Als ik vanochtend heel vroeg met Miep (onze zwarte labrador) door het veld loop, geniet ik van de dauw die over de velden hangt. Deze dauw sluiers worden hier in Drenthe de witte wieven genoemd, sluiers over het Esdal landschap. De op de zandgronden ontstane weilanden worden al meer dan duizend jaar begraasd door onder meer schapen, en in deze tijd van schaalvergroting worden de hierdoor ontstane essen langzaam weer door de natuur overgenomen. Het is schitterend. Waar voor de massa mobiliteit door trein- en automobiliteit de bevolking die op de minder vruchtbare zandgronden leefde hier wel moesten zorgen voor voedsel en andere dierlijke producten (zoals wol, honing), kunnen we nu dankzij de schaalvergroting deze producten in de winkels kopen, die op landbouwgronden zijn verbouwd die veel rijker zijn. Rijker dan met het oog op landbouwproducten. Zandgrond doet het prima als grond voor bossen, en is veel vriendelijker om door te lopen dan bijvoorbeeld kleigrond, die voedzamer is (“rijker”), maar veel zwaarder te verbouwen.
Al mijmerend denk ik na over hoe een beweging als "industriële" mobiliteit, in volgorde van ontstaan: treinen, auto's, motorfietsen, fietsen (ja in deze volgorde, de moderne fiets werd in de negentiende eeuw na de eerste motorfietsen pas uitgevonden, door de motor weg te halen en de trappers over te houden) en vliegtuigen (begin negentiende eeuw). Hierdoor is de wereld kleiner geworden, en kunnen de menselijke kernactiviteiten (verbouwen van voedsel, productie van kleding, winnen en toepassen bouwmaterialen waaronder wegenbouw) gedifferentieerd kunnen worden geconcentreerd in gebieden die er het meest geschikt voor zijn. Het meest geschikt op het ene moment, kan door uitputting, of andere factoren, waaronder rampen als oorlog, klimaatverandering, op een later moment anders zijn. Dan treedt de wet van de remmende voorsprong op, als je al de activiteiten specialistisch hebt gedifferentieerd en dat als geheel (economisch en/of technologisch) mechanisme hiërarchisch hebt geïntegreerd, is verandering praktisch onmogelijk.
Ik denk aan die bekende Amsterdamse voetballegende, die stelde: "Elk voordeel heb zijn nadeel”. Dat is te vrijblijvend, denk ik. Heel eenvoudig leven, eencelligen, bijvoorbeeld, hier in de natuur, is al miljarden jaren in staat alles te overleven, terwijl complexe soorten, met hoog gedifferentieerde organen die hiërarchisch geïntegreerd op een complex niveau een geheel vormen als reptiel, vogel, of zoogdier door veranderde omstandigheden bij veranderende omstandigheden vaak het veld moeten ruimen. Alle vele voorgangers van de mens die tussen ons en de gemeenschappelijke voorouder die we delen met de 4 andere mensapen, zijn verdwenen. Onze Homo Sapiens geschiedenis is ontstellend jong (schattingen lopen uiteen tussen de 250 en 400 duizend jaar).
Dan kijk ik naar Miep en besef hoe bekrompen ik denk. De schoonheid van een door meer dan 2000 jaar door mensen bewoond en verbouwd landschap dat weer terug stroomt naar de natuur, terwijl we hier wel wonen, is niet vrij van onze “belevendiging”. "Hoor maar", zeg ik tegen Miep. Overal hoor ik een continu gezoem, soms komt er één "stem" even bovenuit: de motor van een motorfiets. Het geluid, net als bij nacht het kunstmatig licht (lichtvervuiling) is onderdeel van de herverdeling van land en natuur, bijproduct van eerder genoemde differentiatie en hiërarchische integratie. De terugkeer naar de natuur wordt verduisterd door machinaal geluid en kunst licht, en daarmee is onze relatie met die natuur toch complexer dan ik dacht. Alles hangt met alles samen, en in dat wonderlijk complexe geheel kijk ik Miep aan, en voel me gelukkig. Inzicht mogen ervaren, geeft een pracht begin van een nieuwe, complexe dag!
Al mijmerend denk ik na over hoe een beweging als "industriële" mobiliteit, in volgorde van ontstaan: treinen, auto's, motorfietsen, fietsen (ja in deze volgorde, de moderne fiets werd in de negentiende eeuw na de eerste motorfietsen pas uitgevonden, door de motor weg te halen en de trappers over te houden) en vliegtuigen (begin negentiende eeuw). Hierdoor is de wereld kleiner geworden, en kunnen de menselijke kernactiviteiten (verbouwen van voedsel, productie van kleding, winnen en toepassen bouwmaterialen waaronder wegenbouw) gedifferentieerd kunnen worden geconcentreerd in gebieden die er het meest geschikt voor zijn. Het meest geschikt op het ene moment, kan door uitputting, of andere factoren, waaronder rampen als oorlog, klimaatverandering, op een later moment anders zijn. Dan treedt de wet van de remmende voorsprong op, als je al de activiteiten specialistisch hebt gedifferentieerd en dat als geheel (economisch en/of technologisch) mechanisme hiërarchisch hebt geïntegreerd, is verandering praktisch onmogelijk.
Ik denk aan die bekende Amsterdamse voetballegende, die stelde: "Elk voordeel heb zijn nadeel”. Dat is te vrijblijvend, denk ik. Heel eenvoudig leven, eencelligen, bijvoorbeeld, hier in de natuur, is al miljarden jaren in staat alles te overleven, terwijl complexe soorten, met hoog gedifferentieerde organen die hiërarchisch geïntegreerd op een complex niveau een geheel vormen als reptiel, vogel, of zoogdier door veranderde omstandigheden bij veranderende omstandigheden vaak het veld moeten ruimen. Alle vele voorgangers van de mens die tussen ons en de gemeenschappelijke voorouder die we delen met de 4 andere mensapen, zijn verdwenen. Onze Homo Sapiens geschiedenis is ontstellend jong (schattingen lopen uiteen tussen de 250 en 400 duizend jaar).
Dan kijk ik naar Miep en besef hoe bekrompen ik denk. De schoonheid van een door meer dan 2000 jaar door mensen bewoond en verbouwd landschap dat weer terug stroomt naar de natuur, terwijl we hier wel wonen, is niet vrij van onze “belevendiging”. "Hoor maar", zeg ik tegen Miep. Overal hoor ik een continu gezoem, soms komt er één "stem" even bovenuit: de motor van een motorfiets. Het geluid, net als bij nacht het kunstmatig licht (lichtvervuiling) is onderdeel van de herverdeling van land en natuur, bijproduct van eerder genoemde differentiatie en hiërarchische integratie. De terugkeer naar de natuur wordt verduisterd door machinaal geluid en kunst licht, en daarmee is onze relatie met die natuur toch complexer dan ik dacht. Alles hangt met alles samen, en in dat wonderlijk complexe geheel kijk ik Miep aan, en voel me gelukkig. Inzicht mogen ervaren, geeft een pracht begin van een nieuwe, complexe dag!
