Selye kwam in de jaren '70 met de term eustress (beneficial stress) die van belang is om de frictie te overbruggen die psychologische barrieres oproepen en daarmee (psychologisch) het immuun systeem versterken. Eustress treedt vooral op als je fysiek in de wereld staat (in tegenstelling op digitaal/virtueel). Een paar voorbeelden.

Als je met elkaar bijvoorbeeld in een orkest, band of koor musiceert, of als je in een andere situatie haast volledig met elkaar in 'samenspraak' bent (bijvoorbeeld in een kringgesprek), dan krijg je wat wel genoemd wordt synergetische processen (het geheel is meer dan de som der delen). Dat is ook de reden waarom echt fysiek musiceren met elkaar, of samen zingen van alle organismen als het ware één organisme maakt (ook in negatieve context, bv in een stadium, of bij een popconcert, waarbij de massa een allesvernietigend wapen kan worden). In deze situaties komt de homeostasis functie van de temperatuur regeling echt volledig met elkaar in samenspraak. Stress wordt in deze contexten eustress. Onze vermogens van empathie en meevoelen zijn waarschijnlijk deels op deze fysiologische functies gebaseerd.

Een ander voorbeeld is verliefdheid. Word je verliefd, dan is je aandacht-systeem (dopamine systeem) volledig gericht op de ander, je bent als het ware (tijdelijk) verslaafd aan de ander. Hier zijn meerdere neurotransmitters en modulatoren (hormonen) bij betrokken (endorfine, dopamine, adrenaline, oxytocine etc). Opvallend is dat bij mannen de testosteron spiegel afneemt (meer lief, romantisch, meegaand), terwijl die bij vrouwen juist toeneemt (meer lust). Het spreekt voor zich dat al deze "verslavings effecten" tot uitputting leiden, waardoor de verliefdheid vanzelf afneemt (bij vrouwen sneller dan bij mannen). In meerdere boeken heb ik hier over geschreven. Synergie gevoelens met ook temperatuureffecten (koude rillingen, warm worden, kippenvel etc) werken via de verhoogde arousal-stress-eustress zoals bovenstaand vermeld (HPA-as en amygdala-pons).

Dan is er nog één zaak van mijn vorige blog onbesproken, namelijk dat digitale/virtuele onderdompeling deze psychofysiologische verschijnselen in de weg staat. Later wijd ik hier graag een hele blog aan. In een virtuele wereld, waarin iedereen in een eigen mini-universum is opgesloten, worden we letterlijk continu bediend van prikkels die ons in de dopamine loop houden. Dat is op korte termijn prettig, en daarmee verslavend. Maar het houdt ons tegelijkertijd weg van wat in de neurowetenschap wordt genoemd het Default Mode Network (DMN, ook wel medial frontoparietal network M-FPN genoemd), een netwerk dat bij “verveling” aan de slag gaat en ons helpt geleerde patronen en zaken te consolideren en daarmee essentieel is in onze individuele ontwikkeling, in het ontwikkelen van onze eigen kracht. Daarvoor moet je uit de dopamine loop, stoppen met continu verveling (ongemak) met technologie op te vullen. Technologie schaadt letterlijk de verbinding met de vitale mentale processen die door DMN wordt gerealiseerd. Het houdt ons uit verbinding, door connectiviteit te verruilen voor connectie (verbinding). Bovendien, zoals gesteld, houdt het continu troost zoeken in het beeldscherm eustress weg, terwijl juist deze stress van belang is voor de opbouw van (psychologische) immuniteit.

Hoewel echte verbinding met de wereld zeker niet risicoloos is – aan vallen van een echte schommel kan wonden overhouden, van vallen van een digitale schommel niet – zorgt het digitale dat we de fysische risico's van een echte wereld hebben omgewisseld voor de psychologische risico's van de virtuele wereld (angst, verslaving, eenzaamheid, behoefte aan constante digitale validatie van ons bestaan). Ook slechtere motorische ontwikkeling en obesitas met alle gezondheidsrisico's van dien, spelen mee. Heel kort door de bocht, continu digitaal gemak (in dopamine loop) is de vijand voor het ontwikkelen van eigenheid, uniciteit en aangezien de digitale surveillance maatschappij ons in een 24/7 panopticum plaatst, wellicht zelfs van individuele vrijheid. Dopamine kick verslaafde vluchtelingen voor de stilte om zichzelf te ontwikkelen, zijn niet vrij. Vandaar dat ik mijn blog eindigde met een vraag: “Kunnen we ophouden te vluchten voor ons eigen hier en nu?”


Bericht op de NOS app van 19 februari, waaruit duidelijk wordt dat het bewustzijn voor de psychologische schade van digitale 27/7 verslaving begint toe te nemen



maandag 16 februari 2026

Op de vlucht voor … onze eigen hier en nu!

Als er één boodschap is waar zo'n beetje alle religies van de wereld eenduidig in zijn, is het wel om na te streven om in het hier en nu te leven. In onze alledaagse gejaagde levens, waarin we geregisseerd worden door technologie (en wetenschappelijke inzichten en ideeën) en economie, hebben we weinig tijd voor verstilling, ongeacht in welke vorm. In al ons gejaagd zijn – onafhankelijk of het is in naam van de vooruitgang of verduurzaming – hebben we daar ook meestal de rust niet voor, onze aandacht wordt gevangen door de meest extreme content ("we believe what we fear the most", zong Peter Hammill). 

Als mensheid lijken we zo in beslag genomen door wat we 'morgen' nodig denken te hebben, of wat we juist denken te moeten kwijtraken om als soort nog een duurzame toekomst te behouden, dat we vandaag nauwelijks leven. Er lijkt nauwelijks tijd te zijn om stil te staan, om even in te ademen, om tevreden te zijn met wat we hebben, met wat we kunnen of aan het leren zijn. Niet alleen knagen in razend tempo ontwikkelende disruptieve technieken aan mijn individuele duurzaamheid: werk, kunde en vaardigheid waar ik vandaag trots op ben, kan ik morgen zo maar niet meer nodig hebben. Belangrijker nog, deze technieken eisen al onze aandacht en inzet op voor een verwachte toekomst en daarmee leiden ze ons af van onze echte levens hier en nu. Niet alleen baren ze ons zorgen en maken ze ons angstig (wat de meeste van ons ontkennen door te zeggen uit te kijken naar de spannende “kansen” die telkens ontstaan), bovenal maakt ze ons nog veel sterker rupsjes nooitgenoeg; we leven voor later meer!

Religie leert ons leven in het hier en nu, om stil te staan bij wat we hebben, en respectvol om te gaan met moeder natuur. Technieken als meditatie, mindfulness, gebed, yoga en soms gebruik van geestverruimende middelen, zijn over het algemeen al eeuwenoud en universeel. Ze zijn er op gericht om gejakker te verjagen en het leven te vieren in presentie, in het hier en nu. Onze 24/7 maatschappij leert ons daarentegen om juist snelheid te waarderen. Vandaag besteld, morgen in huis. Een tekst of verslag zelf typen, waarom zou je dat nog doen? Een paar goede prompts invoeren gaat veel sneller, is de boodschap van generatieve AI ondernemers. En een tekst van een ander lezen? Laat generatieve AI snel een samenvatting maken. Gehaast laten we ons verjagen uit onze eigen hier en nu, en daarmee maakt het van ons vluchtelingen voor onze eigen levens. Staan we daar wel eens bij stil?

Gisteren las ik op de NOS site dat de Zweedse Sami vrezen voor hun toekomst nu Europa inzet op nieuwe mijnen, nodig voor zeldzame metalen ten behoeve van ontwikkelingen in defensie technologie. Alles moet wijken voor bewapening, zo lijkt het, want er zijn ernstige zorgen over of Europa wel in staat is zichzelf te verdedigen tegen (high tech) bedreigingen vanuit de VS (of Rusland en China). Zorgen voor geopolitieke spanningen, strijd, rampen, gevolgen van klimaatverandering en oorlog zijn, hoe reeel ze ook zijn, zeker aangewakkerd door extreme content in de aandacht-industrie die via het world-wide-web zo ongeveer iedere wereldburger bereikt, en angst en vrede staan, zo weten we ook uit al die (grotendeels verlaten) religies als water en vuur, net als twijfel en geloof en ego en liefde.

Nu ik een jaar met prepensioen ben, en meer van een afstand naar de zaken kijk, vind ik het zo moeilijk te begrijpen waarom we zo massaal zo hard bezig zijn met het bouwen van een wereld die steeds meer dystopisch is, letterlijk elke dag meer gaat lijken op scenario's zoals door Orwell (1984) en Huxley (Brave new world) geschetst: elke dag meer volledig geautomatiseerde surveillance, meer technologie met agency, meer vervreemding van moeder natuur en onszelf, minder religie, minder liefde, minder hier en nu. Meer asfalt, meer AI, meer technocratie? Is er nu echt iemand die nog steeds gelooft in deze weg die zo keihard keer op keer door de mand valt? Met vrienden in verbondenheid de warmte van het gedeelde hier en nu tastbaar voelen is zoveel meer leven dan in een kring de kilte ervaren van ieder voor zich in een eigen virtuele bulb, weg uit de realiteit. Kunnen we ophouden te vluchten voor ons eigen hier en nu?


                                                Het berichtje op de NOS app van zondag 15 februari 2026 over de Sami

dinsdag 10 februari 2026

Het grote narratieve tekort

Vorige maand schreef ik een serie van 7 blogs over psychologische (individuele) weerbaarheid (resilience) in een door technologie (technocratie) overheerste wereld. In de serie benadrukte ik het belang van samenhangende narratieven, van individueel tot en met meta niveau. Yuval Harari stelde in een debat dat ik op youtube zag dat naast (en mede door) technologische “vooruitgang” wellicht het grootste pijnpunt van de mensheid op dit moment is dat alle meta narratieven zijn ontheiligd. Iedereen leeft in een digitale echo kamer waarin de eigen geloven, verwachtingen, angsten en pleziertjes nauwgezet door slimme algoritmes “surveilled” en vervolgens gevoed worden. Tegelijkertijd worden verhalen over God, of over de eeuwige cirkel van sterfte en wedergeboorte met name ook door wetenschap zorgvuldig gefileerd. Er blijft, zo stelt Harari, niet veel over dan de eigen echo kamer, die slechts te bereiken is door digitale acces op de platforms van BigTech. Niet alleen meta verhalen als Christendom, Islam, Boeddhisme en Hindoeïsme staan hierdoor onder druk, ook het meta verhaal democratie moet het op steeds meer plaatsen ontgelden als dominant narratief. In een metafoor van Harari, wetenschap en tech hebben het oude huis (de oude verbindende verhalen) afgebroken, zonder een nieuw huis te bouwen. Het hoge aantal zelfdodingen, alsmede de afname van (bio)diversiteit en de milieuvervuiling en klimaatveranderingen zijn allen gevolg van dit narratieve nihilisme, waarin het enige narratief dat wereldwijd geldt ons geloof in een ruilmiddel is (geld) en alle macht die aan het bezit van die abstractie (dat geloof, feitelijk) verbonden is. Nihilisme dus!

Hoe dit nihilisme, het grote narratieve tekort, doorbroken kan worden, is onduidelijk. Stoppen met het internet zou een eerste stap kunnen zijn, maar waar dat 25 jaar geleden nog zou hebben gekund, is dat nu absoluut ondenkbaar. Alle zaken die eerst “nice to have” zijn, worden juist in een wereld van 'greed' (begeerte) snel “need to have”. Het internet is onmisbaar, inclusief de satellieten die in een inmiddels steeds hoger aantal rond de aarde zweven, grotendeels in handen van autocratische super machtigen. Onmisbaar om massa surveillance te kunnen doen, menselijke behoeften en tekorten in kaart te kunnen brengen, oorlog te kunnen voeren, nieuwe nog ontluisterende vernietigingswapens te kunnen ontwikkelen en inzetten, nog meer individuele creativiteit buitenspel te kunnen zetten, nog meer AI gegenereerde content als waarheden op de persoon toegesneden te kunnen aanbieden aan individuele echo kamers, die feitelijk zoals filosoof Michel Foucault (1926 – 1984) heel goed voorzag zijn gaan werken als individuele gevangeniscellen. Legbatterijen voor een economisch imperatief, hoe houd je zonder internet anders ruim 8 miljard kippen met hun economisch gouden eieren in toom?

Niemand, ook niet de mensen die ChatGPT of Suno op de markt brachten, hebben alleen slecht in de zin. Mijn lief zegt altijd dat niemand wakker wordt met de gedachte “wat zal ik vandaag eens voor slecht gaan doen”. Wat ons drijft is een dynamiek van hoop, wetenschappelijk begrip en inzicht, technologische vooruitgang die het leven een beetje veiliger en leuker maakt en geld verdienen en daarmee aanzien, bezit en zeggenschap verwerven. Op zich zijn deze drie componenten volkomen begrijpelijk en niet zonder meer fout (of goed). We hebben ons als mensheid in omstandigheden gebracht in de afgelopen 3 a 4 honderd jaar, dat we ons vooral met deze zaken bezig kunnen houden, en dat is, zonder dat iemand dat specifiek wilde (of voorzag) uit de hand gelopen. Het heeft geleid tot corrosie van de meta narratieven, die natuurlijk ook echt niet altijd, overal en voor iedereen alleen maar hoopvol waren, laat staan goed. Afbraak (of bijstelling) van verhalen die vrouwen systematisch achterstellen, of waarin homoseksualiteit tot uitsluiting of nog erger kan leiden, is mijns inziens ethisch gezien volkomen verdedigbaar. Ook kan de mens (naakte aap met relatief weinig spierkracht) slechts overleven dankzij technologie (1 taal; 2 hefboom; 3 vuur/energie). Maar afbraak zonder nieuwbouw maakt ons allen dakloos. De bekende uitspraak “in gelul kan je niet wonen” is wat mij betreft rechtstreeks van toepassing op generatieve AI, die schrijvers, beeldend kunstenaars en musici op een lelijke manier dwingt tot overgave (“if you can't beat them, join them”), terwijl het echt geklets is (Chat, letterlijk).



Hoe ver we afgedwaald zijn, besefte ik afgelopen weekend. Met onze jongste dochter waren mijn lief en ik naar de film Hamnet, van Chloé Zhao (regie en scenario) en Maggie O'Farrell (verhaal en scenario).Wat was het een prachtig verbindend verhaal. Met name de slotscene waarin Shakespeare die vervreemd is van zijn vrouw doordat hij en zij elk op een volstrekt andere wijze het overlijden van hun geliefde zoon Hamnet verwerken, in een London's theater het debuut beleefd van zijn treurspel Hamlet. Dit is zijn verwerking, en zijn vrouw staat tussen het publiek. De teksten zijn subtiel, diep en snel, en je beseft hoe dit in de zestiende eeuw door die zogenaamde minder ontwikkelde mensen begrepen werd en het ze roerde, terwijl wij dit nu ingewikkeld vinden. Door de geweldige cinematografie, muziek en acteerwerk, begrijpt de Agnes, het publiek en iedereen in de bioscoopzaal nu eeuwen later exact het verdriet, en is de kracht van het verhaal weer even voelbaar. Dit is, zo geloof ik, een zo sterk narratief en zo absoluut geniaal verbeeld, dat het in mijn top tien beste films allertijden in een keer op één is gekomen. Of is dat, omdat in een toestand van groot narratief tekort, een goed verhaal een grotere echo heeft?

Laufey, een teken van hoop!

“Goede (pop)muziek, die werd vroeger gemaakt” hoor ik regelmatig, vooral als ik met oude vrienden en/of familie ben. Programma's als “th...