donderdag 15 juni 2023

Duurzame energie: weet wat je wenst!

De technologieën om uit zon (en wind) praktisch “gratis” energie te halen zijn er al, ook opslagtechnologie ontwikkelt zich razendsnel. Groene energie ten behoeve van al onze apparaten (technologie). Dus indien we de transitie maken vanuit de zwaar vervuilende “fossil fuels” (en kernenergie, want kernafval is beslist ook dodelijk vervuilend!), zullen we onze indirecte energiebehoefte kunnen stillen, zonder verder bij te dragen aan klimaatverandering en andere schadelijke uitstoot. Dat is prachtig. Of toch niet?

Om te beginnen, wat mij betreft kan deze transitie niet snel genoeg plaatsvinden! Maar… gratis energie om onze technologie en alles dat daarmee samenhangt – wegdringen van (bio-, culturele- en neuro-) diversiteit, materiaalverslaving, verdringing van ecologie, etc. – de wind nog verder in de zeilen brengen, zal uiteindelijk onze planetaire voetafdruk ontoelaatbaar vergroten. Waarom?

Mijn lief stelde het zo ontzettend duidelijk: met duurzame (en “gratis”) energie voor technische devices – anorganische systemen – hebben we nog niets gedaan aan onze biologische behoefte aan energie. Met het uitbreiden van energie voor ongebreidelde technologie, wordt de disbalans nog groter tussen de ecologie en de technologie waar we onze wereld mee hebben volgebouwd. Met andere woorden, volhoudbare energie gaat gemakkelijk ten koste van de volhoudbare energie die organisch leven nodig heeft. Tenzij we ons nu gaan beheersen, zal de disbalans tussen mensgemaakte (anorganische) systemen en leven (organische systemen) toenemen.

Dit vraagt bewustzijn en radicale gedragsverandering. De afgelopen eeuwen is technologieontwikkeling een leven op zichzelf gaan leiden,. Wij zijn onze onvoldoende bestuurlijke controle hierop nog steeds verder aan het verliezen. Gratis energie voor nog grotere infrastructuren (materieel zwaar belastend), voor nog meer autonome systemen, terwijl de natuur, onze energieprovider (levensadem), steeds meer aan ruimte moet inboeten, maakt in het meest zwarte scenario waar, waar “profeten” al eeuwenlang voor waarschuwen. Een paar regels uit een song (Still Fighting) die ik schreef toen ik 18 was: Biology defeated death (ontstaan van leven vanuit levenloze materie), society defeated biology (ontstaan van culturen en samenlevingen vanuit een biologische soort, die de biologie is gaan controleren), technology defeats society (kunstmatig “leven” dat als technocratie de democratie steeds verder marginaliseert en leven gaat verdringen). Een levenloze wereld met slechts Kunstmatige Intelligentsia. Enigszins geladen met de melodramatische gedachten van een puber eind jaren ’70.  Maar toch…

Toen was ik nog niet bekend met de dynamisch systeem theorie. En ook niet met wet van Kleiber, die laat zien dat in (dierlijke) organische systemen een toename in omvang samengaat met een afname van metabolisme (omzet grondstoffen in energie en producten, waaronder gedrag, met een exponent van 0,75 ongeveer; plantaardige systemen net onder 1). Daarentegen ligt deze exponentiële factor (r-getal) bij anorganische systemen, waaronder vuur, weersystemen en technologische systemen boven de 1, ze woeden net zolang door totdat er geen grondstoffen en/of energie meer kan worden geabsorbeerd en vallen dan uiteen (zie deze blog).

Minder abstract, makkelijker voorstelbaar,  wordt het als je denkt aan de gevolgen van eindeloze volhoudbare energie voor automobiliteit. Meer kilometers per persoon, nog verdere uitbreiding van de fysieke infrastructuren, nog meer materiaalgebruik, nog meer uiteenvallen van regionale verbondenheid, zie deze blog. Wees altijd voorzichtig met wat je wenst, vooral als het opschaalbare technologieën betreft. 

Om dit inzichtelijk te maken, het bekende sprookje, waarin een eenvoudige maar intelligente persoon de koning helpt om de vijand te verslaan. De blije koning, vraagt deze persoon - enigszins angstig, want "alles" mag – een wens te doen, waarop die antwoordt: “Ik ben slechts een eenvoudig mens, neem een schaakbord, leg op het eerste vak 2 rijstkorrels, op het volgende vak 4, op het volgende vak dus steeds het dubbele van het vorige, tot het laatste vak, nr. 64”. De koning antwoordt gerustgesteld: “Oh, is dat alles”. Bij vakje 30 heeft hij al meer dan een miljard rijstkorrels nodig (230 = 1.073.741.824). Even later gaat hij ten onder. Met exponentiële groei boven de 1 moet je heel goed weten wat je wenst.

Anders gezegd, ja, we moeten naar volhoudbare energie. Top dat het kan, zo snel mogelijk! Maar niet zonder een radicale bewustzijnsverandering. We zijn echt onderdeel van de natuur, en laten ons nu al door het levenloze overwoekeren. De Inner Development Goals wijzen de weg: Kleinschalig, regionaal, vertragen en verbinden…

vrijdag 9 juni 2023

Er zijn twee soorten mensen... Of niet?

“Er zijn twee soorten mensen…”. U kent de uitspraak vast. Toch erger ik me steeds weer als zelfs journalisten en academici tweedelingen inzetten, die overduidelijk vrijwel direct mankgaan. Een voorbeeld. Bij het bespreken van mogelijkheden om de voor de planeet zwaar belastende technologische (en in haar kielzog economische) samenlevingen aan te pakken die de volhoudbaarheid van ons bestaan op het spel zetten, is het vermeende onderscheid tussen profeten en tovenaars (prophets and wizards). Tovenaars zouden dan geloven in technologie. Ze willen sleutelen aan technologieën, die de huidige problemen stuk voor stuk naar de achtergrond zullen verdrijven (ja, en dan bedoelen ze niet dat er met de nieuwe oplossingen nog grotere en meer ontwrichtende problemen op onze weg komen, wat al geruime tijd wel de harde werkelijkheid is van technologische innovatie). De profeten zouden in eerste instantie niet naar “oplossingen” wijzen, maar daarentegen naar de onhoudbaarheid van de manier waarop we denken de problemen aan te moeten pakken. 

 

Mijn lief zei het gisteravond mooi, tovenaars komen voor in sprookjes, en als ze daar uitstappen, zijn ze feitelijk direct profeten geworden. Ze profeteren dat onze technologie nu nog niet goed genoeg is, maar laat ze nog even door goochelen, dan komt het allemaal goed. Overigens zijn ze vaak niet zelf bezig met technologie, hun goochelen is in praktijk vaak vooral googelen. Ze stellen mensen op hun gemak: “wees niet bang voor de zondvloed, er wordt gewerkt aan een ark”. Maar … daarmee zijn het dus hun profetieën van een hemel op aarde, waarmee ze zich onderscheiden van de zogenaamde profeten, die zich vaak ook (vooral?) richten op het naderend, of dreigend onheil. Daarmee is het onderscheid tussen tovenaars en profeten vervallen. Het wordt: er zijn 2 soorten visionairs, realistisch profeten, en als tovenaars vermomde sprookjes profeten. Maar … dan zijn we weer terug bij “er zijn twee soorten mensen, zij die tot 2 kunnen tellen, en zij die verder kunnen tellen. Want er zijn oneindig veel toekomsten, dus ook een realistische profeet kan onheilsprofeet zijn, of profeet die haar volk leidt door de gesplitste zee, of nog één van een miljoen anderen. De meesten zijn daarbij ook minstens een beetje fantast, of tovenaar, en dus sprookjesfiguur. Zij die kunnen tellen herkennen er weer 2. 

 

Een ander voorbeeld is de tweedeling tussen jagers en boeren. Heerlijk, ook zo’n grappig dom onderscheid, ten minste, als dit historische onderscheid gebruikt wordt als psychologische “typologie”, om 2 typen mensen te onderscheiden. Jagers zijn continu op rooftocht naar nieuwe partners, nieuwe banen, en nieuw bezit. Boeren vestigen zich gedegen en conservatief, huisje, boompje, beestje. Populisme met een wetenschappelijk tintje. Je weet wel direct wat men wil zeggen, het spreekt ons onderbuikgevoel aan. Een gouden formule, met een impliciet logisch appel op dialectiek, een eeuwenoude en beproefde methode om “kennis te kopen” via tegenstellingen als zwart en wit, plus en min. Zo heeft het al snel een zweem van wetenschappelijkheid. Echter, bijvoorbeeld een psycholoog, die in de spreekkamer mensen met de onrust van de jager ontmoet, of juist de gedegen ogende familieman of vrouw heeft zien worstelen met onrust, ziet direct dat deze typologie opnieuw een kwestie is van … kunnen tellen, of niet! 

 

Terug naar de tovenaars en profeten, die allen profeet blijken te zijn. Iedereen die er goed over nadenkt, weet dat onze planeet gebukt gaat onder hoe wij met onze cultuur/technologie/leefwijzen meer nemen dan de planeet kan bieden. Hoe meer technologie er wordt ontwikkeld, hoe erger het wordt, althans, tot nu toe. Als heuristiek tel ik vaak tot drie. Drie uitwegen: 1.Geloof in gedragsverandering (Inner Development Goals) waarmee de afhankelijkheid van technologie wordt verminderd (alleen het meest noodzakelijk in de best doordachte variant behouden: Detech technology), 2. Pessimisme, dat is weten dat het feitelijk al goed mis is, maar dat we er als mensheid niet zelf de stekker uit kunnen halen, dus lekker doorgaan en dansen op de vulkaan en 3. Geloven dat we ergens ooit technologie ontwikkelen die ons echt de hemel op aarde zal brengen (het Sprookjesperspectief). Hoewel ik een goede fantasie heb, ga ik toch voor 1! Maar zeg ik nu eigenlijk niet, zoals het bekende grapje, “er zijn 3 soorten mensen, zij die kunnen tellen en zij die dat niet kunnen”?


vrijdag 2 juni 2023

Is A(G)I gevaarlijk?

Overal lees ik hoe nuttig AI in potentie is, vaak nadat eerst gesteld is dat het gevaarlijk kan zijn of worden. Regelmatig wordt er verwezen naar Geoffrey Hinton, de 75 jarige psycholoog en computer wetenschapper. Hinton wordt wel de godfather van AI wordt genoemd. Enkele weken terug nam hij ontslag bij Google, waar hij werkte, naast zijn werk aan de universiteit van Toronto. Ontslag vanwege zijn leeftijd, maar ook omdat hij tot de overtuiging kwam dat de meest rationele beslissing zou zijn de stekker uit AI zoals ChatGPT4 te trekken, omdat het in potentie het eind van de mensheid zou kunnen betekenen. Hij weet dat de stekker er in zal blijven, dus dat we het beste er maar van moeten hopen. Hinton’s waarschuwing spreekt – ik moet het toegeven – ook sterk tot mijn verbeelding. Misschien juist omdat ik dezelfde studieachtergrond heb als Hinton, en ook ik lange tijd geloofde en beweerde dat hiërarchische neuronale netwerken (deep learning) pas tot echte Artificiële Generale Intelligentie (AGI)  zouden leiden. Ik geloofde erin, in de mogelijkheden. De gevaren zijn ondertussen bekend en veelbesproken. In deze blog een argumentatielijn, dat ik telkens niet hoor.

Levende organismen hebben de bijzondere eigenschap dat ze een (tijdelijk) bestand vormen tegen het verval van complexe samenhang, dus tegen entropie. Neem een paar huidcellen, die niet meer aan een levend organisme gekoppeld zijn. Al na enkele dagen vergaan ze (entropie). In een levend organisme, daarentegen, kunnen deze cellen een kleine 10 jaar mee. Het organisme vormt een – zij het tijdelijk – bestand tegen verval. Het laat zelfs een toename van complexe samenhang zien (negatieve entropie: negentropie). De zaken die wij maken – onze cultuur, technologie – laat ook toename van complexe samenhang zien, denk bijvoorbeeld aan samenlevingen en steden. Ook natuurverschijnselen, zoals waterkolken, weersystemen, orkanen, energieontwikkeling bij vuur, etc. laten een tijdelijke toename van complexe samenhang zien (negentropie), om nadat ze uitgeraasd zijn, juist een grotere staat van “verval” (entropie) te hebben opgeleverd. Daarin ontstaat dan vaak weer ruimte voor nieuw leven, bijvoorbeeld nieuw bos na een bosbrand.

Technologieën zijn een eigen leven gaan leiden in onze wereld, als steden, als voedselindustrie, als bouw, als productiefabrieken, als wegennetten en andere infrastructuren, als internet, als blockchain, als AI, kortom, in talloze richtingen. Al deze technologieën groeien, en worden steeds complexer. Ze hebben “greed”, dat wil zeggen, gebruiken grondstoffen en energie om door te ontwikkelen (negentropie), groter te worden, net zoals levende organismen dat doen. Er is alleen een belangrijk verschil tussen organisch leven (negentropie) en anorganische negentropie, en dat laat zich beschrijven als metabolisme (omzetfactor): grondstoffen (bouwstenen) en energie om bestand te blijven (en/of te groeien). Hoe zit dat?

Bij organisch leven is de omvang omgekeerd evenredig gekoppeld aan het metabolisme. Hoe groter bijvoorbeeld een zoogdier, hoe trager het metabolisme. Een olifant heeft in verhouding een veel tragere stofwisseling (verbranding) dan een muis, en een mens (net als de andere primaten) zit daar ergens tussenin. De evolutie heeft dus als het ware een remfactor ingebouwd, waardoor hele grote beesten niet perse enorm veel energie omzetten. Hierdoor is een diverse keur aan organismen in vele omvangen, kleuren en geuren mogelijk. Echter, in anorganische systemen, zit deze rem niet. Een vuur, of een orkaan die zich ontwikkeld, brandt of woedt uit, totdat alle beschikbare grondstoffen door de “greed” zijn opgesoupeerd, en dan valt het systeem volledig om. Steden hebben onder meer “honger” naar bewoners, of bezoekers, en hoe groter de stad, hoe sneller haar hart klopt (meer stress, en bijvoorbeeld blijkt het gemiddeld wandeltempo rechtstreeks gekoppeld te zijn aan de omvang van de stad). Het metabolisme zakt dus niet met de toegenomen omvang, zoals bij dieren, of planten, maar blijft als bij een orkaan, of bosbrand toenemen, totdat alles is opgesoupeerd.

Hinton’s eerste doel was menselijke cognitie begrijpen, als cognitief psycholoog. Dat doen we nog steeds niet, zegt hij. Nu deze vorm van AI werkt, is duidelijk dat het volstrekt anders werkt, als een kettingreactie. Hier ligt mijn bezwaar. Ja, ik heb altijd gepredikt dat echt slimme systemen gebaseerd moeten worden op basis van gekoppelde netwerken (en backpropogation). Nu zijn die netwerken er, en nu zeg ook ik, stop ermee. Waarom? Voor nu slechts één argument: Het is niet te beheersen, het is niet hoe groter, hoe trager (een r-factor ver onder de 1). In plaats daarvan vergroot het, net als veel nieuwe technologie, onze planetaire voetafdruk tot onverantwoorde omvang, juist omdat de r-factor boven de 1 ligt (anorganische “bestanden” worden hierdoor gekenmerkt). Het vuur is een kettingreactie, die pas ophoudt als er geen voeding meer is. Als alle technologische vuren zijn uitgewoed, is het voor ons te laat - juist omdat we als naakte aap altijd afhankelijk zijn geweest van basis technologieën (taal, hefboom, vuur). Gelukkig hebben we ons Zijn (IDG1), Verstand (IDG2), Verantwoordelijkheidsgevoel voor de planeet en elkaar (IDG3) , en wil tot Samenwerken (IDG4), waarmee we de koers kunnen Veranderen (IDG5).

vrijdag 26 mei 2023

Een wereld te winnen!

Vorige week schreef ik over mijn “ontdekking” dat ik een optimist ben. Als mensheid kunnen wij veranderen, van plaag tot ecologisch co-existentie. Een aanvullend inzicht kwam van mijn lief, Victorine, die stelde dat, naast vele onverschilligen, in ons land in feite “pessimist” zijn, niet gelooft dat klimaat-, milieu- en natuurrampen nog af te wenden zijn, en juist daarom vandaag wil leven alsof er geen morgen is. En als je toch niets meer te verwachten hebt, nauwelijks nog ergens op durft te hopen, waarom zou je dan je de lol die je vandaag kunt beleven laten ontzeggen: vakanties, vliegreizen, de beest uithangen bij het voetbal, weelde en steeds meer technologisch “gemak”. Dansen op de vulkaan, zoals samenwerkingspartner Arjan Middelkoop het poëtisch noemt. Het leed komt in zoveel vormen via zoveel kanalen onze kant op, dat we geleerd hebben de andere kant op te kijken, verdoofd door onze sociale mediaverslaving, of één van de vele andere verslavingen die ons gevangen houden in inertie. Alleen is er nog een (vaag en/of ongericht) verzet tegen gezag, tegen hen die zeggen het te weten. Tegen autoriteit. Want zijn we niet juist “ontzield” - onze verbinding met elkaar en een groter/spiritueel perspectief kwijtgeraakt – doordat we kennis (wetenschap en techniek) boven wijsheid en verbondenheid (religare) zijn gaan stellen? Dit “weten”, volgens mijn lief, is impliciet bij velen aanwezig, en soms stolt het tijdelijk, bijvoorbeeld in complotdenken. De behoefte aan community (gemeenschap) is niet minder geworden met het feit dat we allemaal teruggeworpen zijn op een bestaan als individuele cellen in een virtuele zee vol algoritmische bubbels – golven feitelijk – die ons drijven in wat we denken, doen en laten. Golven die onze gedachten en wensen vervoeren naar metaforische stranden – memes, TikTok's, oneliners, soms hele denkbeelden – en zo bepalen wat we vinden (“ontdekken”), dat daar vaak door adverteerders met hulp van slimme algoritmes zorgvuldig is geplaatst.

Psychologisch gezien zijn gezamenlijk perspectief en community basisbehoeften. Regelmatig wijzen met name psychiaters en filosofen op de “wreedheid” van onze hedendaagse levens in een soort van algemeen geldend en wetenschappelijk gesanctioneerd spiritueel of religieus “nihilisme” (de "vooruitgang"), zonder raison d'être, of, in de term van collega Aldo van Duivenboden, purpose. We hebben geen doel, geen richting, en vinden het gek als subgroepen met verhalen komen die voor hun het verschil maken, richting geven. We lachen erom, noemen ze wappies, gekkies, of fanaten (of zelfs terroristen), afhankelijk van het temperament dat ze aan het licht brengen bij de rituelen waarmee ze hun stammendans voeren. En wij, met onze “wetenschappelijke” insteek, moeten constateren dat we feitelijk overal het nakijken hebben. Technologieontwikkeling bracht ongekende mogelijkheden om te monitoren en te beïnvloeden, wat commercie en continue surveillance aanjoeg tot een wereld vol consumptievee: de Homo Commercialis. Met onze wetenschappelijke insteek willen we vooral genuanceerd en correct zijn, ook al zien we dat als we niet drastisch anders gaan denken en voelen (IDG) en anders gaan doen (SDG), het helemaal fout gaat. Voor de schijn geloven velen in de goede afloop, maar diep van binnen overheerst ook bij veel van mijn collega’s perssimisme (zie blog vorige week).

Onverschilligheid is naar mijn mening een gevaarlijke positie. De maatschappij, zo schrijven experts, is één groot laboratorium geworden van een digitale transformatie experiment, wat leidt tot nog meer fatalisme (overal surveillance, niet aan te ontsnappen, het gebeurt toch, laat maar komen). Maar het is geen experiment, want dan zouden we ook kunnen concluderen dat er meer kwaad dan goed komt van direct breed uitgerolde “interventies” (innovaties), en dus bijvoorbeeld kunnen stoppen met sociale media (verslaving, doelloosheid verhogen), of smartphones. Het probleem ligt veel dieper. De polycrises die gaande zijn, zijn het gevolg van een existentiële crisis, kenniseconomie overheerst wijsheidecologie, of religie (van religare = verbinden). De wetenschap heeft haar grip verloren, uit het laboratorium is het monster van Frankenstein in veelvoud ontsnapt. En wij maar doorgaan met schijnnuance, om als experts op de gevaren van AGI te wijzen, om direct daarna ook de mogelijkheden te benoemen. Dat lijkt genuanceerd, maar is in mijn ogen onverschillig, pessimisme. Academische quasi nuance. Soms is misschien een complottheorie nog optimistischer dan dit nihilisme. Maar ik geloof dat we beter kunnen dan dit! IDG! Mildheid, mild op de betrekking, scherp op de betrekking. We hebben met elkaar een wereld te winnen!

 

donderdag 18 mei 2023

Optimist

Wellicht klinkt het u vreemd in de oren, maar ik ben echt een optimist. Dagelijks kijk ik in de afgrond, waar ik ook regelmatig over schrijf, en zie ik hoe we op vele fronten (veel meer dan alleen het klimaat) als mensheid bezig zijn ons bestaan op de planeet onmogelijk te maken. Op dit moment zijn we, zo schreef een professor in een post, anders dan de bijen, nergens goed voor, een regelrechte plaag. Industrie, ook helaas onderwijs, praktisch alles dat we de afgelopen eeuwen hebben opgebouwd en beschaving noemen, draagt bij aan exact de positie waar we nu staan: polycrises!

Dit klinkt niet vrolijk. Dit zijn niet de bespiegelingen waar je bij een optimist direct aan denkt. Klopt. Maar ik spreek regelmatig mensen die dit allemaal weten, er nooit over spreken, laat staan schrijven, en die als ik vraag waarom niet, zeggen dat er toch niets meer aan te doen is. "Bekijk het van een afstand", zeggen ze dan, "in dat immense universum is één klein bolletje waarop natuur woekert en waar een malle apensoort een feestje houdt, waarin het alles naar haar onwijze hand zet". "Jammer dan", zeggen ze dan, "maar, he, cheer up, jij hoort net als wij tot de feestbeesten, doe je mee? Nog een OpenAI, ach het kost een paar honderd bomen per seconde, maar we gaan er toch aan. Doe mee, nog een mooie innovatie, of liever een vliegreisje, of een biertje?"

Tja, inderdaad, ik ben niet zo’n feestbeest, waarschijnlijk door “mijn” autisme, maar ik houd zeker van het leven, en zelfs van de olifant in de kamer (de regelmatige lezer van deze blog weet dat ik daarmee technologie bedoel). Maar, ik kan het niet helpen, bovenal houd ik van mensen, en van de fantastische dieren om me heen, de honden, de paarden, de eenden bij de buren, de vogels in de tuin en de katten, hoewel ik soms verdrietig wordt van hun moordzucht (ik geef ze het lekkerste voer, waardoor ze hopelijk iets tammer worden). Natuurlijk is dit, waar ik van houd, niet de natuur, niet eens de menselijke natuur, maar ik geloof dat wij allen verbonden zijn, en dat wij onze plaats weer moeten vinden in het geheel. Niet door de ecologie te overheersen, de wereld te regeren, maar meer zoals natuurvolkeren dat doen, ook al weet ik dat ik geen idee heb hoe dat moet, en ik zelf veel te oud ben om in een volhoudbare orde mijn plaats te vinden. Toch geloof ik erin, in een wereld waarin de mens geen plaag is, waarin we niet met goedkope “copy-paste” massaproductie alle diversiteit opslokken om een alles en overal aan elkaar gelijkmakende systeemwereld te adoreren en te denken dat we de hemel op aarde hebben gevestigd. En stiekem moet ik ook nog wel eens lachen, om onze grootheidswaan, malle apen die we zijn. Waarschijnlijk ook “mijn” autisme…

Optimisten geloven erin dat wij kunnen veranderen, het tij kunnen keren. Het is een gevoel, een geloof, en bij gebrek aan bewijs en zekerheid, een vertrouwen (want vertrouwen is niet nodig als je weet, net als dat ook geldt voor geloof). Maar na dat gevoel, het hart, komt het hoofd, het weten, en daarna direct de handen, de aanpak. De Inner Development Goals wijzen de weg. Deze week vertelde mijn "brother in arms" Arjan Middelkoop van een prachtig bedrijf (Rouwmaat uit Groenlo) – nota bene een beton/destructie/sloopbedrijf – dat de Inner Development Goals heeft omarmt, en onder meer de boordcomputers uit de vrachtwagens heeft gehaald, waardoor de chauffeurs veel meer op eigen verantwoordelijkheid rijden, minder stress ervaren en dat dit zelfs nu al tot minder ziekteverzuim leid. Ook is het bedrijf begonnen met uitsluitend in de eigen regio te werken, om minder kilometers te maken. Op het terrein staan nu fietsen, in plaats van machines om jezelf te verplaatsen. Dit soort voorbeelden van de kracht van IDG - Detech-technology – voeden mijn optimisme. Als we de roze (verleidelijke, mierzoete, verslavende) olifant in de kamer gaan zien, zullen we ontdekken dat we met heel veel minder kunnen, daar geloof ik oprecht in. Of ben ik nu te optimistisch?

 

 


vrijdag 12 mei 2023

Detech technology is nog steeds … technology!

In een discussie hoorde ik iemand zeggen dat, hoewel niet ideaal, kapitalisme (neo-liberalisme) de beste weg was om tot essentiële innovatie te komen. Het argument was dat het vrije spel van vraag en aanbod concurrentie aanmoedigt, waardoor uiteindelijk (zij het soms via omwegen) de beste (meest efficiënte) oplossingen het meest gevraagd zullen worden. Naar mijn mening een zwak argument, dat ik regelmatig tegenkom bij mensen die hun hoop op een volhoudbare wereld grotendeels vestigen op technologie. Ze hopen op technologische innovatie, want ze zien ook wel dat de huidige technologie een rol speelt in de polycrises. Met mijn voorstel voor Detech technology – ik moet eerlijk zijn – vestig ik eigenlijk ook mijn hoop op een volhoudbare toekomst minstens ten dele op … technologie!

Los van het feit dat kapitalisme, net als de planeconomie/communisme en de absolute staatmacht niet de oorzaak maar gevolg zijn van technologische ontwikkelingen/innovatie (enkele weken geleden heb ik dit betoogd), klopt het innovatieargument niet, omdat concurrentie niet vanzelf via innovatie leidt tot verbetering, laat staan tot volhoudbaarheid. Integendeel, veel grote innovaties betreffen “oplossingen” voor niet bestaande problemen, die indien er vraag naar dat product komt, onvermijdelijk zullen leiden tot … problemen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, deze problemen roepen om (kleine) innovaties, die onherroepelijk weer tot nieuwe problemen leiden. Hoe werkt dat?

Denk aan de recente grote innovatie ChatGPT. Waarschijnlijk zat praktisch niemand te wachten op AI die kon schrijven, denken, componeren en zelfs beelden en code kon genereren. Maar nu zit in één klap de hele wereld er mee opgescheept. We moeten ons er toe leren verhouden. Dat het zo snel de hele wereld kon “ontregelen”, kwam door een reeks eerdere “oplossingen”, waaronder het internet, waar ook toen die opkwamen praktisch niemand op zat te wachten. Ook toen leek het aanvankelijk leuke, nieuwe kansen leek te bieden, net als ooit automobiliteit, luchtverkeer en noem het maar op.

De problemen die op zo’n innovatie volgen, zijn aanvankelijk niet (of slechts zeer ten delen) te overzien. Nieuwe problemen met open AI (waaronder ChatGPT) zijn er direct genoeg. Hoe gaat een examencommissie om met scripties die (deels) door open AI zijn gegenereerd, of hoe gaat de wereld er mee om dat binnen de kortste tijd AI gegenereerde content (tekst, muziek, kunst) het internet zal overheersen? Maar vrees niet, de veel diepere problemen zijn voorlopig nog voor praktisch iedereen verborgen. Kortom, het idee dat innovaties in een vrij markt via concurrentie tot toename van volhoudbaarheid leidt, is nergens op gebaseerd.

Omgekeerd weten we wel dat alle innovaties van de afgelopen paar honderd jaar ons precies hebben gebracht waar we nu staan: massa extinctie, een wereldomvattende klimaatcrisis, gevaarlijke afname van bio-, culturele en neurodiversiteit, het overschrijden van de planetary bounderies en een planetaire voetafdruk die passend zou zijn bij een planeet die vele malen groter is dan de onze. Netto resultaat van alle innovatie is dus uiterst negatief, terwijl er ook hele positieve innovaties zijn (geweest). Maar technologie – innovatie op innovatie, in elke denkbare richting, die als een reeks waterkolken alle resources opslokken om verder te groeien – is een monster. Waarom vestig ik dan toch mijn hoop op … technologie?

Toegegeven, ik zie de levens van indigenous peoples, in harmonie met de ecologie waar ze onderdeel van zijn met slechts zeer weinig technologische adaptatie, als een prachtig lonkend perspectief. Maar ook ik ben, net als al mijn door de Verlichting “gewekte” broeders en zusters, energie en materiaal verslaafd. Ik zie niet hoe we in één beweging ons uit onze eigen haren uit het moeras zouden kunnen trekken, zonder dat daar miljoenen (zelfs een paar miljard) mensen voor zouden moeten sterven. Vertragen en verbinden is een belangrijke beweging. Detech technology is echter eveneens noodzakelijk. Concreet, bij elke innovatie gaan we aangeven waar we mee gaan stoppen. Mode? Prima, maar we hebben waarschijnlijk voldoende textiel om 200 jaar nieuwe kleren te kunnen fabriceren. Textiel produceren, stop. Plastic voorwerpen? Prima, maar we produceren geen nieuw plastic, zelfs niet uit aardappelzetmeel. Digitale snelweg sneller? Prima, stoppen we met een groot aantal fysieke snelwegen. Bewustzijn, onze crisis is bovenal een bewustzijnscrisis. Detech technology, we moeten het met elkaar vormgeven, door eerst en bovenal ons bewustzijn te kantelen, en vervolgens, keuzes te maken, te leren zaken achter ons te laten. Alleen dan kan innovatie leiden tot volhoudbaarheid!

vrijdag 5 mei 2023

Positief! (niet zeggen wat niet te doen, zeggen wat wel te doen)

Al een behoorlijke tijd loop ik er over te malen. Wat is dat toch? Het lijkt verboden te zijn om te zeggen, of schrijven dat we iets niet (of minder) zouden moeten doen. 'Nee', zeggen de goedbedoelde adviseurs, 'benoem het gewenste gedrag'. Vertel niet, om een voorbeeld te noemen, dat mensen elkaar niet moeten buitensluiten, maar heb het over inclusie, iedereen mag meedoen. Zeg niet dat mensen niet mogen discrimineren op huidskleur, seksuele oriëntatie, of geloof, maar zeg dat iedereen gelijk is. Maar is inclusie wel hetzelfde als niet excluderen, is iedereen aan elkaar gelijkstellen wel hetzelfde als niet discrimineren? Wat als iemand oprecht andere behoeften heeft om gezond te blijven, om bij de les te blijven, of om plezier te kunnen beleven dan de meeste mensen in een groep, is een op iedereen in het algemeen gerichte behandeling die niemand in het bijzonder neemt, dan niet bij uitstek een stille vorm van buitensluiten?

Maar goed, dit geeft nog geen antwoord op de vraag waarom we niets “negatief” willen stellen. In de tien geboden (het oude testament) was dit kennelijk nog geen taboe: Gij zult niet …. Het nieuwe testament kwam met 2 nieuwe regels, die wel voldoen aan de hedendaagse wens om het gewenste gedrag te benoemen: Heb uw naaste lief als uzelf en God boven al. Het negatief stellen benoemd wel het ongewenste, is duidelijk, en natuurlijk moet je daarin nooit in absolutisme belanden. Wellicht is de huidige afwijzing van “gij zult niet …” te koppelen aan het twintigste-eeuwse succes van het behaviorisme. Hoe dan?

Het behaviorisme stelde dat mensen (net als dieren) door beloning van gewenst gedrag en afstraffing van ongewenst gedrag geconditioneerd konden worden. Daarbij ontdekte men dat beloning van toevallige gedragingen (operanten genoemd) vaak sterker werkte dan straf. Dus als we nu zien dat de planeet in gevaar is gekomen door een ongebreidelde focus op en groei van technologie, moeten we het niet hebben over minder technologie (wat een vorm van veroordeling/straf lijkt te impliceren), maar over bijvoorbeeld meer focus op verbondenheid (spiritualiteit) en vertraging (technologie vaker naast ons leggen). Maar volgens mij is er helemaal niets mis mee om beiden te doen: en de olifant in de kamer te benoemen (in dit voorbeeld technologie) en gewenste alternatieven te benoemen (verbinden en vertragen).

Behaviorisme heeft de academische psychologie in Amerika (en grotendeels de rest van de wereld) zo’n 60 jaar in haar macht gehad, totdat Noam Chomsky het op briljante wijze volledig wist af te breken (ja, negatief, hij liet niet zien hoe het wel kon, maar liet zien dat praktisch al het complexe gedrag ondergedetermineerd is door de behavioristische mechanismen, en dat dit dus onmogelijk een valide wetenschappelijk model kon zijn, in deze blog waarin ik hier op in ga). Behavioristische “wetenschap” bleek een dwaalleer te zijn. Straf en beloning spelen een rol in gedrag, dat wel, maar ze “verklaren” geenszins waarom we ons ontwikkelen tot hoe we ons ontwikkelen. Zo lieten Deci en Ryan al begin jaren 70 zien dat juist externe beloning vaak intrinsieke motivatie in de weg staat. Ook dieren zijn zo veel meer dan eenvoudige biologische automaten, die wiens operante gedragingen door straf en beloning geprogrammeerd zijn.

Een andere mogelijke bron van onze fixatie met het positieve benoemen, en niet het negatieve actief afwijzen, vormt de positieve psychologie (die overigens ontstaan is vanuit aangeleerde hulpeloosheid experimenten met honden van Martin Seligman, één van de twee grondleggers van de positieve psychologie, die ik tot de meest zwarte bladzijde van de hedendaagse psychologie reken, zie deze blog). Natuurlijk vind ik kijken naar geluk, welzijn, positieve menselijkheid belangrijk, maar er is ook verdriet, rouw, ellende, depressie, psychopathologie. Beide kanten verdienen onze aandacht. Juist als we naar een volhoudbare wereld willen komen, is het van belang het zwart-wit denken achter ons te laten.

Hoe het ook zij, ik ben er van overtuigd dat we als mens een prachtig dier zijn, dat we geen plaag hoeven te zijn, maar dat we daarvoor ook moeten zeggen wat we beter niet meer of veel minder zouden moeten doen! Daarom ga ik beide doen, verbinden en vertragen én detech technologie!

Jeugdherinneringen

Eén herinnering aan de kleuterschool laat me nooit meer los. Er scheen een man te zijn die ieder kind die wilde een speeltje gaf. Zelf heb i...