vrijdag 15 juni 2018

Beta talent forward (2)

Alle kandidaten van het bèta talent forward project beschikken over opmerkelijke (intellectuele) kwaliteiten. Maar in onze tijd is het steeds gebruikelijker dat in processen het intellect van de groep (stam of "tribe") wordt benut, en daar kan uiteindelijk praktisch geen enkel individu tegen op. Denk maar eens aan Wikipedia; iedereen kan een artikel schrijven of aanpassen, zonder top-down toezicht. Als iets niet (meer) klopt, zal de tribe het corrigeren. Zonder centrale redactie en zonder hoofdredacteur heeft Wikipedia alle traditionele encyclopedieën qua kwaliteit en compleetheid ver achter zich gelaten. Een ander voorbeeld van de kracht van de groep, vormt de organisatie van ziekenhuiszorg. Je krijgt niet meer te maken met het uitzonderlijke talent van één dokter of zuster Nightingale, maar met een team van perfect samenwerkende zorgverleners. ICT speelt hierin een essentiële rol. Laatst was ik bijvoorbeeld met mijn schoonouders in het ziekenhuis, en na enkele uren hadden we 16 zorgverleners gesproken en was het acute gevaar systematisch gedetecteerd, aangepakt en verdwenen. Zorgverleners hoeven elkaar niet eens bij naam te kennen! Nogmaals, het intellect van het team.

Terug naar onze deelnemers. De moeilijkheid om aan de slag te komen, ligt er mede in dat ze perfect tot grootse intellectuele prestaties in staat zijn, maar dat ze vaak onbewust en ongewild zichzelf tegenover het intellect van de groep plaatsen. En dan kom je in een positie, of "strijd" die je steeds minder makkelijk kunt winnen. Vorige week heb ik hier in mijn blog bij stilgestaan. De vraag is nu, hoe onze autistiforme beta talent kandidaten hun krachten kunnen gebruiken als onderdeel van de "tribe", zodat ze de intelligentie van het team versterken.

Twee invalshoeken. De eerste komt uit de wetenschappelijke literatuur. De Amerikaans professor Amy Edmondson heeft onderzoek gedaan naar de condities waaraan een team moet voldoen als mensen die elkaar niet kennen direct succesvol moeten samenwerken. Te denken valt dan aan een reddingsteam. Het gaat dan om hele andere processen dan bij een perfect op elkaar ingespeeld team, dat als één machine handelt, zoals een band, orkest of voetbalteam. Nieuwe en unieke situaties vragen om unieke en vaak individuele talenten, juist zoals onze kandidaten die bezitten. De oplossing is niet op voorhand aanwezig. Autistiforme mensen kunnen bij innovatie een essentiële rol spelen (en doen dat ook vaak, zoals we weten), maar hebben zoals gesteld soms moeite met het opgaan in het team.

Volgens Edmondson komt dit omdat ieder mens geleerd heeft vanuit kennis en weten op te treden. Voor specialisten en toptalenten geldt dit nog sterker, je wordt gewaardeerd vanwege je talent. Hoe onzeker je sociale onbegrip, of "andersheid"  je ook maakt, je hebt in ieder geval je kennis. Soms beschermen we dat met het overschreeuwen van onze onzekerheid. Ieder mens is neurologisch gevormd om vanuit "kennis" (zekerheid) te handelen. Maar waar we weten, staan we niet of verminderd open om te leren. In een team is de openheid en veiligheid noodzakelijke om ook iets (nog) niet te mogen weten. Juist voor autistiforme mensen, die vaak minder op teamwork gericht zijn en dan ook minder ervaring met teams hebben, is dit extra moeilijk, ook omdat ze toch al vaak als anders worden gezien. Edmondson komt zo tot haar 3 voorwaarden om in een team te kunnen floreren: nederigheid (durven uit te gaan van je (nog) niet weten), nieuwsgierigheid  en  psychologische veiligheid. Nederigheid is hierbij niet hetzelfde als verlegenheid en zelfs niet als bescheidenheid; deze eigenschappen zijn bij onze kandidaten goed vertegenwoordigt.

De tweede invalshoek komt van mijn collega Frederieke Hermsen (antropologe) en heeft betrekking op de oxytocine niveaus: uit onderzoek komt naar voren dat mensen veel makkelijker in teams kunnen werken als het oxytocine niveau hoog genoeg is. Paul J. Zak liet zien dat oxytocine met name het vertrouwen tussen teamgenoten verhoogt. Bij onder meer knuffelen en aanraken komt oxytocine vrij, en juist deze zaken zijn bij autistiforme mensen soms minder vanzelfsprekend. Misschien, zo suggereert Frederieke met een knipoog, moeten we de kandidaten regelmatig massages aanbieden onder het mom van RSI preventie. Ook zou aan de verbinding met kunst en toneel gedacht kunnen worden. Hoe dan ook, in het project gaan we vanaf nu proberen om veel meer gericht de koppeling te maken tussen de intelligentie van de groep en de (unieke) intelligentie van de kandidaten. Laat ik zelf het goede voorbeeld geven: wie suggesties heeft hoe we dit kunnen aanpakken, mag het zeggen!

vrijdag 8 juni 2018

Beta talent forward (1)

Na ruim een jaar ons project Bèta talent forward te overzien, valt me één eigenschap van de kandidaten sterker op dan alle andere zaken: een gebrek aan vertrouwen in het werken in teams. Het project is ingericht voor mensen binnen het autistisch spectrum met uitstekende (cognitieve) competenties, die desondanks geen baan kunnen vinden of behouden. Aanvankelijk was ik geneigd het probleem meer een probleem van de huidige samenleving te vinden en de daarbij behorende reguleringen met betrekking tot de inrichting van het werk. En dus niet een probleem van de kandidaten, hoewel het vaak originele denkers zijn die niet altijd direct bereid zijn om hun eigen denksporen te verlaten om mee te gaan in die van anderen. Tegelijkertijd is het benutten van de kracht van de groep, het collectief, in onze tijd veel sterker de norm geworden dan toen ik jong was. Samenwerken, in groepjes oplossingen zoeken, is nu al van jongsafaan onderdeel van het onderwijsprogramma. Onze kandidaten zijn vaak specialisten in zelfstandig denken en werken. Omdat dit tegenwoordig zo weinig gevraagd wordt - werken gebeurt vooral in "teams" - neigen ze stil te staan. Of te hollen, als er toch iets individueel uitdagends wordt gevraagd. Bij het ondervraagd worden doen ze niets en "lekt" de motivatie weg, en bij uitdaging weten ze van geen ophouden. Zelf hebben de meesten ondertussen uitstekend geleerd om hun "autisme" de schuld te geven van hun slechte planvaardigheden. Maar is dat wel terecht?

Hier ben ik geneigd tot een tamelijk laf antwoord: ja en nee. Eerst de nee. Indien vakmanschap op het gebied van denken (filosofie, logica, wiskunde), ontwerpen (STEM: science, technology, engineering and mathematics) en de kunsten meer zoals vroeger als individueel ontwikkelbare complexe vaardigheden zouden worden gezien, en er in overeenstemming met deze visie individuele prestaties gevraagd en gewaardeerd werden die later hiërarchisch in elkaar geschoven zouden worden, zouden de slechte planvaardigheden en bijeffecten (wisselende en regelmatig tekortschietende zelfzorg en regulatie) grotendeels als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Maar eerlijk is eerlijk, de wil/mogelijkheid om met elkaar binnen het team te delen, is soms bij de autistiforme kandidaten echt te klein. Natuurlijk zijn er altijd zonderlinge genieën die vanaf een zolderkamer volkomen "out of the blue" wereldschokkende innovaties bedenken. Maar meer dan ooit tevoren leven we nu in een netwerksamenleving. Als de kandidaten echt zouden leren hun bereidheid om samen een team te vormen te verhogen, zouden ze naar mijn verwachting enorm in succes met betrekking tot arbeids(re) integratie winnen. En als ik vanuit dit gezichtspunt naar mezelf kijk, moet ik mijn eigen neiging erkennen om alleen te werken: het schrijven van blogs, muziekalbums opnemen vaak grotendeels in mijn eentje. Terwijl ik echt het plezier zie van samenwerking, bijvoorbeeld in het beta-talent project, een van de mooiste projecten waar ik tot nu toe aan heb gewerkt. Hoe is het mogelijk dat dit zo moeilijk is voor onze kandidaten? Is er een verminderde behoefte om te delen in een team door een (te) hoge behoefte om gewaardeerd te worden?

Het is een vicieuze cirkel. Je wordt gewaardeerd vanwege je "talent", bijvoorbeeld je vermogen om problemen te formaliseren. Je hebt veel tijd en energie geïnvesteerd om op je huidige niveau te komen, en bij  deze typische "autistiforme" specialismen was dit veel tijd in isolatie, los van de wereld. In teams moet je jezelf loslaten en hopen dat het team je terugvindt. Maar veel spelers hier hebben juist geleerd om hiërarchisch goed voor zichzelf te zorgen. En jij bent onzeker, dit spel overzie je nog lang niet. Je ziet "macho" teamleden met "jouw" veren pronken en zit onzeker zwijgend in een hoekje. Totdat je schreeuwt dat de ander met jouw veren pronkt. En dat is, wederom wat laf geformuleerd, evenzeer waar, als niet waar. Maar voor het team heb je met je "meltdown" bewezen "gewoon" een nerd te zijn. En voor jezelf om het team te wantrouwen. Hoe moeten we dit doorbreken?

(Wordt vervolgd)

vrijdag 1 juni 2018

Help!

Gisteravond zat ik op Netflix samen met mijn vrouw en middelste dochter te kijken naar Sherlock Holmes, die in de Amerikaanse variant Elementary opmerkt bij een zeer ingewikkelde cases "Some problems need flexible intelligence to be solved". Een zin die me herinnerde aan het model van Jay Belsky van de "genetic differential susceptibility" met betrekking tot nurture invloeden. De gedachte is dat sommige individuen genetisch over meer potentiële mentale flexibiliteit beschikken dan anderen, en dat dat evenzeer een voordeel als een nadeel kan betekenen. Genetisch is het handig voor een soort als veel voor overleving noodzakelijke eigenschappen in de "hardware" (DNA) van de individuen zit verankerd. Echter, soorten die veel ruimte bieden voor opvoeding, zoals bij uitstek de mens, moeten over wat ik eerder noemde een hardware systeem beschikken waarop veel verschillende software ontwikkeld en afgespeeld kan worden. Het model van genetic differential susceptibility heeft als hypothese dat sommige individuen over extra flexibiliteit beschikken en dat dit, in de woorden van Belsky "for better and for worse" is.

Opvoeding en de omstandigheden daarbij zijn voor susceptibele personen extra belangrijk. Het komt als dingen fout gaan, niet zomaar goed. Maar onder gunstige omstandigheden kunnen deze personen tot de top komen. Een beetje als formule 1 wagens, er blijft aan gesleuteld worden tot het circuit, maar op het circuit zijn de prestaties ongekend (als je geluk hebt)! Maar de eerste de beste Fiat Panda is geschikter om boodschappen te doen, of een familiebezoekje af te leggen. Individuen die over extra flexibiliteit beschikken zouden emotioneel minder stabiel zijn en bijvoorbeeld gevoeliger voor verslaving, of verlegenheid, sociale afzondering etc. Ze hebben dan ook meer ondersteuning uit hun omgeving nodig om goed te kunnen ontwikkelen (net zoals de formule 1 wagens meer technici op het circuit nodig hebben). En daarmee zijn we terug bij Sherlock, die zichzelf beschrijft als een ex-verslaafde, een high-functioning sociopath, of neuro atypische persoon (Asperger), maar met een hoge mate van intellectuele plasticiteit/flexibiliteit. Om te kunnen functioneren heeft hij dr. Watson continu als "hulpje" nodig, 24 uur per dag. In de Amerikaanse versie is de doctor een vrouwelijk chirurg - Joan - die Sherlock aanvankelijk tijdens een sabbatical als buddy begeleidt na het afkicken van een verslaving. Ze structureert het leven van Sherlock en hij laat haar dan ook nooit meer gaan.

Positief aan deze hypothese vind ik dat we hiermee heel anders tegen (hoogfunctionerende) autisten en andere a-typische individuen aan kunnen kijken. Een formule 1 wagen is niet een gestoorde boodschappenwagen, maar een uiterst ontwikkelde en gevoelige high-tech machine, die om tot wasdom te komen aandacht en ondersteuning nodig heeft. Juist bij grote veranderingen voor de mensheid, stond dikwijls een radicaal anders denkende aan de basis. Formule 1 lijkt een individuele sport, maar het is een teamsport bij uitstek. Niet neurotypische mensen zijn vaak individualisten, maar hebben bij uitstek anderen en verbondenheid nodig. Van de 19 % mensen met autisme die geheel geen werk of structurele dag invulling hebben, heeft 43% een IQ boven de 115 en 21% zelfs boven de 130. Zij hebben hulp nodig om het juiste circuit te vinden, en dat begint met erkenning. Erkenning is niet hetzelfde als ontkenning, er is wel degelijk een probleem, maar er zijn ook unieke kansen, voor ieder individu!

vrijdag 25 mei 2018

Een borrel op de LHBTQ medemens!

Naar mijn mening is het enorm goed nieuws dat het centraal bureau voor statistiek (CBS) dit jaar voor het eerst naast de cijfers met betrekking tot de economie ook cijfers presenteert met betrekking tot het welzijn. Uit de cijfers komt naar voren dat het ook op dit gebied goed gaat in Nederland. Zo is de medemens uit de LHBTQ (lesbo, homo, bi, transgender, queer) gemiddeld genomen veel meer geaccepteerd dan 10 jaar geleden. Een overwinning voor de liefde, die naar mijn mening niet gebaat is bij moraliserende dwang vanuit traditionele religieuze dogma's. Als twee mensen van elkaar houden, is dat mooi, ongeacht hun geslacht. Bovendien doet sekse en aantrekkingskracht er in onze moderne technologische samenleving veel vaker niet toe dan wel...

Maar wat heeft dit nu met brein en technologie te maken, zult u wellicht denken. Alles! Cultuur heeft ons deels vrij gemaakt van de natuur, eerst via taal en religie en niet veel later via techniek. Onze breinen maakten dit mogelijk. Vanaf de beheersing van het vuur en de eerste gereedschappen tot nu - smart Technology - heeft de technologische ontwikkeling een lange culturele weg afgelegd, met veel uitdagingen en mogelijkheden. In het CBS rapport komt ook naar voren dat de ecologische voetafdruk van de gemiddelde Nederlander nog veel te groot is. Dat betekent dat de arme wereld leidt onder onze uitgaven en welvaart, van vliegreizen tot de aanschaf van rotzooi in goedkope winkels. En de natuurrampen door onder meer klimaatveranderingen drijven hele volksstammen op de vlucht. Cultuur en techniek staan aan het begin van deze ellende, maar moeten ook de oplossing brengen, door onder meer het uitvinden en exploitabel maken van minder belastende en meer duurzamere energieomzetting.

Onze cultuur is, zo komt uit het beeld dat het CBS schetst naar voren, economisch gezond en tevens gelukkig om in te leven. Daar kunnen we blij mee zijn, ook al moeten we hard werken om de ecologische voetafdruk kleiner te maken. Maar we koesteren onze waarden, zoals dat vrouwen niet ondergeschikt zijn aan mannen. Menszijn staat centraal, en het geslacht is daar ondergeschikt aan, evenals of de liefde tussen de geslachten of onder de geslachten ontstaat. Maar juist de mensen die op de vlucht zijn voor de ellende die de mede door onze welvaart ontstane klimaatverandering heeft veroorzaakt - mislukte oogsten en onderlinge ontwrichting en strijd die daaruit voortkomt - lijken nog niet altijd onze culturele waarden te willen delen. Juist in slechte omstandigheden wordt teruggegrepen op traditionele waarden, zoals op de Amerikaanse plantages op de negrospirituals werd teruggegrepen en zo de blues ontstond. Hoewel religieus extremisme in bijvoorbeeld noord Afrika minder inspirerend in onze cultuur lijkt dan de blues een eeuw geleden, is het teruggrijpen op religieuze traditie dus niet gek, maar eigenlijk zelfs wel logisch.

Het is denk ik volkomen terecht dat we de vluchtelingen laten delen in "onze" rijkdom.  In een geglobaliseerde wereld is wegkijken geen optie. Wederkerigheid kenmerkt in een positieve psychologie onze menselijkheid. Maar tegelijkertijd moeten we waken over onze waarden: gelijkheid van man en vrouw, liefde voor de mens is niet dogmatisch aan geslacht gebonden en ... er is niets mis met af en toe een borrel! Op het welzijn van iedereen, we zijn allen met elkaar verbonden.

vrijdag 18 mei 2018

Black Mirror

Waar je ook komt, als consument word je steeds gevraagd naar je mening over de dienstverlening. Niet dat je veel te zeggen krijgt: duim omhoog (smiley), of omlaag (dislike). Dit is des te meer irritant als de dienstverlening geheel niet voldoet. Voor mijn dochter heb ik een mobiele telefoon abonnement inclusief toestel afgesloten. Toen ze op school haar toestel "verloor" - de volgende dag bleek hij bij de conciërge te zijn gebracht - hebben we in de telefoonwinkel de simkaart laten blokkeren. Dat hadden we beter niet kunnen doen! Het was nog steeds niet geregeld na drie bezoeken aan de Phone-shop en 4 telefoongesprekken met de helpdesk (elk meer dan 10 minuten vanwege het wachten en "keuze" toetsen indrukken; alsof ik daarvoor heb gekozen!). De telefoon kon wel op internet, maar bellen lukte niet meer. Elke keer zei de servicemedewerker dat we de vorige keer slecht geholpen waren, waarvoor excuus. Na een minuut of tien zouden alle functies weer operationeel zijn. En elke keer kregen we een evaluatie-link mbt de geleverde service. De zesde keer, per telefoon, kreeg ik opnieuw een sms met een link met het verzoek de dienst te evalueren. Dit keer vulde ik in dat ik het zeer slecht vond, etc. Een inhoudelijk argument kon ik niet kwijt. Ik heb een klacht gemaild naar het enige adres dat ik na lang zoeken op internet vond. U raadt het al, hier heb ik nooit meer iets van gehoord. Onder het mom de client zo goed mogelijk te helpen krijg je te pas en te onpas evaluaties voor de kiezen, waarin je niet kwijt kunt wat je ergens werkelijk van vindt. Je mag vinden wat je wilt, maar wordt zorgvuldig in de richting van de opgestoken duim gedirigeerd. Evaluatie-gekte...

Tot voor kort deed ik deze schijnevaluaties af als een domme maar op zich legitieme manier van bedrijven om hun klantwaardering op te vijzelen en "aan te tonen". Ernstiger vind ik het als het gaat om (hoger) onderwijsinstellingen en opleidingen die gedwongen zijn om mee te doen in de Elsevier student-enquêtes (NSE). Vaak wordt over 1 duizendste van een punt getwist over wie het "beste" is, daarbij aspecten negerend als het aantal studenten per opleiding, het onjuist extrapoleren van punten van een 5 of 7 puntenschaal en veel andere meer technische (mathematische) aspecten. Het is bijvoorbeeld voor een hogeschool met slechts een paar honderd studenten veel makkelijker om de studenten ervan te overtuigen dat het onverstandig is om op je eigen diploma te spugen dan voor een instituut met duizenden studenten. Als je iets wilt veranderen, geef het overal aan, maar niet in de Elsevier-enquête. Je hoeft geen PhD in data-science te hebben om hier de ernstige methodologische en mathematische tekortkomingen van in te zien. En als je als opleiding laag of juist hoog scoort en je dingt af op de overtrokken conclusies die hieruit getrokken worden, ben je onsportief (lage score), of dom (hoge score). Hiermee heeft dit soort waanzin ook in het hoger onderwijs een vaste plek gekregen in de curricula. Eraan ontsnappen kan niet. Universiteitsbestuurders, opleidingen en marketingafdelingen geven jaarlijks aanzienlijke bedragen van de onderwijstoelagen uit aan dit circus, terwijl Elsevier de zakken vult. Vervelend, maar als het daar bij blijft... 

Het blijft daar niet bij. In een briljante aflevering "Nosedive" van de serie Black Mirror wordt duidelijk wat de gevaren van deze evaluatie-gekte kunnen zijn op individueel niveau. Mensen geven in de aflevering elkaar likes bij alles wat ze doen. Slimme algoritmes berekenen op een 5 punt-beoordeling waar je staat. Als je een 5 bent, ben je de top, een 1, of 2 is een maatschappelijk verstotenen. Een topper die een lagere (bijvoorbeeld een 3,8) toelaat als "friend" verdient daarmee punten. Maar als de afstand tussen jou en de lager geëvalueerde te groot is, dan schaadt je jezelf met deze "vriendschap". Mensen met een hogere "likes" status krijgen vele voordelen (toegang tot bepaalde faciliteiten, kortingen, etc.). Hoewel dit fictie is, gebeurt dit natuurlijk al deels op de sociale media. 

Laatst las ik in de krant dat in China aspecten zoals die in de Black Mirror aflevering waren getoond al geïmplementeerd (social credit system) worden. We "shapen" de samenleving daarmee naar wat de bedrijven of algoritmes ons als de meest wenselijke uitkomst voorhouden. Er is geen mogelijkheid om aan deze evaluatie-gekte te ontsnappen. Als ik mijn studenten een moeilijk probleem uitleg, kunnen ze online via dislikes mijn gedrag "shapen" richting iets dat ze wel leuk vinden. De docent als een rat in een Skinner box. Dan hoop ik dat ik nog mag blijven om een liedje te zingen!

donderdag 10 mei 2018

Nothing lasts forever!

Soms vergeten we dat niets blijvend is. In ieder geval lijkt in onze 24 uurseconomie alles 24/7 beschikbaar: energie (warmte, licht), vermaak (internet, tv radio) en voedsel (winkels zijn steeds langer open). Massaal onttrekken we ons hiermee aan de natuurlijke cycli. Hooguit zijn de wintergroenten in de zomer iets duurder, of moet de verwarming in de winternacht iets harder werken, maar het klimaat en de natuur zijn gereduceerd tot sfeerbepalend op de achtergrond. Techniek speelt een belangrijke rol in de realisatie en organisatie van een continu beschikbare werkelijkheid. De beschikbare (ICT) techniek en services dragen daarbij hard bij aan de illusie dat wij mensen net zo continu zijn als de kunstmatige - gedenaturaliseerde - wereld om ons heen. Hierdoor kunnen we makkelijk vergeten dat wijzelf biologisch en psychologisch gesproken wel degelijk net als de natuur en de klimaten volkomen cyclisch zijn.

Het makkelijkst zien we onze "natuurlijke" schommelingen in onze relaties, bijvoorbeeld tot vrienden en geliefden, of tot het werk. Onze bereidheid om te investeren in relaties hangt van een groot aantal factoren af, maar deze factoren zijn per fase verschillend. In de beginfase van bijvoorbeeld een werkrelatie - de groeifase - is het vaak noodzakelijk zelf veel te investeren. Om jezelf aan te passen aan de voor jou nog nieuwe werkzaamheden en taken. Daarvoor is het van belang dat de beleefde beloning goed is afgestemd op de investeringen. De processen hierbij zijn psychologisch gezien niet altijd lineair. Veel investeren tegen een schrale, maar afdoende beloning is bijvoorbeeld beter gebleken dan een ruime beloning bij een lagere investering. De theorie van de cognitieve dissonantie speelt hierbij een rol. Omdat we graag het beeld dat we van onszelf hebben consistent willen houden, zal iemand die veel investeert en daar relatief weinig voor terugkrijgt, geneigd zijn de investering voor eigen (interne) rekening (motivatie) te nemen. Immers, we zijn geen sukkels die voor niets zo hard werken; je werkt hard omdat je het belangrijk vindt!

Na de eerste (groei) fase in een nieuwe (werk)relatie, komen we in een fase van meer stabiliteit. In deze fase kunnen we ons ook weer richten op andere zaken dan de nieuwe relatie, hoewel we pas in de derde fase, de routine fase, grotendeels volledig op de automatische piloot kunnen vertrouwen. Maar natuurlijk veranderen er altijd dingen op het werk (een nieuwe baas, of collega, of nieuwe procedures) of in de relatie. Waar je je in de Stabiliteitsfase nog relatief makkelijk aan veranderingen kan aanpassen, is dat in de routinefase moeilijk. Ingesleten patronen zijn soms moeilijk te doorbreken. Als het toch echt noodzakelijk is om de patronen te doorbreken, kom je gemakkelijk in een vierde fase, de fase van hernieuwde keuze. In deze fase staat alles op de kop. Breuk, of juist doorgroeien naar een dieper of ander niveau ligt hier sterker binnen de mogelijkheden dan in de overige 3 fasen. Na zo'n breuk (scheiding, burn-out, sollicitatie, etc.) of positiever "keuze", herhaalt de cyclus: groei, stabilisatie, routine en keus.

Tijdens ons leven maken we vele van bovenbeschreven cycli mee. Het is niet toevallig dat juist nu onze leefwereld een zo continue beschikbaarheid heeft gekregen, we gemiddeld genomen vaker mbt zowel vrienden, geliefden, als werk opnieuw lijken te beginnen. Er wordt bijvoorbeeld gesproken van seriële monogamie. Ook op de werkvloer wisselen we over het algemeen veel vaker van baan. Nu we onze stabiliteit niet meer uit de relaties halen, maar uit een gefixeerde continue beschikbaarheid, komt juist hierin onze natuurlijke wederkerigheid tot uitdrukking. Hoewel ik geloof dat het beter zou zijn voor ons psychisch welzijn om een meer wederkerige relatie met onze bronnen en de natuur te onderhouden (en dat zou zeker beter zijn voor het milieu, maar dat terzijde), is het van belang in relaties en werk de fasen te onderkennen. 

Echter, de meeste HRM tools gaan uit van continuïteit aan de kant van de werknemer, bijvoorbeeld door persoonlijkheidsaspecten en competenties te benadrukken. Mijn team bouwt met collega's van de Hanzehogeschool en softwarehuis BizzXL een tool dat juist voor individuele werknemers de verschillende fasen belicht en zo de werknemer helpt zich te oriënteren op de eigen cyclus: APK Werkscan. We gebruiken daarbij datamining algoritmes en zo trachten we bij te dragen aan het benadrukken dat iedereen altijd in verandering is: Nothing lasts forever!

vrijdag 4 mei 2018

Kwaliteit.

Heerlijk, een weekje vakantie! Mogelijkheden te over. Een retourtje Groningen - London (€25 per vliegtuig) is in de aanbieding nog goedkoper dan per openbaar vervoer vanaf Groningen naar Wildlife in Emmen (€49), net in de naastgelegen provincie. We gaan naar Luxemburg, waar mijn oudste zoon Camiel momenteel woont. We hebben een geweldig weekend, waarin we door Camiel door de prachtige stad worden gegidst. In de avond tijd om te lezen. In mijn tas zit de afscheidsrede van professor Wim van Gemert, waarin hij de huidige economie - vol afval en verspilling -vergelijkt met de fase van puberaal "coma-zuipen": meer is beter dan genoeg. Hij beschrijft hoe hij momenteel geniet van de spaarzame momenten die hij met zijn zoon die ook in het buitenland woont geniet van een oude whisky: zijn zoon en hij drinken bij elke spaarzame ontmoeting elk een glaasje. Een niet-economische economie (want vol afval en verspilling) heeft daarbij ruimte gemaakt voor een economie van wederkerigheid: als iets beschikbaar is maak je er gebruik van, maar niet teveel. Je hangt de was buiten als de zon schijnt en slaapt als het donker is.

Techniek die wederkerig is geïntegreerd in de natuurlijke loop, kan zeker ons leven vergemakkelijken. Maar vliegreizen - enorm verspillend - subsidiëren totdat ze voor dumpprijzen worden aangeboden, lijkt niet wijs. Nogmaals, verspilling is niet economisch en een oneconomische economie breekt ons vroeg of laat beslist opnieuw op. We besluiten aan onze dagen met Camiel een paar dagen kamperen vast te knopen. Zo rijden we vanuit een van de Europese hoofdsteden met onze 15 jaar oude Volkswagen naar een natuurcamping in Frankrijk. Het is koud, maar met warme truien en slaapzakken genieten we bij kaarslicht van het elkaar voorlezen. Ridderverhalen uit de middeleeuwen. Op de e-reader, dat wel, op één accu avondenlang lezen bij kaarslicht. Wederkerige economie, ver weg van de wereld waarin altijd alles volledig beschikbaar is, onafhankelijk van klimaat en natuur. Wederkerige techniek, noemt van Gemert het, zoals zonne-energie en windenergie. 

Op de NOS app zie ik dat Europa miljarden gaat investeren in AI technologie om de VS en China bij te kunnen houden. Tegelijk biecht de ene na de andere ex-werknemer van Google, Facebook en YouTube op dat ze niet wisten wat ze deden en dat ze met de door hun ontwikkelde technologie enorm veel schade hebben aangericht. Één van hen zegt zelfs het publiek met slimme algoritmes massaal te hebben geprogrammeerd om dingen leuk te vinden of juist af te wijzen. Hoewel ik denk dat dàt nogal meevalt, is het een feit dat techniek helpt te globaliseren. Techniek unificeert, en dat is op zichzelf niet goed of slecht. Maar het idee dat techniek de enige weg naar de toekomst is, is nodeloos zelf-evident en daarmee stupide.

Neem de podia voor jongerencultuur (of een willekeurig andere vorm van kunst, literatuur, etc.), die nooit meer lokaal kunnen zijn, omdat de sociale platforms direct elke uiting op lijn plaatst met de rest van de wereld. En de algoritmes plaatsen het in lijn van succes, wat zeker niet hetzelfde is als originaliteit, of inventiviteit, laat staan genialiteit. Dus moeten vele genieën zien hoe middelmatigen de Goffert-parken en Ziggo-domes bezet houden en voor hun definitief belemmeren. In feite programmeren inderdaad de algoritmes wie op welk podium wordt aanbeden, door internetgebruikers te herprogrammeren tot fans, keurig rekening houdend met hun aanvankelijke voorkeuren. Met algoritmische "hand" (suggesties voor verder kijken) wordt bv de metal-fan keurig naar de meest succesvolle metal-acts van dit moment geleidt. Wat succesvol is, is een resultante van datamining algoritmes. De groten worden groter en dat werkt uiteindelijk ook hier de middelmatigheid in de hand. Maar wat is nieuw, voor de algoritmes waren het de commerciële platenlabels, etc. 

Op de terugreis overdenk ik de heerlijke week. De gesprekken met mijn zoon over politiek, techniek en vooruitgang. Ok, onbedoeld hebben de opbiechtende ex-werknemers van de hightech reuzen toch wel een beetje gelijk: techniek maakt ook stupide. Boven het appartement van mijn zoon vlogen om de haverklap de zeer grote vliegtuigen heel laag over. Daar zit de Europese regering. Interessante positie! We spreken van de technologische vooruitgang alsof het nu al (pre autonome AI) een autonoom proces is, waarvan het vanzelfsprekend is dat er veel/alles in wordt geïnvesteerd, maar ze is vaak ronduit dehumaniserend (Kierkegaard zag dat al heel scherp). Maar voor mij is deze tijd met gezin en zoon kwaliteit met een hoofdletter K!

Jesus died for somebody's sins but not mine

Meerdere mensen vroegen me hoe ik bij de titel kwam van mijn vorige blog. Bij mijn beantwoording bleek dat ik iets had uit te leggen. In de ...