Verhalen die we vertellen, en die in onze (sociale) netwerken verteld worden, hebben grote invloed op hoe we als individuen ons eigen doen, laten en (meer essentieel) 'zijn' ervaren. Onze weerbaarheid is in eerste instantie een psychische grootheid, net als onze karakter opmaak, en driften, emoties en (on)deugden. Maar de cultuur speelt hier op in, ze kan onze coping style beïnvloeden. Ten eerste zijn er culturele verwachtingen, die als (impliciete) narratieven in de lucht hangen. Verwachtingen met betrekking tot leeftijd, bijvoorbeeld, geslacht, maatschappelijke positie. Is ons gedrag leeftijd adequaat, zou bijvoorbeeld een vraag kunnen zijn. Culturele meta narratieven gaan bijvoorbeeld ook over hoe we ons met bepaalde dagen gedragen (vergevingsgezind met kerst, of wat sombertjes op Blue Monday).
Culturele verwachtingen veranderen ook over tijd. Soms gaan ze ook over kenmerkende waarden, bijvoorbeeld aan het geslacht gekoppeld. Waar bijvoorbeeld in onze cultuur een tamelijk losgeslagen seksuele 'drive' in de jaren 70 bij een man gemakkelijk kon bijdragen aan het verhaal een echte kerel te zijn, zou dat nu wel eens kunnen bijdragen aan een verhaal met schaamte, minderwaardigheid, of zelfs (seks) verslaving. Omgekeerd zou zo'n seks drive bij een vrouw in de jaren 70 makkelijk leiden tot een pathologisch verhaal met termen als nymfomanie, of zelfs prostitutie, terwijl dat nu wellicht zou kunnen bijdragen aan een verhaal over zelfstandigheid en eigen regie, juist op dit gebied, dat eeuwenlang bepaald geweest lijkt door mannen. Kortom, hoe we ons eigen handelen interpreteren - wat en wie we zijn – is altijd gebonden aan onze positie in het netwerk, gedefinieerd door de in dat (sociale) netwerk 'vigerende' verhalen en de zelf beschrijving die we uiteindelijk daaruit opmaken.
Belangrijk is om vast te stellen dat deze verhalen niet perse waar (of onwaar) zijn. Wat ik met het seksdrive voorbeeld probeerde duidelijk te maken, is dat wat we nu als juist zien, iets heel anders kan zijn dan wat we enkele decennia geleden als juist zagen. Hoewel morele waarden en oordelen onderdeel vormen van de narratieven, zijn ze niet absoluut. Ze kunnen zelfs 180 graden omdraaien. Zanger Julio Iglesias, bijvoorbeeld, zou met duizenden vrouwen het bed gedeeld hebben, en dat was een paar decennia geleden een regelrechte aanbeveling om hem een echte ster te vinden. Deze week stond hij terecht om niet svrijwillige seks met een medewerkster.
Een bepaalde tijdgeest – een collectief gedeeld narratief – kan gegeven iemands persoonlijke mogelijkheden en beperkingen bijdragen aan een positieve zelf beschrijving (appraisal), of juist aan een negatieve, met beperkingen en wellicht zelfs (ervaren) handicap. Iemand kan bijvoorbeeld ergens erg goed in zijn, bijvoorbeeld correctie van teksten op spelling en grammatica. Als dan door bijvoorbeeld voortschrijdende technologieën dit niet meer op dezelfde schaal als voorheen nodig is, kan iemand diens gewaardeerde positie in de samenleving kwijt raken. Kan, want natuurlijk is het heel goed mogelijk, dat iemand de essentiele vaardigheid toch weet te vertalen naar bijvoorbeeld een iets abstracter niveau, waar nog wel vraag naar is. In dat geval is er sprake van efficiente weerbaarheid. De corrector van tekst, is in staat om de logische argumentatie per alineas perfect te volgen, en in te delen op correct, of incorrect en werkt nu bijvoorbeeld als trainer van generatieve AI.
We begeven ons in verschillende netwerken, die allen deel zijn van een groter netwerk. Ieder deel netwerk heeft haar (deels) eigen verhalen. Als we lid zijn van een politieke partij, of een hobby- of sportvereniging, zullen daar de verhalen een telkens een andere kleur krijgen dan op ons werk. Werk in de publieke sector is dan weer anders dan werken in de commercie, of in de industrie. De gebeurtenissen die op ons afkomen krijgen telkens afhankelijk van het deel netwerk (in een sociale media omgeving wel 'bulb' genoemd) een wat andere kleur. In iedere 'bulb' zijn de verhalen anders afgestemd, en de waarderingen anders ingesteld. Zo hebben veel 'bulbs' eigen trigger signalen, ook wel hondenfluitjes genoemd.
Belangrijk is om ook hier weer te beseffen, dat er geen intrinsieke waarde kan worden toegekend aan de verhalen behorend bij een bepaalde beroepsgroepen, hobbies, of meer algemeen, activiteiten of menselijk gedrag. De verhalen en dus ook de zelf beschrijvingen, zijn nooit af. Zo lang we leven veranderen de verhalen die in de netwerken waar we deel van uitmaken en stellen we onze zelf beschrijvingen bij. De verhalen zijn vooral impliciet, en vaak slechts gedeeltelijk expliciet.
Steeds sterker wordt ons doen en laten ook beinvloed door de verhalen die over consumptiegoederen worden verteld. Wij zijn wat we eten, of we zijn wat we kopen. Zo impliceerde het rijden in een Tesla een jaar of 10 geleden automatisch dat je een voorloper was, succesvol (anders kon je je dit niet permitteren), met het juiste gevoel voor het milieu en de toekomst van de planeet. Juist de beinvloeding via 24/7 sociale media bulbs die draaien om goederen en diensten die op jouw persoonlijke interesses en zijn afgestemd zouden worden, vormt een continue bron van narratieve componenten. Een bron die ons steeds noodzaakt bezig te zijn met te onderzoeken wie we zijn geworden, waar we nu staan. Er is echter een discrepantie tussen wat we dromen en wat we kopen, waar ik volgende blog op in ga.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten