donderdag 24 juni 2021

Entitativiteit; wat psychologie van muziektheorie kan leren!

Juist tijdens de Corona crisis is er veel onderzoek gedaan naar entitativiteit, een begrip dat een groep in plaats van een individu als de basiseenheid (entiteit) van onderzoek ziet. Zo’n groep kan een lage entitativiteit hebben, zoals de mensen die toevallig bij elkaar op een bus staan te wachten, en een hoge entitativiteit, als al die wachtenden “toevallig” allemaal een lange baard hebben, zwaar getatoeëerd zijn en een leren motorjack dragen met de naam van een motorclub. Bij werkoverleggen en besprekingen is er in een team ook altijd sprake van een hogere entitativiteit, maar, zo merken diverse wetenschappers op, tijdens het via Teams werken met de Corona crisis, dreigt de entitativiteit te verlagen. Dit zou de teamprestaties verlagen. Eerlijk gezegd vallen de aanbevelingen me, zoals vaker bij psychologisch (of breder, sociaal wetenschappelijk) onderzoek, tegen: Stel gezamenlijke doelen, vergader op vaste momenten en neem tijd om even te acclimatiseren via small talk. Zo zou de teamspirit gevoed worden.

Soms vraag ik me af wat het nut is van open deuren, juist peer-reviewed psychologie lijkt hierin te grossieren. Toegegeven, zo’n open deur is dan weer wel volgens beproefde onderzoeksopstellingen en methodieken “bewezen”. Maar op dergelijk bewijs valt altijd praktisch alles weer af te dingen, en, toegegeven, het houdt ons wel van de straat. En op straat zullen de meeste psychologen elkaar niet herkennen, zoals Harley Davidson rijders dat wel doen. Onze entitativiteit, met andere woorden, is niet hoog, we zijn hooguit zichtbaar in het elkaar de maat nemen, achter de schermen, in redacties en panels van bijeenkomsten en vakbladen. En dan ook nog een maat, die alleen voor andere “ingewijde” te herkennen valt: tijd, plaats en voorkennis gebonden. Maar waar is de creativiteit? Waar zijn de spannende grotere visies?

Dergelijke visies behoren vooral tot het verleden, toen mensen als Freud, Piaget, Erikson en Kahneman met serieuze overstijgende visies kwamen, waar ook niet-psychologen iets mee kunnen. En natuurlijk is het niet allemaal absoluut waar. Maar ik zie mijn dochter een scriptie over identiteit schrijven, voor haar psychologiestudie, waarvoor ze bijna 1000 recente studies overziet, en het enige interessante uit elk van deze studies in mijn ogen de verwijzing is naar een (niet peer reviewed) boek van Erikson, waarin hij zijn visie op identiteitsontwikkeling uiteen zet, in het al dan niet doorlopen/oplossen van kenmerkende leeftijdsfase gebonden conflicten. Overal wordt dan gesteld dat deze theorie weliswaar (nog) niet is bewezen, maar dat het een mooi vertrekpunt vormt en vervolgens wordt het thema naar gender, huidskleur, sport, sociale klasse oneindig herhaalt met … (gaap) vragenlijsten en focus groepen.

Maar goed, hoe kan je iets zeggen over entitativiteit? In groepen zeggen mensen andere dingen dan in één-op-één gesprekken, in de “kudde” doen mensen andere dingen dan ze zouden doen als individu. Uiterst actueel, lijkt me! Niemand wil dat het milieu verpest wordt, en tegelijkertijd doen we collectief de dingen die hiertoe bijdragen. Ook bij racisme speelt entitativiteit. Psychologisch hebben we, zo bleek uit mijn search, hier nog bitter weinig over te vertellen. Bovendien blijken een heleboel mechanismen – zoals het “bystanders fenomeen” (plat gezegd: gedeelde verantwoordelijkheid is geen verantwoordelijkheid), Milgram’s “obedience to authority” (experiment waarin mensen een schok moesten toedienen aan een proefpersoon), Zimbardo’s experiment waarin het mechanisme van “disorientation, depersonalization en deindividuation” wordt getoond onder groepsdruk (Stanford Prison Experiment) – alle drie bewezen (grotendeels) fake te zijn (Brannigan, 2020; Le Texier, 2019; Perry et al. 2020; Levine et al., 2020). Dus hoe werkt dit nu wel? 

Wanneer vanuit een muziekinstrument binnen een muzikale structuur een enkele toon klinkt, is dat al een samenklank van een grondtoon en een (grote) reeks boventonen, die het specifieke karakter aan het instrument geven. Maar binnen een harmonie, kan dezelfde toon volstrekt verschillende betekenissen krijgen, en als het ware schreeuwen om een volgende toon (consoneren), of vrolijk (grote terts) of verdrietig (kleine terts) of melancholisch klinken (bijvoorbeeld een kleine sext). In de harmonische structuur is sprake van entitativiteit, een harmonische werkelijkheid, waarin het geheel meer is dan de som der delen. Muziektheorie heeft de bewegingen tussen enkele tonen en harmonische structuren en het verloop over tijd in harmonieleer, enharmonisatie, modulatie, contrapunt en andere muziektheoretische kennis al lange tijd gesystematiseerd. Daar kunnen wij – psychologen – iets van leren! Misschien betekent dit dat we gaan snappen wanneer individuele schaamte over kan gaan in collectieve daadkracht, of hoe individuele triomf gecorrigeerd kan worden door collectief schuldgevoel en maakt dat, dat we uiteindelijk toch in staat zullen zijn om het tij te keren en onze planeet te redden!

Brannigan, A. (2020). The Use and Misuse of the Experimental Method in Social Psychology: A Critical Examination of Classical Research. Routledge.

Le Texier, T. (2019). Debunking the Stanford Prison Experiment. American Psychologist74(7), 823.

Perry, G., Brannigan, A., Wanner, R. A., & Stam, H. (2020). Credibility and incredulity in Milgram’s obedience experiments: A reanalysis of an unpublished test. Social Psychology Quarterly83(1), 88-106.

Levine, M., Philpot, R., & Kovalenko, A. G. (2020). Rethinking the bystander effect in violence reduction training programs. Social Issues and Policy Review14(1), 273-296.

donderdag 17 juni 2021

Waarom Drones gevaarlijker zijn dan hamers (en niet zelfrijdende auto's)

Sinds oudsher wordt techniek zowel constructief, als deconstructief gebruikt. Met een hamer kan gebouwd worden, met een strijdbijl maakten hele legers elkaar soms een kopje kleiner. Toch is sommige techniek inherent gevaarlijker dan hamers. Waarom?

Om een hamer crimineel te gebruiken, moet je een mens-tot-mens gevecht aangaan, en kan je één slachtoffer tegelijk maken, met het risico dat het geweld zich onmiddellijk tot jouw keert. Met je kloten voor het blok, of, zoals Nassim Taleb het poëtischer zegt, Skin in the game. Daarbij ga je dwars door biologische zwaar verankerde psychologische remmingen heen. Eén van de morele dilemma’s in een onderzoek stelt dat tientallen mensen op het spoor gespaard kunnen blijven, door één mens te offeren. Neurowetenschapper Stephen Kosslyn vraagt zijn proefpersonen of ze hiertoe daadwerkelijk - van mens-tot-mens - iemand uit de trein op de wissel zouden gooien. Praktisch niemand blijkt hiertoe bereid. Echter, als gevraagd wordt of ze in een verkeerscentrale op afstand op een knop zouden drukken, waardoor de persoon op het juiste moment uit de trein op de wissel valt en zo alle mensen op de rails gered zijn, zegt een aanzienlijk aantal proefpersonen hiertoe bereid te zijn.  

Gewelddadig gebruik maken van een hamer, gebeurt hooguit (a) per ongeluk, dus niet intentioneel, vaak leidend tot zelfverwonding, (b) uit “noodweer”, waar gelukkig mensen nooit of slechts zeer zelden in terecht komen, of (c) door een echt zieke geest, die dan ook nog waarschijnlijker effectievere technieken zal kiezen om kwaad aan te richten. Een hamer kan je niet intentioneel gewelddadig gebruiken, zonder je anonimiteit op te geven en dus zonder jezelf psychologisch bloot te geven als extreem gewelddadig. Je moet psychologisch dus echt over de grens gaan, gek worden. Tenzij het uit noodweer is, is het absoluut niet verdedigbaar. Ondanks dat de hamer aangepast als strijdbijl in veldslagen in man-tot-man gevechten aan veel krijgers het leven heeft gekost (opgehitst “noodweer”), is de hamer dus letterlijk en figuurlijk hanteerbaar gebleken voor de mensheid, want de hamer was al beschikbaar bij soorten die evolutionair aan Homo Sapiens voorafgingen. Het is echter nog maar de vraag of hedendaagse technieken beheersbaar zullen blijken. Een (vracht)auto, bijvoorbeeld, kan in één slag beduidend meer schade aanrichten dan een hamer, maar wordt desondanks zeer zelden intentioneel als moordwapen gebruikt (b en c), terwijl per ongeluk er vele duizenden mensen per jaar in en/of door auto’s om het leven komen, of zwaar lichamelijk letsel oplopen. Dan hebben we het niet over andere gunstige, dan wel schadelijke gevolgen van automobiliteit. Feitelijk is het besturen van een auto vergelijkbaar met het hanteren van een hamer: om het opzettelijk gewelddadig te gebruiken, moet je jezelf psychologisch extreem blootgeven als een extreem gewelddadige persoon. Je moet het bovendien zelf doen, fysiek, dwars door alle ingebakken bio-psychologische weerstanden heen. 

Voor sommige technologieën is dit volstrekt anders. Een drone, bijvoorbeeld, kan met hetzelfde gemak – op afstand – gebruikt worden voor “goede” doeleinden (bijvoorbeeld fotografie, filmen) als voor terroristische aanslagen, verspreiding van chemicaliën, bespioneren, etc. Het inzetten als massavernietigingswapen is nauwelijks ingewikkelder dan het schrijven van een horror-story, het vereist niet dat je zelfs maar aanwezig bent op het voor anderen fatale moment. Een script kan gerechtvaardigd worden in abstractie, zoals terroristische organisaties dat doen door zich op de goede zaak, of god te beroepen. Hiermee kan elke ontwikkeling aan de drone, zelfs vanuit de meest idealistische gedachte, bijvoorbeeld voedseldistributie in moeilijk bereikbare ramplocaties, direct ook worden ingezet om bijvoorbeeld zenuwgas te distribueren in een moeilijk bereikbaar gebied. Slechts de rechtvaardiging is noodzakelijk, het verhaal erachter. En verhalen zijn ook al zo oud als de mensheid, en hebben talloze bloederige strijden gerechtvaardigd, of er zelfs toe aangezet.

“Autonome” techniek kan via "verhalen" worden aangestuurd (code, op afstand). Daar komt nog bij dat het inzetten van drones bij bijvoorbeeld popconcerten, om te filmen vanuit de lucht, niemand zorgen baart, terwijl als iemand met een hamer door het publiek loopt, er direct paniek uitbreekt. Met andere woorden, elke goede inzet van drones, maakt het makkelijker om ze fataal in te zetten. Nassim Taleb spreekt bij autonome techniek van “Skin in the Game”. Een auto kan, nogmaals een veel zwaardere slag geven dan een hamer, maar vanwege de Skin in the game (de bestuurder in de auto) wordt deze zelden intentioneel als moordwapen ingezet. Autonome auto’s zullen een heel ander verhaal worden. Drones zijn dat al. Laten we eerlijk zijn, het is niet voor niets dat in talloze Science Fiction scenario’s drones als het ultieme kwaad worden opgevoerd, bijvoorbeeld in de Netflix serie Colony, of Evil Drone. Achteraf zeggen Wir haben es nicht gewußt (wat veel nationaalsocialisten in WO2 achteraf zeiden ten aanzien van de vernietigingskampen), gaat nog op voor veel publiek, maar niet voor wetenschappers. Toch? 


donderdag 10 juni 2021

Omdat wij het laten!

Waar Big Tech bedrijven om geprezen worden, zouden psychologen/psychiaters voor in de cel belanden, schreef ik vorige week als aanhef voor mijn blog. En zo is het. Maar ook politici zouden indien ze een interventie doorvoeren waardoor duizenden mensen hun baan verliezen, met alle sociale en psychologische gevolgen van dien, een heel goed verhaal moeten hebben, willen ze niet met pek en veren achter de tralies eindigen. Met andere woorden, disruptie zou ook voor hen nooit een doel op zich mogen zijn. Het woord disruptie komt van to disrupt, wat verstoren, ontwrichten, of uiteen rukken betekent. Maar disruptieve technieken worden door onder meer futurologen aangekondigd als het heil dat ons de volgende stap helpt zetten naar een technologisch walhalla, een staat waarin niemand meer hoeft te werken, of te leren, of überhaupt ergens moeite voor te doen.

Voor alles dat er voor ons echt toe doet, hebben we moeten knokken. Het was even afzien, maar dan heb je ook iets. Psychologisch zitten we zo in elkaar, dat we succes attribueren aan interne factoren, zoals onze inzet, onze talenten, onze grootsheid en falen aan slechte omstandigheden (externe factoren). Als ik lang genoeg oefen, kan ik leren zuiver te zingen, en met hele kleine "onzuiverheden" extra zeggingskracht (en “dictie”) aan mijn zangkunst toevoegen. Maar dan komt er een disruptieve techniek – autotune – die binnen een behoorlijke range real time onze onzuivere intonatie keurig naar de dichtstbijzijnde zuivere toon brengt en … iedereen kan zingen. Zonder moeite! En omdat we alleen nog maar door autotune bewerkte zangopnames horen, worden zangers die structureel kleine “onzuiverheden” inzetten in functie van de expressie, steeds minder geaccepteerd. Weg vakmanschap. Hetzelfde geldt voor tempo. Popmuziek wordt alleen nog langs 1 metronoomsnelheid per song automatisch op ritme “verbeterd” (quantized), waardoor fluctuaties in zowel ritme als tempo absoluut niet meer tolerabel zijn. Weg menselijke maat - letterlijk ;) - en lol in muziek, leve de saaiheid.

Net als in een gemechaniseerde wereld, is het ook in een gecomputeriseerde wereld de mens die zich moet aanpassen. Voor een popmuzikant is dat op één metronoomstand per song zo strak mogelijk inspelen. Dan kan de machine de kleine onzuiverheden en ritmische timingsfluctuaties eruit halen, Om ze vervolgens via een "beproefd" algoritme weer terug te brengen (humanizing), dan in ieder geval exact volgens de tijdsgeest, dus volgens wat mensen continu voorgeschoteld krijgen en zijn gaan ervaren als juist. Het is niet persé zo dat mensen niet meer hoeven te kunnen spelen, of zingen, om een hit te scoren. Zoals een automobilist wordt "gemachineerd" door wegen, wielen, sturen, is een popmusicus gemachineerd door autotune, quantize en humanize. Al rijdend zien we niet het natuurlijk schoon dat we lopend - op onze biologische schaal - wel zien, als we gemakkelijk over een hegje of een slootje kunnen springen (wat met wielen nooit kan), en we traag genoeg gaan om letterlijk even stil te staan bij die prachtige tor. In de auto gaan we met zevenmijlslaarzen aan het leed en geluk van medemensen voorbij, die we zijn gaan benoemen als medeautomobilisten (of zelfs tegenligger, naar het bepalende device: de auto). We houden van haar, maar de auto kidnapt ons, net zoals onder meer de computer, onze smart-devices, en de sociale media. We houden van onze gijzelnemers. Stockholm syndroom in pure vorm. Maar de menselijke maat raakt steeds verder uit zicht.

 

Als vakmensen overal worden vervangen door slimme productiesystemen, zullen we onze menselijkheid op een andere manier moeten uiten. Gek genoeg is dit zo’n beetje buiten de interesse en scope van elk wetenschappelijk onderzoek! Gemakkelijk is beter, goedkoop het beste. Liever lui dan moe en verveling is hooguit vervelend. Disruptieve technologie onttrekt zich aan ethische, wetenschappelijke en politieke verantwoording, en haar gevolgen zijn nu eenmaal ondemocratisch. Als je toevallig in de grafische sector een vakmens was, ben je waarschijnlijk al 2 of 3 keer door de opkomst van ICT technologie overbodig geworden. In sommige andere richtingen kan je waarschijnlijk nog wel een paar honderd jaar mee. Op dit moment zijn bijvoorbeeld hoveniers niet aan te slepen! In een door disruptie saai en gemachineerd geworden bestaan, zijn juist nieuwe disruptieve technieken paradoxaal genoeg vaak tijdelijk een variatie/verandering, net zoals een ongeluk, of een overstroming, of soms zelfs een oorlog. Het is afschuwelijk, maar toch voelen we ons er soms een beetje toe aangetrokken. Disruptieve techniek maakt slachtoffers … omdat wij het laten!


zaterdag 5 juni 2021

Technologie en ontwikkeling, een dynamisch systeem perspectief

De effecten van een interventie op de ontwikkeling zijn nooit op voorhand te voorspellen. Enkele weken geleden hebben we hier in een serie van 4 blogs over dynamische systeem theorie (DST) bij stil gestaan. Slechts binnen bepaalde grenzen geldt dat bijvoorbeeld meer licht of voeding leidt tot meer groei, of dat meer aandacht of stress leidt tot betere prestaties of concentratie. Slechts dan is er sprake van een lineaire relatie tussen de onafhankelijke variabele (licht, voeding, aandacht) en de afhankelijke variabele (ontwikkeling, groei, prestaties). Maar wanneer de ene systeemtoestand overgaat in de andere (wanneer water ijs wordt bij het lineair afkoelen, of de draf overgaat in galop bij het lineair versnellen), valt niet te voorspellen. Wel kan het bij herhaling op grond van empirische ervaring worden vastgesteld. Op grond van ervaring kan het dan worden beschreven. Zo’n beschrijving is geen verklaring, maar kan als voorspelling zeker heel nauwkeurig zijn. Het probleem is dat wij mensen dan gaan denken dat de beschrijving een verklaring is. Maar als water “vervuild” is (bijvoorbeeld door zouttoevoeging), is opnieuw niet meer op voorhand bekend wanneer de faseovergangen plaatsvinden. Als een kind drastisch andere leerervaringen heeft dan andere kinderen (bijvoorbeeld van een vorige generatie, die nog geen tablets ter beschikking hadden), kan het gevolg met betrekking tot overgangen naar nieuwe ontwikkelingsstadia evenmin op voorhand worden bepaald.

Er kunnen interventies worden ingezet bij ontwikkelingsachterstanden, of soms ook bij grote voorsprongen of ontwikkelingen die we niet begrijpen. Denk bv aan geheel traag ontwikkelende kinderen, die uit het niets vaak tamelijk geïsoleerde bijzondere talenten tonen op het gebied van muziek, tekenen, of rekenen. Idiot savant, noemden men dit vroeger. In het verleden zijn diverse interventies bedacht, van gedragstherapeutische aanpakken, tot EMDR en van behandeling met medicijnen tot Elektro Convulsieve Therapie. Zulke interventies worden doorgaans heel goed onderzocht op zowel effect als veiligheid, maar we kunnen bij afwijkende ontwikkeling hun effect op voorhand niet kennen, juist vanwege de onvoorspelbare aspecten van dynamische systemen. Immers, zulke systemen kennen lineaire en dus voorspelbare ontwikkelingen binnen fasen, maar ook non-lineaire en daarmee discontinue faseovergangen, die alleen achteraf kunnen worden herkent en dan in exact gelijke gevallen tot adequate voorspelling kunnen leiden. Hier is sprake van een paradox: juist als een ontwikkeling afwijkt van wat we kennen, is de behoefte aan kennis en voorspellen het grootst, terwijl juist in unieke afwijkende situaties voorspelbaarheid principieel onmogelijk is geworden. Met betrekking tot genoemd voorbeeld van extreme vaardigheden op een bepaald gebied (bijvoorbeeld hele encyclopedieën uit het hoofd kunnen leren), spreekt men niet meer van idiot savant, omdat gebleken is dat deze mensen vaak anders ontwikkelen, maar lang niet altijd zwaar mentaal beperkt blijven op andere gebieden dan hun uitzonderlijke talent.

Abnormal Psychology heeft feitelijk altijd met een andere (minder goed gedocumenteerde) dynamische systeem ontwikkeling te maken. De normale ontwikkeling kennen we, en dan zijn faseovergangen – hoewel niet lineair – toch zo goed te voorspellen, dat we ze (haast) lineair “begrijpen”. Maar bij niet “neurotypische”– afwijkend van de meest reguliere – ontwikkeling is voorspellen op grond van ervaring lastiger. Met technische noviteiten wordt alles nog ingewikkelder. Veel technologische noviteiten – internet, sociale media, challanges via TikTok etc. – blijken in feite achteraf vaak minstens zo ingrijpend op ontwikkeling in te spelen als “bedachte” interventies, zoals gedragstherapie of EMDR. Echter, anders dan bij bedachte interventies is er vaak niet of nauwelijks over nagedacht, en al helemaal geen verantwoording voor afgelegd. Als je hier over nadenkt, dan is dat heel vreemd. Zo is bijvoorbeeld het onderhouden van fysieke vriendschappen (bv van een adolescent) met de opmars van sociale media platforms zoals Instagram en Facebook in toenemende mate in concurrentie gekomen met te onderhouden virtuele “vriendschappen”, waardoor jonge mensen soms verslaafd zijn geraakt aan virtuele approval van “vrienden”, zijn ze gaan leven voor hun “flessenpost” boodschappen. Soms staat dit schoolsucces regelrecht in de weg, anderen weten dat te combineren. Maar iemand die een nieuwe therapie geregistreerd wil krijgen, moet hiertoe door tal van ethische (en wetenschappelijke) procedures, terwijl een Big Tech bedrijf alles op de markt kan gooien, en kan rekenen op een warm onthaal: technology is cool en de toekomst! Maar de effecten van nieuwe innovaties op menselijk gedrag, kan je echt niet lineair vanuit wat je denkt te weten op voorhand vaststellen. Dat moet blijken, nadat gedrag en innovatie in een nieuwe configuratie zijn gekomen. En dat is lang niet altijd een verbetering: It’s hard to predict, especially the future!

donderdag 27 mei 2021

Inquisitie (onderzoek naar het verderf van de ketterij)

Na de strijd, kunnen de kronieken opgemaakt worden. Heldendaden, moed en het trotseren van tegenslagen zijn de vaste componenten van zulke verhalen. Snel worden de gemaakte keuzen en daarbij behorende ontberingen gevierd en daarmee gerechtvaardigd, onder meer door het uitreiken van oorkondes en andere in plechtigheden verpakte eer betonen. Hiermee wordt de bij het maken van keuzes onontkoombare cognitieve dissonantie weggepoetst. Is dit ook zo bij Corona? 

Zeker, onze RIVM directeur Jaap van Dissel, krijgt bijvoorbeeld de KNAW penning. Echter, in diverse tijdschriften lees ik dat er in vele landen één of enkele “dissidente” wetenschappers is/zijn  (vaak ervaren 60-plussers), die het achteraf gezien beter wisten en bijvoorbeeld vrijwel vanaf het begin stelden dat de pandemie zich niet zo zeer door “droplets”’ verspreidt, maar vooral door “aerosolen”. In Amerika was dat bijvoorbeeld Linsey Marr (60), in Nederland was het Maurice de Hond (73). Marr had gestudeerd aan Harvard en gewerkt aan MIT, was een internationaal gelauwerd hoogleraar, en kreeg desondanks aanvankelijk nauwelijks bijval vanuit de door virologen en politici gedomineerde aanpak (en uitleg) van de Coronapandemie. Onze Nederlandse Maurice de Hond analyseerde vele studies uit diverse vakgebieden, ook die van civil engineer Marr, en kwam al rond april 2020 tot de conclusie dat de verspreiding niet of nauwelijks door grote druppels plaatsvindt, maar door areosolen, vooral binnenshuis vanwege slechte ventilatie, waardoor de “druppels” als sigarenrookwolken lang konden blijven hangen en zo tot superspread events konden leiden. Hij stelde toen al voor om binnenshuis mondkapjes te gaan dragen, een masterplan ventilatie op te stellen en uit te voeren en buitenshuis de maatregelen op te heffen. Hij wees op het seizoeneffect, en hij schreef honderden blogs over Corona, die door duizenden mensen waaronder ik een jaar lang gevolgd zijn. Daarbij kreeg hij voortdurend gelijk, ook als hij de rekenmodellen (voorspellingen) van het RIVM beschreef en bekritiseerde. 

Anders dan Marr, was De Hond geen MIT professor, maar een sociaalgeograaf buiten de gangbare wetenschappelijke instituties, gespecialiseerd in opinieonderzoek. Maar net als Marr, en vele Don Quichottes in talloze andere landen, had hij serieuze kritiek. Net als vele artsen en ander wetenschappers, die bepleitten een meer experimenterende (minder conservatieve) houding van “de wetenschap” toe te staan, in plaats van zonder voldoende kennis overal exact dezelfde werkwijze te eisen en zo artsen die met experimentele aanpakken en voor andere aandoeningen geregistreerde (onschadelijke) middelen experimenteerden buiten spel te zetten. Uiteraard kan er zonder experiment weinig worden geleerd. Kortom, tientallen wetenschappers die ingezonden brieven naar de WHO of naar de lokale politieke bewindslieden zonden, kregen net als Marr en onze Maurice geen (of nauwelijks) gehoor bij de officiële (wetenschappelijke) instanties, de pers en andere Main Stream Media. Integendeel, sociale media hebben via hun factcheckers herhaaldelijk laten weten dat de uitingen van ook de Hond op Facebook en YouTube nepnieuws waren. LinkedIn heeft het account van De Hond zelfs tijdelijk geblokkeerd. 

Uit het verleden weten we dat geïnstitutionaliseerde macht vrijdenkers buitenspel kan zetten en verketteren indien ze tegen de stroom ingaan. Denk bv aan de rooms katholieke kerk/inquisitie van een paar eeuwen geleden. Hoewel De Hond en zijn verguisde “collega’s” op praktisch alle punten gelijk hebben gekregen, is hen op niet mis te verstane gronden de mond gesnoerd, ook door onze kwaliteitskranten. De Volkskrant toonde een van de Nazi Duitse propagandamakers uit de jaren 30 gekopieerde spotprent van de Joodse Maurice De Hond, afgebeeld als een Jood die marionetten bestuurd (achter de schermen aan alle touwtjes trekt, zo hadden volgens Hitler de joden macht). Hiermee wordt zichtbaar hoe ook in onze tijd machtsblokken – ongeacht of ze religieus, “wetenschappelijk”, of “informatief” zijn – nog steeds een alleenrecht op de waarheid claimen, geholpen door collega machthebbers (politiek, BigTech factcheckers).

We kunnen hiervan leren. Ik begrijp dat er veel cognitieve dissonantie is bij de machthebbers, juist nu dissidente denkers veel eerder op het juiste spoor blijken te hebben gezeten dan de officiële machten. Het toekennen van de KNAW-penning valt vanuit de cognitieve dissonantie en bijbehorende post decision justification psychologisch goed te begrijpen. Maar, een penning voor wetenschap? Creatief was het OMT-verhaal wel! Een voorspelde ramp werd met voorschriften bestreden, om vervolgens (1) het (al dan niet ten dele) uitblijven van de voorspelling op te voeren als bewijs van het succes van het beleid. Logisch gezien is dit een drogreden: het uitblijven van de ramp kan net zo goed gelden als (2) bewijs van de overbodigheid van de voorschriften, of (3) van de onjuistheid van de voorspellingen. Ondanks de goede bedoelingen, zat men er vooral naast (2 en 3). Zo hield men halsstarrig vast aan het niet dragen van mondkapjes en erkende men pas deze maand als laatste land ter wereld schoorvoetend het belang van aerosolen en ventilatie! Inquisitie? In de woorden van Frank Zappa: Who are the brain police?

PS Shell is door de rechter gedwongen om de CO2 uitstoot te verlagen, ondanks dat ze binnen de beleidsregels van de overheid handelen. Zich achter de wet verschuilen, kan dus niet meer altijd. Dat betekent dat zich verschuilen achter het ondertussen evident “manke” regeringsbeleid ten aanzien de rol van aerosolen en ventilatie mbt Covid-19, wellicht op termijn evenmin rechtsgeldig kan blijken. Leerlingen en studenten die in slecht geventileerde (maar binnen de beleidsnormen) lokalen besmet raken, kunnen onderwijsinstellingen duur komen te staan … 

donderdag 20 mei 2021

De Brug (4, slot)

Dynamische Systeem Theorie (DST) vormt een vertrekpunt om naar processen te kijken, waarin soms een toename (of afname) van één van de systeemparameters leidt tot een reorganisatie van het hele systeem. Toename van snelheid van het paard, bijvoorbeeld, leidt tot een overgang van de stap naar de draf. Snelheidstoename tijdens de draf leidt vervolgens opnieuw tot een (discontinue) overgang van draf naar galop. Of toename van bepaalde hormonen tot het ontstaan van een seksuele oriëntatie. Voorbeelden liggen echt overal – zowel in de fysieke als de organische wereld – voor het oprapen, op de microschaal (metabole processen, honger/dorst krijgen, moeten ontlasten) en op de macroschaal (bijvoorbeeld maand en jaarcycli). Bij de faseovergangen – zeg maar van ijs naar water, of van draf naar galop, van doorrijden naar file,  of van ijverig schoolkind naar rebellerende puber – helpen causale (lineaire) redenaties niet. Slechts als je een patroon herkent, waarvan je op grond van eerdere ervaring de uitkomsten al weet, dan kan je “causale” predicties doen. Bijvoorbeeld als je het paard nog iets sneller laat lopen, dan zal de stap overgaan naar draf.

Het probleem is, zo stelden we vorige week, dat het menselijk denken enorm sterk op causale redenaties is gebaseerd. Iets moet causaal verantwoordelijk zijn voor de waargenomen verandering. Dat er discontinue faseovergangen zijn, moet door een verantwoordelijke entiteit worden gestuurd. DST heeft ons geleerd dat de faseovergangen gebaseerd zijn op zelforganisatie, niet a-priori voorspelbaar, dus wel te beschrijven, maar niet te verklaren. In de natuurkunde is dit ondertussen ingeburgerd, maar in de sociale wetenschappen en het alledaagse leven geheel niet. Het kost ook echt veel oefening en daarmee tijd om dynamische systemen in het alledaagse leven te leren zien. Een mooi boek over “seeing the S-curve in everything” is  Adrian Bejan's The Physics of Life: The Evolution of Everything uit 2016.

De vorige blog hebben we stil gestaan bij DST op psychologisch niveau, dit keer een voorbeeld op politiek/maatschappelijk niveau. Het voorbeeld is het eerste het beste waar ik mijn lief vanochtend over hoor praten: aanbestedingsregels. Vroeger kon bijvoorbeeld een bouwbedrijf een langdurige samenwerking aangaan met een andere private of publieke partij. Daar zaten natuurlijk, net als aan alles, ook nadelen aan. Om die af te wenden, kwam de politiek met regels: boven een bepaald bedrag moet een klus worden aanbesteed. Zo krijgen alle partijen een eerlijke kans. Resultaat: er wordt minder dan voorheen aan de relatie gewerkt, er wordt enorm veel voor geïnvesteerd (offertes maken, hele wijken ontwerpen), terwijl slechts één bedrijf (dat bijvoorbeeld heel groot is) ver genoeg in prijs kan zakken om de aanbesteding te winnen, om vervolgens met blijven na-factureren tijdens de bouw alsnog een reële prijs te kunnen maken. Ook kleine bedrijven hebben vaak zo’n “bouwhonger”, dat ze onder de reële prijs aanbieden, en dan regelmatig kapot (failliet) gaan. Zo worden de groten groter en gaan de kleintjes failliet  of aan het werk als (onder) onder aannemer (verkapte ZZP-er, met voor de grote spelers wel de lusten, maar niet de lasten). Investeren in de relatie, is op z’n best een belangrijke bijzaak geworden: hoofdzaak is aanbestedingen winnen, en niet aan alle voorinvesteringen ten onder gaan. De stap is hierbij overgegaan in de draf, en totaal andere dynamische processen zijn gaan spelen. ZZP is tot bloei gekomen, grote spelers worden beloond om nog veel groter te worden, zodat ze kunnen “duiken” (een aanbesteding winnen door onder de prijs aan te bieden, en dan later terug te factureren). Ook populisme in de politiek vormt een voorbeeld: feitelijk moeten politieke partijen en politici voortdurend hun beleid aanbesteden in termen van herkenbaarheid voor Jan Modaal, waarmee werken aan de lange termijnrelatie praktisch onmogelijk is geworden (op z’n best een belangrijke bijzaak).

We weten niet wat er gebeurt als de aarde 2 graden opwarmt, waar de faseovergang is. Heel goed is mogelijk dat het systeem in een nieuwe configuratie schiet die we totaal niet verwachten, dat bijvoorbeeld 3 graden opwarming leidt tot een overgang in enkele jaren tot een onleefbare planeet, of juist een nieuwe ijstijd! We kunnen niet causaal duiden wanneer en hoe het klimaat bijvoorbeeld gaat veranderen, maar DST leert ons dat dit op een discontinue wijze hoe dan ook gaat gebeuren. Wat betekent dat vervolgens voor ons beleid? Wel weten we, dat de brug op een goed moment gaat wiebelen! Dank voor het lezen!


donderdag 13 mei 2021

De Brug (deel 3 van de 4)

Ook gedragsmatig spelen dynamische systemen en faseovergangen vaak een rol. Als bijvoorbeeld een behoorlijk aantal mensen in een zaal het applaus inzet, en dat volhoudt, zal “vanzelf” het chaotische geklap gekoppeld raken in een gelijktijdig klappen, met een min of meer vast ritme. We kennen dit als “bis-bis-bis”, of “we want more”. Andere voorbeelden zijn de overgang van lopen naar rennen. Als je de snelheid verhoogt, “zelf-organiseert” je bewegingsapparaat de overgang discontinu. Dat wil zeggen dat er niets zit tussen lopen en rennen. Zo kan ook de stemming in bijvoorbeeld een café, of voetbalstadium omslaan, bijvoorbeeld in blinde paniek, waarbij mensen plat, of zelfs doodgedrukt worden. Ook de overgang van iemand aardig vinden naar verliefdheid, of naar blinde adoratie, is een typische dynamische shift. Nog een paar: plotseling iets helemaal zat zijn, plotseling het licht zien, bekeerd worden, ergens helemaal voor gaan, van een lichte afkeur naar een diepe walging gaan, door het lint gaan, volledig uit je dak gaan. Allemaal overgangen die vergelijkbaar zijn met de overgang van de draf naar de galop van het paard.

Het paard in galop coördineert de spieren heel anders dan in draf, en belast dus ook de gewrichten heel anders. Er spelen op praktisch elk niveau van de beweging andere zaken. Bij psychologische faseovergangen is dat ook zo. Iemand kan aardig zijn, maar levensgevaarlijk worden als hij/zij boos, of furieus is. Behalve in de ontwikkelingspsychologie, ligt de focus in de psychologie vaak zeer sterk op toestanden, en niet op overgangen tussen toestanden, laat staan op interacties tussen meerdere processen binnen één persoon, of tussen meerdere personen. In Dynamic Sytem Theory (DST) jargon: er wordt niet gelet op het ontstaan van nieuwe patronen uit meerdere gekoppelde oscillatoren, zoals bij de voetgangersbrug die gaat wiebelen als er meer dan een bepaald aantal voetgangers gelijk op de brug lopen. In jargon zijn er dus 2 attractor regimes: (1) lopen over een stabiele brug, (2) slingerend over de wiebelbrug “lopen”. Toch ligt juist hier de sleutel tot begrip van waarom mensen bij het aanmoedigen van hun voetbalclub enorm boven zichzelf uit kunnen stijgen, of waarom iemand in het liefdesspel zichzelf kan verliezen in een gezamenlijk opgebouwde opwinding. Attractor regimes: Draf staat tot galop is als wederzijdse interesse staat tot geilheid. De controleparameter kan de geur van zweet, of bier zijn, of iets anders. Hoewel dit op hormoonniveau één groot feest lijkt, is het net zomin vanuit de hormonen zinvol te begrijpen, als dat de overgang van de draf naar de galop vanuit de individuele beenspieren te begrijpen is. Het zijn toestandsovergangen, waarin het geheel meer is (of soms minder) dan de som der delen. Het is, met andere woorden, een discontinue (niet lineaire) overgang.

Dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat mensen niet verantwoordelijk zijn voor hun gedrag. Als je zorgt dat je niet in de verleiding komt, zal je ook niet plotseling jezelf met een onbedwingbare lust tot seks, drugs en/of rock & roll geconfronteerd weten (als je dat tenminste niet wilt). Of niet in de verleiding om je halve salaris, of de spaarpot van je nog jonge kind in een fantastisch gokhuis van de Nederlandse Staat uit te geven. Wat we normaal vinden is wellicht, net als seks-, drugs- en/of gokverslaving, ook niet “gezond”: als gemiddelde Nederlander hebben we met ons voeding-, vermaak- en comfortpatroon een gemiddelde ecologische voetafdruk van ruim 2. Dat wil zeggen, als ieder mens op de planeet zo zou leven, hadden we ruim 2 planeten nodig om de benodigde resources te regelen. Dit komt niet omdat we slecht zijn, of verdorven. Dit komt omdat ons systeem in een attractor-regime zit, dat ons dus letterlijk en figuurlijk op te grote voet laat leven.

Individueel zijn de meeste mensen buitengewoon betrouwbaar en leven we praktisch allemaal voor de ander. We zijn in die zin echt heel positieve dieren. Doordat we zo grootschalig met elkaar verbonden zijn geraakt door voortschrijdende technologie, zijn er collectieve dynamische patronen ontstaan, die soms goed (demonstratielust), maar soms ook desastreus kunnen zijn (reislust, oorlog-woede). Deze niet-lineaire switches ontberen sociaal wetenschappelijke aandacht. Populisme, economische grootmachten, collectieve hebzucht en gebrek aan beoordelingsvermogen zijn helaas koren op de waanzinnige molen van de verwachting van oneindige groei uit eindige middelen. Ze worden in stand gehouden door simplistisch denken in lineaire determinatie vanuit eigenschappen, in plaats van inzicht in dynamica, in faseovergangen door gekoppelde systemen. Volgende week het slot, deel 4.

Wind onder de vleugels... Op een inspirerende vakantie!

Op de valreep voor de vakantietijd, voel ik me altijd weer wat ontheemd. Enerzijds is het heerlijk om uit de routines te stappen, en samen m...