donderdag 17 maart 2022

De robot is geen collega!

Scheld je ook wel eens op de computer als het ding niet doet wat jij wilt? Dicht je een apparaat soms persoonlijkheid toe? Mijn oude gitaren zijn voor mij als vrienden, metgezellen door het leven. Filosoof Anthony Kenny (geboren 1931) noemt dit “technologisch antropomorfisme” (een instrument of machine als mens met menselijke eigenschappen aanspreken). Niet doen, en gevaarlijk, stelt hij. Volgens hem heeft artificiële intelligentie, bijvoorbeeld, net zoveel met intelligentie te maken, als een klok met tijdsbesef: niets (wellicht slim geconstrueerd en vanuit sommige opzichten zinvol en vanuit andere opzichten achteraf vaak beslist niet). Het attribueren van intelligentie en andere humane eigenschappen, zoals gevoel en taalbegrip aan techniek, is gevaarlijk en vaak een bron van het onderschatten van het belang van mens-mens relaties en interacties. Hoe “slimmer” de techniek, hoe gevaarlijker, aldus Kenny.

Hoe prachtig een viool in bekwame handen ook mag klinken, het ding heeft geen ziel. Een robot is geen collega, maar een instrument (zelfs als jij er door "bespeeld" wordt, daar ga ik zo verder op in). Antropomorfisme helpt een gebruiker soms wel de mogelijkheden en beperkingen van een instrument beter te leren kennen. Als je een machine moet leren gebruiken, en je benadert het ding via het toekennen van menselijke eigenschappen, bijvoorbeeld als je bij het schakelen in de auto het ding hoort krassen en je zegt: dat vindt hij niet prettig, dan helpt dat het apparaat sneller te leren begrijpen. Bij het werken met computers geldt dit wellicht nog meer, als je teveel rekencapaciteit vraagt, bijvoorbeeld, zeg je: “nu gaat hij over zijn nek”, of “hij hangt”.

Er is één heel groot verschil tussen oudere technologieën, zoals violen en computers en nieuwere technologieën (internet zoekmachines, robots, chatbots, etc.). Oudere technieken zijn voornamelijk instrumenten in onze handen; hoewel we slechts een beperkte subset van ons eigen handelingsrepertoire kunnen inzetten, is dat wel om onze eigen gestelde doelen te behalen. Maar nieuwe techniek gebruikt vaak zonder dat je het bewust bent jou als instrument. Daarom zijn nieuwe technologieën slechts zeer ten delen op te vatten als instrumenten of gereedschappen. Bij instrumentele techniek is duidelijk wat het jou kan aandoen: een stuurfout in de auto, kan dat tot een naar ongeluk leiden, een misslag met de hamer kan leiden tot een zere duim of erger. Bij nieuwe technologieën is dit echter onduidelijker.

Nieuwe technologieën hebben soms jou als (deel)onderwerp, zonder dat je dat doorhebt en/of er (bewust) voor gekozen hebt. Terwijl jij denkt dat jij iets op het internet zoekt, wordt jouw zoekgedrag geanalyseerd en wordt jij aan een steeds beter passend profiel toegekend. Of je verplaatsingspatronen in de openbare ruimten worden geregistreerd (type winkelende consument, wandelaar, etc.). Of hoe goed je concentratie is, hoe vaak je in de auto corrigeert op een rechte weg (lane-departure, bv ivm verzekeringspremie), hoe diep je hoe lang slaapt, hoeveel stappen je zet, hoeveel van welk product je uit je koelkast gebruikt, etc. Ongevraagd krijg je een digitale tweeling, een schaduwwerkelijkheid, die door derden goed te volgen is om jou op tijd te waarschuwen, of, in slechte handen, te manipuleren of zelfs uit te schakelen. Toegepaste wetenschap doet met het opstellen van bv Persona’s (profielen van mensen met bv afstand tot werk) ook een duit in het zakje, maar dat is door de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en het niet beschikken over zoekmachine (en algoritmes) a la Google, feitelijk vooral fancy.

Technologisch antropomorfisme maakt ons tolerant naar deze nieuwe systemen, die allemaal “iets” oplossen. Welk probleem was het ook alweer? Oh ja, gepersonifieerde reclamegelden bekostigen BigTech en zo de economie, onder het motto “technologische vooruitgang”, met als “uitdaging” ecological decline (nog op te lossen, goed voor toekomstige BigTech/economie). Gisteren nog las ik dat een tekort aan onderwijzers opgelost kan worden door ... de robot als onderwijzer! 

Iedere onderwijzer een hooglerarensalaris betalen zou die tekorten vast effectiever oplossen, het is een kwestie van keuze. Menszijn doen we in verbinding met elkaar! Een robot inzetten omdat een mens (het) niet kan, maakt de machine geen collega, tenzij we geen bezwaar hebben tegen technologisch antropomorfisme. I object!

donderdag 10 maart 2022

In dubio abstine: stoppen met leven voor uitroeptekens!

Vanaf dat ik me kan herinneren, hoor ik superlatieven: de grootste hits, beste films allertijden, of juist de slechtste mens. Wat ik toen niet kon begrijpen, is dat juist dit ons streven en oordeel ééndimensionaal maakt; het denken in termen van, of streven naar het beste, het grootste, het duurste, het nieuwste, of juist het rijpste, de knapste, de slimste, de mooiste maakt vaak meer stuk dan ons lief is. 

Vanuit één perspectief kan iets het beste zijn, of het uniekste, maar vanuit een aan oneindig grenzend aantal andere perspectieven is het dat niet, soms zelfs juist niet. Het denken in superlatieven (de overtreffende trap, zeg maar) leidt tot eenvormigheid, en niet tot diversiteit. Immers, het concept de beste docent, bijvoorbeeld, gaat er van uit dat er met 1 maatstaaf kan worden afgemeten waar zo’n persoon aan moet voldoen. Maar een pianodocent moet heel andere vaardigheden te berde brengen om zijn/haar pupil te laten slagen, dan de natuurkundedocent. Bovendien, wat is slagen? Ben je geslaagd omdat je leerling enorm veel plezier beleefd aan het spelen van een kinderliedje op de piano, of dat ze Mozart perfect kan spelen? Daarbij, op welke leeftijd, vanuit welke achtergrond? Of ben je geslaagd als je een klas in een zeer diverse wijk met kinderen van ouders met een lage SES de liefde voor natuurkunde kunt bijbrengen?

Om even te blijven bij het voorbeeld van de docent, de beste docent is zelden een docent op het VMBO, of een pianodocent aan leerlingen met Downsyndroom. En waarom niet? De beste middelbare school is zelden een VMBO. Waarom? Wat is goed onderwijs? Wij gaan er vaak impliciet vanuit dat hoe "hoger" het niveau, hoe "beter" het onderwijs, maar ik kan me heel goed voorstellen dat ambachtelijk onderwijs (VMBO, Middelbaar Beroepsonderwijs) feitelijk vanuit heel veel gezichtspunten toponderwijs is, bv met betrekking tot het plezier om echt iets te maken, in plaats van op een “hoger” niveau een (tweede tot tienderangs) "hoofdwerker" (lees kantoorarbeider) te worden... 

Natuurlijk snap ik dat als het je lukt om een “make-believe” te creëren waarin jouw product of vakmanschap tot de top behoort, dit in ons economisch systeem tot een selffulfilling prophecy kan leiden, waardoor de aanvankelijke “droom” uiteindelijk in veel aspecten werkelijkheid kan worden. De Beatles, bijvoorbeeld, zijn door een unieke cocktail van het momentum - de tijd, de kansen die ze kregen en de vakmensen om hun heen, inclusief hun eigen talent, de receptie van de wereld (de geschiedenis) – en alle prachtige verhalenvertellers tot en met vandaag de dag, in veel opzichten niet meer te overtreffen. Maar dat komt ook omdat de meetlatten juist door hun succes en handelen zijn gedefinieerd. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld universiteiten als Oxford, Cambridge, MIT en Harvard. 

Diversiteit gaat over het zien van mensen in hun eigenheid, met hun eigen krachten en moeilijkheden. Als er slechts langs één dimensie gemeten wordt, is er altijd maximaal de erkenning van één persoon – de beste op de gemeten dimensie – en daarmee de ontkenning van al die andere personen met hun eigen beste tot en met slechtste dimensies. En zelfs mensen die bijvoorbeeld de succesvolste sterren zijn, blijken zich vaak alsnog op al die niet gemeten dimensies enorm ontkend te voelen.

Voor mij kan de beste ook de monteur zijn, die dag in dag uit klaar staat om riolen te ontstoppen, of de leraar die moeilijk opvoedbare kinderen toch enige aandacht voor poëzie weet bij te brengen, of de bejaardenverzorger die met alle geduld ondanks diverse prikklokken het verstilde bestaan van onze ouders wat kleur weet te geven. Want één ding kan ondertussen zelfs door de grootste strebers niet meer ontkend worden: met al onze innovaties en streven naar steeds beter, mooier en duurder staan we met betrekking tot biodiversiteit, culturele diversiteit en klimaat er slechter voor dan ooit tevoren. Dat is dan toch een superlatief: het slechtste perspectief. Het roer moet om, zo snel mogelijk. Systemen zijn niet altijd de oplossing, maar veel vaker juist het probleem, omdat ze tot eenvormigheid en vermindering van diversiteit leiden. Vul voor systemen technologieën in, en de bewering is even geldig. Als we zouden beginnen niet alleen te streven naar het beste, maar bij twijfel niet te handelen, onze onzekerheid toe te laten, maken we een begin. Laten we stoppen met (uitsluitend) te leven voor uitroeptekens!

donderdag 3 maart 2022

Nieuwe werkelijkheid

Het is gek gelopen, de afgelopen 15 jaar. Had ik 15 jaar geleden een eigen kantoor, met eigen boekenkast op het werk, tegenwoordig ben ik ondanks dat ik op de sociale ladder geklommen ben, op het werk zelf een vluchteling geworden. Gisteren ben ik voor het eerst sinds lange tijd weer een hele dag fysiek op het werk geweest. De aanleiding was tweeërlei: een fysiek (dus niet online) college, en het tegelijkertijd met veel andere Corona maatregelen vervallen van het thuiswerkadvies. Onwennig liep ik om 8:45 het gebouw binnen, wetende dat mijn college pas aan het eind van de middag was. Direct om 9 uur had ik een vergadering, maar op één collega na, was iedereen thuis aan het werk. Ik zocht een lege ruimte, want de kamer waar ik was gaan zitten was ondertussen gevuld met 2 collega’s, die niet perse op mijn Teams-vergaderbijdrage zaten te wachten. Ik zag de collega zitten en dacht er bij te gaan zitten, maar het tegelijkertijd in het echt horen van de stem en op de koptelefoon veel later horen van de collega’s was zo verwarrend, dat ik snel een andere lege kamer zocht. Na een minuut of 10 kwam er iemand, die met (gespeeld) spijtig gezicht vertelde dat ze deze kamer had gereserveerd, dus met mijn laptop en telefoon in de hand en koptelefoon op ging ik verder op speurtocht, ondertussen doorvergaderend.

Na de meeting van 9 tot 10 kwam er één van 10 tot 11, van 11 tot 12, toen even pauze, en toen opnieuw … Alle vergaderingen kwam er minimaal één collega die de ruimte waar ik zat opeiste, die het erg speet, maar wel had gereserveerd en dus ging ik telkens weer op zoek naar een lege ruimte, die er gelukkig genoeg waren. Door dat continu verplaatsen, had ik mijn apparatuur niet bedrijfszeker om me heen staan, kon ik nergens double-tasken, raakte ik met mijn mails en redigeerwerk achterop. Eindelijk kwam het tijdstip van het hoorcollege: GEWELDIG! Echte studenten, niet via Teams ... Na mijn college van 1,5 uur heb ik zeker nog een half uur nagepraat met wat studenten, er waren zoveel vragen. 

Toen ik thuiskwam in de avond, ben ik direct naar bed gegaan. De peer reviews van een artikel voor een Amerikaans tijdschrift moet maar even wachten, net als de drukproef van mijn hoofdstuk in een eveneens Amerikaans boek. Ik was op.

Vanochtend ben ik al heel vroeg begonnen, ik had er zin in, aan de slag in mijn eigen thuiskantoor met mijn eigen computers. Het feit dat ik een blogje schrijf laat zien, dat ik alweer een stuk achterstand heb kunnen inlopen. Tussen de middag, tijdens de wandeling met de hond, bedenk ik deze blog. Er vindt een verplaatsing plaats als gevolg van de moderne communicatietechnieken, die nooit eerder zo duidelijk voelbaar was. Door onder meer het internet, kon de afstand tussen wonen en werken groter worden, konden mensen ook vanuit huis werkzaamheden doen (e-mails beantwoorden, lessen voorbereiden, etc.). Daardoor is het aantal werkplekken van 1 plek per werknemer teruggebracht naar 1 plek per 2 of 3 werknemers. Als alle collega’s van “mijn” academie tegelijk op het werk gaan werken, komen we enorm veel werkplekken tekort. De kantoortuin is zo geboren. Maar door Corona hebben we allemaal weer een eigen kantoor gekregen, met boekenkast, supercomputers, precies door onszelf ingericht in een omgeving waar we ook nog eens (vaak) zelf voor gekozen hebben. 

Zo heeft Saxion dus een kantoor in Oud Aalden, in mijn huis. Mijn lief Victorine, die ondertussen directeur van het Domein Zorg en Welzijn is geworden bij Windesheim, zit overigens één deur verder. Zo grenst Saxion aan Windesheim, en waarschijnlijk via al die andere collega’s die ik gisteren vanuit hun thuiskantoren sprak via Teams, aan zeer veel andere universiteiten, hogescholen, bedrijven en instellingen.

Maar … eigenlijk past de  inrichting (kantoortuinen, etc.) en bv een reserveringssysteem niet meer bij de huidige werkelijkheid. De inrichting op het Hoofdkantoor moet bestaan uit vele kleine ruimte, waar wie het eerst komt mag zitten. De omgeving moet veel aantrekkelijker worden, als een prachtig museum, met zalen voor iedere academie, waar je kan experimenteren in de labs. Want, zeg nu zelf, eigen kantoren zijn voor thuis! Bring in your own device werd met roerend goed niet overal een succes, maar nu wel met onroerend goed, TOP!

donderdag 24 februari 2022

Boerenverstand: Zelfdeterminatie theorie …

Het houdt me al een tijdje bezig. Begin van dit jaar, ongeveer halverwege januari, heb ik een search gedaan naar peer-reviewed articles op de zoekterm “self-determination theory”, gepubliceerd in ... 2022! Wat denkt u, ruim 15000 hits, vandaag 20.700. In 1985 schreven psychologen Edward Deci (1942) en Richard Ryan (1953) Self-Determination and Intrinsic Motivation in Human Behavior. De theorie heeft 3 componenten en klinkt simpel: Intrinsieke motivatie wordt versterkt door het ervaren van (1) sociale verbondenheid, (2) autonomie en (3) competentie. Feitelijk waren deze zaken natuurlijk al bekend vanaf de grote Griekse filosofen, maar ze zijn toch in relatie met onze Westerse samenleving best spannend. 

 

Zo was er in de vorige eeuw dat rare behaviorisme, dat van elk organisme een stimulus-respons machine maakte, die slechts reageert en leert door straffen en belonen van (al dan niet toevallig) optredende gedragingen. Nee dus, liet Deci al begin jaren 70 zien in een aantal experimenten; mensen leven en leren in verbintenis met elkaar, en als ze daarbij ook competentie en autonomie ervaren, ontstaat vanzelf de intrinsieke motivatie hiertoe. Vermoedelijk zou niemand dit tegengesproken hebben, als we niet vanaf het begin van de 20ste eeuw tot en met B.F. Skinner in de jaren ’60 gedomineerd waren door (Amerikaans) behaviorisme. Gelukkig zijn we daarvan af; ook andere (zoog)dieren en vogels zien we (weer) als medewezens en niet meer als louter machientjes. 

 

Het tweede opmerkelijke (zelfs contra intuïtieve) punt dat de theorie stelt, is dat de intrinsieke motivatie wordt verminderd door extrinsieke beloning. Dat gaat via component (2), autonomie. Als je zelf iets wilt, er hard voor werkt (en het in sociale verbondenheid is en je daarbij je eigen competentie voldoende ervaart), is de intrinsieke motivatie veel hoger, dan als je ergens dik voor wordt betaald. Ook dit mechanisme is in een paar experimenten bewezen. Maar onze westerse wereld stelt juist continu dat mensen in topfuncties heel veel betaald moeten worden. Daar zit een dispariteit. Voetballen topspelers alleen nog voor het geld, niet voor de lol, of de club? Betalen we daarom ministers relatief weinig aan de CEO’s van bijvoorbeeld een bank? Een minister moet intrinsiek gemotiveerd zijn, een bankdirecteur of voetballer heeft gewoon een rotbaan die niet op intrinsieke motivatie kan berusten, dus dan maar veel betalen. 

 

Maar wat me verbaasd is dat nu, bijna 50 jaar later, deze theorie zo populair is. Want, hoe veel waardering ze ook verdienen voor het bekritiseren van “onhoudbare” tradities – behaviorisme en het economisch/kapitalistisch model – de theorie is een open deur, heel algemeen. Maar hyperspecialisme past niet echt bij sociale wetenschap. Dat doet me denken aan columnist Ewald Engelen, die de Groene Amsterdammer van 9 februari 2022 John Maynard Keynes citeert: “It is better to be roughly right than precisely wrong.” Net als bij de economische crisis, waar “econocraten” met zeer specialistische kennis de plank volledig missloegen, zo beweert Engelen, is er nu bij Corona de plank misgeslagen door wat hij noemt de “virocraten”, de “ongekozen hyperspecialisten die een vrijbrief hebben gekregen om aan de knoppen van samenleving en economie te draaien om het reproductiecijfer van het virus omlaag te krijgen.” Hij merkt vervolgens op dat – net als de econocraten in de 2008 economische crisis – die hyperspecialisten er keer op keer naast zaten, ondanks onder meer een razendsnel opgetuigd hightech controlesysteem met apps en noodwetgeving, en trekt er drie lessen uit: individuele hyperspecialisatie maakt collectief dom, in zo’n crisis weet niemand het, en meer overstijgende slimheid (dus niet wetenschappelijk hyperspecialisme) is geboden. Dus zeg maar, boerenverstand. 

 

Met een slordige 370 peer-reviewed artikelen per dag (!) over de “boerenverstand” zelf-determinatietheorie – valt psychologie in ieder geval geen hyperspecialisme te verwijten Twee conclusies: (1) intrinsieke motivatie is in onze hedendaagse (hypergespecialiseerde) samenleving en arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend, anders zou er niet zo veel over gepubliceerd worden en (2) peer review leidt in de psychologie niet vanzelf tot algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten. De wetten van Newton in de fysica, bv, hoeven niet honderden keren per dag opnieuw "bewezen" (gepubliceerd) te worden. Psychologie lijkt hiermee meer dan op wetenschap op de kunsten, waarin bv telkens opnieuw verliefd worden wordt bezongen of verbeeld. Maar artiesten doen dat niet peer-reviewed, maar juist vanuit hun autonome zelf. Is er niet een theorie die het belang van autonomie benadrukt? Roepen we hiermee misschien ook een beetje voor erkenning van onze eigen authenticiteit? Of is dat te veel geredeneerd vanuit het boerenverstand? Vakgenoten?!


donderdag 17 februari 2022

Na ons de zondvloed?

Voor de tweede keer binnen een half jaar wordt één van onze kinderen uit huis gezet. Niet omdat ze vervelende of luidruchtige huurders zouden zijn, maar omdat de verhuurder maar een beperkte opslag per jaar mag doorrekenen. Het is zo dat je vanwege je status als student slechts met moeite een huurcontract van een jaar kan krijgen. In deze tijd stijgen de huurprijzen vanwege de grote vraag en het beperkte aanbod (woningnood) zo snel, dat de verhuurbazen een dief van hun eigen portemonnee zouden zijn als ze niet na een jaar met nieuwe huurders opnieuw zouden beginnen, voor een veel hogere prijs. Het geldend gebod (imperatief) in onze samenleving is groei, ergens beter van worden, en dat gekoppeld aan een economie van oneindige groei uit eindige middelen, is het logisch dat mensen onderdak geven en daarmee veiligheid slechts op de zoveelste plaats komt. Bovendien, hoe zou je een Mercedes met aan elke kant twee gigantische uitlaatpijpen op de weg kunnen houden, als je slechts de wettelijk geregelde maximale jaarlijkse huurverhogingen mag doorrekenen? En dan die inflatie …

Mijn jongste zoon, Thorvald, die dus nu op straat komt, woont samen met zijn vriendin. Beiden werken hard, naast hun studie. Thorvald geeft bijles aan Havo/VWO leerlingen in wis- en natuurkunde, zijn vriendin werkt naast haar stage nog in een winkel, en beiden koerieren ze ook nog een paar uur per week voor een bezorgdienst (“goed voor onze lichaamsbeweging”). Hun positieve instelling helpt echter niet om in aanmerking te komen voor een woning.

Soms schaam ik me voor de wereld waarin we onze kinderen hebben gezet. Gelukkig hebben ze heel goed door hoe het werkt. Op weg naar een woningbezichtiging wijst Thorvald me op de “wetmatigheid” dat innovatie – hoe positief of goed bedoeld ook – uiteindelijk volledig wordt geassimileerd binnen het dominerend imperatief. Een mooie innovatie in de VR-bril, bijvoorbeeld, is om de oogbewegingen te volgen en op grond daarvan de beeldkwaliteit hoog te maken in het centrum van je beeldveld (de fovea centralis) en in de periferie lager. Hierdoor gaat er minder (render) capaciteit naar de beeldopbouw en blijft er dus meer processorcapaciteit over voor andere aspecten van de VR-game. Prachtig, maar ondertussen standaard in VR-brillen, en gebruikt om reclameboodschappen te pauzeren als de gebruiker wegkijkt. Inderdaad, de imperatief is verdienen, oneindige groei uit eindige middelen, en dus wordt deze slimme technische innovatie omgebogen, om dát doel te dienen.

Elon Musk betoogt in een internet lezing dat technologische innovatie niet vanzelf tot verbetering leidt. Hij betoogt dat er keihard gewerkt moet worden om tegen te gaan dat mensgemaakte zaken zonder aandacht vanzelf slechter worden. Veel grote technieken, en zelfs hele geavanceerde beschavingen zijn ten onder gegaan, en dat zal zeer waarschijnlijk de onze ook overkomen, nu desastreuzer dan ooit. Dit motiveert Musk te werken aan de ontsnapping: hij wil elke dag hoopvol wakker worden. Zonder ruimtevaartprogramma geen perspectief, enkel depressief. Musk ziet dus de gevaren, en meent vandaaruit kennelijk dat alles geoorloofd is, zoals vreselijk dierenleed veroorzaken door bij apen hersenchips te implementeren om “biologische” AI te ontwikkelen. Hij vult gaten met gaten.

Mooie innovaties pakken zo vaak negatief uit. De Wereldbibliotheek en een top encyclopedie (Wikipedia) overal beschikbaar, hoe mooi kan het zijn. En tegelijkertijd de “gepersonifieerde” reclamebubbels waarin we allemaal gevangen zitten als consumptieschapen die de kassa’s laten rinkelen van BigTech in het dominante imperatief en daarmee democratie uithollen. Continu worden we gescreend en ingedeeld naar behoeften, om onze appetijt te kunnen stimuleren met advertenties van de best betalende producent. Het internet is een nutsvoorziening, maar dan wel uiteindelijk toch weer volledig in handen van het grote geld. Net als de huurwoningvoorraad, de politiek en ja … wat feitelijk niet? Marx beweerde al in 1867: “Après moi, le déluge! (Na ons, de zondvloed, toegeschreven aan de maîtresse van koning Lodewijk XV) is the watchword of every capitalist and of every capitalist nation” (Das Kapital, part 1). Dostoyevsky gebruikte deze uitdrukking in The Idiot (1868).

Gelukkig zijn er mooie initiatieven, zoals sociaal ondernemen en CityDeals. Wij hebben de nieuwe generatie hard nodig om uit de ellende te komen. Maar dan moeten we ze wel eerst leefruimte gunnen! Oh ja, en de bewust onbekwamen (the idiots van “na ons de zondvloed”), zoals Musk en huurbazen  moeten we uit hun nek halen.


donderdag 10 februari 2022

Onzekerheid 3 (slot)

Juist als je ergens onzeker over bent, maar je je deze onzekerheid niet kunt permitteren, ben je geneigd dit te overschreeuwen. Zo is voor net bekeerden geloof vaak meer een zekerheid, dan een hopen in een zekere mate van vertrouwen. Of onzeker over een partner, terwijl je zo blij bent dat je (eindelijk) iemand gevonden hebt, dat je maar direct in het huwelijk treedt. Het is vanuit dit mechanisme dat ik de Corona zekerheid (wellicht zowel de “waarheid” als de conspiracies) denk te begrijpen. Immers, er is in mijn ogen juist hier sprake van digitization, dichotoom denken: je bent in lijn met de “waarheid”, of je bent een wappie, die alles in twijfel trekt. Zelfs in vriendschappen en huwelijken waar over alles gesproken kan worden, lijkt zo’n met ongepermitteerde onzekerheid beladen kwestie een ware splijtzwam te kunnen worden. Families worden dan uiteengedreven, ouders die hun kinderen niet meer zien en andersom, heel triest.

De psychologie van de onzekerheid biedt hier inzicht. Radicaliseren is een eerste reactie om (tijdelijk) energie te krijgen om van richting te kunnen veranderen. Wellicht het bekendste voorbeeld is verliefdheid, het helpt je de (relationele) koers te verzetten, en bijvoorbeeld het ouderlijk huis of de familiebanden te verlaten, of om te vormen in nieuwe levenspartners. Echter, tijdens de verliefdheid ben je (opnieuw tijdelijk) blind voor de onvolmaaktheden van de ander, en deels van jezelf: liefde maakt blind! Dichotoom, alles of niets, om maar geen cognitieve dissonantie te ervaren. Een ander voorbeeld is als je net iets duurs gekocht hebt, bv een huis, of auto. Er is dan sprake van een soort justificatiedrang, om de juistheid van de keuze te rechtvaardigen (in de psychologie “post decisionele justificatie” genoemd). Confirmation bias speelt een rol bij dit aanvankelijk “radicaliseren”: de neiging om informatie die het eigen geloof bevestigt als “feiten”  te prevaleren boven tegensprekende informatie (“fakenews”). Natuurlijk kunnen mensen die net bekeerd zijn tot bv vegetarisme, of net aan een nieuwe studie zijn begonnen, nog erg fanatiek zijn en iedereen de les willen. Maar niemand heeft de energie om telkens opnieuw op het scherpst van het “spel” (verliefdheid, nieuwe overtuigingen, etc.) te strijden, dus gelukkig komt met de tijd de nuance weer terug. Na de radicale “verliefdheid” (bekering, etc.) krijgt onzekerheid weer een plaats en ontstaat er weer ruimte voor de menselijke maat, voor verbondenheid en nuance. Het verliefde stel dat alleen oog heeft voor elkaar, krijgt op termijn weer oog voor de rest van de wereld. Ik ben meer dan 50 jaar vegetariër, dus heb ik het daar eigenlijk nooit meer over. Bias verbleekt met de tijd.

Toch ben ik deze week geschrokken van precies dit mechanisme: Neil Young en Spotify. Spotify host de Podcasts van ene Joe Rogan, een man met “alternatieve” content ten aanzien van Corona. Corona zit nog in de fase dat we ons niet anders kunnen permitteren dan dat mainstream media en overheden de feiten hebben, en andere geluiden gesmoord moeten worden. Ten aanzien van Corona kunnen/durven we nog niet anders te denken dan in extremen, dichotoom, in waarheden en pertinente onwaarheden.. Maar juist bij iets waar nog veel onzekerheid over is, is met toenemend inzicht de waarheid van vandaag gedoemd ten dele de onwaarheid van morgen te zijn. Voor nuance is het nog te vroeg, in beide “kampen” spelen Cognitieve Dissonantie en Corfirmation Bias nog hoofdrollen. Neil Young wil niet samen met een charlatan op één platform, dus haalde hij zijn muziek van Spotify en vraagt alle medewerkers ontslag te nemen. 

Spotify is ondertussen grotendeels door de knieën gegaan. Maar moeten populisten (meer popsterren volgden Neil) bepalen wat (niet) gehoord mag worden? Dat een ster een verstoft imago een boosterprik geeft, snap ik! Dat de Wired (wetenschap) al 2 artikelen heeft gewijd aan het overzetten van je playlist van Spotify naar bv Apple music, snap ik niet. Onzekerheid toelaten, is de nuance weer een kans geven, en daar draagt dit alles zeker niet aan bij!

donderdag 3 februari 2022

Onzekerheid 2 (vervolg)

De blog over onzekerheid van vorige week leverde veel discussie op in mijn (werk) omgeving. Onzekerheid is zowel een belangrijke (de belangrijkste?) motivator om controle en beheersing na te streven, met alle potentiële rampzalige globale gevolgen, als dat het de drijfveer is om onze menselijkheid in verbinding en met compassie uit te dragen. Ontkenning, haar elimineren door haar te overschreeuwen en een nietsontziende beheers-industrie/economie dus enerzijds, en anderzijds erkenning door erkenning van onze beperking en te komen tot de noodzaak van genade.

Haat – de ultieme haat, zo leerde ik lang geleden van hoogleraar filosofie Cees Struyker Boudier (1937-2015) – is feitelijk iets negeren, doen alsof het er niet is, zoals wij in onze cultuur doen met onzekerheid. Daarentegen is onzekerheid erkennen – het een onderdeel van ons zijn maken – juist het omgekeerde, een basis om te komen tot verbondenheid, begrip, vergeven, te komen tot liefde. We haten onzekerheid en we houden van haar, individueel komt dit tot uiting in overschreeuwen tegenover kwetsbaarheid, collectief bijvoorbeeld in wetenschap en industrie tegenover religie en kunst. Mensvisies gebaseerd op (wetenschappelijke, grote systemen) reductie, tegenover visies gebaseerd op verwondering, vrijheid en verantwoordelijkheid. In dit verband kunnen we waarschijnlijk veel leren van indigenous cultures, die vaak veel meer in harmonie met de natuur leven dan wij … 

Ook deze week werd dit mechanisme – onzekerheidsontkenning tegenover onzekerheidserkenning – me een aantal keer pijnlijk duidelijk. Er hoeft maar iets bedreigends te zijn, zoals nu de perikelen rondom de Voice of Holland, en de roep om beheersing door regulatie komt zo’n beetje in ieder overleg aan de orde: Wat hebben wij over ongepaste omgangsvormen tussen collega’s of tussen docenten en studenten eigenlijk op papier gezet? Op 1 dag kreeg ik dit bij 2 afzonderlijke overleggen te horen.

Grappig, eigenlijk, dat ik vorige week schreef dat een goed college misschien wel 1 of 5 jaar nodig kon hebben om opgepakt te worden. Juist nu moet ik denken aan de colleges die ik in de jaren 80 volgde bij prof. Struyker Boudier, waarin hij uitlegde dat individuele vrijheid en verantwoordelijkheid wordt bedreigd door zowel wetenschappelijk reductionisme, als de wereld van de grote systemen. Fascinerend vond ik de vrije keuzevak colleges zeker, maar als bèta begreep ik het existentialistische gedachtengoed slechts zeer matig. Dat is nu volstrekt anders; gezien de grote problemen – klimaat, vermindering diversiteit op vele vlakken, etc. – kunnen we er niet meer omheen, iedere wetenschapper – alfa, gamma of bèta – dient verantwoording te nemen, en moet, net als tot begin 20ste eeuw vrij algemeen was, ook filosoof/ethicus te zijn! 

Ook in de politiek wordt onzekerheid (toeval) als problematisch opgevat. Tweede Kamerleden neigen met incidenten hun punt te maken naar de kiezers met de roep om beleid en regulering. Alles vastleggen in rules & regulations, gedreven door incidenten die de grenzen op scherp zetten, leidt echter niet tot meer zekerheid. Dit is ook zichtbaar in zwenken tussen centralisatie versus decentralisatie. Zodra ambtenaren op bijvoorbeeld gemeentelijk niveau de ruimte krijgen om eigen beslissingen te nemen, is het land te klein: discriminatie t.o.v. andere gemeenten. Juist COVID leert ons dat we wereldwijd rekening moeten houden met toeval en onzekerheid.

Individueel weten we wat we wel en niet mogen doen. De grenzen van wat binnen een bepaalde (sub) cultuur geoorloofd is en wat niet, veranderen. Studentenverenigingen, motorclubs, maar ook subculturen van bijvoorbeeld vluchtelingen vanuit oorlogsgebied blijken soms behoorlijk andere dan de algemene normen te hanteren. Bovendien schuiven de normen ook continu, wat in het flower power klimaat van de jaren 60 en 70 normaal gevonden werd, zou nu tot een ophef leiden, waar de huidige schandalen niets bij vergeleken zijn. Laat ik volkomen helder zijn, afgedwongen/onvrijwillige seks keur ik volledig af, daar is geen enkele onzekerheid over. Maar moet nu iedere flirt – wellicht ontstaan in onzekerheid/het peilen van wederzijdse interesse – door een omgangsreglement worden vervangen?

Ik ben er niet zo zeker van! Controle op overtreding van dergelijke regels (en wetten) is met AI op bv sociale media zeker steeds meer haalbaar. Of met de straatcamera’s bv automatisch registreren als mensen ongewenst een ander nafluiten, en via gezichtsherkenning meteen beboeten. Maar dat brengt slechts één zekerheid naar boven: totalitaire technologische controle! 1984 komt dichterbij. We zien het gebeuren en kijken ernaar. Geef mij maar de individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en menselijkheid. Onzekerheid is de prijs die we daarvoor moeten betalen, maar liever leven in onzekerheid dan functioneren in schijnzekerheid!


Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...