vrijdag 31 maart 2023

Zet jij jezelf op het spel?

Collega Aldo van Duivenboden (Saxion onderwijs innovatie hub) hoor ik regelmatig zeggen dat het van belang is om, indien je de noodzaak bent gaan inzien van verandering van de wijze waarop wij grootschalig en mondiaal met onze planeet omgaan, jezelf op het spel te zetten. Hierover ben ik gaan nadenken, en hoe meer ik erover na heb gedacht, hoe beter ik begrijp dat dit inderdaad een essentieel aspect is van richting verandering. Als we nergens in onze gevestigde banen – posities – durven te zeggen dat we het anders gaan (proberen te) doen, dan zal alles doorgaan op de destructieve weg waarop we nu zitten.

Een andere collega, Marian Heezen (coach/trainer sustainability) plaatste gisteren een LinkedIn post waarin ze stelt dat wij feitelijk allemaal aan het vechten zijn voor een stoel op de Titanic, alsof er niets aan de hand is, alsof we ons druk moeten maken over of we wel de stoelen netjes hebben neergezet. Ze schrijft onder meer: “netwerken van vertrouwen en onderlinge afstemming moeten bewaakt blijven, consumptie moet positief en verantwoord blijven en productie moet voldoende tijd, geld en energie omzetten”. Wij doen daar allemaal aan mee, de dingen die we al lang doen, zo goed mogelijk blijven doen, ondanks de wrijving die steeds zichtbaarder wordt, zoals gebrek aan motivatie, gebrek aan arbeidskracht, quiet quitting, gebrek aan purpose, enzovoort. Gevaarlijke (en zwaar planetaire voetafdruk verhogende) nieuwe technologieen worden met gejuich onthaald, volledig buiten elke vorm van democratisch proces om, omdat het kan, omdat er aan verdiend kan worden, omdat kennisinstellingen graag adverteren dat ze progressief en vooruitstrevend zijn. En ja hoor, de subsidieverstrekkers (heel indirect toch weer democratisch, want vanuit overheden) wachten de collectieve bedelaars al op… Juist, dat zijn wij, onderzoekers, universiteiten en hogescholen.

De vraag van Aldo blijft door mijn hoofd spoken. Waar zet ik mezelf op het spel? Door met de kennis die aanleiding heeft gevormd om mijn huidige positie te mogen bekleden ten dienste van studenten, docenten en externe stakeholders te zoeken naar richtingen waarin ook ondernemen als individu, of onderneming meer volhoudbaar kan zijn? Als ik daar per definitie tonnen onderzoeksubsidie bij ga betrekken, bepaalt de subsidie de richting, en krijg ik al snel verplichtingen die deze zoektocht in de weg zullen gaan staan. Zo zal ik de bedrijven die allemaal een handtekening moeten zetten op de aanvraag, moeten bewegen om vaak om niet mee te doen. Als het grote bedrijven zijn, is dat niet een probleem. Kleine ondernemers, of ZZP-ers, daarentegen, komen in vergadercircuits waar ze hooguit van mee kunnen nemen dat onderzoek niet veel verandering brengt. Terwijl, zo is mijn overtuiging, de koerswijziging van onder naar boven komt, individuen en kleine bedrijven zijn de dragers, de essentie. Gedrag, IDG. Om de verantwoording op orde te houden, moet ik dan natuurlijk wel onderzoekers aantrekken die hun handen vrij genoeg hebben, dus niet te veel in het onderwijs zitten, waarmee de vanzelfsprekende verbinding met het onderwijs verdwijnt. Overigens is het in onze samenleving zo dat praktisch iedereen veroordeeld lijkt tot de “bedelstand”: overal leer je dat je je hand moet ophouden, dat jezelf goed verkopen van meer essentieel belang is, dan de inhoud. Dat je voet ergens tussen de deur zetten essentiëler is dan ergens diep over nadenken, dat ook kenniswerker zijn feitelijk betekent verkoper, of op z’n best manager zijn, daar heb ik moeite mee.

Maar de Inner Development Goals wijzen in een hele andere richting. Zijn, verbondenheid, staat op nummer 1. In verbinding zijn met jezelf, en met elkaar, resoneren. Wij zijn meer dan een paar hersenen aan een beeldscherm geplakt, zoals collega Ruud Steltenpool zo treffend eens in een gesprek opmerkte. Juist al die schermpjes, regelingen, systemen staan ons zijn, onze verbondenheid, onze vanzelfsprekendheid in de weg.

Nu heb ik het antwoord ineens. Aldo, ik zet me zelf op het spel, door vanzelfsprekend te zijn, in mijn blogs, in mijn denken, en in mijn doen. Soms correspondeert dat perfect met de kengetallen vanuit de samenleving, en soms niet. Hoe dan ook, ik laat de stoelen op de Titanic maar even staan waar ze staan, ga je mee op de sloep?

vrijdag 24 maart 2023

Vertragen en verbinden!

Regelmatig schrijf ik in mijn blog over complexe systemen. Een organisme, bijvoorbeeld een mens, is zo’n complex systeem, maar ook een stad, of meer abstract, een gezin, familie of samenleving. Het mooie van de (complexe) systeemtheorie is dat het een (abstract/wiskundig) model betreft, dat op alle (dynamische) systemen van toepassing is. Laten we inzoomen op een paar eigenschappen.

Ieder complex systeem moet, om in stand te blijven, ten eerste bronnen aantrekken (wat energie kost), ten tweede concurreren met andere systemen die mogelijk dezelfde bronnen nodig hebben en ten derde van waarde zijn voor het grotere geheel waar het systeem onderdeel van is. Anders gezegd, ieder systeem heeft een inherent metabolisme en het macroscopische gedrag dat de uitkomst is van alle systeemactiviteit, wordt “afgerekend” in het overkoepelend geheel (dat ook weer een systeem is). Een mens, bijvoorbeeld moet eten, drinken, bescherming regelen voor gevaar (kou, roofdieren, etc.) etc. Dit zijn de aan te trekken bronnen. Hiermee genereert het een plek (feitelijk een waarde) in de ecologie, waar vanuit het kan groeien, vermeerderen, of juist krimpen en verdwijnen.

Veel eigenschappen van complexe systemen zijn wiskundig te beschrijven. Als een systeem complexer wordt, bijvoorbeeld, zal het omzetten van bronnen met energie in “waarde” ook meer eisend worden. In steden is dit heel mooi zichtbaar. Zo vond bijvoorbeeld Halloy (2002) dat als een stad groter wordt, de stad meer "honger" moet stillen, meer in competitie moet met andere grote steden om mensen te blijven aantrekken (mensen zijn essentiële bronnen voor het systeem stad). In de woorden van Halloy: “a primal feature of complex systems is greed (resource attraction and competition)”. Honger, vraatzucht. Dit komt tot uiting bijvoorbeeld in de gemiddelde wandelsnelheid: hoe groter de stad, hoe sneller dit overall gemiddeld is. Het metabolisme van een groot systeem (een groot mens, een grote stad) is veel hoger dan dat van een klein systeem (een kind, of een gehucht), en dat komt tot uitdrukking in bv meer moeten eten (mens), sneller lopen (stad). Voor een stad zijn ook de zogenaamde secundaire uitkomsten essentieel om te blijven concurreren, en mensen (en hun activiteiten) te blijven aantrekken. Zes secundaire uitkomsten worden bij steden onderscheiden: 1. innovatie (nieuwe technologieën), 2. nieuwe economische activiteiten (en dienstverlening), 3. diversiteit en vernieuwing in beroepen, 4. continue innovatie in infrastructuur, 5. mode en 6. culturele activiteiten. De secundaire uitkomst wordt wel aangeduid als de Innovatiefactor (r), en bij grote steden ligt het r-getal (reproductie getal, bekend van Corona) boven de 1. Als het echter te laag komt te liggen, ligt krimp op de loer en dat is verre van aantrekkelijk: we kennen allemaal nog de beelden van de verlaten Oost Europese steden na de val van de Berlijnse muur.

Vanuit de complexiteitsleer weten we dat systemen een inherente motivatie kennen om in stand te blijven, en dit betekent in de praktijk vaak groeien. Dit kan leiden tot obesitas, maar voor een stad tot het uitgroeien tot een megastad. In het verleden zijn dinosaurussen bijvoorbeeld zo talrijk, groot en overheersend geworden, dat ze uiteindelijk simpelweg niet verder konden ontwikkelen (de “waarde”-component keerde het schip, mogelijk door een natuurramp zoals een meteorietinslag). Tegenwoordig spreken we steeds vaker van de Global Village, de hele wereld als één grote stad. Ondertussen is bekend dat de mensgemaakte massa (alle mensgemaakte materialen bij elkaar, zoals kunststof, asfalt, beton, textiel, etc.) in 2050 juist ook door de groei van megasteden 2 keer zo groot is als de totale massa van al het leven op de planeet. Oneindige groei uit eindige bronnen houdt ergens op. Zijn wij de nieuw dinosaurussen?

Met het oog op een volhoudbare toekomst, kunnen we een aantal voorlopige conclusies trekken. 1. Economie is niet de verklaring van de scheefgroei, maar groei van complexe systemen (“groeiende” samenlevingen in steden met continue innovatie als voeding/noodzaak) is dat wel. Economie is een bijproduct. 2. Het metabolisme van onze levens is veel te hoog (om alle systemen waar we onderdeel van zijn te voeden). 3. In potentie ligt in het verlagen van onze activiteiten (metabolisme) onze kans. De stadsontwikkeling kan worden beteugeld, als wij ons richten op ons eigen gedrag: Vertragen en Verbinden. De Inner Development Goals helpen ons op weg!

Halloy, S. (2002). The lognormal is a universal descriptor of unconstrained complex systems. New Zealand, Crop and Food research.

vrijdag 17 maart 2023

Ik ben omdat wij zijn!

Zijn, being, is Inner Development Goal nummer 1. In mijn blogs argumenteer ik met betrekking tot hoe wij kunnen bijdragen aan een volhoudbare (leef)wereld als individu, groep of onderneming, vooral gerelateerd aan IDG 2, cognitieve vaardigheden, 3, je verhouden tot anderen en de wereld, 4, samenwerking en 5, bijdragen aan veranderingen om een volhoudbare wereld te realiseren.  

Maar zijn staat niet voor niets op nummer 1. Al het geweld dat in onze 24/7 economie via duizenden kanalen digitaal en fysiek continu op ons wordt afgevuurd, brengt ons wezen (een mooi oud woord voor zijn) continu aan het wankelen. Soms in vervoering, ontroering, maar veel vaker in beroering, of overschreeuwde eenzaamheid. Ook mijn zijn, wie ik denk te zijn, wordt bedreigd. Helaas weet ik dat dit voor ons allen geldt, voor praktisch al mijn medemensen. Ik ben de andere kant op gaan kijken, niet naar de voordelen van technologische ontwikkeling, maar naar de risico’s. De risico’s van educatie, economie, oneindige groei uit eindige middelen, kortom, van doorgaan op onze “verlichte” weg naar een hemel op aarde. En dan voel ik me alleen als ik dit benoem. Telkens haast ik me dan te zeggen dat er natuurlijk veel goeds op komst is, als ik toch voorzichtig een schaduwkant probeer te benoemen van een nieuwe technologie (nieuwe technologieën komen dagelijks, de ontwikkelingen versnellen 24/7 exponentieel in alle denkbare richtingen, als een losgeslagen autonoom monster). Wie kan tegen iets zijn dat gemak brengt, slim is, handig, vermakelijk? Ben ik in mijn positie eenzaam? Ik voel me vaak alleen. 

Als ik dan vertel over waar ik de afgelopen jaren echt op heb gefocust, op mens en technologie, is er altijd wel iemand die me vertelt dat ik dan toch echt dat boek van <naam boek/schrijver> moet lezen, meestal een beginnersboek. Ben ik ijdel? Ik voel me soms niet erkend. Natuurlijk weten anderen het beter, natuurlijk verloochen ik dan wie ik ben, door vooral mee te babbelen over een middelbare school boek techniekfilosofie. Heel interessant…  

Alle nieuwe technologische “blessings”, of het nu generatieve AI betreft of toekomstige (nog) snellere vormen van vervoer, het zijn telkens opnieuw de aanvankelijke voordelen die maken dat we dit beslist moeten willen – disruptie – om vaak binnen de kortste tijd overschaduwd te worden door de nadelen (bijeffecten, ongewenst, maar ja, wie kon dat nou van tevoren zien)? De introductie van nieuwe technologieën volgt geen democratisch proces. Ja, “rules and regulations” komen wel, maar achteraf, als de technologie niet meer nieuw is, en dan vooral ter bescherming van de inmiddels grote lucratieve bedrijven die haar ontwikkelen en uitdragen – feitelijk ons ermee koloniseren – en die dan volgens de politici van groot belang zijn om de welvaart op peil te houden. Multinationals, CEO’s, je moet ze binnen je grenzen houden, want regen drupt van boven naar beneden, toch?  

Nee, verandering begint echt in ons eigen zijn. De onrust, of zelfs angst dat de desastreuze ontwikkelingen slechts te keren zijn door wereldwijde natuurrampen of wereldoorlogen, kan ik niet stillen door te argumenteren, verzet te plegen, maar slechts door te accepteren. Niet reactief zijn, maar zoals IDG beschrijft, door opzettelijk aanwezig te zijn in de eigen gedachten, gevoelens en lichamelijkheid, waar vanuit ieder van ons integer en authentiek het innerlijk kompas volgt.  

Verantwoordelijkheidsgevoel voor mijn gezin, en breder, de wereld, ook voor allen die nog niet zijn, voelt in strijd met de onophoudelijk stroom van technologische innovatie uit de kraan van economische verdienmodellen. In strijd ook met de wereld verdelen, opdelen en tegelijkertijd globaliseren, en met de natuur inclusief onze menselijke natuur – waaronder mijn zijn – nog meer vervreemden en beroven. Hier komt het laatste punt van IDG 1 aan bod, presentie. Uit het oordeel stappen, vind ik moeilijk, omdat we zo ontzettend duidelijk in mijn ogen met de verkeerde dingen bezig zijn. Toch ligt hier mijn taak! 

We gaan allemaal naar huis met het gevoel dat we niet gehoord worden, dat het eigenlijk heel anders zou kunnen. Presentie is het mooiste dat we elkaar kunnen geven, niet reactief, maar integer en authentiek. Ondernemingen bestaan uit mensen, en pas als we onze menselijkheid omarmen, ons zijn, kunnen we de ratrace naar meer, beter en grootser achter ons laten, zelfs overstijgen. Niet ik ben en jij bent, maar wij zijn! Mijn eerste stap heb ik genomen, ik ben omdat wij zijn!

vrijdag 10 maart 2023

Continu verbeteren, mogelijk of Illusie van controle? (Narratief 2)

Als ik op een jackpot speel, maak ik mezelf wijs het goede moment te voelen voor de “ruk” aan de arm, en zo meer kans te maken op een goede uitkomst. Ook bij andere toeval handelingen, beeld ik mezelf in dat ik toch invloed kan hebben. Puur bijgeloof. In de psychologie staat dit bekend als de illusie van controle, ook wel de Gambler’s fallacy. Tot mijn schrik kwam ik er al op jonge leeftijd achter, dat praktisch alle mensen hun invloed op random processen structureel overschatten. Het onderliggend narratief is dat zaken die jij in gang zet – fysiek door de dobbelstenen te gooien, bijvoorbeeld, of mentaal door ergens aan te denken – ook in hun verloop met jouw doen of denken verbonden zijn, ook al is dat niet zo.

Deze week – ondertussen 63 jaar oud – ontdekte ik dat niet alleen gokhuizen hier veel geld mee verdienen. Onze illusie van controle is sterk, meestal in het geheim weten we ons ook in het werk vaak boven het toeval verheven. Professioneel geloven velen van ons, dat waar wij mee aan de slag gaan, beter wordt. Eénrichtingsverkeer, van A naar Beter, zo luidt het narratief. We kunnen met verbetertrajecten, bv als continu verbetercoach, een goede boterham verdienen. Een ondernemer, bijvoorbeeld, met een adviesbureau in de Arbo-sector, vertelde mij dat zijn dienst het ziekteverzuim omlaag brengt, door de mentale weerbaarheid van de werknemers te verhogen. Hij was er van overtuigd dat veel uitval voortkomt uit een te lage mentale weerbaarheid. Op mijn vraag of de mentale weerbaarheid ook door het werken (of door de stijl van management of leiderschap) verlaagd kan worden, keek hij me niet begrijpend aan. Toen vertelde hij dat mentale weerbaarheid een verworvenheid betreft die, indien eenmaal op een redelijk niveau, niet meer omlaag gaat. Een beetje als fietsen, eenmaal geleerd raak je het nooit meer kwijt...

Beide aspecten, continu verbeteren en groei in één richting, zijn (soms/deels) gebaseerd op de illusie van controle, en dat is niet moeilijk om in te zien. Wat moeilijk is in te zien, is dat we niet begrijpen dat juist ook door ons handelen (met desnoods de beste bedoelingen van de wereld) we de zaken enorm kunnen verslechteren. Waar je in het casino nog af en toe onbetwistbare winst kan hebben, al is het op random mechanismen gebaseerd, is het in onze wereld evident dat we door menselijk handelen enorm grote crises over ons hebben afgeroepen. Bepaalde richtingen die we ingegaan zijn, zijn door “voortschrijdend inzicht” (weer zo’n term die blijk geeft van eenzijdige groei…) ingehaald. Met terugwerkende kracht kunnen we dan dus stellen, dat het continu verbeteren van weleer (denk bv aan de toepassingen van asbest, of fossiele brandstoffen) feitelijk (continu) verslechteren van de situatie betekende. Net zoals de gokverslaafden op termijn er achter komt dat het af en toe winnen van de jackpot, op termijn met geen mogelijkheid kan compenseren voor de geleden grote verliezen…

Het narratief van geboren worden en groeien en steeds beter worden in talloze richtingen, meer weerstand kunnen bieden aan verleidingen, en meer mentaal weerbaar worden, en uiteindelijk tot wijsheid komen, zit kennelijk te diep in ons verankerd. Ieder management gelooft dat de situatie onder haar leiderschap zal verbeteren, en mocht dat niet zo zijn, dan zijn er externe factoren waardoor de zaken fout lopen. Dit wordt de attributiestijl genoemd: succes (continu verbeteren, groei, winst) intern (door eigen competentie, of controle), falen ligt aan pech, slechte omstandigheden. Deze illusie van controle mag ons actief houden, en een prettig gevoel geven, maar in de situatie waar onze wereld nu staat – de polycrises – is ze in potentie gevaarlijk. Immers, niemand weet hoe de wereld er morgen uit zal zien, wat echt bijdraagt aan de reparatie van ons gedrag om tot een volhoudbare wereld te komen. Concreet geloven in je eigen continu verbeterend bezig zijn, is je eigen controle drastisch overschatten. Dan beschouw niet de optie dat je fout zit – de antithese. Je neemt de (hypo)these op voorhand voor waar, in de hoop per toeval tot een volhoudbare synthese komen. Dat is als willekeurig stenen op een hoop te gooien en daarmee bij toeval de Martinitoren te creëren. Dan is het casino wellicht toch rationeler...

vrijdag 3 maart 2023

Narratief deel 1: Verhalenvertellers

Wij mensen zijn boven al verhalende wezens. Juist ook daardoor zijn wij ontzettend gevoelig voor goede verhalen. Een aansprekend verhaal kunnen we gemakkelijk omarmen, en we kunnen onszelf zo bijvoorbeeld vaak net zo makkelijk verliezen in een sprookjes, sciencefiction, of fantasy boek of film (denk aan Harry Potter), als in een zogenaamd waargebeurd verhaal of in een romantische comedy. Verhalen zijn, met andere woorden, krachtige structuren waarlangs we ons denken, doen en laten kunnen ontwikkelen/bepalen. Verhalen hebben ook allemaal een structuur, al is de structuur van een moralistische vertelling anders dan die van een sprookje.

In deze blog wil ik het hebben over (impliciete) verhalen van zogenoemde futurologen, mensen die claimen te weten hoe onze toekomst eruitzien. Bij verschillende speaker-corners en andere boekingsbureaus kunt u zo’n futuroloog inhuren. Ondertussen heb ik er een behoorlijk aantal gezien, en zonder uitzondering betreft het meestervertellers. De structuur is (meestal) dat ze vroeger het licht nog niet gezien hadden, maar dat er een grote gebeurtenis (vaak van persoonlijke aard) heeft plaatsgevonden, en dat ze vervolgens de diepere betekenis van het menselijk streven naar een volmaakte wereld diep zijn gaan begrijpen. Een klassieker, Saulus doe Paulus werd, of Ebenezer Scrooge die na zijn ontmoeting met de geesten een verlicht en fijn mens werd.

In de verhalen van futurologen heeft techniek, naast de verteller, die het allemaal snapt, altijd een heldenrol, want als techniek niet de toekomst is spreken we van onheilsprofeten. Zij hebben het ook over de toekomst, maar worden geen futuroloog genoemd. Als God de hoofdrol krijgt toebedeeld, spreken we vaak van geloofsfanatici, en halen we meewarig onze schouders op…

Meestal is het futurologen verhaal dat onze technologische vooruitgang nu nog niet volmaakt is, maar dat als die eenmaal tot wasdom komt, we een heel mooi en waardig leven kunnen leiden. Het narratief (zo heet een verhaal in een meer wetenschappelijke context) wordt altijd gelinkt aan wat als opzienbarend gezien wordt, zoals de ontwikkeling van de mens vanuit de oertijd, via jagen en verzamelen, tot de verlichting en dan nu de 4de grote revolutie, waarin AI en technische verbeelding (VR, AR) volwassen aan het worden zijn. Nu we ons bewust worden van de ecologische problemen die de verlichting/industriële revolutie met zich mee heeft gebracht – we staan er als soort/planeet slechter voor dan ooit tevoren – kiezen de futurologen vaker de ecologie, of de natuur als voorbeeld analogie om het verhaal van technologische vooruitgang inzichtelijk mee te maken. Het leven, van eencelligen tot complex zoogdier, heeft veel continue en discontinue overgangen gekend, met soms radicale chaos en systeemveranderingen, en dat zien we terug in de technologieontwikkeling. Hoop en verbondenheid ligt nog maar een klein stukje van ons vandaan…

Maar, beste lezer, een goed verhaal, waar de hele zaal van onder de indruk is, is nog geen waarheid! Op dit moment zijn verhalen van mensen die het allemaal snappen, terwijl onze toekomst aan een dun draadje hangt, zowel heel welkom (want wie wil er niet een happy-end, de grote held volgen die het allemaal weet), als uiterst misleidend. Technologie brengt ons veel, ook plezier. Of we dat nu wel of niet willen zien, ze bracht ons in de benarde situatie waar we nu staan. Denken wij – Verlichte Westerlingen die in technologische weelde leven – nu echt dat al die verhalen van Indigenous People (natuurvolkeren, bijvoorbeeld) van een lagere levensstaat getuigen? Hun levens in harmonie met hun ecologische omgeving zouden nog duizenden jaren hebben kunnen blijven voortbestaan, als wij ze niet onze “Verlichte” technologische “interventies” hadden opgedrongen. Houden wij nu nog steeds vast aan de verhalen van futurologen?

Helaas ben ik bang van wel. Tijdens deze vakantieweek las ik van technologieën in ontwikkeling om wolken meer reflecterend te maken, zodat ze zonlicht terugkaatsen. Of zelfs van Olympische Winterspelen in de woestijn, met daar opgewekte sneeuw (enorme energetisch en materiaalkosten ten spijt, de technologische droom reikt nog steeds tot in de hemel).

Gelukkig is er die nieuwe generatie, die het verhaal van oneindige technologische groei uit eindige middelen niet als vanzelfsprekend overneemt, zoals vele generaties voor haar. Uiteenlopende zaken als genderidentiteit, discriminatie, vervuiling en een grote planetaire voetafdruk vindt ze evenmin vanzelfsprekend. In een ecologisch houdbaar narratief, worden kloven tussen ras, geloof, seksuele geaardheid, rijk en arm overbrugd. Niet door technologie, maar door inspiratie, liefde en herwonnen perspectief.

vrijdag 24 februari 2023

IDG als vertrekpunt: hardloper of sportauto?

In mijn colleges laat ik de studenten 2 plaatjes zien, een hardloper, en een sportwagen. Vraag: wie van de 2 is sneller. “Simpel, de sportwagen”. Volgende plaatje: dezelfde sportauto, nu tussen de bomen, waardoor die letterlijk geen kant op kan. Ook de hardloper staat nu tussen de bomen. “Ja, nu de hardloper, wat flauw”, verzucht een student. Dan vraag ik wie er vandaag meer dan 50 km heeft gereisd om hier in de collegezaal te zitten. Een paar vingers gaan omhoog. Hoe? “Honderd km met de auto, over de snelweg”, antwoord een student. “Zelfs voor jou geldt dat je hier lopend sneller zouden zijn gekomen, dan in de sportauto”, antwoord ik…

Toegegeven, de sportauto had over de wegen de afstand veel sneller afgelegd dan de student lopend. Maar van de parkeerplaats naar hier, de collegezaal? Door het gebouw lopen, een lift of roltrap nemen? De auto zou volledig gedemonteerd moeten worden, in onderdelen die klein genoeg zijn naar boven en hier de zaal in worden gebracht en weer worden gemonteerd. In tijd uitgedrukt, neemt dit eerder een week dan een dag. 100 km lopen gaat sneller!

Met dit voorbeeld beoog ik duidelijk te maken, dat in onze redenaties we vaak heel veel aspecten simpelweg over het hoofd zien. Om een auto succesvol te laten zijn, moeten er duizenden kilometers asfalt, afvoerputten en drainagesystemen, tank- en oplaadstations zijn aangelegd en worden onderhouden, dwars door het (ecologisch) landschap, enzovoort, enzovoort. Wij zijn geneigd maar op één aspect te letten. Snelheid: automobiliteit is snel, sneller dan fietsen, of lopen. Uitstoot: auto’s zijn vervuilend, (bijvoorbeeld CO2). Andere aspecten zijn energie, (materiaal) kosten, risico op ongevallen, gemak. Niet of zelden zijn we instaat om voldoende uit te zoomen om het plaatje integraal te zien. Automobiliteit kost vreselijk veel meer dan alleen de energiebehoefte (en vervuiling) van automotoren. Denk dan bijvoorbeeld aan infrastructurele materialen (wegdekken, verlichting, vangrails, afwateringssystemen), aantasting van de natuurlijke landschappen en gevolgen voor dieren en planten, ontregeling van mensen op psychologisch en sociale gebied, bv ten gevolge van schaalvergroting (werk wonen kan ontkoppeld worden, met bijvoorbeeld verandering in gemeenschapszin als gevolg). Met de snelheid waarmee we afstand zijn gaan overbruggen, is onze wereld groter geworden, en is ons verlevendiging daarvan (living technology) daardoor vlakker (sommige schrijvers spreken van horizontaler) geworden. IDG 2 – cognitieve vaardigheid – gaat over onder meer dit denkvermogen bij jezelf te versterken.

Dan vraag ik de studenten na te denken over de verwantschap tussen de snelweg en de digitale snelweg, om te ontsnappen aan enkelvoudig – tegenover integraal of meervoudig – denken, wellicht één van de grootste boosdoeners, waardoor het niet lukt om ongebreidelde technologische groei in elke denkbare richting een halt te roepen. “Associeer, integreer, verbind”, daag ik de klas uit.

Vanwege mijn achtergrond in Kunstmatige Intelligentie, vragen studenten (en collega’s) me steeds wat ik vind van ChatGPT, of breder, generatieve AI. Inhoudelijk voel ik niet de behoefte om hierop in te gaan, daar laat ik graag anderen hun hoofd over buigen, over bijvoorbeeld plagiaat en auteursrechten, degeneratie van het internet door een exponentiële toename van automatisch (niet mens) gegenereerde teksten, etc. Mijn “integrale” antwoord ligt in dat als wij onze wereld aanpassen voor automobiliteit, of data gedreven informatieoverdracht, we al snel ontdekken dat wij onze natuurlijke mobiliteit (lopen, rennen, kruipen, springen, dansen) zijn gaan aanpassen aan de infrastructuren voor deze kunstmatige (snelle auto) mobiliteit. Om een auto op de weg te houden, zijn we gaan denken in mogelijkheden en beperkingen die bij automobiliteit horen: wielen, wegen, energievoorziening, onderhoud, risico’s op ongeluk, schade. Ons ecologisch zijn (IDG1) raakt daarbij uit zicht. Wij worden (zijn) in denken, doen en laten een volledig aan de (digitale) snelweg aangepaste versie van onszelf. Vandaaruit ontstaat de illusie dat de sportauto sneller is dan de hardloper, of dat de AI slimmer is dan de wetenschapper. Illusie, want we zijn niet ons instrument (IDG1). Bovendien, slordig (enkelvoudig) denkwerk (IDG2). Ongebreidelde groei, ongebreideld krediet, geeft schuld die moet worden terugbetaald, de Inner Development Goals bieden daarbij een goed vertrekpunt!


vrijdag 17 februari 2023

Stilletjes afhaken en Inner Development

In een prachtig artikel in de Correspondent van 13 februari jongstleden, “Waarom fulltime werken de economie niet kan redden”, betoogt Lynn Berger dat er niet alleen meer betaald werk nodig is, maar ook meer onbetaald werk, reproductieve arbeid genoemd. Om betaald werk te kunnen doen, is het noodzakelijk dat mensen hun leven thuis op orde hebben, zorgen voor elkaar en de gemeenschap (familie, buren, etc.), hun huis en tuin onderhouden, boodschappen doen, nageslacht verwekken, opvoeden en een stabiele start geven, enzovoort, enzovoort. Talloze andere zaken zijn ook nodig om in zowel betaalde als onbetaalde arbeid gezond te blijven: gezonde voeding, beweging (sport en andere recreatie), ontspanning, liefhebberijen en slaap.

Voor mij toch een eye-opener. Al die zaken buiten de betaalde arbeid noemde ik altijd leven, tegenover werken. Zeker sinds de industriële revolutie, wil men dat we dat zo zien, zo wordt in met name de feministische studies wel beweerd. Betaald werk wordt door 70% van de vrouwen part-time (80% of minder) gedaan, tegenover 20% van de mannen. Daarentegen doen vrouwen veel meer aan reproductieve arbeid (als je dan slapen, drinken en voor de buis hangen toch maar even niet meerekent). Industrie is ondertussen grotendeels geautomatiseerd. Betaald werk vindt vooral plaats in “kantoorarbeid” (waar ik ICT/digitaliseren, consultancy, onderzoek en clean Tech ook onder reken). Naast de "handen" (aan het bed) heeft ook de zorg intussen een omvangrijk "kantoorwaterhoofd" (ICT-ers, controllers, kwaliteitsmedewerkers, etc.).

Laatst moest thuis een enkelglas ruitje worden vervangen, 30 bij 40 cm. Via een ingewikkeld digitaal onlinesysteem moest ik invullen: wat, waar, hoe, waarom, verzekering, etc. Via mijn email volgt een afspraak, dagen later. Als uiteindelijk de monteur komt inmeten, is hij 2 minuten later klaar. Ik heb hem dan al een kop koffie aangeboden. Hij zet de gegevens in het digitale systeem. Volledig automatisch zal een nieuwe afspraak volgen voor het plaatsen. Door hem! Wat teleurgesteld vraag ik of dat niet nu kan. Kan, dat zeker, hij zou binnen 5 minuten klaar zijn, maar aangezien er meestal met dubbelglas gewerkt wordt, dat in de fabriek op maat gemaakt moet worden, zijn inmeten en plaatsen strikt gescheiden. Hij mag geen uitzondering maken. Hij haat het systeem, er is niets meer aan, verzucht hij, maar ja, wat dan? Een week later komt de man met zijn grote bestelbus opnieuw, weer een half uur heen en een half uur terug rijden. Ik geef hem weer een kop koffie, ik ben die dag thuis gaan werken.

Hier gebeurt dus iets interessants, mijn onbetaald werk – zorgen dat ons huis op orde blijft, zodat we zorgeloos ons betaalde werk kunnen doen – geschiedt tijdens mijn betaalde werk. Met mijn begrip en zorg voor de monteur (mijn onbetaald werk), blijft een belachelijk slecht werkend digitaal systeem in stand. Help! We hebben met elkaar een monster gecreëerd en met onze menselijkheid houden we het in stand!

Je leest veel over Quiet quitting (Stilletjes afhaken), mensen die hun 9 tot 5 (kantoor)baan zo minimaal mogelijk uitvoeren. Het staat ook zo ver af van hun “purpose”. Sinds Corona mogen mensen vaak thuiswerken, en gek genoeg lukt dat ze daar vaak in eenzaamheid met (aanzienlijk) minder uren dan voorheen met z’n allen op kantoor. Maar thuis ligt er altijd reproductieve arbeid klaar, soms al jaren verslonsd, omdat we allemaal tweeverdieners zijn geworden. Kinderopvang en zelfs de hond uitlaten outsourcen we naar opa’s en oma’s (of MKB-ers of ZZP-ers). Onze instapklare huizen zijn onderhoudsvrij, de tuintjes gevuld met tegels, opdat er geen werk aan gedaan hoeft te worden. 

Als je stelt dat betaalde arbeid slechts mogelijk is, als ook het onbetaalde werk goed op orde is, dan is de roep naar meer betaald gaan werken – fulltime – erg weinig duurzaam, zeker tegen de achtergrond van een planeet waar juist betaald werk onze voetafdruk gevaarlijk groot maakt. Stilletjes afhaken is wellicht gezond, minder werken (Degrowth) maakt meer impact dan in de mallemolen bijdragen aan nog meer productie, materiaal en energieverslinding. Wellicht is dit het moment om onze “reproductieve” arbeid serieus te nemen, uit te bouwen. Kanteling naar een volhoudbare planeet moet van onderaf geschieden, vanuit onze eigen Inner Development Goals! Zo is iets beangstigend, stilletjes afhaken, wellicht een signaal van iets heel moois!

En, eh, een gebroken ruitje maak ik voortaan zelf wel, scheelt 2 uur rijden en een hoop frustratie, en de reproductieve werktijd was ik anders ook kwijt, aan koffiedrinken met een gefrustreerde monteur!


Jeugdherinneringen

Eén herinnering aan de kleuterschool laat me nooit meer los. Er scheen een man te zijn die ieder kind die wilde een speeltje gaf. Zelf heb i...