Arjan Middelkoop en ik waren uitgenodigd om een lezing te houden bij de Town Deal krachtige kernen, een initiatief van het ministerie van Binnenlandse zaken om met kleinere gemeenten, towns, te onderzoeken hoe deze samenlevingen weerbaar kunnen blijven in een steeds meer polariserend, verhardende technocratische en mondialere (globalere) samenleving. Vragen die spelen zijn of je bijvoorbeeld als (lokale) overheid steeds verder moet gaan met surveillance, in de fysieke en online wereld, bijvoorbeeld om bij online getriggerde ordeverstoring adequaat te kunnen optreden als relschoppers dreigen een demonstratie te kapen. Natuurlijk snapt iedere bestuurder dat het opzetten van hogere hekken, of het toepassen van meer surveillance onherroepelijk zal leiden tot een wedloop. Wat zit er achter het polariseren, het harder worden en agressiever worden van sommige mensen in de samenleving? Worden mensen wel harder en subversiever, of is het alleen de AI aandachtsmachine die ons gevangen zet met beelden die onze aandacht vasthouden? Laten we onszelf niet juist door de sociale media (inclusief zoekmachines al dan niet met genAI versterkt) gek maken, en gaan we niet juist daardoor extremer stemmen? Is er wellicht minder met ons aan de hand, dan de door bigtech bestuurde bubbelmachines ons doen geloven?
Ja en nee. Voor onze lezing zagen we cijfers van hoe de verkiezingen in Nederland steeds meer gewonnen worden door partijen die hardere en minder tolerante (inclusieve) waarden uitdragen. Of iedere stemmer echt zo weinig voor anderen over heeft valt te betwijfelen, maar men stemt om de beelden die ons in de tang hebben, en die komen voor een groot gedeelte wel degelijk uit de sociale media aandacht vasthoudende bubbelmachines, waardoor we wel neigen het extreme te gaan geloven. Dat is niet nieuw, altijd hebben we als mensen geloofd in hetgeen we het meest vrezen. Toen in het modernisme het beeld van een toornige God langzaam werd overgenomen door het geloof dat er niets is na het leven, begonnen we in het niets te geloven, om nu langzaam weer (post- of post-post modern) in iets (van perspectief) te gaan geloven (het universum). Peter Hammill bezong het zo mooi: “Nothingness or God, which of them seems more unlikely? … What is true is what we fear the most”.
Onze lezing begon met een prachtige inleiding door Willemien Vreugdenhil, waarin ze door de zaal liep als een ontdekkingsreiziger, "bewapend" met slechts een alt blokfluit. Ze vraagt ons mee te gaan, een aantal eeuwen terug. Ze waant zich bespied door de inheemse bevolking, onzichtbare ogen en waarschijnlijk speren zijn vanuit de struiken op haar gericht. Schijnbaar onverstoorbaar gaat ze aan de oever van de rivier zitten, en speelt op de fluit een prachtige melodie, in alle rust. De zaal gaat mee, je kunt een spelt horen vallen. Als ze klaar is, komen niet de mannen met speren als eerste te voorschijn, zo vertelt ze, maar de kinderen, nieuwschierig naar de fluit, die ze even mogen vastpakken en bewonderen. Het contact is gelegd, juist door kwetsbaarheid te tonen.
Dit is een prachtig begin voor onze lezing. Om de ontdekkingsreiziger hadden ook hoge muren kunnen worden gezet, zodat ze beschermt was voor de speren en het (wederzijds) onbegrip. Echter, zodra er ergens een zwakke plek in de hekken (of surveillance technologieën, regels en regulaties) zou zitten, zouden de “tegenstanders” – want dat wordt je vanzelf als je wordt buitengesloten, door de beveiligingen heen breken, en is er slechts een kleine kans dat je de ontdekkingsreiziger, of het bevoegd gezag, of wie je dan ook met barricades probeert af te schermen, het er zonder kleerscheuren zou kunnen afbrengen.
Onze lezing ging over het brein, over AI en over hoe we de muren om elkaar steeds hoger optrekken, over hoe de wereld steeds kleiner wordt door onze toegenomen snelheid en acceleratie, maar hoe daardoor onze levens leger en betekenislozer dreigen te worden, en hoe we bestuurders verantwoordelijk houden voor verharding en wegnemen van perspectief en betekenis, maar hoe het feitelijk de echte machthebbers zijn, waar we steeds harder in geloven (technocraten, bigtech).
In de trein terug hadden Arjan en ik het er over, dat we wel zaken kunnen beschrijven, en wellicht enigszins kunnen duiden, maar dat het antwoord uiteindelijk toch niet kan zijn steeds verder meelopen in een technologie/bewapeningswedloop. In plaats daarvan moeten we opnieuw leren verbinden/ontwapenen, kwetsbaar durven zijn, en accepteren dat we niet alles kunnen weten (ook niet met AI, wat in de wiskunde bewijsbaar is, bv met het Rice's theorem, en Halting problem). Accepteren dat we sterfelijk zijn. Ook acceptatie van onze prachtige natuur, inclusief onze menselijke cultuur, waar we onderdeel van mogen zijn, niet continu bemiddeld door high tech. Het is, na vele jaren digitale transformatie, wellicht langzaam maar zeker tijd voor een ware analoge transformatie! Opnieuw verbinden met de natuur, met elkaar, en nu tijd voor vorming boven louter kennis, kunsten boven louter weten. Het was een mooie dag, met hele fijne mensen!
Photo by Charles Parker: https://www.pexels.com/photo/woman-playing-flute-in-concert-hall-6647675/
Geen opmerkingen:
Een reactie posten