maandag 29 juni 2026

Water stroomt waar het gaan kan!

Water stroomt waar het gaan kan. Tegelijkertijd stroomt water nooit waar het niet gaan kan. Open deur? Jazeker, en tegelijkertijd ééntje die we continu neigen te vergeten. In een digitale wereld leken grenzen te zijn verdwenen, alles kon met alles verbinden, en de fysieke oceanen en bergketens die landen of continenten voor millennia van elkaar gescheiden hadden gehouden, leken steeds minder reëel. Reëel werd virtueel. Meer en meer werd werken gelijk te stellen met ergens - op één of andere manier - bijdragen aan de digitale snelweg, aan content creëren of selecteren, of aan applicaties maken, of aan deelnemen aan online overleggen. 

Maar net zozeer als water stroomt waar het gaan kan,  geldt "brood moet je blijven eten". Ondanks de virtuele mogelijkheden, moeten we ons blijven beschermen tegen overstromingen, vijandigheden, honger, kou, roofdieren etc. Met andere woorden, hoewel de fysieke wereld steeds minder was gaan bijdragen aan onze (deels illusoire digitale) verbondenheid, begon de ouderwetse (analoge) dienstverlening steeds meer te haperen. Oorzaak? Onze massale "verhuizing" naar (overgave aan) de digitale wereld. Het hier en nu raken verwaarloosd. Winkels en zorgcentra, bijvoorbeeld, krijgen hun bezetting niet of moeizaam rond. Het antwoord is vaak de vlucht vooruit, naar nog meer technologie. Winkels zien zich dan bijvoorbeeld genoodzaakt tot digitale betaalsystemen, of tot volledige overgang naar 24/7 online besteldiensten. Of ze kunnen, simpelweg, ophouden te bestaan, wat dan weer kan leiden tot verdere versobering van de fysieke (winkel) omgeving.

Haast even vanzelfsprekend als dat  water stroomt waar het gaan kan, is een andere bekende uitdrukking: Wat je zaait zul je oogsten. Hoewel, in deze uitdrukking zitten wel een aantal voorwaarden verscholen. Is de grond goed bewerkt, is het opkomend gewas genoeg beschermt, etc, maar toch. Onze massaal ingezaaide gerichtheid op een 24/7 beschikbaarheid en afhankelijkheid van de online wereld, resulteert erin dat we continu mooie (en minder mooie) nieuwe digitale producten en gemaks-diensten kunnen oogsten. Maar in de analoge wereld, daar waar we brood moeten blijven eten, oogsten we tegelijkertijd een gebrek aan vakmensen. Vakmensen die bijvoorbeeld ons dak kunnen repareren, of een rioolverstopping kunnen opheffen. Of, dichter bij de demands van een digitale wereld zelf, mensen die het elektriciteitsnet kunnen onderhouden en aanpassen aan onze nieuwe steeds grotere behoefte aan stroom, bijvoorbeeld voor onze elektrische mobiliteit.

Nu we de schaduwzijde van een te eenzijdige afhankelijkheid van een virtuele werkelijkheid meer en meer gaan voelen in onze fysieke wereld, worden er ook weer ineens overal harde grenzen zichtbaar. Bergketens, oceanen, en kleiner rivieren of zelfs vroeger afgesproken landsgrenzen, zijn in het gepolariseerden landschap van vandaag weer zeer nadrukkelijk aanwezig. Waar ze leken ze te zijn verdwenen in de akkers vol met digitale zegeningen, doemen ze nu als onkruid weer overal op; oorlogen gebaseerd op geografische affordance structuren schreeuwen ons wakker uit onze digitale droomwereld. Ongemakkelijk, terwijl we gewend zijn geraakt aan gemak, digitaal gemak, 24/7, altijd overal en met een druk op een knop. Knop, prompt, zelfs als we generatieve AI afwijzen, zijn we allen prompters geworden. Maar prompten is geen leven, geen werken, en slechts een virtuele werkelijkheid, die fysiek haar verwoestende sporen op een onnavolgbare wijze achterlaat: In ons geluk, in onze verbondenheid, maar ook in onze energiebehoefte, bereidheid om de handen uit de mouwen te steken, om tegenslag te incasseren, en om vreugde oprecht te delen. Om ongezien te blijven, en toch gezien te worden, door juist die anderen die er op dat moment fysiek toe doen.

Foto Dorinthe de Graaf

Soms wilde ik dat we toch iets beter begrepen dat water stroomt waar het gaan kan!

maandag 22 juni 2026

Jeugdherinneringen

Eén herinnering aan de kleuterschool laat me nooit meer los. Er scheen een man te zijn die ieder kind die wilde een speeltje gaf. Zelf heb ik hem nooit gezien, ik durfde niet te kijken. Wel zag ik klasgenoten terugkomen met prachtige ballen, autootjes en ander speelgoed. Ik weet niet of het echt een kindervriend was, maar wel dat hij opgepakt werd en het verhaal ging dat hij een kinderlokker was, en iedereen diens speeltje moest inleveren. Ook weet ik, dat ik aanvankelijk vreselijk baalde, omdat ik te verlegen en angstig was om “mijn” speeltje op te halen, en dat ik jaloers keek naar mijn klasgenootjes die dat wel durfde. Nauw gekoppeld aan deze herinnering, gebeurde er nog iets wonderlijks op de kleuterschool (in Hoofddorp). Met kerst mochten we een tekening maken. Toen we die terug kregen, bleek iedereen een veel mooiere tekening te krijgen dan we hadden gemaakt. Ik kreeg als één van de laatste mijn tekening terug. Ik dacht, toen ik die van mijn klasgenootjes zag, dat ik veel slechter tekende dan zij. Dat bleek fout! Net als de gratis kadootjes, dit keer ook voor mij een prachtige door de juf in haar vrije tijd verfraaide tekening.

Verfraaien en misleiden door een leerkracht zou nu vast op een muur van bezwaar stuiten. Immers, impliceert dit niet dat de oorspronkelijke (gebrekkige) kunstuitingen niet goed genoeg waren? Pas sinds de wijde verbreiding van generatieve AI begrijp ik dat de vermeende kinderlokker en de juf met haar (naar ik nog steeds aanneem) goedbedoelende “misleiding” eenzelfde spoor in mijn herinnering triggeren.

De kleuter die ik ooit was met het gevoel van wat ik nu missing out zou noemen, samen met tegelijkertijd een niet pluis gevoel, komt telkens terug, als ik mensen zie pronken met plaatjes (of teksten, of zelfs muziek) die ze met het indrukken van een prompt als persoonlijke uiting op de sociale media tonen. Het maakt me weemoedig en klein. Ben ik de enige? Bij zo veel posts van mensen zie ik die door AI gegenereerd plaatjes. Aanvankelijk vond ik ze vooral troosteloos, of misschien preciezer geformuleerd, harteloos. Nu besef ik dat het slechts een kwestie van tijd zal zijn voordat de plaatjes esthetisch minder afzichtig zullen worden. Toen begon ik in te zien dat het schijnbare gemak waarmee mensen massaal deze plaatjes aan hun teksten gingen toevoegen, in zekere zin gezien kan worden als “onaardig”, als het wegdrukken van de boterhammen van talentvolle illustratoren en kunstenaars. Zij zien hun mogelijkheden om met hun gaven betaald hun vak uit te oefenen steeds meer definitief verdampen. Zo makkelijk en massaal zetten we onze talentvolle broeders en zusters kennelijk buitenspel, omdat we verleid (in mijn ogen misleid) worden door een nieuw big tech speeltje. Natuurlijk geldt dit ook voor talentvolle tekstschrijvers, die door het massale gebruik van chatbots het nakijken hebben. Het probleem is niet alleen generatieve AI, het is ook de massale omvang waarmee wij (het publiek) ons er mee inlaten.

Maar als ik van mijn hoofd naar mijn hart ga, kom ik terug bij mijn kleuterschool gevoel. Waarom gaf de vermeende kinderlokker het speelgoed? Had hij het gestolen, en zo ja van wie? Had hij onzuivere motieven? En hoe zat het met de juf? Kon die ons ontluikend talent of gebrek daaraan niet accepteren, en verfraaide ze daarom onze tekeningen? Of wilde ze goed doen, ons de ervaring van een kerst wonder geven? Stil maar, wacht maar, al;les wordt nieuw, de hemel en de aarde? Was het niet haar boodschap dat wij zelf (nog) niet goed genoeg waren? Als ik hoor dat Bigtech bedrijven massa's geld verliezen om ons de gave van generatieve AI te geven, lijken ze zowel op de vermeende kinderlokker, als op mijn juf.

Voor mij herinneren ge-prompte teksten, beelden en muziek me aan de kinderlokker, die elk kind in de klas gratis speelgoed gaf. Het was zo vreselijk verleidelijk, dat ik baalde dat ik zo bang was, en niet ook mijn speeltje durfde te halen. Totdat de man werd opgepakt, en iedereen in mijn kleuterklas het speeltje moest inleveren, het was bedrog, wij waren bedrogen. Nee zeggen tegen de kindervriend/kinderlokker (wie zal het zeggen, ik weet het nu, zestig jaar later nog, steeds niet) was geen probleem. Het kan nog steeds!

Toch is er één ding, dat ik nog steeds niet weet. Zelf wist ik toen ik "mijn" tekening terugkreeg, dat die niet echt van mij was. Wisten mijn klasgenoten dat ook? Weten de miljoenen prompters dat ook?

Een foto van mij, een paar jaar ouder dan de kleuterschool...

zaterdag 20 juni 2026

To the Lighthouse!

Gisteravond waren Victorine en ik trotse ouders! Het Noord Nederlands Orkest (NNO) speelde in de grote zaal van de Oosterpoort in Groningen 4 stukken, waarvan het vierde en laatste stuk – To the Lighthouse – was gecomponeerd door onze dochter Deborah de Graaf. Voor To the Lighthouse werd het orkest in tweeën gesplitst, links en rechts, in een speciaal voor deze uitvoering aangepaste zaal (de eerste rijen stoelen waren uit de zaal gehaald). Als publiek kreeg je echt het gevoel dat het orkest en de fantastische dirigent erg dichtbij waren, alsof je er midden in zat. De avond stond in het kader van het orkest en innovatieve technologie. Het stuk van Deborah was voor twee orkesten, die soms elkaar aanvullen, maar zeker zo vaak contrasteren, in gevecht zijn, toenadering zoeken en uiteindelijk elkaar vinden en versmelten. Je kon een speld horen vallen, het was fantastisch.

Het innovatieve element droeg sterk bij aan ons gevoel van trots; onze zoon Thorvald schreef twee samenhangende scripten, gefilmd en tot twee films gemaakt door onze schoondochter: kunstenares Tessa van Merle. Achter beide orkest secties hing een scherm waarop links de ene en rechts de andere film te zien was. De ene film was gefilmd in Denemarken, bij een vuurtoren op locatie, met onze dochter Dorinthe in de hoofdrol. De andere film was gefilmd in Groningen, rond en in het forum, met in de rollen wederom Dorinthe en medestudenten van de acteurs opleiding van het Noorderpoort in Groningen. Innovatief was dat het orkest/de dirigent alle vrijheid had om te spelen met gevoel, en dat de films synchroon gehouden werden door aanpassingen die realtime met de muziek mee gemaakt werden. Deborah, Thorvald, Tessa en Dorinthe wijzen allen resoluut het gebruik van generatieve AI af, dat was dan ook nergens gebruikt. Het effect was echter sensationeel, en organisch!

De beide samenhangende verhalen gaan wel over generatieve AI. Geinspireerd op het boek To the Lighthouse van Virginia Wolf, zoekt de hoofdrolspeler in een desolate omgeving aan zee haar identiteit terug. Ze is in rouw en onduidelijk is te zien waarom. In de andere film, op het andere scherm, zie je dezelfde actrice in het Forum in Groningen langzaam tot de ontdekking komen dat haar vrienden steeds meer veranderen in AI's, ze zijn niet echt, en ze zoekt haar heil bij een vriendin die wel echt is maar dan... toch ook een AI blijkt te zijn. Ze springt in de auto, en gaat heel lang rijden. Aan het eind van de film komt ze bij het Deense strand aan. Dan ontdek je dat daar de andere film begint. Als luisteraar/kijker ontdek je dan dat je het geheel nog een keer moet zien.... Recursie, eindeloze loops, het is een serieuze bedreiging van onze wereld door directe - proces loze - AI...

Al met al een prachtige avond, een schitterend orkest, en op naar het volgende concert. Voor mij gaat er niets boven mensenwerk, en het orkest is al sinds de achttiende eeuw een ijzersterk concept gebleken, een hoogtepunt van menselijk samenwerken. Bijgevoegd een link naar waar je de eerste symfonie (Comptess) van Deborah kunt horen, uitgevoerd door het NNO in 2025.

PS dit weekend worden ook andere composities van Deborah uitgevoerd, door het Kamerorkest van het Noorden, en vandaag zijn haar strijk kwintet en 2 nieuwe orkestwerken van haar te horen in het kader van de landelijke Dag van de Componist: https://donemus.nl/deborah-de-graaf-series-of-performances-across-groningen-in-june/ 




vrijdag 12 juni 2026

Van rekenliniaal via rekenmachine naar...

Soms denk ik terug aan de middelbare school, toen we de rekenliniaal moesten inruilen voor een rekenmachine. De rekenliniaal gaf zoveel meer inzicht in verhoudingen, maar was tegelijkertijd lastiger te bedienen. In voorbereiding op de wis- en natuurkunde examens mocht ik klasgenoten helpen bij het maken van oefenopgaven. Opvallend was dat iedereen geneigd was bij iedere rekensom automatisch naar de rekenmachine te grijpen, ook bij het optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen van 1 digit cijfers (bijvoorbeeld 2 + 6). Mijn conclusie was dat inderdaad het gebruik van een rekenmachine je lui maakt. Ik vroeg me af of dat ook gold voor het gebruik van de fiets, was dat een reden om minder spierfunctie te ontwikkelen bij gelijkblijvende afstand overbrugging?


Photo by Matvei: https://www.pexels.com/photo/vintage-study-setup-with-books-and-analog-radio-37397516/

Natuurlijk was dit laatste niet perse het geval. Immers, dankzij de inzet van de fiets kwamen er veel meer kilometers in de dagelijks te overbruggen afstanden. Mensen konden naar een school verder weg, of vrienden bezoeken die verder van huis woonden, waardoor de totale hoeveelheid te investeren energie in dagelijkse mobiliteit ongeveer gelijk bleef. Wel kon ik me voorstellen dat er als je volledig op wandelen (en eventueel snelwandelen en rennen) bent aangewezen voor je mobiliteit, je ten dele andere spiergroepen gebruikte dan wanneer je zoals wij in die dagen allemaal een fiets had. Eigenlijk kan ik me niet herinneren dat veel jongeren toen met de auto naar school werden gebracht en gehaald. Wel weet ik dat ik een behoorlijk eind moest fietsen (10 km) terwijl sommige klasgenoten ongeveer naast de school woonden. Hadden zij dan minder conditie? Of moesten zij meer sporten doen, om evenveel energie kwijt te raken?

Nu zijn we ongeveer 50 jaar verder, een halve eeuw, en de rekenmachine van destijds die het gemakkelijk maakte om het zelf tellen (denken) uit te schakelen, is via computers en slimme algoritmes getransformeerd tot een artificiele intelligentie die ons op veel meer vlakken van denken verleid om ons aan haar over te geven. De fiets die onze actieradius vergrootte, is verder gemotoriseerd, en om ons lichaam – onze spieren, energie – nog te oefenen, zijn we massaal aangewezen op sportscholen, of, trainingsprogramma's. Ondertussen weten we dat obesitas in de “welvarende” wereld een van de meest wijdverbreide gezondheidsrisico's vormt, en dat zelfstandig denken en daarbij niet vervallen in gemakkelijk meedeinen op de polariserende ritmiek van algoritmische dichotomieën in de sociale media echo-kamers die er op gericht zijn onze aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Afleiden of afgeleid worden is momenteel meer de grote kwestie dan “to be or not to be”.

Nu lees ik regelmatig meningen waarin het gebruik van chatbots wordt verdedigd, door te stellen dat mensen ook in de eerste helft van de negentiende eeuw tegen de opkomst van treinen waren, of in de tweede helft van de negentiende eeuw de opkomst van de fotografie. Of de fiets, of de rekenmachine? Impliciet in deze verdediging zit dat dit de wereld, of de mens, niet ten val heeft gebracht, en dus dat chatbots dat ook niet zullen doen, ondanks dat ook nu er weerstand is. Dit is niet alleen een drogrede. Feitelijk kunnen we ons afvragen of mensen die in de negentiende eeuw tegen de opkomende technologisering waren niet een punt hadden.

Water stroomt waar het gaan kan!

Water stroomt waar het gaan kan. Tegelijkertijd stroomt water nooit waar het niet gaan kan. Open deur? Jazeker, en tegelijkertijd ééntje di...